Ruimtemakerblog

Ruimte maken en lichtheid brengen in de wereld van taaie systemen, drukdoenerij en ingewikkelde spelletjes is mijn specialiteit en drive. In dit blog vertel ik wat ik als adviseur meemaak en wat ik aan zwaarte en lichtheid in mijn omgeving en in de media tegenkom. Hopelijk prikkelt en inspireert het u. Graag reacties en adviezen. U kunt mij ook volgen op het twitteraccount ‘ruimtemaker’ waar blogberichten zullen worden aangekondigd: Twitter.
Frans Soeterbroek, Ruimtemaker

Tags

ambtenaren bewonersmacht burgerparticipatie collectieve intelligentie dialoog eigenaarschap gebiedsatelier gebiedsontwikkeling geluk gemeenteraadsverkiezingen ketenomkering knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie participatiesamenleving publiek domein regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld tegenkracht tijdelijkheid Utrecht Utrechtse Ruimtemakers vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak zelfsturing Zwolle
 

Iedereen is een strateeg

Recent kreeg ik de vraag om voor de gemeente Almere iets te vertellen over de rol van bewoners/burgers in het strategisch vermogen van de stad. Dat vond ik een fijne vraag omdat we eigenlijk nooit zo naar burgerparticipatie kijken. In mijn kruistocht tegen een vrijblijvende aanpak van participatie ben ik gaan stoeien met het concept van collectieve intelligentie of collectieve wijsheid. Het vermogen om kennis, betrokkenheid en probleemoplossend vermogen vanuit de samenleving aan te boren.  Dat komt wel in de buurt van het idee van strategisch vermogen en was ook de aanleiding om me hiervoor te vragen.
Ik heb een boekje dat ik ruim 20 jaar geleden met anderen schreef over het strategisch vermogen van Rijkswaterstaat eens uit de kast gepakt. Wat zou daar al in staan over de rol van burgers in het strategisch vermogen? De centrale thema’s uit die analyse zijn denk ik een interessante kapstok voor dit vraagstuk. Het gaat achtereenvolgens om ‘de antenne voor zwakke signalen voor verandering’, ‘het organiseren van tegendraadsheid ten opzichte van je eigen (verkokerde) logica’, ‘een groot en divers reservoir aan kennis tot je beschikking hebben’ en ‘intensief strategisch grensverkeer tussen de overheidsorganisaties, politiek en samenleving’.  Ik zal hieronder die vier thema’s koppelen aan de rol van burgers.  

Over antennes, gedeelde betekenisgeving en strategie in actie
Die antennemetafoor gaat er van uit dat je de signalen van en voor verandering als overheid moet zien op te vangen en om moet zetten in beleid, planvorming en acties. Anders loop je achter de feiten aan en raak je de burger uiteindelijk kwijt. De invulling die dit doorgaans krijgt in de richting van burgers: ‘ophalen wat er leeft’ via onderzoeken, klankbordgroepen, creatieve sessies en inloopavonden.   

