democratische vernieuwing

Tags

ambtenaren Amsterdam burgerparticipatie collectieve intelligentie community democratische vernieuwing eigenaarschap gebiedsontwikkeling gemeenteraad gemeenteraadsverkiezingen knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling maatschappelijke zelfsturing menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie publiek domein publieke zaak regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld technocratie tijdelijkheid Utrecht vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak wonen zelfsturing Zwolle
 

een omgevingsvisie van en voor de samenleving

Ik heb het afgelopen jaar op een aantal plekken kunnen helpen om het eigenaarschap voor de omgevingsvisie in de samenleving te leggen. In Amsterdam heb ik meegewerkt aan het procesontwerp voor het komen tot die visie en in de gemeente Gooise Meren hebben we in de wijk Oostereng (Bussum) een experiment opgezet om eerst een netwerk in een buurt op te bouwen alvorens met zo’n omgevingsvisie te beginnen. 
Uit beide praktijken zijn een aantal mooie algemene lessen te trekken die ook in andere gemeenten toepasbaar zijn.  Hier komen ze.

(meer…)
14 november 2019
2 reacties
, , , , , , ,
 

Democratische vernieuwing in het ruimtelijk domein voorbij het vrijblijvende experiment

Dit voorjaar heb ik me in Amsterdam bezig gehouden met de vraag hoe je de invoering van de omgevingswet kunt verbinden met de ambitie van democratische vernieuwing. Dat ging meestal niet eens over de omgevingswet zelf maar om de vraag hoe je met democratische vernieuwing in het ruimtelijk domein (stadsontwikkeling, openbare ruimte, gebiedsaanpak, bouwprogrammering, verkeer etcetera) voorkomt dat die wet averechts uitpakt voor de Amsterdammers en voor de democratie in de stad.
Ik heb er drie keer over aan tafel gezeten met de wethouders voor ruimte en democratische vernieuwing. En ik heb vele gesprekken gevoerd met ambtenaren over hoe ze de kansen inschatten om het bescheiden participatiebeleid in de ruimtelijke hoek om te buigen naar iets met de allure van democratische vernieuwing. Want dit bestuur wil daar iets mee en stuurt aan op meer macht voor de stadsbewoners over de eigen stad. Wat te voorspellen valt is dat wanneer je de lat hoog legt in de gemeentelijke organisatie naast enthousiasme veel scepsis wordt aangeboord onder het motto ‘laten we niet naïef zijn hierover.’
Ik heb al die tegenwerpingen van ambtenaren (die ik overigens al jaren hoor in elke stad waar ik kom) eens op een rij gezet en mijzelf gedwongen er met een positieve blik naar te kijken. Niet te makkelijk roepen dat dit ‘oud denken’ is of dat men te veel vastzit aan de eigen positie. Laten we er vanuit gaan dat alle tegenwerpingen waar en relevant zijn en juist de toegangscodes vormen om dieper in de systemen iets om te draaien. Kun je door de tegenwerpingen goed te analyseren en er een slimme draai aan te geven democratische vernieuwing kansrijker maken? Ja dus.  Ga er even voor zitten want het vergt wel wat uitleg.

(meer…)
23 augustus 2019
10 reacties
, , , , , , ,
 

democratische vernieuwing in provinciale programma’s

De afgelopen jaren heb ik geregeld provincies geadviseerd over hoe dichter op de samenleving hun werk te organiseren. Eerder schreef ik dit essay over de hefbomen voor co-creatie in de provincies. Daarin doorpakken tot iets dat lijkt op democratische vernieuwing is nogal een uitdaging omdat provincies verder afstaan van de burgers dan gemeenten. En het werkveld van de provincie nodigt uit tot beleid waar steeds met moeite ‘de vertaalslag naar de burger’ moet worden gemaakt: ruimtelijk economisch beleid, regionale afstemming, mobiliteit, natuurbeleid, grootschalige  energietransitie etcetera.  Nu er in de provincies wordt gewerkt aan nieuwe programma’s heb ik wel wat praktische tips hoe de kloof met de samenleving een behoorlijk stuk kleiner te maken. 

(meer…)
19 april 2019
2 reacties
, , ,
 

Een grafrede voor participatie

(onderstaande tekst heb ik uitgesproken op de wethoudersmanifestatie ‘grensverleggers’ van Architectuur Lokaal op 29 november 2018)

