Ruimtemakerblog

Ruimte maken en lichtheid brengen in de wereld van taaie systemen, drukdoenerij en ingewikkelde spelletjes is mijn specialiteit en drive. In dit blog vertel ik wat ik als adviseur meemaak en wat ik aan zwaarte en lichtheid in mijn omgeving en in de media tegenkom. Hopelijk prikkelt en inspireert het u. Graag reacties en adviezen. U kunt mij ook volgen op het twitteraccount ‘ruimtemaker’ waar blogberichten zullen worden aangekondigd: Twitter.
Frans Soeterbroek, Ruimtemaker

Tags

ambtenaren Amsterdam bewonersmacht burgerparticipatie collectieve intelligentie democratische vernieuwing dialoog eigenaarschap gebiedsontwikkeling geluk gemeenteraad gemeenteraadsverkiezingen knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingsvisie omgevingswet organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie publiek domein publieke zaak regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadhuis op straat stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld technocratie tijdelijkheid Utrecht Utrechtse Ruimtemakers vastgoed waardecreatie wijkaanpak wonen Zwolle
 

Zet een rem op grote marktgestuurde projecten

In de haast om de grote opgaven rond wonen, energie, mobiliteit en klimaat in de geest van de omgevingswet (uitnodigend, integraal) aan te pakken worden de ambities met grote projecten en integrale gebiedsontwikkeling opgestuwd. Wat me daarbij zorgen baart is dat deze aanpak in de praktijk synoniem is aan ‘we maken in 1 keer een heel groot en duur plan dat eigenlijk alleen door ontwikkelaars met veel geld van banken en institutionele beleggers achter zich kan worden gerealiseerd’. Oftewel de wereld van grote projecten is een wereld waarin we stedelijke ontwikkeling uitbesteden aan de markt. Dat is bepaald geen gelukkige combinatie zo heb ik vaak verkondigd. Mijn pleidooi voor het alternatief van maatschappelijke stads- en gebiedsontwikkeling wordt door mensen die de markconforme aanpak omarmen vaak gelabeld als ideologisch. Tot op zekere hoogte is dat ook zo, net zo goed als de huidige gangbare praktijk ideologisch gestut is op het neo-liberale ideaal van de concurrerende stad. Maar mijn kritiek gaat dieper en is ook feitelijker. Ik heb genoeg perverse effecten van de gangbare manier van project- en gebiedsontwikkeling gezien om daar buikpijn van te krijgen. Tijd om dat eens op een rij te zetten en het wat systematischer af te zetten tegen dat idee van maatschappelijke gebiedsontwikkeling gebouwd op maatschappelijke waarde(n). Een aanklacht in 5 bedrijven die uiteraard niet onverkort op ieder soort grootschalige gebiedsontwikkeling of groot project van toepassing is maar hopelijk voldoende aan het denken zet om serieuzer te kijken naar alternatieven. 

(meer…)
11 december 2019
2 reacties
, , , , , ,
 

‘als ik dit van tevoren had geweten was ik er nooit aan begonnen’

Afgelopen week mocht ik in een jury de eindpresentaties beoordelen van een kort leertraject over burgerplanvorming bij gebiedsontwikkeling, verzorgd door LSA en KNHM. Als voorproefje van die leergang had ik op verzoek van hen een masterclass over dit thema verzorgd en ik bedacht me dat het geen kwaad kan om nog een paar dingen daaruit breder te delen. Ik ga het hier niet hebben over een aantal basisnoties voor ieder initiatief (heldere en wervende boodschap, krachtenveldanalyse, netwerk opbouwen, haalbaar plan, financiering regelen etcetera). Ik richt me in dit verhaal op de vraag hoe je het ingewikkelde dansje met de systeemwereld van gemeentelijke planprocedures, grond- en vastgoedbeleid en gebiedsontwikkeling op een soepele manier kunt uitvoeren.  En vooral hoe je niet verstrikt raakt wanneer het been dat zich aan wil passen aan die danspartner een andere kant op gaat dan het been dat beweegt op de maat van de eigen drijfveren en onbevangenheid. Hier komen mijn belangrijkste lessen, geschreven voor de initiatiefnemers maar hopelijk doen de mensen die hen daarbij kunnen helpen er ook hun voordeel mee.

