niet participeren maar mobiliseren

In haar jongste boek “Wij zijn de stad” beschrijft journalist Floor Milikowski aan de hand van een serie interviews met actieve Amsterdammers treffend waar het op dit moment aan schort. Zij botsen op een werkwijze van de gemeente die niet gebouwd is op het idee dat zij de onmisbare bondgenoot zijn voor een ander manier van stads- en wijkontwikkeling. De activistische architect Wouter Pocornie hekelt in een van de verhalen de oppervlakkigheid waarmee de ambtenaren en de door hen ingeschakelde placemaking- en participatiebureaus te werk gaan: “de gesprekken blijven altijd aan de oppervlakte, de echte vragen worden niet gesteld: van wie is de grond van de stad,? Van wie zijn de stenen? Van wie zijn de buurten? Heeft degene met het meeste geld de meeste ruimte of zijn er andere afwegingen mogelijk?”

Afgelopen dinsdag was ik bij twee bijeenkomsten in Amsterdam over het samen maken van de stad waar die vragen wel werden gesteld. De eerste ging over de gebiedsontwikkeling van de toekomstige wijk Havenstad en de andere over hoe een van de pijlers onder de omgevingsvisie Amsterdam 2050  ‘samen stad maken’ (volgens wethouder Marieke van Doorninck het belangrijkste onderdeel van de omgevingsvisie!) om te zetten in een uitvoeringsagenda. Voor mij stonden beide bijeenkomsten in het teken van de vraag hoe we komen van de wereld waarin het gaat om het bevorderen van participatie en burgerinitiatief naar een aanpak waarbij de stad wordt gemobiliseerd, de machtsvraag wel indringend wordt gesteld en de ontwikkelmodellen daarop worden aangepast. Mijn ervaringen afgelopen dinsdag sterkte me in het idee dat actieve bewoners en gemeente samen de logica van de huidige manier van stadsontwikkeling kunnen laten kantelen. Maar daarvoor moet de gemeente wel de nek uitsteken en inderdaad inzetten op mobiliseren in plaats van participeren.

Een grote oploop organiseren in Havenstad
Bij de bijeenkomst over Havenstad mocht ik een aftrap geven over de vraag hoe ambities over samen stad maken uit de reeds gemaakte maatschappelijke visie concreet te maken. Daar staat bijvoorbeeld in: “Onderzoek en experimenteer met actieve samenwerking in publiek-collectief-civiele partnerschappen op verschillende plekken en domeinen (thema’s) in Havenstad…..Laat kleine partijen, organisaties en collectieven ook mede-ontwikkelaars en beheerders zijn van de gebouwen en de openbare ruimte.”
Nog heel abstract maar ik ontwaar hier wel een nieuw (maatschappelijk) model voor gebiedsontwikkeling in, gebouwd op de relatie overheid- burger en op publieke waarden en niet op de relatie overheid-markt en geldwaarde.  Dat kun je mijns inziens niet tot leven wekken door op een vrij klassieke manier een serie van participatieprocessen en experimenten te organiseren. Het lukt alleen door de stad en toekomstige gebruikers van het gebied actief te mobiliseren om mede-eigenaar van het ontwikkelproces te worden en door openlijk bij te sturen op bestaande machtsverhoudingen. Immers, Amsterdam is volgens mij de enige stad die expliciet in het democratiseringsbeleid heeft staan dat de positie van de burger versterkt moet worden ten koste van de gemeente en de marktmacht. En daar moet je dan wel echt op (bij)sturen. 
Dat betekent ook dat je de ondernemende en activistische Amsterdammers in positie brengt en hen aanspreekt als bondgenoot in het ontwikkelen van het gebied i.p.v. hen te laten verzuipen in breed opgezette participatieprocessen, zoals terecht bekritiseerd wordt in het boek van Milikowski. En je moet dus ook zichtbaar maken hoe je bijstuurt op de grote machtsongelijkheid.

