Homepage

Tags

ambtenaren Amsterdam burgerparticipatie collectieve intelligentie community democratische vernieuwing eigenaarschap gebiedsontwikkeling gemeenteraad gemeenteraadsverkiezingen knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maatschappelijke gebiedsontwikkeling maatschappelijke zelfsturing menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie publiek domein publieke zaak regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld technocratie tijdelijkheid Utrecht vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak wonen zelfsturing Zwolle
 

De NIMBY is dood, leve de ROHAC

(Dit is een voorpublicatie van het essay van Frans Soeterbroek dat rond de zomer zal verschijnen over ‘verdichten met bewoners’)

Het is een van de spannendste vragen in bestuurlijk en bouwend Nederland: hoe om te gaan met verzet van de NIMBY (‘Not in My Back Yard’) tegen al die grote opgaven en transities. Er bestaat veel angst dat bewoners die deze plannen in hun spreekwoordelijke achtertuin zien landen zand in de machine gaan strooien. Er wordt al angstig gesproken over de NIMBY 3.0: de hoogopgeleide, goed geïnformeerde en veel tijd bezittende mens die alles uit de kast zal halen om uit puur eigenbelang de urgente opgaven waar ons land voor staat te torpederen. 

De verleiding voor overheden is groot om te vervallen in een regenteske mentaliteit van ‘dan maar zonder u’ . Of iets subtieler hen de pas afsnijden via tactisch spel: informatie en alternatieven achterhouden, overdreven volumineuze plannen presenteren zodat er wat concessies kunnen worden gedaan (‘kijk we halen er 2 verdiepingen af’), afkopen van weerstand, verdeel en heers spelen en gemeenteraden chanteren met het risico van tijdverlies, oplopende kosten en schadeclaims van bedrijven. Daarmee wordt ook slechte plannen er doorheen gerommeld en verliezen de burgers van dit land steeds meer het vertrouwen in hun eigen overheid. Geen aantrekkelijk perspectief. Laten we eens kijken of dat niet anders kan en of er geen alternatief is voor dat cynisch beeld van de NIMBY. 

De onmisbare conserverende kracht van bewoners
Conform het beeld over de NIMBY blijken bewoners meestal niet blij met plannen die in hun buurt landen. Ze vrezen meer druk op de open ruimte, minder groen, beperkter uitzicht, meer schaduw en wind, minder vrij uitzicht, dichter komen te wonen op (nog onbekende) buren, meer parkeerdruk en verkeersonveiligheid, overlast, mogelijke waardedaling van hun huis, de sloop van nog goede woningen en van waardevol erfgoed. Het leidt tot een defensieve reflex, nog versterkt door het feit dat men zich door plannen van overheid en markt overvallen voelt en de kans er invloed op uit te oefenen gering lijkt. 

Het is maar goed ook dat bewoners die reflex tonen als tegenwicht voor een overheid die zich in nauwe samenspraak met ontwikkelaars en corporaties in een bouwdrift heeft gestort waar de logica van businesscases en gebiedsexploitaties regeert. De plannen leunen zwaar op de belangen van ontwikkelaars, zijn slecht ingebed in een breder verhaal, te gemakzuchtig over verkeerseffecten, te weinig voortbouwend op wat er al is, matig qua ruimtelijke kwaliteit en meervoudig ruimtegebruik, opportunistisch geschreven op de Haagse geldpotten enzovoorts. Bewoners zijn daartegenover de beste zorgdragers voor ons erfgoed, ambassadeurs van een gezond leven, motoren achter lokale gemeenschappen, bewakers van de draagkracht van hun leefomgeving en van de plekken die voor hen betekenis hebben. Zij vertegenwoordigen het echte leven, de directe ervaring en een sociale insteek bij ruimtelijke vraagstukken en zijn dus nodig om echt de goede plannen te maken.