(meer…)
25 november 2019
2 reacties
, , , , , , , ,
 

een omgevingsvisie van en voor de samenleving

Ik heb het afgelopen jaar op een aantal plekken kunnen helpen om het eigenaarschap voor de omgevingsvisie in de samenleving te leggen. In Amsterdam heb ik meegewerkt aan het procesontwerp voor het komen tot die visie en in de gemeente Gooise Meren hebben we in de wijk Oostereng (Bussum) een experiment opgezet om eerst een netwerk in een buurt op te bouwen alvorens met zo’n omgevingsvisie te beginnen. 
Uit beide praktijken zijn een aantal mooie algemene lessen te trekken die ook in andere gemeenten toepasbaar zijn.  Hier komen ze.

(meer…)
14 november 2019
2 reacties
, , , , , , ,
 

Mensen deugen, dus maken ze samen de stad

Ik heb met veel plezier het boek ‘de meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman gelezen vooral omdat het een mooi kader biedt voor hoe ik zelf als activistische stadsbewoner en adviseur kijk en handel. Hij zet het sombere mensbeeld over beschaving als dun vernislaagje waaronder de destructieve krachten van de mens schuilen af tegen het optimistisch beeld van de mensen als sociaal en altruïstisch wezen die juist door machten en systemen daarvan wordt afgehouden. Hij probeert dat laatste beeld met ladingen aan onderzoeksgegevens te onderbouwen en dat overtuigt.
Naar het eind van zijn boek komt hij dicht bij mijn werk en leven wanneer hij inzoomt op fenomenen als zelfsturing, commons, burgerforums en burgerbegroting.
Dat daagde me uit om eens door mijn oude blogs te bladeren en te onderzoeken hoe ik zelf dit optimisme over wat mensen samen voor elkaar kunnen boksen heb beschreven. Toegepast op de stad en burgerschap en in mijn eigen taal van aangeleerde hulpeloosheid, koekoeksklokparticipatie, sociale veerkracht, collectieve intelligentie, vrienden maken, besmettelijk optimisme en sturen met lichtheid. Leuk om de rijke oogst weer eens voor me te zien en het helpt me vast bij mijn ambitie om al dat werk in een boek om te zetten. En hopelijk vinden jullie ook nog wat moois in de ‘omgevallen blogkast’. Daar gaat ie.

(meer…)
9 oktober 2019
0 reacties
, , , ,
 

In goede bedoelingen kun je niet wonen

Waar in Den Haag bij de algemene beschouwingen zelfs de VVD lijkt terug te keren van het neo-liberalisme en de fractievoorzitter van het CDA zich openlijk afvraagt of het wel goed was om de term volkshuisvesting in te ruilen voor woningmarkt werd in Utrecht in dezelfde week een stadsakkoord wonen ondertekend waarin juist de andere kant op wordt bewogen.
Ontwikkelaars, beleggers en corporaties gaan samenwerken aan bouwproductie , doorstroming en de gemengde stad (vooral door het ruilen van locaties) en de gemeente stelt zich op als de grote mogelijkmaker. Dit doet ze door instrumenten in te zetten als aangepaste gemeentelijke planprocedures (de markt schrijft mee aan stedenbouwkundige kaders, onderzoeksvragen en keuze voor projecten), de escalatieladder (wie alles te traag vindt gaan kan rechtstreeks naar de wethouder) en de ‘vertrouwelijke balansrol’ bij ruil van locaties (gemeente faciliteert de ruiling en bewaakt de balans).
Alles gebeurt op basis van onderling vertrouwen en dappere beloften en niets is er in het akkoord terug te vinden van regels waarover elders in het land wordt gesproken om de marktwerking van zijn prijsopdrijvende werking te ontdoen. Denk aan anti-speculatiebedingen, harde maxima aan huren, verbod om woningen tegen opbod te verkopen, zelfbewoningsplicht, verbod op verkoop van sociale huurwoningen etcetera. Overigens stoeit de gemeenteraad via moties wel met dit soort ideeën maar gek genoeg is dat blijkbaar een non-issue in dit samenwerkingsmodel. 
Om het simpel te stellen: de gemeente heeft zichzelf de plicht opgelegd snel bij te bouwen en een gemengde stad te realiseren met een mooie mix van sociaal, middenhuur en koop en mag nu als ‘balansbewaker’ gaan kijken of anderen die belofte gaan waarmaken. De gemeenteraad mag dan straks via vele kritische vragen en moties de gaten die daarbij vallen opvullen. Ik licht graag toe waarom ik dit op deze manier opschrijf.