Daar zitten 3 grote denkfouten in. Allereerst is het ophalen nooit een pure vorm van opvangen wat er in de samenleving aan de hand is. Integendeel, er is altijd sprake van ‘wat je er in stopt krijg je er uit’ door de manier van vraagstellen en methode van werken. En zeker ook door het proces van sociale besmetting waardoor dezelfde modieuze thema’s overal rondzingen en opduiken. Juist de zwakke signalen die grote veranderingen aankondigen haal je er zo niet is. Dat is ook waarom er vaak zo’n mengeling van geruststelling en teleurstelling is over de oogst die  wordt opgehaald : dat wisten we eigenlijk al! 
Ten tweede is er bij strategievorming zelden sprake van objectieve noodzaak iets te doen maar gaat het om interpretatie en selectie van wat relevante signalen zijn. Het gaat om een proces van gedeelde betekenisgeving, in feite een politiek/maatschappelijk proces. Daarom is dat ophalen ook zo’n foute metafoor want het miskent de noodzaak om samen tot een werkbaar beeld van de werkelijkheid en van de bijbehorende strategie te komen. Daarvoor moet je ook samen op onderzoek uit (‘joint fact finding’ noemen ze dat in de wetenschap) en heb je dialoog nodig. Dat lukt dus niet als je als overheid de meningen en ideeën van bewoners gaat ophalen maar wel als je er mee samenwerkt en samenleeft. 
En ten derde: het ophalen past bij een vrij achterhaalde visie op strategievorming. Namelijk die van onderzoeken ==> formuleren van beleid ==> uitvoeren van beleid. In het denken over strategie is niet ten onrechte de school van ‘emergente strategie’ of ’strategie in actie’ al enige decennia de dominante manier van denken. Die komt er op neer dat strategie niet vooraf gaat aan acties maar er mee vervlochten is. De wereld is te complex en turbulent om dat keurig uit elkaar te halen en achter elkaar te zetten. Dan tellen de korte lijnen tussen overheid en burger enorm want de ruis en het tijdsverlies tussen ophalen, strategievorming en actie is funest. Kortom drie argumenten om geen antenne in de vorm van onderzoek en ‘ophalen’ tussen overheid en samenleving te plaatsen maar om die antenne samen te maken. Dus hou op met allerlei onderzoekers en externe begeleiders tussen jou (overheid) en hen (de burger) te zetten maar nestel je in de samenleving en maak samen een nieuwe werkelijkheid.

Over tegenkrachten, onbevangenheid en strategische reservoirs
Het is makkelijk en snel gezegd en ik hoor het vaak binnen de overheid: je moet zorgen dat er mensen zijn die je scherp houden en tegen de heersende trend ingaan. Mijn eigen ervaring is dat de overheid daar slecht in is. Alles is er op gericht om wat fricties en gedoe kan geven te dempen en iedereen die het de overheidslogica en de politieke consensus lastig maakt worden vooral genegeerd of ongevaarlijk gemaakt. Onvrede waar men niet omheen kan (zoals de tweedeling, onbetaalbare woningen, afwentelen klimaatkosten op de burger, de afstand overheid- burger) wordt zo snel mogelijk omgezet in verzachtende maatregelen. Het leidt echter zelden tot een diepgaande reflectie op de onderliggende systemen die dit veroorzaakt of tot het mobiliseren van de samenleving om dit aan te pakken. 

Misschien helpt het om het niet steeds over tegenkrachten te hebben maar over de kracht van onbevangenheid. Mensen die niet besmet zijn met de logica van de systeemwereld en via ‘domme’ vragen en naïef optimisme vaak precies de vinger op de zeker plek leggen. Het is me opgevallen dat bij alle voorbeelden die ik ken van succesvolle burgerinitiatieven de betrokkenen vaak achteraf zeggen dat het succes vooral te danken is aan hun (aanvankelijke) onwetendheid over die systeemwereld. Onbevangenheid is dus een grote strategische kwaliteit die beter benut kan worden maar helaas botst op het idee dat strategisch vermogen een bijzondere expertise vergt. 
Ik merk sowieso dat er nog altijd meer ontzag bij onze overheid is voor experts van buiten dan voor de eigen bevolking. Liever ‘inspirerende en losmakende verhalen’ en ‘frisse dwarsdenkers’ van ver weg halen dan het omhelzen van de schurende en onbevangen inbreng van bewoners. Dat maakt het denken over de noodzakelijke tegengeluiden te vrijblijvend en in essentie ook ondemocratisch. Hier zijn een paar dingen nodig om dit echt anders te doen. Allereerst de lef om het schurende verhaal en de onbevangen blik in de samenleving op te zoeken in plaats van er van weg te lopen. Vervolgens zorgen dat er een veelstemmig gesprek ontstaat waarbij de burger niet als aparte categorie wordt behandeld los van marktpartijen, deskundigen, belangengroepen en bestuurlijke partners. 

