participatie

Tags

ambtenaren Amsterdam burgerparticipatie collectieve intelligentie community democratische vernieuwing eigenaarschap gebiedsontwikkeling gemeenteraad gemeenteraadsverkiezingen knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling maatschappelijke zelfsturing menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie publiek domein publieke zaak regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld technocratie tijdelijkheid Utrecht vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak wonen zelfsturing Zwolle
 

De NIMBY is dood, leve de ROHAC

(Dit is een voorpublicatie van het essay van Frans Soeterbroek dat rond de zomer zal verschijnen over ‘verdichten met bewoners’)

Het is een van de spannendste vragen in bestuurlijk en bouwend Nederland: hoe om te gaan met verzet van de NIMBY (‘Not in My Back Yard’) tegen al die grote opgaven en transities. Er bestaat veel angst dat bewoners die deze plannen in hun spreekwoordelijke achtertuin zien landen zand in de machine gaan strooien. Er wordt al angstig gesproken over de NIMBY 3.0: de hoogopgeleide, goed geïnformeerde en veel tijd bezittende mens die alles uit de kast zal halen om uit puur eigenbelang de urgente opgaven waar ons land voor staat te torpederen. 

De verleiding voor overheden is groot om te vervallen in een regenteske mentaliteit van ‘dan maar zonder u’ . Of iets subtieler hen de pas afsnijden via tactisch spel: informatie en alternatieven achterhouden, overdreven volumineuze plannen presenteren zodat er wat concessies kunnen worden gedaan (‘kijk we halen er 2 verdiepingen af’), afkopen van weerstand, verdeel en heers spelen en gemeenteraden chanteren met het risico van tijdverlies, oplopende kosten en schadeclaims van bedrijven. Daarmee wordt ook slechte plannen er doorheen gerommeld en verliezen de burgers van dit land steeds meer het vertrouwen in hun eigen overheid. Geen aantrekkelijk perspectief. Laten we eens kijken of dat niet anders kan en of er geen alternatief is voor dat cynisch beeld van de NIMBY. 

De onmisbare conserverende kracht van bewoners
Conform het beeld over de NIMBY blijken bewoners meestal niet blij met plannen die in hun buurt landen. Ze vrezen meer druk op de open ruimte, minder groen, beperkter uitzicht, meer schaduw en wind, minder vrij uitzicht, dichter komen te wonen op (nog onbekende) buren, meer parkeerdruk en verkeersonveiligheid, overlast, mogelijke waardedaling van hun huis, de sloop van nog goede woningen en van waardevol erfgoed. Het leidt tot een defensieve reflex, nog versterkt door het feit dat men zich door plannen van overheid en markt overvallen voelt en de kans er invloed op uit te oefenen gering lijkt. 

Het is maar goed ook dat bewoners die reflex tonen als tegenwicht voor een overheid die zich in nauwe samenspraak met ontwikkelaars en corporaties in een bouwdrift heeft gestort waar de logica van businesscases en gebiedsexploitaties regeert. De plannen leunen zwaar op de belangen van ontwikkelaars, zijn slecht ingebed in een breder verhaal, te gemakzuchtig over verkeerseffecten, te weinig voortbouwend op wat er al is, matig qua ruimtelijke kwaliteit en meervoudig ruimtegebruik, opportunistisch geschreven op de Haagse geldpotten enzovoorts. Bewoners zijn daartegenover de beste zorgdragers voor ons erfgoed, ambassadeurs van een gezond leven, motoren achter lokale gemeenschappen, bewakers van de draagkracht van hun leefomgeving en van de plekken die voor hen betekenis hebben. Zij vertegenwoordigen het echte leven, de directe ervaring en een sociale insteek bij ruimtelijke vraagstukken en zijn dus nodig om echt de goede plannen te maken.

