collectieve intelligentie

Tags

ambtenaren bewonersmacht burgerparticipatie collectieve intelligentie dialoog eigenaarschap gebiedsatelier gebiedsontwikkeling geluk gemeenteraadsverkiezingen ketenomkering knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie participatiesamenleving publiek domein regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld tegenkracht tijdelijkheid Utrecht Utrechtse Ruimtemakers vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak zelfsturing Zwolle
 

Iedereen is een strateeg

Recent kreeg ik de vraag om voor de gemeente Almere iets te vertellen over de rol van bewoners/burgers in het strategisch vermogen van de stad. Dat vond ik een fijne vraag omdat we eigenlijk nooit zo naar burgerparticipatie kijken. In mijn kruistocht tegen een vrijblijvende aanpak van participatie ben ik gaan stoeien met het concept van collectieve intelligentie of collectieve wijsheid. Het vermogen om kennis, betrokkenheid en probleemoplossend vermogen vanuit de samenleving aan te boren.  Dat komt wel in de buurt van het idee van strategisch vermogen en was ook de aanleiding om me hiervoor te vragen.
Ik heb een boekje dat ik ruim 20 jaar geleden met anderen schreef over het strategisch vermogen van Rijkswaterstaat eens uit de kast gepakt. Wat zou daar al in staan over de rol van burgers in het strategisch vermogen? De centrale thema’s uit die analyse zijn denk ik een interessante kapstok voor dit vraagstuk. Het gaat achtereenvolgens om ‘de antenne voor zwakke signalen voor verandering’, ‘het organiseren van tegendraadsheid ten opzichte van je eigen (verkokerde) logica’, ‘een groot en divers reservoir aan kennis tot je beschikking hebben’ en ‘intensief strategisch grensverkeer tussen de overheidsorganisaties, politiek en samenleving’.  Ik zal hieronder die vier thema’s koppelen aan de rol van burgers.  

Over antennes, gedeelde betekenisgeving en strategie in actie
Die antennemetafoor gaat er van uit dat je de signalen van en voor verandering als overheid moet zien op te vangen en om moet zetten in beleid, planvorming en acties. Anders loop je achter de feiten aan en raak je de burger uiteindelijk kwijt. De invulling die dit doorgaans krijgt in de richting van burgers: ‘ophalen wat er leeft’ via onderzoeken, klankbordgroepen, creatieve sessies en inloopavonden.   

Daar zitten 3 grote denkfouten in. Allereerst is het ophalen nooit een pure vorm van opvangen wat er in de samenleving aan de hand is. Integendeel, er is altijd sprake van ‘wat je er in stopt krijg je er uit’ door de manier van vraagstellen en methode van werken. En zeker ook door het proces van sociale besmetting waardoor dezelfde modieuze thema’s overal rondzingen en opduiken. Juist de zwakke signalen die grote veranderingen aankondigen haal je er zo niet is. Dat is ook waarom er vaak zo’n mengeling van geruststelling en teleurstelling is over de oogst die  wordt opgehaald : dat wisten we eigenlijk al! 
Ten tweede is er bij strategievorming zelden sprake van objectieve noodzaak iets te doen maar gaat het om interpretatie en selectie van wat relevante signalen zijn. Het gaat om een proces van gedeelde betekenisgeving, in feite een politiek/maatschappelijk proces. Daarom is dat ophalen ook zo’n foute metafoor want het miskent de noodzaak om samen tot een werkbaar beeld van de werkelijkheid en van de bijbehorende strategie te komen. Daarvoor moet je ook samen op onderzoek uit (‘joint fact finding’ noemen ze dat in de wetenschap) en heb je dialoog nodig. Dat lukt dus niet als je als overheid de meningen en ideeën van bewoners gaat ophalen maar wel als je er mee samenwerkt en samenleeft. 
En ten derde: het ophalen past bij een vrij achterhaalde visie op strategievorming. Namelijk die van onderzoeken ==> formuleren van beleid ==> uitvoeren van beleid. In het denken over strategie is niet ten onrechte de school van ‘emergente strategie’ of ’strategie in actie’ al enige decennia de dominante manier van denken. Die komt er op neer dat strategie niet vooraf gaat aan acties maar er mee vervlochten is. De wereld is te complex en turbulent om dat keurig uit elkaar te halen en achter elkaar te zetten. Dan tellen de korte lijnen tussen overheid en burger enorm want de ruis en het tijdsverlies tussen ophalen, strategievorming en actie is funest. Kortom drie argumenten om geen antenne in de vorm van onderzoek en ‘ophalen’ tussen overheid en samenleving te plaatsen maar om die antenne samen te maken. Dus hou op met allerlei onderzoekers en externe begeleiders tussen jou (overheid) en hen (de burger) te zetten maar nestel je in de samenleving en maak samen een nieuwe werkelijkheid.