Dat brengt me op het het concept van het bouwen aan een groot strategisch reservoir. De essentie daarvan is vooral dat je vele vormen van kennis, betrokkenheid en belangen met elkaar dingen laat onderzoeken, bespreken en bedenken. Met alleen maar bewonersinbreng heb je geen strategisch reservoir maar slechts een burgerparticipatievijver. Ieder zijn eigen proces is dodelijk voor strategievorming. Een strateeg die de verschillende werelden niet weet te verbinden maar ze alleen gebruikt als voeding voor zijn eigen slimheid doet zijn werk niet goed.

Over de strategische tussenruimte in het publieke domein
Het strategisch grensverkeer tussen samenleving, politiek en overheidsorganisatie is niet bepaald vanzelfsprekend. We zijn er allemaal in getraind om de piketpalen te benoemen tussen die 3 sferen: wat doet de politiek, wat is voor de overheidsorganisatie en wat kunnen ze ‘overlaten’ aan de samenleving? In mijn beeld vormen deze 3 sferen tezamen de publieke zaak en hebben ze elkaar hard nodig. Dus geen technocratische en bedrijfsmatige blik op strategievorming (‘mijn functie binnen de organisatie’) maar een dienstbare en activerende rol in het publieke domein. Strategen in overheidsdienst moeten het juist tot hun kerntaak rekenen om die werelden elkaar te laten versterken. Eigenlijk zou je strategische functies in een soort tussenruimte tussen die drie sferen moeten plaatsen.
Een spannend experiment daarmee is dat van stadslabs als vrije ruimte waarin die sferen elkaar kunnen ontmoeten. Pijnlijk is echter wel dat van de 50 stadslabs die met dat oogmerk de afgelopen jaren met steun van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie zijn opgezet er 49 functioneren zonder actieve betrokkenheid van de gemeente. Voor mij het bewijs dat overheden slecht in staat zijn om die tussenruimten op te zoeken als ze niet vanuit hun eigen logica en instrumenten voortkomen. 
In Utrecht hadden we een vergelijkbare ervaring. Het stadsinitiatief dat we zijn gestart vanuit de Utrechtse Ruimtemakers om ons in een aantal gebieden actief te bemoeien met de gebiedsontwikkeling leidde vooral tot moeizame discussies over ieders rol. We zijn er niet in geslaagd de gemeentelijke organisatie te verleiden tot het bouwen van zo’n nieuwe tussenruimte en werden feitelijk gedoogd zonder dat de gemeente de eigen werkwijze aanpaste. Op grond van die ervaring hebben we adviezen opgesteld waarin we ook een actievere betrokkenheid van de politiek in de gebieden bepleiten. 

Een bemoedigender voorbeeld vond in recent in Groningen in de wijk Selwerd. Daar is mede op initiatief van de gemeente een wijkbedrijf opgericht die op een mooie manier die tussenfunctie vervult. Recent is een gebiedsregisseur aangesteld, niet bij de gemeente maar bij het wijkbedrijf en je ziet gelijk dat deze ook door bewoners en andere partners van de gemeente wordt beschouwd als hun eigen wijkregisseur.  
Ander voorbeeld : bij het spectaculaire burgerinitiatief Holwerd aan Zee is 1 van de 4 initiatiefnemers een ambtenaar van de gemeente. Niet in zijn vrije tijd maar gewoon in zijn werkrol. Ik heb eigenlijk nog nooit iemand horen zeggen dat dit raar is. Feitelijk vormt het initiatief ook zo’n tussenruimte tussen de verschillende sferen. Het kan dus wel, zo’n vrije tussenruimte maken en hopelijk nemen veel gemeenten hier een voorbeeld aan.
Ik zie beide benaderingen (strategievorming als overheidstaak en strategievorming in de ruimte tussen politiek, overheidsorganisatie en samenleving) als communicerende vaten. Hoe meer de overheid strategievorming beschouwd als iets interns en afschermt van politiek en samenleving hoe groter de druk zal worden om alternatieven voor deze praktijk te creëren onder noemers als stadslabs, wijkbedrijf, co-creatie en democratische vernieuwing. Dan zal via die weg de strategische functie wordt gedistribueerd en gedemocratiseerd en maken strategen die zich terugtrekken op hun expertrol zichzelf overbodig.