Vanuit democratisch oogpunt en vanuit de zorg voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving (vastgelegd in de grondwet en de omgevingswet) kunnen we niet zonder bewoners die niet zomaar alles wat op ze afkomt accepteren. En de verhoudingen zijn al behoorlijk scheefgetrokken omdat het burgers nauwelijks lukt plannen van overheid en markt echt bij te sturen, hooguit te vertragen. De zelfreflectie van de rechtelijke macht en de Raad van State naar aanleiding van de toeslagenaffaire leidde tot de conclusie dat het burgerbelang ook daar het onderspit delft. Het advies is plannen meer vanuit het evenredigheidsbeginsel te bekijken: zijn de plannen wel in verhouding tot wat je als overheid je burgera aan mag doen?
Dat zou ook veel meer de insteek moeten zijn bij procedures over ruimtelijke plannen. Dan helpt het wanneer we die kritische burger steunen en niet wegzetten als NIMBY.

De burger kijkt verder dan de achtertuin
Een groot misverstand is dat bewoners geconfronteerd met plannen die in hun leefomgeving landen zouden blijven hangen in tegenargumenten of alleen maar een simpel nee. Wanneer bewoners bij elkaar komen vanuit weerstand tegen die plannen blijken de gecombineerde ervaring, intelligentie en nuances meestal van een hoog niveau te zijn. En de burgers van dit land willen zich meestal ook niet laten opsluiten in het NIMBY-frame. Men gaat op onderzoek uit om de eigen horizon te verbreden.    

Men stuit dan al snel op inconsistenties in het beleid en de plannen: ‘hoe wil je tegelijkertijd verdichten en vergroenen?’, ‘waarom mag die ontwikkelaar op dat terrein dat geschikt is voor verdichting 3 villa’s zetten?’, ’hoe wil je betaalbaar wonen realiseren als je de markt alle ruimte geeft?’ . Vervolgens wordt een rijke analyse gemaakt van wat er nodig is dan de louter afwijzende reflex. De paradox is dat de bewoners waarvan wordt gezegd dat ze kortzichtig zijn en alleen een deelbelang vertegenwoordigen vaak met betere analyses en visies komen dan de eigen overheid en deze moeten beschermen tegen te veel opportunisme. 

Een recent voorbeeld. Bewoners in Egmond aan de Hoef kwamen in verzet tegen een groot bouwplan aan de duinrand in hun buurt en verdiepten zich in de materie. Ze stuitten op de strijdigheid van het plan met de stikstofwetgeving, kwamen met een in hun ogen betere locatie voor woningbouw en klaagden aan dat een gemeente die van het toerisme moet leven toestaat dat in het duingebied wordt gebouwd. De eerste reflex is dus ‘blijf weg uit onze leefomgeving’, het daarop volgende onderzoek levert een veel bredere horizon op waar de gemeente vervolgens niets mee wenst te doen. De overheid zou er goed aan doen samen met de burger op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke belang in plaats van zich te verschuilen achter ‘wij vertegenwoordigen het algemeen belang tegenover de NIMBY’.

Onze leefomgeving in plaats van mijn eigenbelang
De term ‘my backyard’ suggereert dat mensen puur vanuit individuele egoïstische motieven tegen plannen in hun buurt zijn. Dat blijkt ook al niet te kloppen. Verzet tegen die plannen krijgt in de meeste gevallen een collectief karakter: betrokkenen organiseren zich en hun verhalen zijn meestal gebouwd rond een collectief belang waar zowel wordt gekeken naar de eigen lokale gemeenschap als naar de toekomst van de planeet. 
Het NIMBY-vertoog past bij een platte neo-liberale visie op de burger als egoïstische calculerende consument en negeert het hele idee van lokale gemeenschappen waarin mensen elkaar steunen en corrigeren en waarin mensen verantwoordelijkheid nemen voor iets wast groter is dan henzelf. De NIMBY is feitelijk een construct van politici, ambtenaren, adviseurs en bedrijven die pretenderen dat alleen zij voor het collectief staan.

Juist de overheid moet beter leren om de kracht van lokale gemeenschappen te zien en zich ook bij ruimtelijke plannen te richten op het versterken van sociaal kapitaal. Niet van project naar project hobbelen en daar tussenin de relaties koud laten worden.
Ik heb altijd een simpel criterium voor wat een goed participatieproces is: het aantal volstrekt onredelijke mensen blijft heel beperkt en zij worden gecorrigeerd door hun medeburgers die zich verantwoordelijk voelen voor een proces dat naar meer smaakt. De overheid is op dit moment niet in staat die positieve kracht te mobiliseren waardoor alle boosheid zich op ‘de gemeente’ of ‘de politici’ richt. 