Ik moet u wat bekennen. Ik heb eigenlijk een grote hekel aan participatie. Vooral omdat ik er inmiddels zoveel foute associaties bij heb dat het woord voor mij besmet is geraakt. Ik wil die oude participatiepraktijk daarom vanmiddag feestelijk met u begraven.
Ik wil niet meer meewerken aan de kruideniersparticipatie van verwachtingsmanagement en participatieladders. De angstige houding van ‘o wee als mensen toch eens het idee zouden kunnen krijgen dat ze echt wat te beslissen hebben!’
Of de inloopavondparticipatie waar er besmuikt wordt gesproken over de ‘usual suspects’ waarvan je allang weet wat ze gaan zeggen.
De geeltjesplakparticipatie van het openhalen van dromen, wensen en ideeën en dan geen flauw idee hebben wat je met die oogst aan moet.
De ‘het moet wel leuk zijn’-participatie waar ieder scherp gesprek in de kiem wordt gesmoord omdat om 3 uur de inspiratiesessies ‘omdenken’ en ‘beleidsbingo’ beginnen.
De koekoeksklokparticipatie van veel te lang in het stadskantoor zitten schaven aan kaders, dan te laat en de kort naar buiten om nog wat input op te halen en dan onder het motto ‘dat nemen we mee’ gauw weer naar binnen en de deurtjes dichtdoen.
De afschuifparticipatie van laat ontwikkelaars en adviesbureaus het gesprek maar voeren dan hoeven wij onze handen en er niet aan te branden.
De ‘aai over de bol’-participatie waarbij we pluimen uitdelen aan betrokken burgers maar  hen geen plek gunnen binnen onze eigen systemen en werkwijzen.
De afvinklijstparticipatie van ‘dat hebben we gelukkig ook weer gehad, nu kunnen we weer gewoon aan het werk en in andere kamers de echte zaken gaan doen.’
De braaftaalparticipatie waarbij alles wat de strijd om, en liefde voor de leefomgeving interessant en schurend maakt wordt gesmoord in zielloze proces- en beleidstaal. (meer…)

30 november 2018
22 reacties
, , , , , ,
 

Geeltjes plakken op een rijdende trein

Deze maand was ik kort na elkaar bij drie politieke debatten over de ontwikkeling van de stad. In Utrecht ging het over wonen, in Amerfoort over de toekomst van de Eemoevers en in Amsterdam over de vraag ‘van wie is de stad’ naar aanleiding van dit boek. In het Utrechtse woondebat stond op een gegeven moment wethouder Paulus Jansen op en die vroeg wie er van de aanwezigen in Utrecht was geboren. Zo’n 15 tot 20 % stak de hand op en de wethouder ging tevreden weer zitten. Hij had zijn punt gemaakt: de stad ontwikkelt zich en is dus niet van ‘de bewoner’ of ‘de Utrechter’ maar ook van en voor de mensen die er ooit nog komen wonen. Op zich een interessant perspectief maar ik herken er vooral het bestuurlijke mantra in dat ‘de grote opgaven voor de stad’ niet mogen worden afgeremd door NIMBY-achtige behoudzucht van hen die hun plekje al hebben.
In Amersfoort kwam ik in gesprek met een van de mensen achter het burgerinitiatief Vrienden van de Eemhaven die het debat hadden georganiseerd. Hij beschreef de participatieaanpak van de gemeente als ‘geeltjes mogen plakken op een rijdende trein’. Bestuurders en ambtenaren zijn met grote plannen bezig en die trein is al in volle vaart als jou eens wat wordt gevraagd en wat je inbrengt waait er al weer  snel vanaf. In Amsterdam ging het vooral over de vraag of het aantrekkelijk maken van de stad voor toeristen, bedrijven en investeerders nog wel te verenigen valt met de leefbaarheid van de bewoners. Ik besefte dat alle drie de verhalen iets met elkaar te maken hebben en dat veel gedoe in de stad ontstaat vanuit de vraag voor wie de gemeente eigenlijk werkt. De bestuurder die werkt aan de (concurrerende!) toekomst van de stad wil zich niet laten afremmen door ‘de oude’ bewoners die vooral hun huidige omgeving koesteren. De desbetreffende bewoners ervaren op hun beurt dat de bestuurder niet echt voor hen openstaat want die is bezig met iets groters en blijkbaar belangrijkers.  Dat leidt tot chagrijn over elkaar en dan stellen onderzoekers vast dat de kloof tussen burger en bestuur ondanks alle participatie-inspanningen maar niet af wilt nemen. Waarom slaagt de politiek er zo slecht in om die blik op de toekomst en naar buiten (‘onze stad in van iedereen’) te verenigen met de verlangens en angsten van hun kiezers? En vooral, hoe kan dit anders? (meer…)

26 februari 2018
1 reacties
, , , , ,
 

de omgevingswet is geen feest voor lokale democratie

Begin volgend jaar kiezen we nieuwe gemeenteraden. In de campagnes zal het vaak gaan over maatschappelijke tweedeling, bewonersparticipatie en de kwaliteit van de lokale democratie. Heel weinig zal het gaan over de invoering van de omgevingswet in 2019 terwijl deze behoorlijke consequenties heeft voor deze thema’s. De reden is simpel: die invoering wordt vooral gepresenteerd als een complexe technische operatie waar eigenlijk weinig politiek vuurwerk aan vastzit. Het is vooral een goednieuwsshow want we gaan immers regels vereenvoudigen, de verkokering doorbreken, initiatieven meer ruimte geven en integraler sturen op de kwaliteit van de leefomgeving.