Vernieuwing van de strategische functie in het publieke domein
Waar leiden deze bespiegelingen toe? 
Allereerst tot het inzicht dat zowel de kwaliteit van de strategievorming als de kwaliteit van de democratie te lijden hebben van een statische visie op strategievorming waarbij de expert signalen uit de samenleving ophaalt en vervolgens omzet in beleid. Deze technocratische invulling van de strateeg als expert waar alle lijnen samenkomen is ook een van de redenen waarom het chagrijn over de geringe betekenis van burgerparticipatie zo hardnekkig is. De onbevangenheid van burgerinitiatief en de maatschappelijke tegendruk worden ten onrechte niet of nauwelijks gedefinieerd als onderdeel van het strategisch vermogen. 
Voor mij staat als een paal boven water dat de burgers van dit land onmisbaar onderdeel zijn van het strategisch reservoir voor de publieke zaak. We moeten afleren om een harde knip te maken tussen overheid en samenleving maar juist nieuwe tussenruimten vinden voor wat ik strategisch grensverkeer en collectieve intelligentie heb genoemd. 

Steden die zich voor laten staan op democratische vernieuwing en ‘samen stad maken’ kunnen er dan ook niet omheen hun strategiefuncties te vernieuwen naar iets dat recht doet aan benaderingen als ‘strategie in actie’, ‘de samenleving als strategisch reservoir’, ‘het publieke domein als strategische tussenruimte’ en ‘strategievorming als collectieve intelligentie’. Geef dus binnen de overheid alleen mensen een kaartje waarop strateeg staat als ze deze manier van denken en werken in de vingers hebben of proberen te krijgen.  Of nog beter, laten we uitgaan van de ultieme consequentie van collectieve intelligentie: iedereen is een strateeg! 

18 februari 2019
0 reacties
, , , , , , ,
 

Een grafrede voor participatie

(onderstaande tekst heb ik uitgesproken op de wethoudersmanifestatie ‘grensverleggers’ van Architectuur Lokaal op 29 november 2018)

Ik moet u wat bekennen. Ik heb eigenlijk een grote hekel aan participatie. Vooral omdat ik er inmiddels zoveel foute associaties bij heb dat het woord voor mij besmet is geraakt. Ik wil die oude participatiepraktijk daarom vanmiddag feestelijk met u begraven.
Ik wil niet meer meewerken aan de kruideniersparticipatie van verwachtingsmanagement en participatieladders. De angstige houding van ‘o wee als mensen toch eens het idee zouden kunnen krijgen dat ze echt wat te beslissen hebben!’
Of de inloopavondparticipatie waar er besmuikt wordt gesproken over de ‘usual suspects’ waarvan je allang weet wat ze gaan zeggen.
De geeltjesplakparticipatie van het openhalen van dromen, wensen en ideeën en dan geen flauw idee hebben wat je met die oogst aan moet.
De ‘het moet wel leuk zijn’-participatie waar ieder scherp gesprek in de kiem wordt gesmoord omdat om 3 uur de inspiratiesessies ‘omdenken’ en ‘beleidsbingo’ beginnen.
De koekoeksklokparticipatie van veel te lang in het stadskantoor zitten schaven aan kaders, dan te laat en de kort naar buiten om nog wat input op te halen en dan onder het motto ‘dat nemen we mee’ gauw weer naar binnen en de deurtjes dichtdoen.
De afschuifparticipatie van laat ontwikkelaars en adviesbureaus het gesprek maar voeren dan hoeven wij onze handen en er niet aan te branden.
De ‘aai over de bol’-participatie waarbij we pluimen uitdelen aan betrokken burgers maar  hen geen plek gunnen binnen onze eigen systemen en werkwijzen.
De afvinklijstparticipatie van ‘dat hebben we gelukkig ook weer gehad, nu kunnen we weer gewoon aan het werk en in andere kamers de echte zaken gaan doen.’
De braaftaalparticipatie waarbij alles wat de strijd om, en liefde voor de leefomgeving interessant en schurend maakt wordt gesmoord in zielloze proces- en beleidstaal. (meer…)