Oud zeer over verbroken beloften
Wat het NIMBY-vertoog ook uit beeld probeert te houden is dat er veel plannen zijn gemaakt die wel op instemming konden rekenen van bewoners maar dat die plannen vaak niet zijn uitgevoerd. De overheid en de met hen meewerken ontwikkelaars en corporaties hebben veel plannen in de ijskast gezet, met name na de financiële crisis van 2008. De gemeente kregen het niet meer rond gerekend, de ontwikkelaars gingen zitten wachten tot hun grond weer meer waard werd en  corporaties werden door de kabinetten Rutte gekneveld. Dat heeft veel kwaad bloed gezet bij bewoners, zeker in gevallen waar er vooruitlopend op die plannen mensen al hun huis uit moesten, panden zijn gesloopt en de publieke ruimte verwaarloosd.  

Verbroken beloften en omstreden projecten uit het verleden worden de gemeente nog lang nagedragen en daarom reageren bewoners vaak met scepsis op een nieuw plan: ‘waarom zou het dit keer wel anders gaan?’. Uit recent onderzoek van het Verweij-Jonker Instituut  blijkt ook dat het wantrouwen tegen de overheid niet gebaseerd is op het slecht geïnformeerd zijn van burgers over wat de overheid doet maar zij  juist heel goed op de hoogte zijn van wat er gebeurt en fout gaat en dat dat het vertrouwen schaadt. 

Onze participatiecultuur is een grote NIMBY-kweekvijver
In onderzoeken van rekenkamers, ombudsmannen, media en gemeenteraden naar de lokale participatiepraktijk kom je altijd varianten tegen op de volgende analyse: mensen zijn te laat betrokken, de informatievoorziening was slecht, er werd alleen maar ruimte geboden om over inpassing en marginale aanpassingen te praten en het is volstrekt onhelder wat er met de inbreng van bewoners gebeurt. 
Waar participatienota’s nog wel eens mooie principes formuleren die iets anders beloven dringen die niet tot de planprocedures van de overheid door, die zijn er onverkort op gericht bewoners kort te houden. De slagzin ‘mensen moeten kunnen participeren maar we geven hen niet zomaar hun zin’ ligt bestuurlijk Nederland voorop de tong. Het belangrijkste participatie-instrument is verwachtingsmanagement, meestal in de betekenis van ‘niet de suggestie wekken dat we onze kaders of plannen gaan aanpassen aan wat mensen willen’. 

De vrijblijvendheid van het Nederlandse participatiebeleid vind ik schokkend en is feitelijk de grote kweekvijver voor NIMBY-gedrag. Het is logisch dat kritische bewoners aan die benepen participatieaanpak proberen te ontsnappen en via andere wegen (acties, media, druk op de politiek, gang naar de rechter) hun gelijk proberen te halen. Voor veel bestuurders an ambtenaren weer het bewijs dat het NIMBY-gedrag toeneemt, terwijl ze hun eigen rol hierin niet willen zien.
Hoe je ook NIMBY’s kweekt: participatie beperken tot direct omwonenden terwijl de projecten steeds complexer en groter worden en een veel grotere gemeenschap aangaan. En daarbij wordt ook nog eens die participatie uitbesteed aan de ontwikkelaars in plaats dat de overheid de dialoog met de eigen burgers opzoekt.

Ik durf de stelling aan dat hoe meer overheden, corporaties en ontwikkelaars klagen over NIMBY’s hoe grote de kweekvijver die ze daar zelf voor hebben gemaakt. 

Van NIMBY naar ROHAC
Het zou de participatieprocessen van de overheid zoveel sterker maken wanneer die angst voor de NIMBY wordt losgelaten. Dat gewoon vanuit vertrouwen in de burger wordt gewerkt, kritiek tijdig wordt opgezocht en omarmd en er oprecht wordt gecommuniceerd: ‘we hebben u nodig om er echt iets goed van de maken’. Een overheid die snapt dat ruimtelijke planvorming ook gaat over het investeren in een leefomgeving van mensen en het bouwen van gemeenschappen. Die de nederigheid kan opbrengen (en dat ook van ontwikkelaars en corporaties vraagt) om op de deur te  kloppen om aan te kondigen dat je graag iets wilt veranderen in de buurt die voor mensen een thuis is. Een overheid die dat niet kan verdient verzet tegen plannen die ze als UFO’s in buurten laat landen.  