Ik nam de aanwezigen mee in het imaginaire idee om op zaterdag 21 mei 2022 een groot aangekondigde oploop in het gebied te organiseren om een stevige basis te leggen onder dit nieuwe type gebiedsproces. Om dan aan het eind van de dag een grote groep mensen over te houden voor onder meer het ontwikkelteam, een laboratorium voor betaalbaar en duurzaam wonen en een pioniersgroep van mensen die zelf wat willen gaan/blijven doen in het gebied. Dit ook onder het motto ‘de gemeente weet wel iets maar heeft de Amsterdammers nodig om er iets goeds van te maken’. Wanneer je dit niet vroegtijdig en groots aanpakt verval je weer in klassieke participatieprocessen. 
De aanwezigen stonden wel open  voor deze benadering, maar eerst zien en dan geloven. Want overal zie ik dat de wens om (toekomstige) bewoners vroegtijdig te betrekken uitmondt in het steeds weer vooruitschuiven van dit ideaal. Dan moet er eerst veel beleid worden gemaakt, onderzoek gedaan, ontwerpwedstrijden worden georganiseerd en worden onderhandeld met grondeigenaren. Dan ben je het momentum voor die andere aanpak kwijt.

Samen massa maken 
Zo’n gedurfde aanpak past ook bij de strategische pijler ‘samen stad maken’ onder de omgevingsvisie Amsterdam 2050. Dat staat het beste uitgewerkt in hoofdstuk 23 van de visie voor wie er meer over wil weten. Ik heb al vaker beschreven hoe dit verhaal tot stand is gekomen en hoe de ze aanpak tegenwicht biedt aan de vrijblijvendheid van participatie in de omgevingswet. Lees daarover hier en hier. In dit licht is tekenend dat in dit verhaal over samen stad maken het begrip participatie niet voorkomt. 
Dinsdag was er een bijeenkomst om deze ambitie een slag verder te brengen, georganiseerd door de gemeente met het netwerk van Kracht van Mokum. We bespraken met een groep van 45 actieve bewoners, ambtenaren en bestuurders hoe de doelen en instrumenten uit dat samen stad maken verhaal verder te brengen. Globaal gaat het om 3 categorieën: 

  1. Nieuwe ontwikkelmodellen. De wijkeconomie en de gemeenschap te versterken (‘community wealth building’) , de publieke-collectieve samenwerking naar een hoger plan te brengen, de buurtvoordeelovereenkomst, (omgevings)beleid en -plannen meer vanuit buurten opbouwen en open ontwerpen.
  2. Beter toerusten van buurten. Het buurtplatformrecht, het uitdaagrecht, het eerste biedingsrecht op het vastgoed, het planrecht,  informatieborden in de buurt, een transparantieportel met alle relevante stukken en het beschikbaar stellen van gemeentelijke reken- en tekeninstrumenten aan bewoners. 
  3. Nieuwe samenwerkingsplatforms om de kloof gemeente – bewoners te verkleinen en de diversiteit  en inclusiviteit van de stad beter aan te boren. Vooral het netwerk van ‘women make the city’ die meegewerkt heeft aan de omgevingsvisie sprong er uit als werkwijze waar we echt mee verder moeten. Het gaat daarnaast om gezamenlijk leren door bewoners en gemeente en het inzetten van een burgerforum voor complexe ruimte vraagstukken.

Dit zijn veel doelen en instrumenten die je niet zomaar even uitrolt. We kwamen tot de conclusie dat ze er allemaal toe doen maar dat veel afhangt van wat buurtorganisaties op willen en kunnen pakken. En parallel daaraan moet de gemeente zijn steven deze kant op willen en kunnen wenden en daar is niet iedereen gerust op. De crux is interventies te vinden die op deze 3 fronten (nieuwe werkwijzen en ontwikkelmodellen, buurten toerusten en nieuwe samenwerkingsvormen)  tegelijk iets wezenlijks op gang brengen. Het idee om gemeentelijke plannen op te bouwen vanuit de buurten (ik noem dat het omdraaien van de ontwikkelketen) scoorde hierbij hoog. Allereerst dwingt het de gemeente om vanuit de logica van de leefwereld de eigen verkokering en top down-aanpak open te breken.  Daarnaast is het een hefboom voor ambities met ‘community wealth building’ (waarmee overigens als in de Vensterpolder wordt geëxperimenteerd), de buurtrechten (lopen ook aantal proefprojecten voor) en de buurtomgevingsvisie (loopt ook experiment mee). 

