19 april 2019

Door Frans Soeterbroek

Reacties

2 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

democratische vernieuwing in provinciale programma’s

De afgelopen jaren heb ik geregeld provincies geadviseerd over hoe dichter op de samenleving hun werk te organiseren. Eerder schreef ik dit essay over de hefbomen voor co-creatie in de provincies. Daarin doorpakken tot iets dat lijkt op democratische vernieuwing is nogal een uitdaging omdat provincies verder afstaan van de burgers dan gemeenten. En het werkveld van de provincie nodigt uit tot beleid waar steeds met moeite ‘de vertaalslag naar de burger’ moet worden gemaakt: ruimtelijk economisch beleid, regionale afstemming, mobiliteit, natuurbeleid, grootschalige  energietransitie etcetera.  Nu er in de provincies wordt gewerkt aan nieuwe programma’s heb ik wel wat praktische tips hoe de kloof met de samenleving een behoorlijk stuk kleiner te maken. 

Provincies op afstand 
Ik constateer 6 problemen met de afstand burger – provinciale politiek die tamelijk hardnekkig zijn en alle initiatieven van provincies om burgers te betrokken bij beleid en plannen te marginaal maken.

  1. Provincies abstraheren vraagstukken van de leefomgeving van burgers zover dat wat ons allen aan ons hart gaat niet meer herkenbaar is. En waarbij maatschappelijke controverses onder een deken van beleids- en procestaal worden begraven. We kunnen ons niet meer verbinden aan beleid dat ons leven raakt. Er is behoefte aan meer verhalen van vlees en bloed waarin wat er in de samenleving schuurt gewoon zichtbaar is.
  2.  Provincies besteden heel veel geld aan onderzoeks- en adviesbureaus en daar landt ook alle kennis die wordt opgedaan terwijl dit beter zou kunnen landen binnen de overheid en in de samenleving. Expertkennis heeft een veel hogere status dan de  kennis van de samenleving. 
  3. Provincies zijn erg dienstbaar aan het bedrijfsleven en behandelen burgers vooral als consument van de ontwikkelaars, de grote bedrijven en de regionale instituties. Veel geld gaat er naar economische structuurversterking, het bouwen van kennisclusters en gunstige vestigingsvoorwaarden. Zo investeert de provincie Gelderland 65 miljoen in een kennisinstelling voor landbouwtechnologie waarbij ik me echt afvraag wat het publieke belang hiervan is. 
  4. Provincies stellen zich op als breekijzer om grote projecten die weerstand oproepen en door derden worden bepleit (rijk, markt, gemeenten) te realiseren. En veel minder werpt ze zich op als bewaker van de kwaliteit van democratische besluitvorming erover. Je ziet dat terug bij wegenaanleg, windmolens, hoogspanningsmasten, megastallen, grootschalige industrie.  
  5. Waar provincies regionaal samenwerken met gemeenten, waterschappen en de corporaties stellen ze zelden tot nooit als voorwaarde dat georganiseerde bewoners een eigen plek aan tafel hebben en/of meeprofiteren van de geldstromen of speciale regelingen.  Het zijn veelal bestuurlijke onderonsjes. 
  6. Er wordt best veel tijd en geld besteed aan het betrekken van burgers maar dat gebeurt vooral in de vorm van het ‘ophalen’ van wensen een ideeën. Nauwelijks in de vorm van hen mee laten sturen op beleid en plannen en zelf plannen laten ontwikkelen.

De samenloop van die 6 punten kun je in 2 begrippen samenvatten: technocratische bestuurscultuur en neoliberale overheid. De bestuurlijke wereld, de professionals en de markt zijn belangrijker dan de burger. Niet voor niets is in provinciekringen het sturingsmodel van de ‘triple-helix’ populair. Daarmee wordt bedoeld dat de overheden besturen in een trio met de markt en kennisinstellingen. Provincies vinden eigenlijk zelf burgers geen interessante partij in bovenlokale sturing. Een grove onderschatting lijkt me van de rol die burgers en hun belangengroepen op regionale schaal kunnen spelen.
Let wel: er is niets in de wettelijk verankerde opdracht van provincies dat die innige binding met markt en kennisinstellingen noodzakelijk maakt. Dit is zo gegroeid in de Nederlandse bestuurscultuur en zou ook een andere kant op kunnen gaan als we dat met elkaar willen. Gelukkig zijn er her en der provinciale initiatieven om de burger wel een prominentere plek te geven maar dat zou wel wat offensiever mogen. Nu de provincies zich opmaken voor een nieuwe bestuursperiode is het wel tijd daar eens stevig tegenaan te duwen. Daarop mogen we de politici die we in Provinciale Staten kozen ook aanspreken. 