Wijken zitten vol met vindingrijke, redelijke en gulle mensen die echt wel breder kijken dan hun achtertuin diep is, maar we hebben echt verleerd die kwaliteiten aan te boren. Laten we om te beginnen dat denigrerende begrip NIMBY bij het grof vuil zetten en de burgers van dit land aanspreken op wat ze wel blijken te doen en te zijn: opkomen voor hun leefomgeving en onze gemeenschappen. De ROHAC dus: ‘Respect Our Habitat and Communities’. 

10 mei 2022
3 reacties
, , , ,
 

Een vertrouwenscrisis tussen gemeenteraden en bewoners

Vorige week woensdag mocht ik in de Bilt een verkiezingsavond voorzitten over de lokale woningbouwplannen. Of beter gezegd: over hoe het samenspel ontbreekt tussen burger en bestuur bij het maken van de plannen hiervoor. Het was georganiseerd door vier bewoners- en een ondernemersorganisatie die moeite hebben met de woningbouwplannen in de spoorzone van Bilthoven.  Hier een verslag ervan.   

In de voorbereiding op die avond en op de avond zelf kreeg ik een behoorlijk goed beeld van wat hier speelt en zag ik uitvergroot wat er in heel NL op dit moment mis gaat. Gemeenten die de echt spannende besluiten nemen op plekken waar de burgers geen zicht op hebben, steeds sterker gaan leunen op ontwikkelaars en tegelijkertijd boze burgers blijven beloven dat ze nu echt serieus genomen gaan worden maar die belofte steeds weer niet waarmaken. Weer een nieuwe participatienota gaat hierbij echt niet meer het verschil maken want het participatiebeleid is te ver losgezongen van waar de echte besluiten vallen. Actieve bewoners laten zich ook niet meer chanteren met makkelijke slogans over het algemeen belang van de gemeente tegenover het deelbelang van de burger. Die tegenstelling klopt niet en maakt ongelukken. Gemeenteraden gaan zich worden in dit krachtenveld steeds machtelozer gedragen en het vertrouwen in de lokale politiek erodeert steeds verder. 

In de Bilt voelt nog maar 16 % van de bewoners zich goed vertegenwoordigd door de gemeenteraad en maar 12% denkt enige invloed te hebben op het beleid van de gemeente. Wat gaat hier gruwelijk mis en vooral welke lessen vallen daar uit te trekken voor de lokale politiek in heel Nederland de komende 4 jaar?

(meer…)
2 maart 2022
6 reacties
, , , , , , ,
 

niet participeren maar mobiliseren

In haar jongste boek “Wij zijn de stad” beschrijft journalist Floor Milikowski aan de hand van een serie interviews met actieve Amsterdammers treffend waar het op dit moment aan schort. Zij botsen op een werkwijze van de gemeente die niet gebouwd is op het idee dat zij de onmisbare bondgenoot zijn voor een ander manier van stads- en wijkontwikkeling. De activistische architect Wouter Pocornie hekelt in een van de verhalen de oppervlakkigheid waarmee de ambtenaren en de door hen ingeschakelde placemaking- en participatiebureaus te werk gaan: “de gesprekken blijven altijd aan de oppervlakte, de echte vragen worden niet gesteld: van wie is de grond van de stad,? Van wie zijn de stenen? Van wie zijn de buurten? Heeft degene met het meeste geld de meeste ruimte of zijn er andere afwegingen mogelijk?”