Over tegenkrachten, onbevangenheid en strategische reservoirs
Het is makkelijk en snel gezegd en ik hoor het vaak binnen de overheid: je moet zorgen dat er mensen zijn die je scherp houden en tegen de heersende trend ingaan. Mijn eigen ervaring is dat de overheid daar slecht in is. Alles is er op gericht om wat fricties en gedoe kan geven te dempen en iedereen die het de overheidslogica en de politieke consensus lastig maakt worden vooral genegeerd of ongevaarlijk gemaakt. Onvrede waar men niet omheen kan (zoals de tweedeling, onbetaalbare woningen, afwentelen klimaatkosten op de burger, de afstand overheid- burger) wordt zo snel mogelijk omgezet in verzachtende maatregelen. Het leidt echter zelden tot een diepgaande reflectie op de onderliggende systemen die dit veroorzaakt of tot het mobiliseren van de samenleving om dit aan te pakken. 

Misschien helpt het om het niet steeds over tegenkrachten te hebben maar over de kracht van onbevangenheid. Mensen die niet besmet zijn met de logica van de systeemwereld en via ‘domme’ vragen en naïef optimisme vaak precies de vinger op de zeker plek leggen. Het is me opgevallen dat bij alle voorbeelden die ik ken van succesvolle burgerinitiatieven de betrokkenen vaak achteraf zeggen dat het succes vooral te danken is aan hun (aanvankelijke) onwetendheid over die systeemwereld. Onbevangenheid is dus een grote strategische kwaliteit die beter benut kan worden maar helaas botst op het idee dat strategisch vermogen een bijzondere expertise vergt. 
Ik merk sowieso dat er nog altijd meer ontzag bij onze overheid is voor experts van buiten dan voor de eigen bevolking. Liever ‘inspirerende en losmakende verhalen’ en ‘frisse dwarsdenkers’ van ver weg halen dan het omhelzen van de schurende en onbevangen inbreng van bewoners. Dat maakt het denken over de noodzakelijke tegengeluiden te vrijblijvend en in essentie ook ondemocratisch. Hier zijn een paar dingen nodig om dit echt anders te doen. Allereerst de lef om het schurende verhaal en de onbevangen blik in de samenleving op te zoeken in plaats van er van weg te lopen. Vervolgens zorgen dat er een veelstemmig gesprek ontstaat waarbij de burger niet als aparte categorie wordt behandeld los van marktpartijen, deskundigen, belangengroepen en bestuurlijke partners. 

Dat brengt me op het het concept van het bouwen aan een groot strategisch reservoir. De essentie daarvan is vooral dat je vele vormen van kennis, betrokkenheid en belangen met elkaar dingen laat onderzoeken, bespreken en bedenken. Met alleen maar bewonersinbreng heb je geen strategisch reservoir maar slechts een burgerparticipatievijver. Ieder zijn eigen proces is dodelijk voor strategievorming. Een strateeg die de verschillende werelden niet weet te verbinden maar ze alleen gebruikt als voeding voor zijn eigen slimheid doet zijn werk niet goed.