Vanuit democratisch oogpunt en vanuit de zorg voor een veilige, gezonde en prettige leefomgeving (vastgelegd in de grondwet en de omgevingswet) kunnen we niet zonder bewoners die niet zomaar alles wat op ze afkomt accepteren. En de verhoudingen zijn al behoorlijk scheefgetrokken omdat het burgers nauwelijks lukt plannen van overheid en markt echt bij te sturen, hooguit te vertragen. De zelfreflectie van de rechtelijke macht en de Raad van State naar aanleiding van de toeslagenaffaire leidde tot de conclusie dat het burgerbelang ook daar het onderspit delft. Het advies is plannen meer vanuit het evenredigheidsbeginsel te bekijken: zijn de plannen wel in verhouding tot wat je als overheid je burgera aan mag doen?
Dat zou ook veel meer de insteek moeten zijn bij procedures over ruimtelijke plannen. Dan helpt het wanneer we die kritische burger steunen en niet wegzetten als NIMBY.

De burger kijkt verder dan de achtertuin
Een groot misverstand is dat bewoners geconfronteerd met plannen die in hun leefomgeving landen zouden blijven hangen in tegenargumenten of alleen maar een simpel nee. Wanneer bewoners bij elkaar komen vanuit weerstand tegen die plannen blijken de gecombineerde ervaring, intelligentie en nuances meestal van een hoog niveau te zijn. En de burgers van dit land willen zich meestal ook niet laten opsluiten in het NIMBY-frame. Men gaat op onderzoek uit om de eigen horizon te verbreden.    

Men stuit dan al snel op inconsistenties in het beleid en de plannen: ‘hoe wil je tegelijkertijd verdichten en vergroenen?’, ‘waarom mag die ontwikkelaar op dat terrein dat geschikt is voor verdichting 3 villa’s zetten?’, ’hoe wil je betaalbaar wonen realiseren als je de markt alle ruimte geeft?’ . Vervolgens wordt een rijke analyse gemaakt van wat er nodig is dan de louter afwijzende reflex. De paradox is dat de bewoners waarvan wordt gezegd dat ze kortzichtig zijn en alleen een deelbelang vertegenwoordigen vaak met betere analyses en visies komen dan de eigen overheid en deze moeten beschermen tegen te veel opportunisme. 

Een recent voorbeeld. Bewoners in Egmond aan de Hoef kwamen in verzet tegen een groot bouwplan aan de duinrand in hun buurt en verdiepten zich in de materie. Ze stuitten op de strijdigheid van het plan met de stikstofwetgeving, kwamen met een in hun ogen betere locatie voor woningbouw en klaagden aan dat een gemeente die van het toerisme moet leven toestaat dat in het duingebied wordt gebouwd. De eerste reflex is dus ‘blijf weg uit onze leefomgeving’, het daarop volgende onderzoek levert een veel bredere horizon op waar de gemeente vervolgens niets mee wenst te doen. De overheid zou er goed aan doen samen met de burger op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke belang in plaats van zich te verschuilen achter ‘wij vertegenwoordigen het algemeen belang tegenover de NIMBY’.

Onze leefomgeving in plaats van mijn eigenbelang
De term ‘my backyard’ suggereert dat mensen puur vanuit individuele egoïstische motieven tegen plannen in hun buurt zijn. Dat blijkt ook al niet te kloppen. Verzet tegen die plannen krijgt in de meeste gevallen een collectief karakter: betrokkenen organiseren zich en hun verhalen zijn meestal gebouwd rond een collectief belang waar zowel wordt gekeken naar de eigen lokale gemeenschap als naar de toekomst van de planeet. 
Het NIMBY-vertoog past bij een platte neo-liberale visie op de burger als egoïstische calculerende consument en negeert het hele idee van lokale gemeenschappen waarin mensen elkaar steunen en corrigeren en waarin mensen verantwoordelijkheid nemen voor iets wast groter is dan henzelf. De NIMBY is feitelijk een construct van politici, ambtenaren, adviseurs en bedrijven die pretenderen dat alleen zij voor het collectief staan.

