Over coalities voor de publieke zaak, zachtzinnig veranderen en democratische planprocedures

Reflectie op  het boek ‘Wij zijn de stad’ van Floor Milikowski
Pakhuis de Zwijger, 14 april 2022

De zelfbewuste titel van Floor’s boek ‘wij zijn de stad’ moest ik na lezing van het boek toch weer voorzien van een maar; ‘maar het wordt ons niet makkelijk gemaakt’. Het boek beschrijft aan de hand van levende verhalen de maar al te bekende worsteling van eigenzinnige en gedreven initiatiefnemers met de aloude logica van de gemeente. Hoe komen we dan wel naar een uitroepteken achter de titel in plaats van een maar?
De stevige peiler ‘samen stad maken’ in de kersverse omgevingsvisie van Amsterdam biedt mooie aanknopingspunten en hoopvol is ook dat wethouder Marieke van Doorninck overal vertelt dat ze dat het belangrijkste deel van de omgevingsvisie vindt. Lees en vooral benut de instrumenten die daarin staan. Eerlijk gezegd is de kans ook groot dat het geduldig papier blijft als we niet aan een aantal grote sturingsvraagstukken gaan werken. 

Daarvoor ga ik even terug in de tijd. Van 2009 tot 2011 begeleidde ik de samenwerking tussen het Rijk, de steden met Vogelaarwijken en Aedes in het kader van de wijkenaanpak. Ik heb de oogst daarvan overigens in een boekje beschreven, nog steeds actueel. Ik kijk met weemoed op die periode terug want toen was er echt de spirit om de wijkaanpak goed in die wijken te verankeren. De komst van het eerste kabinet Rutte eind 2010 heeft veel verpest. De wijkaanpak moest de nek om worden gedraaid omdat het werd geassocieerd met de PvdA. De steden trokken hun beste projectleiders weer terug uit de wijkaanpak.  De corporaties werden gekneveld en trokken zich terug uit de offensieve wijkaanpak. En met de zeggenschap van bewoners over hun eigen leefomgeving is het ook niet echt goed afgelopen. 

Ik heb 3 grote lessen uit die periode geleerd waar we vandaag de dag veel aan zouden hebben.

Organiseer de publieke zaak beter
Allereerst de kracht van het organiseren van de publieke zaak in samenspraak tussen overheid, corporaties, buurtbewoners, maatschappelijk ondernemers en de publieke instituties in de wereld van welzijn, zorg, onderwijs en veiligheid. Dat waren de belangrijkste actoren toen. We hadden het eigenlijk nooit over marktwerking, projectontwikkelaars en beleggers. Dat kwam deels omdat het de tijd was van de financiële crisis en de ontwikkelaars op hun gat gingen zitten wachten tot het grond en panden weer meer waard werden. Maar ook zat hier het waardenmodel onder dat de partijen die de publieke zaak/het collectieve belang stutten de lijn uitzetten en de markt meer een uitvoerende rol toekomst. Dat besef zijn we kwijt geraakt de afgelopen jaren en dat komt niet alleen door een rechtse politiek wind. Zowel gemeenten als corporaties zijn zwaar gaan leunen op de ontwikkelaars.  In Amsterdam is dat ook gaande maar gelukkig niet zo sterk als in Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Daar zie ik hoe wijk voor wijk en top down door corporaties, ontwikkelaars en gemeenten sloop-nieuwbouwplannen worden gemaakt om te mengen en te verdichten waar die wijken echt niet beter van worden. Mijn oproep is dan ook de publieke zaak/ het collectieve belang weer beter te gaan organiseren en daar alle krachten in buurten en wijken voor de mobiliseren. Weg van de dominantie van de marktwerking en van dat suffe participatiebeleid.