(meer…)
25 september 2019
14 reacties
, , , , , , , , , ,
 

Hoe krijgen gemeenteraden greep op de omgevingswet?

Alweer twee jaar geleden schreef ik dit essay over de gevolgen van invoering van de omgevingswet voor bewonersinitiatieven en de lokale democratie. Centrale boodschap: de omgevingswet zal niet bijdragen aan meer omgevingskwaliteit, een meer gelijkwaardige positie van burgers t.o.v. de overheid en de markt en aan het gezag van gemeenteraden om hierin (bij) te sturen. Sterker nog: die komen nog meer onder druk door invoering van de wet. In een sfeer waarin veel bewoners al vinden dat gemeentelijk beleid draait om de eigen voorkeuren van professionals en de belangen van bedrijven kan dit de kloof tussen burger en bestuur vergroten.
Gemeenteraden zullen echt aan de bak moeten om een goed fundament onder invoering van de wet te leggen door te investeren in betere waarborgen voor omgevingskwaliteit, de positie van bewoners(initiatieven) en democratische controle.  Denk daarbij aan omgevingsvisies gemaakt door bewoners (ondersteund door vakspecialisten), de verplichting tot het uitvoeren van een omgevingsimpactscan bij ruimtelijke plannen, het recht om eigen plannen voor de buurt te maken, voorkeursregels voor bewonersinitiatieven t.o.v. de markt en sterk verbeteren van de transparantie over ruimtelijke ontwikkeling, grond en vastgoed. 

Ik heb inmiddels gemerkt dat deze boodschap nog niet bij veel gemeenteraden is geland, laat staan dat er gewerkt wordt aan dat degelijke lokale fundament onder een wankele wet. En daarbij helpt het niet dat de meeste gemeenteraadsleden verschrikt in de koplampen van de nieuwe wet staren (‘jeetje, heel ingewikkeld allemaal, vertel eens wat er allemaal op ons afkomt’) in plaats van zelf te bepalen hoe de wet lokaal moet landen. Tijd voor een oproep aan de gemeenteraden om dat anders te doen, te beginnen met een paar ‘crashtests’ voor het uitgeven van een omgevingsvergunningen en voor het instrument projectbesluit. Ik licht het hieronder graag toe.

(meer…)
10 september 2019
0 reacties
, , , , , , ,
 

Democratische vernieuwing in het ruimtelijk domein voorbij het vrijblijvende experiment

Dit voorjaar heb ik me in Amsterdam bezig gehouden met de vraag hoe je de invoering van de omgevingswet kunt verbinden met de ambitie van democratische vernieuwing. Dat ging meestal niet eens over de omgevingswet zelf maar om de vraag hoe je met democratische vernieuwing in het ruimtelijk domein (stadsontwikkeling, openbare ruimte, gebiedsaanpak, bouwprogrammering, verkeer etcetera) voorkomt dat die wet averechts uitpakt voor de Amsterdammers en voor de democratie in de stad.
Ik heb er drie keer over aan tafel gezeten met de wethouders voor ruimte en democratische vernieuwing. En ik heb vele gesprekken gevoerd met ambtenaren over hoe ze de kansen inschatten om het bescheiden participatiebeleid in de ruimtelijke hoek om te buigen naar iets met de allure van democratische vernieuwing. Want dit bestuur wil daar iets mee en stuurt aan op meer macht voor de stadsbewoners over de eigen stad. Wat te voorspellen valt is dat wanneer je de lat hoog legt in de gemeentelijke organisatie naast enthousiasme veel scepsis wordt aangeboord onder het motto ‘laten we niet naïef zijn hierover.’
Ik heb al die tegenwerpingen van ambtenaren (die ik overigens al jaren hoor in elke stad waar ik kom) eens op een rij gezet en mijzelf gedwongen er met een positieve blik naar te kijken. Niet te makkelijk roepen dat dit ‘oud denken’ is of dat men te veel vastzit aan de eigen positie. Laten we er vanuit gaan dat alle tegenwerpingen waar en relevant zijn en juist de toegangscodes vormen om dieper in de systemen iets om te draaien. Kun je door de tegenwerpingen goed te analyseren en er een slimme draai aan te geven democratische vernieuwing kansrijker maken? Ja dus.  Ga er even voor zitten want het vergt wel wat uitleg.