30 november 2018
21 reacties
, , , , , ,
 

Onmogelijke opdrachten maak je met de stad

Vandaag was ik bij de presentatie van het plan voor de bebouwing van het Smakkelaarsveld in Utrecht. Op de sociale media zie ik (terecht) veel waardering voor deze bijna onmogelijke opdracht. Een ingewikkelde plek ingeklemd tussen autoweg, superdruk fietsverkeer, water, spoor, tram- en busbanen. En gestapelde eisen rond wonen, publieke toegankelijkheid, groen, rust, vertier, kunst, geluidsnormen, fijnstofnormen, verkeersafwikkeling enzovoorts. Ook nog met een pijnlijke geschiedenis van niet gerealiseerde plannen. De gemeenteraad had nog de opdracht meegeven dat dit toch echt een fijne plek voor de stad moest worden. En zoals iemand het uitdrukte ‘ het leek er soms op dat we hier alles goed moesten maken van wat elders in het stationsgebied niet was gelukt’. Met name het feit dat de opdracht van het referendum uit 2002 om een groen stationsgebied te realiseren op zijn zachtst gezegd nog niet zo goed gelukt is mocht zich hier niet herhalen. (meer…)

7 september 2018
7 reacties
, , ,
 

Verhalen Frans Soeterbroek 2018

 

Inleidingen Frans Soeterbroek 2018
  datum Thema
Aftrap wethouderscongres van Architectuur Lokaal Utrecht, 29 november Ontwerpen aan de stad, participatie en democratie
Presentatie voor wethouders gemeente Amsterdam Amsterdam, 23 november De omgevingswet en samen stad maken
Inleiding dag van de democratie

gemeente Groningen

Groningen, 20 november Vernieuwing in de wijkontwikkeling
Aftrap avond over medeopdrachtgeverschap bewoners rond energie Amsterdam, 13 november Bijsturen op de ongelijke machtsverhouding tussen collectieven en marktreuzen
Key note manifestatie RVO over omgevingswet en sociale innovatie ‘s-Hertogenbosch 13 november De omgevingswet en sociale innovatie
Aftrap discussie bij de Binckhorstafel Den Haag,

12 november

De omgevingswet en lokale gebiedsontwikkeling
Key note nationaal verkeerskunde congres ’s-Hertogenbosch,

1 november

Maatschappelijke sturing in de wereld van mobiliteit
Masterclass woonevent provincie Overijssel Almelo, 31 oktober Maatschappelijke gebiedsontwikkeling
Key note deelcongres samenwerkende stad  op festival Dag van de Stad Amersfoort,

29 oktober

De samenwerkende stad tussen regio en buurt
Key note conferentie maatschappelijke gebiedsontwikkeling Haarlem 20 september Maatschappelijke gebiedsontwikkeling

(meer…)

3 september 2018
0 reacties
 

Worden we met z’n allen gelukkiger van lokaal initiatief?