Over de strategische tussenruimte in het publieke domein
Het strategisch grensverkeer tussen samenleving, politiek en overheidsorganisatie is niet bepaald vanzelfsprekend. We zijn er allemaal in getraind om de piketpalen te benoemen tussen die 3 sferen: wat doet de politiek, wat is voor de overheidsorganisatie en wat kunnen ze ‘overlaten’ aan de samenleving? In mijn beeld vormen deze 3 sferen tezamen de publieke zaak en hebben ze elkaar hard nodig. Dus geen technocratische en bedrijfsmatige blik op strategievorming (‘mijn functie binnen de organisatie’) maar een dienstbare en activerende rol in het publieke domein. Strategen in overheidsdienst moeten het juist tot hun kerntaak rekenen om die werelden elkaar te laten versterken. Eigenlijk zou je strategische functies in een soort tussenruimte tussen die drie sferen moeten plaatsen.
Een spannend experiment daarmee is dat van stadslabs als vrije ruimte waarin die sferen elkaar kunnen ontmoeten. Pijnlijk is echter wel dat van de 50 stadslabs die met dat oogmerk de afgelopen jaren met steun van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie zijn opgezet er 49 functioneren zonder actieve betrokkenheid van de gemeente. Voor mij het bewijs dat overheden slecht in staat zijn om die tussenruimten op te zoeken als ze niet vanuit hun eigen logica en instrumenten voortkomen. 
In Utrecht hadden we een vergelijkbare ervaring. Het stadsinitiatief dat we zijn gestart vanuit de Utrechtse Ruimtemakers om ons in een aantal gebieden actief te bemoeien met de gebiedsontwikkeling leidde vooral tot moeizame discussies over ieders rol. We zijn er niet in geslaagd de gemeentelijke organisatie te verleiden tot het bouwen van zo’n nieuwe tussenruimte en werden feitelijk gedoogd zonder dat de gemeente de eigen werkwijze aanpaste. Op grond van die ervaring hebben we adviezen opgesteld waarin we ook een actievere betrokkenheid van de politiek in de gebieden bepleiten. 

Een bemoedigender voorbeeld vond in recent in Groningen in de wijk Selwerd. Daar is mede op initiatief van de gemeente een wijkbedrijf opgericht die op een mooie manier die tussenfunctie vervult. Recent is een gebiedsregisseur aangesteld, niet bij de gemeente maar bij het wijkbedrijf en je ziet gelijk dat deze ook door bewoners en andere partners van de gemeente wordt beschouwd als hun eigen wijkregisseur.  
Ander voorbeeld : bij het spectaculaire burgerinitiatief Holwerd aan Zee is 1 van de 4 initiatiefnemers een ambtenaar van de gemeente. Niet in zijn vrije tijd maar gewoon in zijn werkrol. Ik heb eigenlijk nog nooit iemand horen zeggen dat dit raar is. Feitelijk vormt het initiatief ook zo’n tussenruimte tussen de verschillende sferen. Het kan dus wel, zo’n vrije tussenruimte maken en hopelijk nemen veel gemeenten hier een voorbeeld aan.
Ik zie beide benaderingen (strategievorming als overheidstaak en strategievorming in de ruimte tussen politiek, overheidsorganisatie en samenleving) als communicerende vaten. Hoe meer de overheid strategievorming beschouwd als iets interns en afschermt van politiek en samenleving hoe groter de druk zal worden om alternatieven voor deze praktijk te creëren onder noemers als stadslabs, wijkbedrijf, co-creatie en democratische vernieuwing. Dan zal via die weg de strategische functie wordt gedistribueerd en gedemocratiseerd en maken strategen die zich terugtrekken op hun expertrol zichzelf overbodig.