(meer…)
23 augustus 2019
10 reacties
, , , , , , ,
 

Het democratisch gat bij gebiedsontwikkeling in de geest van de omgevingswet

Eind 2016 werd ik gevraagd om mee te denken over de organische gebiedsontwikkeling in de Noordvleugel van de Randstad en dat deden we op een toepasselijke plek, het Hembrugterrein in Zaanstad. Ter plekke werd tijdens een rondleiding terloops opgemerkt dat de eigenaar van het terrein, het Rijksvastgoedbedrijf net had besloten om het gehele gebied in 1 keer op de markt te brengen. Dat betekende feitelijk dat er een einde kwam aan het organische proces dat met gemeente, provincie en lokale ondernemers in gang was gezet. Ik sprak mijn teleurstelling daarover uit omdat ik voor me zag hoe een bijzondere gebiedsontwikkeling (organisch = stap voor stap, voortbouwen op wat er is, met open eindbeeld en lokaal gestuurd) werd ingeruild voor iets heel klassieks en topdowns. En ik vond het eigenlijk ook een beetje vals spel: veel partijen droegen bij aan een bijzondere vorm van waardeontwikkeling en toen het terrein lekker in de schijnwerpers stond trok de eigenaar zijn eigen plan en incasseerde de opbrengst. 

(meer…)
8 mei 2019
0 reacties
, , , , ,
 

democratische vernieuwing in provinciale programma’s

De afgelopen jaren heb ik geregeld provincies geadviseerd over hoe dichter op de samenleving hun werk te organiseren. Eerder schreef ik dit essay over de hefbomen voor co-creatie in de provincies. Daarin doorpakken tot iets dat lijkt op democratische vernieuwing is nogal een uitdaging omdat provincies verder afstaan van de burgers dan gemeenten. En het werkveld van de provincie nodigt uit tot beleid waar steeds met moeite ‘de vertaalslag naar de burger’ moet worden gemaakt: ruimtelijk economisch beleid, regionale afstemming, mobiliteit, natuurbeleid, grootschalige  energietransitie etcetera.  Nu er in de provincies wordt gewerkt aan nieuwe programma’s heb ik wel wat praktische tips hoe de kloof met de samenleving een behoorlijk stuk kleiner te maken. 

(meer…)
19 april 2019
2 reacties
, , ,
 

De octopus en het zwarte gat

Ik las op advies van Jasper Etten het boek ‘red de democratie’ van Manu Claes.  Claes koppelt daarin zijn ervaringen met de geslaagde strijd voor ondertunneling, overkapping en omleiding van de ringweg door Antwerpen aan het debat over vernieuwing van de democratie. Eerder las ik al de oproep van voormalig vice-voorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink ‘groter denken, kleiner doen’. De overeenkomsten tussen beide verhalen zijn frappant en net toen ik was begonnen daar iets over de schrijven lanceerde mijn ‘eigen’ gemeentebestuur in Utrecht een voorstel voor het vernieuwen van het participatiebeleid. Daarin wordt de ambitie geformuleerd om zowel de vertegenwoordigende als directe democratie te versterken. Een mooie kans om dit verhaal eens te toetsen aan de analyses van beide heren. Helaas (spoiler alert!) dat viel vies tegen. Ik licht het graag toe in de hoop dat het in Utrecht toch nog goedkomt en vooral als waarschuwing voor andere steden. 

(meer…)
14 maart 2019
0 reacties
, , , , ,