Juist de overheid moet beter leren om de kracht van lokale gemeenschappen te zien en zich ook bij ruimtelijke plannen te richten op het versterken van sociaal kapitaal. Niet van project naar project hobbelen en daar tussenin de relaties koud laten worden.
Ik heb altijd een simpel criterium voor wat een goed participatieproces is: het aantal volstrekt onredelijke mensen blijft heel beperkt en zij worden gecorrigeerd door hun medeburgers die zich verantwoordelijk voelen voor een proces dat naar meer smaakt. De overheid is op dit moment niet in staat die positieve kracht te mobiliseren waardoor alle boosheid zich op ‘de gemeente’ of ‘de politici’ richt. 

Oud zeer over verbroken beloften
Wat het NIMBY-vertoog ook uit beeld probeert te houden is dat er veel plannen zijn gemaakt die wel op instemming konden rekenen van bewoners maar dat die plannen vaak niet zijn uitgevoerd. De overheid en de met hen meewerken ontwikkelaars en corporaties hebben veel plannen in de ijskast gezet, met name na de financiële crisis van 2008. De gemeente kregen het niet meer rond gerekend, de ontwikkelaars gingen zitten wachten tot hun grond weer meer waard werd en  corporaties werden door de kabinetten Rutte gekneveld. Dat heeft veel kwaad bloed gezet bij bewoners, zeker in gevallen waar er vooruitlopend op die plannen mensen al hun huis uit moesten, panden zijn gesloopt en de publieke ruimte verwaarloosd.  

Verbroken beloften en omstreden projecten uit het verleden worden de gemeente nog lang nagedragen en daarom reageren bewoners vaak met scepsis op een nieuw plan: ‘waarom zou het dit keer wel anders gaan?’. Uit recent onderzoek van het Verweij-Jonker Instituut  blijkt ook dat het wantrouwen tegen de overheid niet gebaseerd is op het slecht geïnformeerd zijn van burgers over wat de overheid doet maar zij  juist heel goed op de hoogte zijn van wat er gebeurt en fout gaat en dat dat het vertrouwen schaadt. 

Onze participatiecultuur is een grote NIMBY-kweekvijver
In onderzoeken van rekenkamers, ombudsmannen, media en gemeenteraden naar de lokale participatiepraktijk kom je altijd varianten tegen op de volgende analyse: mensen zijn te laat betrokken, de informatievoorziening was slecht, er werd alleen maar ruimte geboden om over inpassing en marginale aanpassingen te praten en het is volstrekt onhelder wat er met de inbreng van bewoners gebeurt. 
Waar participatienota’s nog wel eens mooie principes formuleren die iets anders beloven dringen die niet tot de planprocedures van de overheid door, die zijn er onverkort op gericht bewoners kort te houden. De slagzin ‘mensen moeten kunnen participeren maar we geven hen niet zomaar hun zin’ ligt bestuurlijk Nederland voorop de tong. Het belangrijkste participatie-instrument is verwachtingsmanagement, meestal in de betekenis van ‘niet de suggestie wekken dat we onze kaders of plannen gaan aanpassen aan wat mensen willen’. 

De vrijblijvendheid van het Nederlandse participatiebeleid vind ik schokkend en is feitelijk de grote kweekvijver voor NIMBY-gedrag. Het is logisch dat kritische bewoners aan die benepen participatieaanpak proberen te ontsnappen en via andere wegen (acties, media, druk op de politiek, gang naar de rechter) hun gelijk proberen te halen. Voor veel bestuurders an ambtenaren weer het bewijs dat het NIMBY-gedrag toeneemt, terwijl ze hun eigen rol hierin niet willen zien.
Hoe je ook NIMBY’s kweekt: participatie beperken tot direct omwonenden terwijl de projecten steeds complexer en groter worden en een veel grotere gemeenschap aangaan. En daarbij wordt ook nog eens die participatie uitbesteed aan de ontwikkelaars in plaats dat de overheid de dialoog met de eigen burgers opzoekt.

Ik durf de stelling aan dat hoe meer overheden, corporaties en ontwikkelaars klagen over NIMBY’s hoe grote de kweekvijver die ze daar zelf voor hebben gemaakt. 