Dat laatste voorbeeld laat dat goed zien. Bewoner Sumadi Bambang Oetombo vertelde over het experiment met het maken van een buurtomgevingsvisie door bewoners in de Sierpleinbuurt. Ze maakten die helemaal zelf met ondersteuning van andere deskundigen. Dat is echt een mooi en waardevol verhaal geworden dat mijns inziens aantoont dat het uitgangspunt in de omgevingswet om maar 1 omgevingsvisie voor de hele gemeente te maken niet goed is. Je moet zo’n visie echt vanuit de buurten opbouwen. Wat in zijn verhaal goed naar voren kwam is dat de ruimte om dit soort buurtvisies te maken een heel proces van organiseren, kennisontwikkeling en zelfbewustzijn in gang zet. Het buurtplatform weet op basis van deze ervaringen ook heel goed welke van al die instrumenten voor ‘samen stad maken’ hen verder kunnen helpen. 
De voorbeelden maken zichtbaar dat er al veel in beweging is, maar het is nog te klein en gefragmenteerd. Het gaat er om dat actieve stadbewoners en gemeente samen alles wat al in gang is gezet (‘women make the city’, experimenteren met buurtomgevingsvisies, buurtrechten, versterken wijkeconomie, plannen vanuit buurten opbouwen etcetera) uitbouwen tot iets groters. Daarvoor moet je dus zowel de stad als de gemeentelijke organisatie mobiliseren onder het motto ‘we gaan dit groot maken en er echt iets bijzonders mee doen’.  

Niet vluchten in het eeuwige gedoe
Ik hoop dat in Amsterdam deze slag nu goed wordt gemaakt. Want ik zie ook dat de verleiding om op de oude manier verder te gaan zo ontzettend groot is. Ik kan alle treurige argumenten daarvoor wel dromen: ‘we hebben haast met bouwen en dit kost te veel tijd en energie’, ‘voor veel mensen in de buurten gaat deze discussie te hoog over’, ‘je brengt vooral de NIMBY’s hiermee in stelling’, ‘het gaat vooral om de onderlinge relaties en bejegening en niet om die regelsystemen’, ‘de bestaande landelijke regels zitten dit in de weg’ etcetera. Wanneer we ons achter dit eeuwige gedoe blijven verschuilen wordt het gewoon niks en zullen de verwijten over de gemeente die niet luistert en levert een tragische self fulfilling prophecy blijven. 
Ik vind het een geweldig voorbeeld voor andere steden dat een wethouder zegt dat het onderdeel ‘samen stad maken’ het belangrijkste onderdeel van de stedelijke omgevingsvisie is, maar dat verplicht ook tot iets bijzonders.  

Aan de slag er mee dus in alle buurten en benut de kans om bij het ontwikkelen van de nieuwe wijk Havenstad het ideaal van ‘samen stand maken’ naar een hoger en grootschaliger niveau tillen. Mijn voorstel om daarvoor op 21 mei 2022 een oploop te organiseren was maar een denkoefening. Maar zullen we voorlopig die datum maar eens vrij houden?


Reacties

  • Rob Wighman schreef:

    Sterk en geloofwaardig verhaal. Meneer Sumadi Bambang Oetomo is hier in Slotervaart de drijvende kracht achter het Platform Sierpleinbuurt in Slotervaart, waar ik sinds vier jaar woon. Hij inspireert bewoners om daadwerkelijk actie te nemen in het ontwikkelen van een omgevingsvisie. Twee obstakels zijn daarbij mijnsinziens: de houding van bewoners die (vaak op bais van eigen ervaringen met de gemeente) de hoop op verandering hebben opgegeven en denken dat het toch geen zin heeft en het gebrek aan moed bij ambtenaren van de gemeente om hun visie tastbaar te maken. In beide situaties is het zo dat men graag anders wil maar zich niet durft uit te spreken. Berustend in “zo is het nu eenmaal.’ Hdt is belangrijk dat de communicatie tussen beiden op gelijk niveau gebeurt, dat we elkaar in de ogen kunnen kijken. Sumadi noemt dat de ‘vertrouwensruimte’ waarin iedereen op een gelijkwaardige manier samenwerkt. Bewonersgroepen moeten emanciperen en zich bewust worden van de eigen ‘know how’ en nu ik toch iengelse termen gebruik mogen ambtenaren meer de houding avn ‘civil servant’ uitdragen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*