Vernieuwing van de strategische functie in het publieke domein
Waar leiden deze bespiegelingen toe? 
Allereerst tot het inzicht dat zowel de kwaliteit van de strategievorming als de kwaliteit van de democratie te lijden hebben van een statische visie op strategievorming waarbij de expert signalen uit de samenleving ophaalt en vervolgens omzet in beleid. Deze technocratische invulling van de strateeg als expert waar alle lijnen samenkomen is ook een van de redenen waarom het chagrijn over de geringe betekenis van burgerparticipatie zo hardnekkig is. De onbevangenheid van burgerinitiatief en de maatschappelijke tegendruk worden ten onrechte niet of nauwelijks gedefinieerd als onderdeel van het strategisch vermogen. 
Voor mij staat als een paal boven water dat de burgers van dit land onmisbaar onderdeel zijn van het strategisch reservoir voor de publieke zaak. We moeten afleren om een harde knip te maken tussen overheid en samenleving maar juist nieuwe tussenruimten vinden voor wat ik strategisch grensverkeer en collectieve intelligentie heb genoemd. 

Steden die zich voor laten staan op democratische vernieuwing en ‘samen stad maken’ kunnen er dan ook niet omheen hun strategiefuncties te vernieuwen naar iets dat recht doet aan benaderingen als ‘strategie in actie’, ‘de samenleving als strategisch reservoir’, ‘het publieke domein als strategische tussenruimte’ en ‘strategievorming als collectieve intelligentie’. Geef dus binnen de overheid alleen mensen een kaartje waarop strateeg staat als ze deze manier van denken en werken in de vingers hebben of proberen te krijgen.  Of nog beter, laten we uitgaan van de ultieme consequentie van collectieve intelligentie: iedereen is een strateeg! 

18 februari 2019
0 reacties
, , , , , , ,
 

Een grafrede voor participatie

(onderstaande tekst heb ik uitgesproken op de wethoudersmanifestatie ‘grensverleggers’ van Architectuur Lokaal op 29 november 2018)

Ik moet u wat bekennen. Ik heb eigenlijk een grote hekel aan participatie. Vooral omdat ik er inmiddels zoveel foute associaties bij heb dat het woord voor mij besmet is geraakt. Ik wil die oude participatiepraktijk daarom vanmiddag feestelijk met u begraven.
Ik wil niet meer meewerken aan de kruideniersparticipatie van verwachtingsmanagement en participatieladders. De angstige houding van ‘o wee als mensen toch eens het idee zouden kunnen krijgen dat ze echt wat te beslissen hebben!’
Of de inloopavondparticipatie waar er besmuikt wordt gesproken over de ‘usual suspects’ waarvan je allang weet wat ze gaan zeggen.
De geeltjesplakparticipatie van het openhalen van dromen, wensen en ideeën en dan geen flauw idee hebben wat je met die oogst aan moet.
De ‘het moet wel leuk zijn’-participatie waar ieder scherp gesprek in de kiem wordt gesmoord omdat om 3 uur de inspiratiesessies ‘omdenken’ en ‘beleidsbingo’ beginnen.
De koekoeksklokparticipatie van veel te lang in het stadskantoor zitten schaven aan kaders, dan te laat en de kort naar buiten om nog wat input op te halen en dan onder het motto ‘dat nemen we mee’ gauw weer naar binnen en de deurtjes dichtdoen.
De afschuifparticipatie van laat ontwikkelaars en adviesbureaus het gesprek maar voeren dan hoeven wij onze handen en er niet aan te branden.
De ‘aai over de bol’-participatie waarbij we pluimen uitdelen aan betrokken burgers maar  hen geen plek gunnen binnen onze eigen systemen en werkwijzen.
De afvinklijstparticipatie van ‘dat hebben we gelukkig ook weer gehad, nu kunnen we weer gewoon aan het werk en in andere kamers de echte zaken gaan doen.’
De braaftaalparticipatie waarbij alles wat de strijd om, en liefde voor de leefomgeving interessant en schurend maakt wordt gesmoord in zielloze proces- en beleidstaal. (meer…)

30 november 2018
21 reacties
, , , , , ,
 

Wat gaat er schuil achter het containerbegrip participatie?

onderstaande column schreef ik voor het blad Architectuur Lokaal nr 91, voorjaar 2018 