Van NIMBY naar ROHAC
Het zou de participatieprocessen van de overheid zoveel sterker maken wanneer die angst voor de NIMBY wordt losgelaten. Dat gewoon vanuit vertrouwen in de burger wordt gewerkt, kritiek tijdig wordt opgezocht en omarmd en er oprecht wordt gecommuniceerd: ‘we hebben u nodig om er echt iets goed van de maken’. Een overheid die snapt dat ruimtelijke planvorming ook gaat over het investeren in een leefomgeving van mensen en het bouwen van gemeenschappen. Die de nederigheid kan opbrengen (en dat ook van ontwikkelaars en corporaties vraagt) om op de deur te  kloppen om aan te kondigen dat je graag iets wilt veranderen in de buurt die voor mensen een thuis is. Een overheid die dat niet kan verdient verzet tegen plannen die ze als UFO’s in buurten laat landen.  

Wijken zitten vol met vindingrijke, redelijke en gulle mensen die echt wel breder kijken dan hun achtertuin diep is, maar we hebben echt verleerd die kwaliteiten aan te boren. Laten we om te beginnen dat denigrerende begrip NIMBY bij het grof vuil zetten en de burgers van dit land aanspreken op wat ze wel blijken te doen en te zijn: opkomen voor hun leefomgeving en onze gemeenschappen. De ROHAC dus: ‘Respect Our Habitat and Communities’. 

10 mei 2022
3 reacties
, , , ,
 

Over coalities voor de publieke zaak, zachtzinnig veranderen en democratische planprocedures

Reflectie op  het boek ‘Wij zijn de stad’ van Floor Milikowski
Pakhuis de Zwijger, 14 april 2022

De zelfbewuste titel van Floor’s boek ‘wij zijn de stad’ moest ik na lezing van het boek toch weer voorzien van een maar; ‘maar het wordt ons niet makkelijk gemaakt’. Het boek beschrijft aan de hand van levende verhalen de maar al te bekende worsteling van eigenzinnige en gedreven initiatiefnemers met de aloude logica van de gemeente. Hoe komen we dan wel naar een uitroepteken achter de titel in plaats van een maar?
De stevige peiler ‘samen stad maken’ in de kersverse omgevingsvisie van Amsterdam biedt mooie aanknopingspunten en hoopvol is ook dat wethouder Marieke van Doorninck overal vertelt dat ze dat het belangrijkste deel van de omgevingsvisie vindt. Lees en vooral benut de instrumenten die daarin staan. Eerlijk gezegd is de kans ook groot dat het geduldig papier blijft als we niet aan een aantal grote sturingsvraagstukken gaan werken. 

(meer…)
14 april 2022
0 reacties
, , , , , ,
 

Een vertrouwenscrisis tussen gemeenteraden en bewoners

Vorige week woensdag mocht ik in de Bilt een verkiezingsavond voorzitten over de lokale woningbouwplannen. Of beter gezegd: over hoe het samenspel ontbreekt tussen burger en bestuur bij het maken van de plannen hiervoor. Het was georganiseerd door vier bewoners- en een ondernemersorganisatie die moeite hebben met de woningbouwplannen in de spoorzone van Bilthoven.  Hier een verslag ervan.   

In de voorbereiding op die avond en op de avond zelf kreeg ik een behoorlijk goed beeld van wat hier speelt en zag ik uitvergroot wat er in heel NL op dit moment mis gaat. Gemeenten die de echt spannende besluiten nemen op plekken waar de burgers geen zicht op hebben, steeds sterker gaan leunen op ontwikkelaars en tegelijkertijd boze burgers blijven beloven dat ze nu echt serieus genomen gaan worden maar die belofte steeds weer niet waarmaken. Weer een nieuwe participatienota gaat hierbij echt niet meer het verschil maken want het participatiebeleid is te ver losgezongen van waar de echte besluiten vallen. Actieve bewoners laten zich ook niet meer chanteren met makkelijke slogans over het algemeen belang van de gemeente tegenover het deelbelang van de burger. Die tegenstelling klopt niet en maakt ongelukken. Gemeenteraden gaan zich worden in dit krachtenveld steeds machtelozer gedragen en het vertrouwen in de lokale politiek erodeert steeds verder. 

