“de omgeving van de mens is de medemens”

Drie jaar geleden had ik een afspraak met  Flip ten Cate  van de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en Thijs van Mierlo van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners (LSA). We zochten elkaar op omdat we zorgen deelden over de omgevingswet. Kortgezegd: een wet die vooral gebouwd is op de idealen van versnellen van projecten en ruimte bieden aan lokaal maatwerk en marktwerking. Dat ook nog in een krachtenveld dat al zo ongelijk is: een nauw samenspel tussen overheid, grote instituties en de markt waarbij de burger te vaak wordt behandelt als klant van hun keuzes en object van te vrijblijvende participatieprocessen. Bekijk deze documentaire van KRO NCRV over hoe we in ons land omgaan met chemisch afval en je beseft dat  het waarborgen van een veilige en gezonde leefomgeving in dit krachtenveld bepaald geen logica is. De omgevingswet gaat daar niets ten goede aan veranderen en kan zelfs averechts uitpakken op de zorgplicht voor de leefomgeving.  Er zijn ook te veel mensen in de wereld van het omgevingsbeleid voor wie die zorgplicht niet op hun netvlies staat. Het mooie adagium van Jules Deelder ‘de omgeving van de mens is de medemens’ verdient bij deze mensen zonder meer een plaats als een tegeltje aan de wand of motto op het bureaublad van de computer. Maar er is uiteraard meer nodig dan dit motto en daar hebben we ons ook voor ingezet.

Wie zijn die ‘we’ die de ruimte die de omgevingswet biedt gaan invullen?We deelden een helder beeld over hoe het anders zou moeten: wie maximale flexibiliteit en speelruimte zoekt in hoe ‘we’ onze omgeving inrichten moet waarden verankeren en spelregels opstellen die de zorgplicht voor onze leefomgeving, de democratische controle en de zeggenschap van mensen over hun eigen leefomgeving waarborgen.  Alleen al dit thema agenderen blijkt lastig. In al die publicaties en op al die congressen over de omgevingswet worden wie die ‘we’ zijn, hoe je omgaat met een ongelijk speelveld en hoe de nadruk op marktwerking ons parten speelt als onderwerpen vermeden. ‘Integraal’, ‘uitnodigend’ en ‘maatwerkparticipatie’ zijn loze bezweringsformules geworden waarmee ieder pleidooi voor het reguleren van het speelveld kan worden gediskwalificeerd als ‘daar willen we toch juist vanaf’. 
Gelukkig is de landelijke politiek de afgelopen jaren een vinger aan de pols gehouden. De Tweede Kamer heeft al wat scherpe kantjes van de wet gehaald zoals de belachelijk korte termijnen voor bewaar en beroep opgerekt, de inperking van de invloed van gemeenteraden op afwijkingen van het omgevingsplan ongedaan gemaakt, een gemeentelijke commissie voor bewaken van ons erfgoed afgedwongen en de participatieplicht voor initiatiefnemers iets verbreed.  
En de Eerste Kamer heeft vorige week korte metten gemaakt met de volstrekt vrijblijvende participatieparagraaf. De vraag is nu wel hoe die Kamer iets beters gaat afdwingen. Er werd bijvoorbeeld gesproken over de verplichting voor  het maken van een participatieverordening, iets wat gewoon al moet op basis van de gemeentewet. De crux is natuurlijk wat je in die verordening regelt: vrijblijvende koekoeksklokparticipatie of participatieve democratie! Wij kiezen voor dat laatste en daarbij zijn gemeenten, waterschappen en provincie nu aan zet.

Een landingsplaats voor de omgevingswet bouwen
Lokaal en regionaal blijft het echter te stil op dit front van het inbouwen van waarborgen. Daarom hebben wij met ons vieren (inmiddels is de Vereniging voor Kleine Kernen ook aangesloten) een praktisch hulpmiddel gemaakt van 19 punten die je moet regelen wil de wet niet averechts uitpakken voor omgevingskwaliteit, democratie en ruimte voor lokaal initiatief. De 19 punten lopen uiteen van het verankeren van de bovengenoemde zorgplicht tot het regelen van ondersteuning voor bewonersinitiatieven. Het is dus een mix van het verankeren van waarden en van betere spelregels.  
We gebruiken voor die punten de metafoor landingsplaats omdat je in 2020 nog heel wat lokaal en regionaal kunt regelen zodat de omgevingswet een zachte landing kan maken. Die landingsplaats bouw je niet alleen met de instrumenten van de omgevingswet maar bijvoorbeeld ook middels de lokale participatieverordening, het grondbeleid, de adviesorganen en de tenderprocedures.  
Gelukkig kunnen we voortbouwen op alles wat lokaal al gebeurt en wat er door anderen zoals het ministerie van BZK, de VNG, de nationale ombudsman en onszelf al zin gang is gezet. Daarom bevat het stuk veel links naar die initiatieven en praktijkvoorbeelden. Bekijk het stuk hier, deel het onder mensen die er iets mee kunnen (politici, ambtenaren, actieve bewoners en omgevingsexperts) en doe er zelf je voordeel mee. 

Raalte als voorbeeldgemeente
Afgelopen vrijdag hebben we de landingsplaats aangeboden aan burgemeester Dadema en wethouder Wagenmans van de gemeente Raalte. Raalte is door de VNG uitgeroepen tot best bestuurde gemeente van Nederland en de wijze waarop de gemeente samen met de bevolking een omgevings- en toekomstvisie heeft gemaakt heeft daarbij ook een rol gespeeld. We vielen vooral voor de kop van dit artikel ‘we beginnen de omgevingsvisie in de snackbar’.
Bij de aanbieding kwamen we ook te spreken over de spanning tussen ‘het open gesprek met elkaar aangaan’ en het reguleren van het speelveld waarbinnen dat gesprek moet plaatsvinden.  Het werd ons duidelijk dat Raalte (terecht) vooral trots is op de kwaliteit van die dialoog maar ook dat er daarnaast wel degelijk gesleuteld wordt aan een eerlijker speelveld.  Zo reserveert men het grootse deel van de grond voor particulier opdrachtgeverschap en riep de gemeente een garantstelling voor lokaal initiatief in het leven. De burgemeester gaf ook aan dat onze punten een belangrijke rol kunnen spelen bij de fase van uitvoering van de vastgestelde omgevingsvisie.

Kortom: werk aan de winkel. Laten we de kans niet missen om 2020 het jaar te maken waar we aan het einde kunnen vaststellen dat de omgevingswet meer in lijn is gebracht met wat we nu nodig hebben: een radicale keuze voor omgevings-/ruimtelijke kwaliteit, participatieve democratie en een gelijker speelveld voor lokaal initiatief ten opzichte van de markt en grote instituties.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*