Afgelopen dinsdag was ik bij twee bijeenkomsten in Amsterdam over het samen maken van de stad waar die vragen wel werden gesteld. De eerste ging over de gebiedsontwikkeling van de toekomstige wijk Havenstad en de andere over hoe een van de pijlers onder de omgevingsvisie Amsterdam 2050  ‘samen stad maken’ (volgens wethouder Marieke van Doorninck het belangrijkste onderdeel van de omgevingsvisie!) om te zetten in een uitvoeringsagenda. Voor mij stonden beide bijeenkomsten in het teken van de vraag hoe we komen van de wereld waarin het gaat om het bevorderen van participatie en burgerinitiatief naar een aanpak waarbij de stad wordt gemobiliseerd, de machtsvraag wel indringend wordt gesteld en de ontwikkelmodellen daarop worden aangepast. Mijn ervaringen afgelopen dinsdag sterkte me in het idee dat actieve bewoners en gemeente samen de logica van de huidige manier van stadsontwikkeling kunnen laten kantelen. Maar daarvoor moet de gemeente wel de nek uitsteken en inderdaad inzetten op mobiliseren in plaats van participeren.

(meer…)
8 november 2021
1 reacties
, , , , ,
 

Het experiment en de participatie als placebo voor een vastzittend systeem

Recent schreef ik naar aanleiding van een kritisch rapport van de Rotterdamse Rekenkamer over de samenwerking tussen de gemeente en burgerinitiatieven dat gemeenten in reactie op kritiek altijd vluchten in nog betere procesinstrumenten (dialoog, klantvriendelijkheid, communicatie) maar weigeren om de systemen waar burgers hard op botsen aan te passen. En waar de wil er wel is om het eens anders te doen stranden de goede intenties in te vrijblijvende experimenten. 
Die experimenten en procesaanpak zijn niet meer dan placebo’s voor een hardnekkige kwaal. De muren rond de traditionele manier van werken van gemeenten in innige samenwerking met de markt worden niet geslecht en vaak nog hoger opgetrokken. Het leidt steeds zichtbaarder tot een gespleten bestuurscultuur waarin er aan de ene kant ambtenaren, bestuurders en raadsleden zijn die de actieve burger omarmen en voor hen op zoek gaat naar regel- en ritselruimte. En aan de andere kant ambtenaren, bestuurders en politici die er voor zorgen dat de burger buiten de arena wordt gehouden waar het echte spel wordt gespeeld. Gemeenteraden accepteren dit en weerspiegelen ook zelf die gespleten cultuur. In dit verhaal wil ik eens dieper ingaan op welke systemen dat zijn, wat de dramatische consequenties van deze hoge muren zijn en hoe het anders kan en moet.

(meer…)
27 november 2020
12 reacties
, , , , , , ,
 

De octopus en het zwarte gat

Ik las op advies van Jasper Etten het boek ‘red de democratie’ van Manu Claes.  Claes koppelt daarin zijn ervaringen met de geslaagde strijd voor ondertunneling, overkapping en omleiding van de ringweg door Antwerpen aan het debat over vernieuwing van de democratie. Eerder las ik al de oproep van voormalig vice-voorzitter van de Raad van State Herman Tjeenk Willink ‘groter denken, kleiner doen’. De overeenkomsten tussen beide verhalen zijn frappant en net toen ik was begonnen daar iets over de schrijven lanceerde mijn ‘eigen’ gemeentebestuur in Utrecht een voorstel voor het vernieuwen van het participatiebeleid. Daarin wordt de ambitie geformuleerd om zowel de vertegenwoordigende als directe democratie te versterken. Een mooie kans om dit verhaal eens te toetsen aan de analyses van beide heren. Helaas (spoiler alert!) dat viel vies tegen. Ik licht het graag toe in de hoop dat het in Utrecht toch nog goedkomt en vooral als waarschuwing voor andere steden. 