Weg met het P-woord

Vaak word ik gevraagd om iets te vertellen of te adviseren over participatie. Even zo vaak fantaseer ik er over hoe fijn het zou zijn als dit P-woord nooit zou zijn bedacht of in de strijd tegen leeg jargon niet meer zou worden gebruiken. Dan zouden we veel preciezer moeten praten over de zaken die onder dit containerbegrip schuilgaan en er echt toe doen.
Om te beginnen het mobiliseren van collectieve intelligentie waarbij de kennis die wij als betrokken burgers en experts samen hebben bij elkaar wordt gebracht en om wordt gezet in beleid en plannen. Denk aan fenomenen als stadslabs, burgerjury’s, buurttafels en stadsgesprekken. (meer…)

29 mei 2018
0 reacties
, , ,
 

Als ontwikkelaars het niet kunnen dan doen we het wel zelf

Lokale overheden (in dit geval de G32 en de gemeente Utrecht) hebben onlangs weer een nieuw samenlevingscontract gesloten met bouwers, beleggers en ontwikkelaars: het manifest binnenstedelijke gebiedstransformaties. Daarin wordt er in de aanloop naar een nieuw kabinet een claim gelegd op medefinanciering door het rijk van een geraamde kostenpost van 3,6 miljard euro om het bouwen in transformatiegebieden voor ontwikkelaars rendabel te maken. Letterlijk staat er in het manifest:
“De meeste marktpartijen kunnen alleen in deze locaties investeren als er voldoende en tijdig zicht is op te behalen rendementen en als de aan binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen inherente risico’s door de overheid voldoende gemitigeerd worden.”
Dit bedrag is gebaseerd op een onderzoek in opdracht van projectontwikkelaars (BPD en Neprom) waarin staat dat er binnenstedelijk 25.000 euro per huis moet worden gesubsidieerd anders bouwt de markt 129.000 huizen minder in transformatiegebieden. De betrokken gemeenten sluiten zich bij deze claim aan. De vraag die zich opdringt: is er geen alternatief voor je zo afhankelijk te maken van de rendementen, aanpak en wensen van de ontwikkelaars?

(meer…)

12 maart 2017
0 reacties
, , , , , , , , ,
 

De omgevingswet, de tijdgeest en de burger

Gisteravond mocht ik tijdens een diner georganiseerd door atelier ZZ, waarbij vooral ontwerpers aanwezig waren, iets vertellen over het belang van participatie bij de invoering van de omgevingswet. Daar sprak ik onderstaande tekst uit waarbij ik het niet kon laten om een link te leggen tussen de verkiezing van Donald Trump en de aanpak van de omgevingswet.  Zoals ik in de wereld van ontwerpers wel vaker merk viel dat bij sommigen goed en bij velen veroorzaakte het ongemak. Een aantal beelden over burgerparticipatie die volgens mij niet kloppen leven breed onder ontwerpers. Het beeld dat je ‘gewone’ mensen geen grote strategische vragen op hoger schaaalniveau kunt toevertrouwen, het idee dat burgers er vooral voor hun eigen beperkte belang zitten en ontwerpers en het bestuur daar bovenuit stijgen en het idee dat de expertise van ontwerpers niet meer aan bod komt als burgers zelf dingen oplossen. Mijn ervaring is juist dat burgerfora en burgeinitiatieven heel veel aankunnen, mensen samen spannende belangentegenstellingen aankunnen die de politiek niet aankan en burgers zelf op tijd experts inschakelen om iets te doen dat ze zelf niet aankunnen of overzien. En vooral dat er een interessante kruisbestuiving tussen vele soorten kennis ontstaat als je iedereen serieus neemt. Gelukkig waren er ook mensen die geprikkeld door het verhaal met voorbeelden kwamen over hoeveel dankbaarder het mobiliseren van onze collectieve kracht is ten opzichte van beperkte en reactieve participatie. Dat heeft me weer gesterkt in het idee dat dit echt de weg is om op te gaan bij invoering van de omgevingswet en het in de huidige tijdgeest ook meer dan urgent is. Hier mijn tekst.    (meer…)