Dat er onder deze wet grote vragen schuilgaan over tweedeling, over het eigenaarschap van de stad en over de kwaliteit van democratie en rechtsstaat wordt niet echt zichtbaar.  Er zijn twee zaken waar de politiek zich wel eens wat drukker zou mogen maken. Allereerst dat in de huidige cultuur van stadsontwikkeling de omgevingswet de burger nog machtelozer zal maken ten opzichte van de een-tweetjes tussen lokaal bestuur en de vastgoed-, grond en bouwmarkt. Eerder schreef ik daar dit verhaal al over, met adviezen om daar lokaal in bij te sturen. Daarnaast zal de omgevingswet het nog lastiger voor gemeenteraden maken om daarop bij te sturen. Deze stelling verdient wel enige toelichting omdat je daar nauwelijks iets over hoort in het debat over invoering van die wet. (meer…)

16 september 2017
2 reacties
, , , , , , , , ,
 

Lessen uit Bologna

Vorige maand was ik in Italië en ik nam de kans te baat om me te verdiepen in de praktijk van samenwerken in en aan de stad Bologna. Ik ben vooral geïnteresseerd in steden waar lokaal initiatief niet in de marge plaatsvinden van de (sterk marktgestuurde) stadsontwikkeling en van de vernieuwing van de lokale democratie maar daar mee het fundament van zijn.
Ik had de indruk gekregen dat dat in Bologna het geval is. Christian Iaione en Sheila Foster die als onderzoekers bij de aanpak in Bologna betrokken zijn voeren in een wetenschappelijk artikel onder de titel ‘the city as a commons’ deze stad op als een laboratorium voor  ‘collaborative governance’ waar burgers de stad meemaken en meebesturen. Ze zetten het af tegen de neoliberale stadsontwikkeling die zwaar leunt op een hiërarchische overheid en marktwerking. Joachim Meerkerk en Iva Punyte bouwen daar in dit artikel met praktijkvoorbeelden uit Bologna op voort. En in dit boek van de European Cultural Foundation met hetzelfde thema staat een hoofdstuk over Bologna waar het lokale bestuur de cultuur van lokaal initiatief fundeert op 1000 jaar burgerinitiatief in stad en regio, zich onder meer uitend in een grote  coöperatieve sector. Mijn verwachtingen waren al met al hooggespannen. Ik heb drie initiatieven bezocht: Dynamo (fietshub in oude parkeergarage en schuilkelders), INstabile Portezza (revitalisatie van een 30 jaar leegstaand gemeenschapscentrum) en Le Serre die Gardini Margherita (co-werkplek , voedseltuin en restaurant).
En ik voerde gesprekken met mensen die het overzicht over de stad hebben: Michel d’Alena van het Urban Center en Francesca Spigarolo van de kennisorganisatie LabGov. Wat viel me daarbij op?

(meer…)

12 juni 2017
0 reacties
, , , , , , , ,
 

Participatie tussen democratisering en professionalisering

Ik begeef me als pleitbezorger van ‘samen stad maken’ in twee werelden die op het oog alles met elkaar te maken hebben maar in de praktijk meestal langs elkaar heen leven.  Dat is de wereld van lokale democratie waar het gaat over de kwaliteit en legitimiteit van bestuur en besluitvorming (‘zeggenschap’, ‘representatie’, ‘democratisch proces’ ) en de wereld van participatie in het ruimtelijke domein waar het vooral gaat om de legitimiteit en kwaliteit van beleids- en planvorming (‘draagvlak’, ‘initiatieven faciliteren’, ‘input ophalen’).
In die eerste wereld is de actieve participatie en zeggenschap van burgers een doel, in de tweede is het betrekken van ‘de omgeving’ of ‘de stakeholders’’ (verzamelbegrippen voor bewoners, bedrijven en belangengroepen)  een middel. In de eerste wereld gaat het om de zeggenschap van burgers over hun eigen leefomgeving en over hun overheid, in de tweede wereld gaat het om de rolverdeling tussen overheid en samenleving en het draagvlak voor het overheidsbeleid bij degenen die het rechtstreeks raakt. Voor het gemak noem ik eerste manier van kijken de democratiebril en de tweede manier van kijken de draagvlakbril. (meer…)

4 maart 2017
0 reacties
, , , , , , , , ,
 

over burgertops en democratische vernieuwing

Gisteren mocht ik op de conferentie van de ministeries van BZK en BUZA en de G4 in Utrecht iets vertellen over hoe ervaringen met democratische vernieuwing in Nederlandse steden de Europese agenda van de stad (‘urban agenda’) kunnen voeden. Ik kon daarbij putten uit mijn advieswerk over democratische vernieuwing en mijn betrokkenheid bij netwerken van initiatiefnemers zoals de Utrechtse ruimtemakers en het netwerk nieuw Nederland. Gisteren gingen we op zoek naar de praktische instrumenten maar ook naar de diepere mechanismen waar je op bij moet sturen wil je kunnen spreken over democratische vernieuwing.

(meer…)

13 februari 2015
0 reacties
, , , , , , ,