Bewonersinvloed in de provinciale programma’s
Ik geef de partijen die nu zitten te sleutelen aan de provinciale programma’s het advies om het niet alleen te hebben over ‘de grote opgaven’ van de provincie maar ook afspraken over democratisering van provinciaal bestuur te maken in de geest van de volgende uitgangspunten: 

  1. Bij bovenlokale/regionale samenwerking stellen we als norm dat (georganiseerde) bewoners van de provincie als volwaardige partij aan tafel zitten. Nu zien we in veel provincies dat belangengroepen van burgers daar een plek hebben (met name natuur- en milieuorganisaties) maar uitnodigen en ondersteunen van bewoners om zich zelf beter te organiseren op dat niveau is echt de uitdaging.
  2. We geven bewoners van de provincie invloed op de besteding van onze onderzoeks- en adviesbudgetten. Samen met hen onderzoeken we hoe we die beter ten gunstige van de samenleving kunnen aanwenden en kennis ook daar wordt opgebouwd. Ik ken nog geen goede voorbeelden hiervan in NL. Op lokaal niveau zijn er wel experimenten met buurt- of burgerbegrotingen, het wordt tijd om dat naar de regio en de provincie op te tillen.
  3. Bij controverses over ruimtegebruik stuurt de provincie vooral op de democratische kwaliteit van de besluitvorming. We gaan in overleg met bestuurlijke partners experimenteren met burgerpanels, mediation en gebiedstafels. Mooi voorbeeld: om burgers in staat te stellen het op te nemen tegen het machtige Tata Steel financiert de provincie Noord-Holland een meetnetwerk voor burgers om te kunnen onderbouwen hoe groot het gezondheidsrisico voor hen is.
  4. We voeren de omgevingswet in op een wijze dat het bijdraagt aan democratische vernieuwing en de versterking van de positie van bewoners in de vierhoek burger, bestuur, markt en kennisinstellingen.  De provincies doen veel aan het betrekken van burgers bij het maken van omgevingsvisies maar sturen te weinig op mede-eigenaarschap van hen voor dat beleid. De provincie Noord-Brabant heeft daar bijvoorbeeld wel veel werk van gemaakt met de aanpak via de Brabant Pioniers.
  5. We bouwen regionale en provinciale agenda’s zo veel als mogelijk op vanuit lokale agenda’s en de leefwereld van de bewoners. Zo vergroten we de kans dat beleid aansluit op wat mensen ervaren en een menselijke maat behoudt. Een voorbeeld: de provincie Overijssel is samen met steden de aanjager van een stadsbeweging waarin ze lokale initiatiefnemers steunt en met elkaar verbindt.
  6. De omgevings- en gebiedsmanagers van de provincie werken in en vanuit de gebieden die hun werkgebied zijn. Daar leggen ze de contacten, bouwen ze hun netwerk en van daaruit halen ze de collega’s van de provincie ook naar buiten. Onze beste mensen zetten we daar in en sluiten we niet op in het provinciehuis. Mooi voorbeeld: de provincie Noord-Brabant werkt al jaren zo in West Brabant in het kader van het programma Waterpoort.
  7. Waar de provincie bijdraagt aan de economie en mee-investeert in regionale fondsen zorgt ze ervoor dat burgercollectieven en maatschappelijk ondernemers daarvan substantieel profiteren. We maken bijvoorbeeld stimuleringsregelingen die de kans aanmerkelijk vergroten dat ze hun ambities kunnen realiseren. Voorbeelden zijn het stadmakersfonds en de voorfinancieringsregeling voor energiecoöperaties in de provincie Utrecht.
  8. De provincie fundeert beleids- en investeringsbeslissingen sterker en transparanter dan voorheen op het realiseren van maatschappelijke meerwaarde en het publiek belang. Een kleine aanzet om hier meer op te sturen gaf de provincie Zuid-Holland recent met een conferentie over maatschappelijke waarden in tijden van transitie.

Door via deze 8 lijnen te werken kunnen de provincies de komende jaren een belangrijke rol spelen in het verkleinen van de afstand tussen bestuur en samenleving. En zeg nou zelf, is dat eigenlijk niet waar de grootste urgentie ligt voor de (provinciale) politiek?


Reacties

  • Miecke Monden-Duin schreef:

    Herken probleem nr. 4. Prov. Utrecht wees gebied ten zuiden van De Meern aan als locatie voor “energielandschap”. Rood

  • Eelke Wielinga schreef:

    Er is een groot verschil tussen burgers mee laten praten en actief op zoek gaan naar burgerinitiatieven. Goede initiatieven zijn er altijd. Ze weten alleen vaak de weg niet te vinden, of die weg ligt vol met teveel obstakels. “De Provincie Zuid Holland werkt netwerkend”, met ambtenaren die met betrokken initiatiefnemers werken aan co-creatie. Mooi voorbeeld: het programma Voedselfamilies (“Eten maken waar je blij van wordt”). Ik ben in de jaren dat ik hieraan bij mocht dragen onder de indruk geraakt van wat een Provincieambtenaar met deze mindset kan doen als “vrije actor” met toegang tot iedereen die er toe doet in zo’n proces.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*