{Onderstaande tekst sprak ik gisteravond uit bij een bijeenkomst ‘waar begin je aan?’ over zelfbouw en mede-opdrachtgeverschap bij woningbouw  georganiseerd door Architectuur Lokaal.}

Ik hoor het initiatiefnemers die moeten ploeteren te midden van procedures, regels, geldzorgen en tegenvallers vaak zeggen: ‘als ik van tevoren geweten wat er allemaal bij komt kijken dan was ik er niet aan begonnen.’ Gelukkig volgt daar meestal de relativering achter: ‘maar ik ben blij dat ik dat niet wist want het was het uiteindelijk wel waard om te doen.” Het is een avontuur met een grote aanslag op je zielenrust en een onzekere beloning. Ik ben zelf opdrachtgever van zoiets simpels als de bouw van een klein vakantiehuisje en daar heb ik al slapeloze nachten van. Petje af voor jullie. De beweging van zelfbouw heeft nog een beperkte omvang maar is wel groeiende.
Zo hoorde ik 2 maanden geleden dit op de Radio: ‘De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland meldde deze week dat meer dan 11 procent van de nieuw gebouwde huizen vorig jaar een zelfbouwhuis was. Zelfbouw is niet alleen lucratiever voor beleggers en bewoners, het schept ook de voorwaarden voor meer geluk en gezondheid voor de bewoners en gebruikers. Dat betekent wel iets voor hoe je het in de bouw aanpakt met elkaar.”

De hamvraag is of steden meer ruimte willen maken voor dit geploeter dat uiteindelijk toch tot iets van geluk lijkt te leiden terwijl ontwikkelaars ons alles op een presenteerblaadjes lijken aan te reiken. (meer…)

13 juli 2018
0 reacties
 

Het leed dat conferentie, congres of symposium heet

Scene 1
“Goedemorgen allemaal, hebben we er een beetje zin in vandaag? …. Nou dat is nog wel wat lauwtjes, nog een keer, HEBBEN WE ER EEN BEETJE ZIN IN? Ik zie het al, u moet allemaal nog wat warmdraaien. Ga even allemaal staan, ja goed zo, armen omhoog, en even heen en weer zwaaien,.. ja dat gaat al beter. En nu allemaal even linksom draaien en met uw buurman of buurvrouw uitwisselen wat u vandaag komt halen en brengen…….”

(meer…)

27 juni 2018
0 reacties
 

Een fijne stad maken vergt strijd en gemeenschapsvorming

Ik merk dat mijn pleidooien voor het aan elkaar koppelen van het bouwen van de stad en het bouwen aan gemeenschappen en sociaal kapitaal voor veel mensen in de wereld van stadsontwikkeling een nieuw perspectief oplevert. Zo kijken ze er meestal niet naar. Wanneer je dat wel consequent doet kantelt ook je beeld over hoe je een leefbare en inclusieve stad ontwikkelt. Daarom blijf ik de goede voorbeelden daarvan zoeken en deel ik die graag met iedereen. De afgelopen weken vond ik weer een paar mooie.

(meer…)

1 juni 2018
2 reacties
, , , ,
 

Wat gaat er schuil achter het containerbegrip participatie?

onderstaande column schreef ik voor het blad Architectuur Lokaal nr 91, voorjaar 2018 

Weg met het P-woord

Vaak word ik gevraagd om iets te vertellen of te adviseren over participatie. Even zo vaak fantaseer ik er over hoe fijn het zou zijn als dit P-woord nooit zou zijn bedacht of in de strijd tegen leeg jargon niet meer zou worden gebruiken. Dan zouden we veel preciezer moeten praten over de zaken die onder dit containerbegrip schuilgaan en er echt toe doen.
Om te beginnen het mobiliseren van collectieve intelligentie waarbij de kennis die wij als betrokken burgers en experts samen hebben bij elkaar wordt gebracht en om wordt gezet in beleid en plannen. Denk aan fenomenen als stadslabs, burgerjury’s, buurttafels en stadsgesprekken. (meer…)