(meer…)
14 maart 2019
0 reacties
, , , , ,
 

Een grafrede voor participatie

(onderstaande tekst heb ik uitgesproken op de wethoudersmanifestatie ‘grensverleggers’ van Architectuur Lokaal op 29 november 2018)

Ik moet u wat bekennen. Ik heb eigenlijk een grote hekel aan participatie. Vooral omdat ik er inmiddels zoveel foute associaties bij heb dat het woord voor mij besmet is geraakt. Ik wil die oude participatiepraktijk daarom vanmiddag feestelijk met u begraven.
Ik wil niet meer meewerken aan de kruideniersparticipatie van verwachtingsmanagement en participatieladders. De angstige houding van ‘o wee als mensen toch eens het idee zouden kunnen krijgen dat ze echt wat te beslissen hebben!’
Of de inloopavondparticipatie waar er besmuikt wordt gesproken over de ‘usual suspects’ waarvan je allang weet wat ze gaan zeggen.
De geeltjesplakparticipatie van het openhalen van dromen, wensen en ideeën en dan geen flauw idee hebben wat je met die oogst aan moet.
De ‘het moet wel leuk zijn’-participatie waar ieder scherp gesprek in de kiem wordt gesmoord omdat om 3 uur de inspiratiesessies ‘omdenken’ en ‘beleidsbingo’ beginnen.
De koekoeksklokparticipatie van veel te lang in het stadskantoor zitten schaven aan kaders, dan te laat en de kort naar buiten om nog wat input op te halen en dan onder het motto ‘dat nemen we mee’ gauw weer naar binnen en de deurtjes dichtdoen.
De afschuifparticipatie van laat ontwikkelaars en adviesbureaus het gesprek maar voeren dan hoeven wij onze handen en er niet aan te branden.
De ‘aai over de bol’-participatie waarbij we pluimen uitdelen aan betrokken burgers maar  hen geen plek gunnen binnen onze eigen systemen en werkwijzen.
De afvinklijstparticipatie van ‘dat hebben we gelukkig ook weer gehad, nu kunnen we weer gewoon aan het werk en in andere kamers de echte zaken gaan doen.’
De braaftaalparticipatie waarbij alles wat de strijd om, en liefde voor de leefomgeving interessant en schurend maakt wordt gesmoord in zielloze proces- en beleidstaal. (meer…)

30 november 2018
22 reacties
, , , , , ,
 

Onmogelijke opdrachten maak je met de stad

Vandaag was ik bij de presentatie van het plan voor de bebouwing van het Smakkelaarsveld in Utrecht. Op de sociale media zie ik (terecht) veel waardering voor deze bijna onmogelijke opdracht. Een ingewikkelde plek ingeklemd tussen autoweg, superdruk fietsverkeer, water, spoor, tram- en busbanen. En gestapelde eisen rond wonen, publieke toegankelijkheid, groen, rust, vertier, kunst, geluidsnormen, fijnstofnormen, verkeersafwikkeling enzovoorts. Ook nog met een pijnlijke geschiedenis van niet gerealiseerde plannen. De gemeenteraad had nog de opdracht meegeven dat dit toch echt een fijne plek voor de stad moest worden. En zoals iemand het uitdrukte ‘ het leek er soms op dat we hier alles goed moesten maken van wat elders in het stationsgebied niet was gelukt’. Met name het feit dat de opdracht van het referendum uit 2002 om een groen stationsgebied te realiseren op zijn zachtst gezegd nog niet zo goed gelukt is mocht zich hier niet herhalen. (meer…)

7 september 2018
7 reacties
, , ,
 

Wat gaat er schuil achter het containerbegrip participatie?

onderstaande column schreef ik voor het blad Architectuur Lokaal nr 91, voorjaar 2018 

Weg met het P-woord

Vaak word ik gevraagd om iets te vertellen of te adviseren over participatie. Even zo vaak fantaseer ik er over hoe fijn het zou zijn als dit P-woord nooit zou zijn bedacht of in de strijd tegen leeg jargon niet meer zou worden gebruiken. Dan zouden we veel preciezer moeten praten over de zaken die onder dit containerbegrip schuilgaan en er echt toe doen.
Om te beginnen het mobiliseren van collectieve intelligentie waarbij de kennis die wij als betrokken burgers en experts samen hebben bij elkaar wordt gebracht en om wordt gezet in beleid en plannen. Denk aan fenomenen als stadslabs, burgerjury’s, buurttafels en stadsgesprekken. (meer…)