8 december 2016
0 reacties
, , , , , , , ,
 

Scheiding expert- en bewonersproces als achilleshiel bij maatschappelijke gebiedsontwikkeling

Ik mocht me deze maand in Emmen bemoeien met de herontwikkeling van het terrein van de oude dierentuin. Ik heb ingebracht hoe je dat kunt aanpakken vanuit het principe van organische en maatschappelijke gebiedsontwikkeling. Dat viel redelijk op zijn plek omdat er al wordt ingezet op een geleidelijk ontwikkelproces gebruik makend van wat er al is en op het mobiliseren van lokale denkkracht en cultureel ondernemerschap. En er is geen pretentie om vooraf een ambitieus ontwikkelprogramma voor het gebied te maken. Mooi.
Waar mijn verhaal echter schuurde en tot mooie discussie leidde was mijn zorg over de scheiding tussen expertprocessen en de aanpak met bewoners en initiatiefnemers. Tamelijk klassiek wordt er gewerkt aan vergezichten, ruimtelijke concepten en kwaliteitskaders met ontwerpers en andere specialisten en worden er los daarvan oplopen met bewoners en initiatiefnemers georganiseerd. Waarom is dit in mijn ogen een probleem?

(meer…)

18 november 2016
2 reacties
, , , , , , ,
 

over aangeleerde hulpeloosheid en collectieve intelligentie

Stel je even voor: twee gemeenten met laten we zeggen 100.000 inwoners.  We noemen ze voor het gemak A en B. In beide plaatsen krijgt de werkorganisatie de opdracht om meer  ‘van buiten naar  binnen’ te werken. In plaats A leidt dat tot de reflex om de eigen organisatie te gaan professionaliseren: herijking van functies en rollen, trainingsprogramma’s, bijeenkomsten over ‘de nieuwe werkwijze’, inhuur van experts op dat terrein, opzetten van experimenten en aantrekken van een programmamanager die als speciale taak heeft dit transitieproces te sturen.
In stad B wordt er voor gekozen niets te doen aan dit type professionalisering en wordt er alleen gestuurd op het verkorten van de afstand tussen binnen en buiten: ambtenaren worden geacht alles wat ze doen (met de mensen) in de stad te doen en krijgen het onvoorwaardelijke vertrouwen dat ze dit kunnen. Zij hebben ook korte lijnen naar de politiek. Er wordt in B dus alleen gestuurd op het vloeibaar en wendbaar maken van de organisatie en aan een stevige backoffice voor de mensen die buiten werken. Waar zou u (mee) willen werken: organisatie A of B? (meer…)

13 oktober 2016
6 reacties
, , , ,
 

Samen stad maken bij grote projecten, kan dat?

Afgelopen zaterdag was er een openbare bijeenkomst over de toekomst van het stationsgebied in Utrecht georganiseerd door het aan dat project verbonden stadslab. Er werd me verteld dat deze dag was georganiseerd naar aanleiding van deze recente raadsmotie over ‘samen stad maken’. Dat deed me deugd want die motie vraagt om een grotere rol voor de samenleving en maatschappelijke doelen in de stadsontwikkeling. En juist bij dit project is dat bepaald niet vanzelfsprekend en valt er nog wel wat te winnen. Zeker omdat er inmiddels de ambitie ligt om dit gebied te ontwikkelen tot een soort van tweede centrum van de stad. Dat gaat ons allen aan dus. Kortom, op een zonnige zaterdag toch maar even in de Jaarbeurs gekropen.
Ik had me aangemeld om over de ontwikkelstrategie voor het gebied mee te praten en zag al snel dat dit project van ver moet komen wil het aan die motie beantwoorden.  Laat ik eens proberen wat ik die dag meemaakte te vertalen in voorstellen die deze afstand wat kleiner kunnen maken. (meer…)

27 september 2016
6 reacties
, , , , , , , , , ,