Zet in op zachtzinnige verandering
Tweede les: wanneer je niet in termen van marktwerking, gebiedsexploitaties en businesscases praat en meer vanuit de logica van de leefwereld ontstaat er ruimte voor een ander ontwikkelmodel voor de stad en de buurt. Veel organischer, stap voor stap werkend en respectvol voor alles wat er al is. Ik noem dat ook wel oneerbiedig knutselen als contrast met de taal van gebiedsprogrammering.
De alom geliefde Jane Jacobs heeft daar treffende dingen over geschreven. Over de tegenstelling tussen geld voor geleidelijke en geld voor ingrijpende verandering (later ook ‘lawinekapitaal’ genoemd). Jacobs stelt dat het geldsysteem innig vervlochten is met het denken van stedenbouwers en dat ze beiden een voorkeur hebben voor grote ingrijpende veranderingen die veel geld in roulatie brengt. In het New York van haar tijd ging dat over verkrotting en slopen van volksbuurten om via grote projecten te bouwen aan een andere stad. Citaat “omdat dit geld zo’n krachtig instrument is, vergaat het onze steden zoals het dit geld vergaat’. Haar voorkeur ging uit naar dat geleidelijke geld dat niet alleen een wapen is tegen sloop en afbraak maar ook aansluit bij het natuurlijke manier waarop buurten zich ontwikkelen: ‘instrumenten waarmee voortdurende, geleidelijke, complexe en zachtzinnige verandering wordt bekostigd’.
 Laten we vooral veel beter leren hoe we verandering zachtzinnig voor elkaar krijgen. 

Bouw het  PLABERUM om tot DESWO
Derde les: bij de evaluaties van die wijkenaanpak was het belangrijkste kritiekpunt dat te veel geld is verspild in wat de projectencarrousel is gaan heten. Allemaal pilots, experimenten en proeftuinen waarvan de resultaten en de netwerken weer verdampten toen het geld op was. Ik heb sindsdien een grote hekel gekregen aan de neiging om elke vernieuwing als experiment op te pakken.  Niet alleen omdat de resultaten snel verdampen maar ook omdat het een alibi is om niet gelijk aan de systemen te gaan sleutelen. ‘Eerst maar eens uitproberen’ betekent in de praktijk dat de klassieke manier waarop ingrepen in wijken en buurten worden gepland (topdown, primaat bij professionals, gestuurd door het grote geld, bewoners te laat betrokken, te weinig ruimte voor lokaal initiatief) gewoon weer doorgaat. Ik heb 3 jaar terug de wethouders van Doornick en Groot Wassink geadviseerd over hoe de omgevingswet te verbinden met een democratische agenda. Daar vielen ook al snel weer de termen ruimte bieden, uitproberen en experimenteren. Ik heb hen geadviseerd  tegelijkertijd aan de systemen te gaan sleutelen, te beginnen bij het plan en besluitvormingsproces ruimtelijke maatregelen beter bekend als PLABERUM. Want de daarin uitgewerkte procedures lokken een aanpak waarin bewoners worden terugdringen tot in een laat stadium vrijblijvend mogen meepraten over de plannen van gemeente en markt uit. mogen Dat vonden ze echt nog een brug te ver maar ik lees de werking van dat PLABERUM helaas steeds tussen de regels van Floors boek. Ik hoop dan we vanavond naar de nieuwe raad de boodschap kunnen afgeven: zet dat PLABERUM om naar het DESWO: Democratische stads- en wijkontwikkeling.
Wat mij betreft staat er in dat DESWO dat de publieke zaak centraal staat, actieve buurtbewoners vanaf het prille begin meedenken, mee onderzoeken en meesturen en dat elke beleidsvernieuwing en planontwikkeling in en vanuit de wijken wordt opgebouwd. 

Afrondend: om ‘wij zijn de stad’ van een uitroepteken te voorzien helpt het om weer stevige coalities voor de publieke zaak te bouwen, buurten te mobiliseren i.p.v. te laten participeren, vaker te kiezen voor knutselen en zachtzinnige verandering en dat ‘samen stad maken’ ook in planprocedures in te bouwen.  

Hier de link naar de registratie van de bijeenkomst https://www.youtube.com/watch?v=Xt6JIa0EtEI


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*