29 mei 2018
0 reacties
, , ,
 

Geeltjes plakken op een rijdende trein

Deze maand was ik kort na elkaar bij drie politieke debatten over de ontwikkeling van de stad. In Utrecht ging het over wonen, in Amerfoort over de toekomst van de Eemoevers en in Amsterdam over de vraag ‘van wie is de stad’ naar aanleiding van dit boek. In het Utrechtse woondebat stond op een gegeven moment wethouder Paulus Jansen op en die vroeg wie er van de aanwezigen in Utrecht was geboren. Zo’n 15 tot 20 % stak de hand op en de wethouder ging tevreden weer zitten. Hij had zijn punt gemaakt: de stad ontwikkelt zich en is dus niet van ‘de bewoner’ of ‘de Utrechter’ maar ook van en voor de mensen die er ooit nog komen wonen. Op zich een interessant perspectief maar ik herken er vooral het bestuurlijke mantra in dat ‘de grote opgaven voor de stad’ niet mogen worden afgeremd door NIMBY-achtige behoudzucht van hen die hun plekje al hebben.
In Amersfoort kwam ik in gesprek met een van de mensen achter het burgerinitiatief Vrienden van de Eemhaven die het debat hadden georganiseerd. Hij beschreef de participatieaanpak van de gemeente als ‘geeltjes mogen plakken op een rijdende trein’. Bestuurders en ambtenaren zijn met grote plannen bezig en die trein is al in volle vaart als jou eens wat wordt gevraagd en wat je inbrengt waait er al weer  snel vanaf. In Amsterdam ging het vooral over de vraag of het aantrekkelijk maken van de stad voor toeristen, bedrijven en investeerders nog wel te verenigen valt met de leefbaarheid van de bewoners. Ik besefte dat alle drie de verhalen iets met elkaar te maken hebben en dat veel gedoe in de stad ontstaat vanuit de vraag voor wie de gemeente eigenlijk werkt. De bestuurder die werkt aan de (concurrerende!) toekomst van de stad wil zich niet laten afremmen door ‘de oude’ bewoners die vooral hun huidige omgeving koesteren. De desbetreffende bewoners ervaren op hun beurt dat de bestuurder niet echt voor hen openstaat want die is bezig met iets groters en blijkbaar belangrijkers.  Dat leidt tot chagrijn over elkaar en dan stellen onderzoekers vast dat de kloof tussen burger en bestuur ondanks alle participatie-inspanningen maar niet af wilt nemen. Waarom slaagt de politiek er zo slecht in om die blik op de toekomst en naar buiten (‘onze stad in van iedereen’) te verenigen met de verlangens en angsten van hun kiezers? En vooral, hoe kan dit anders? (meer…)

26 februari 2018
1 reacties
, , , , ,
 

de omgevingswet is geen feest voor lokale democratie

Begin volgend jaar kiezen we nieuwe gemeenteraden. In de campagnes zal het vaak gaan over maatschappelijke tweedeling, bewonersparticipatie en de kwaliteit van de lokale democratie. Heel weinig zal het gaan over de invoering van de omgevingswet in 2019 terwijl deze behoorlijke consequenties heeft voor deze thema’s. De reden is simpel: die invoering wordt vooral gepresenteerd als een complexe technische operatie waar eigenlijk weinig politiek vuurwerk aan vastzit. Het is vooral een goednieuwsshow want we gaan immers regels vereenvoudigen, de verkokering doorbreken, initiatieven meer ruimte geven en integraler sturen op de kwaliteit van de leefomgeving.

Dat er onder deze wet grote vragen schuilgaan over tweedeling, over het eigenaarschap van de stad en over de kwaliteit van democratie en rechtsstaat wordt niet echt zichtbaar.  Er zijn twee zaken waar de politiek zich wel eens wat drukker zou mogen maken. Allereerst dat in de huidige cultuur van stadsontwikkeling de omgevingswet de burger nog machtelozer zal maken ten opzichte van de een-tweetjes tussen lokaal bestuur en de vastgoed-, grond en bouwmarkt. Eerder schreef ik daar dit verhaal al over, met adviezen om daar lokaal in bij te sturen. Daarnaast zal de omgevingswet het nog lastiger voor gemeenteraden maken om daarop bij te sturen. Deze stelling verdient wel enige toelichting omdat je daar nauwelijks iets over hoort in het debat over invoering van die wet. (meer…)

16 september 2017
2 reacties
, , , , , , , , ,