29 mei 2018
0 reacties
, , ,
 

Zet eens een schaftkeet neer in plaats van een plan te maken

Het is op dit moment een van lastigste vragen in de wereld van stads- en gebiedsontwikkeling: welke ruimte blijft er voor een meer organische (dingen laten ontstaan, ruimte voor experiment, geleidelijke groei) en maatschappelijke (bottom up, democratisch proces, maatschappelijk waarden centraal, baten ten gunste van de gemeenschap) aanpak nu de druk zo groot is om snel en grootschalig te bouwen. De planningsmachine draait op een hechte band tussen overheid en ontwikkelaars/bouwers en drukt die alternatieve benaderingen naar de marge.
Tijd om te onderzoeken of het echt niet anders kan en hoe dan. Vorige week kreeg ik die kans op twee plekken. Ik mocht meedenken over de gebiedsstrategie voor de Tippe, de volgende bouwfase van VINEX-wijk Stadshage in Zwolle en ging twee dagen later met 25 Utrechtse ambtenaren op bezoek in de nieuwbouwwijk Oostwold in Almere.

Voor de Tippe gingen we op zoek naar een nieuwe mix van programmatisch en organisch  ontwikkelen en in Oosterwold zagen we wat het betekent om de ontwikkelketen radicaal om te draaien. Pionierende zelfbouwers ontwikkelen zelf (uiteindelijk 15000) woningen en een nieuwe gemeenschap inclusief aanleg van wegen, stadslandbouw, energievoorziening, waterbeheer, een afvalstoffensysteem en gemeenschapsvoorzieningen. Wat valt uit beide praktijken te leren? (meer…)

29 maart 2018
0 reacties
, , , , ,
 

Geeltjes plakken op een rijdende trein

Deze maand was ik kort na elkaar bij drie politieke debatten over de ontwikkeling van de stad. In Utrecht ging het over wonen, in Amerfoort over de toekomst van de Eemoevers en in Amsterdam over de vraag ‘van wie is de stad’ naar aanleiding van dit boek. In het Utrechtse woondebat stond op een gegeven moment wethouder Paulus Jansen op en die vroeg wie er van de aanwezigen in Utrecht was geboren. Zo’n 15 tot 20 % stak de hand op en de wethouder ging tevreden weer zitten. Hij had zijn punt gemaakt: de stad ontwikkelt zich en is dus niet van ‘de bewoner’ of ‘de Utrechter’ maar ook van en voor de mensen die er ooit nog komen wonen. Op zich een interessant perspectief maar ik herken er vooral het bestuurlijke mantra in dat ‘de grote opgaven voor de stad’ niet mogen worden afgeremd door NIMBY-achtige behoudzucht van hen die hun plekje al hebben.
In Amersfoort kwam ik in gesprek met een van de mensen achter het burgerinitiatief Vrienden van de Eemhaven die het debat hadden georganiseerd. Hij beschreef de participatieaanpak van de gemeente als ‘geeltjes mogen plakken op een rijdende trein’. Bestuurders en ambtenaren zijn met grote plannen bezig en die trein is al in volle vaart als jou eens wat wordt gevraagd en wat je inbrengt waait er al weer  snel vanaf. In Amsterdam ging het vooral over de vraag of het aantrekkelijk maken van de stad voor toeristen, bedrijven en investeerders nog wel te verenigen valt met de leefbaarheid van de bewoners. Ik besefte dat alle drie de verhalen iets met elkaar te maken hebben en dat veel gedoe in de stad ontstaat vanuit de vraag voor wie de gemeente eigenlijk werkt. De bestuurder die werkt aan de (concurrerende!) toekomst van de stad wil zich niet laten afremmen door ‘de oude’ bewoners die vooral hun huidige omgeving koesteren. De desbetreffende bewoners ervaren op hun beurt dat de bestuurder niet echt voor hen openstaat want die is bezig met iets groters en blijkbaar belangrijkers.  Dat leidt tot chagrijn over elkaar en dan stellen onderzoekers vast dat de kloof tussen burger en bestuur ondanks alle participatie-inspanningen maar niet af wilt nemen. Waarom slaagt de politiek er zo slecht in om die blik op de toekomst en naar buiten (‘onze stad in van iedereen’) te verenigen met de verlangens en angsten van hun kiezers? En vooral, hoe kan dit anders? (meer…)

26 februari 2018
1 reacties
, , , , ,