In de Bilt voelt nog maar 16 % van de bewoners zich goed vertegenwoordigd door de gemeenteraad en maar 12% denkt enige invloed te hebben op het beleid van de gemeente. Wat gaat hier gruwelijk mis en vooral welke lessen vallen daar uit te trekken voor de lokale politiek in heel Nederland de komende 4 jaar?

(meer…)
2 maart 2022
6 reacties
, , , , , , ,
 

niet participeren maar mobiliseren

In haar jongste boek “Wij zijn de stad” beschrijft journalist Floor Milikowski aan de hand van een serie interviews met actieve Amsterdammers treffend waar het op dit moment aan schort. Zij botsen op een werkwijze van de gemeente die niet gebouwd is op het idee dat zij de onmisbare bondgenoot zijn voor een ander manier van stads- en wijkontwikkeling. De activistische architect Wouter Pocornie hekelt in een van de verhalen de oppervlakkigheid waarmee de ambtenaren en de door hen ingeschakelde placemaking- en participatiebureaus te werk gaan: “de gesprekken blijven altijd aan de oppervlakte, de echte vragen worden niet gesteld: van wie is de grond van de stad,? Van wie zijn de stenen? Van wie zijn de buurten? Heeft degene met het meeste geld de meeste ruimte of zijn er andere afwegingen mogelijk?”

Afgelopen dinsdag was ik bij twee bijeenkomsten in Amsterdam over het samen maken van de stad waar die vragen wel werden gesteld. De eerste ging over de gebiedsontwikkeling van de toekomstige wijk Havenstad en de andere over hoe een van de pijlers onder de omgevingsvisie Amsterdam 2050  ‘samen stad maken’ (volgens wethouder Marieke van Doorninck het belangrijkste onderdeel van de omgevingsvisie!) om te zetten in een uitvoeringsagenda. Voor mij stonden beide bijeenkomsten in het teken van de vraag hoe we komen van de wereld waarin het gaat om het bevorderen van participatie en burgerinitiatief naar een aanpak waarbij de stad wordt gemobiliseerd, de machtsvraag wel indringend wordt gesteld en de ontwikkelmodellen daarop worden aangepast. Mijn ervaringen afgelopen dinsdag sterkte me in het idee dat actieve bewoners en gemeente samen de logica van de huidige manier van stadsontwikkeling kunnen laten kantelen. Maar daarvoor moet de gemeente wel de nek uitsteken en inderdaad inzetten op mobiliseren in plaats van participeren.

(meer…)
8 november 2021
1 reacties
, , , , ,
 

Het goede leven wordt u aangeboden door projectontwikkelaars

Er is een stilzwijgende privatisering van de wijkaanpak en de sociale opgave bezig richting projectontwikkelaars. Zij nemen met steun van gemeenten en corporaties de regie op zich van het herstructureren van wijken en de programmering van nieuwe wijken. En daarbij werpen ze zich op als brengers van het goede leven en aanpakkers van de grote sociale vraagstukken. Ik mocht recent in discussie met directeur Esther Fleers van Heijmans naar aanleiding van dit interview waarin ze op basis van haar eigen rol in Den Haag Zuidwest ontwikkelaars presenteerde als regievoerders van de wijkaanpak 4.0: ‘We vervullen steeds meer een verbindende rol tussen het fysieke en sociaal-maatschappelijke domein.’ Ook in Rotterdam Zuid en Overvecht in Utrecht zien we de voorbeelden waarbij ontwikkelaars (met corporaties op de bagagedrager van de sloop-nieuwbouwaanpak) regie voeren of herstructurering van de wijken en die brugfunctie claimen. 
En bij nieuwe wijken zien we hoe ontwikkelaars totaalconcepten lanceren voor het goede leven in de door hen te bouwen wijken. Vorige week mocht ik in gesprek met Onno Dwars van Ballast Nedam over de pretentie dat zijn bedrijf in staat is nieuwe woonwijken te bouwen waar mensen jaren langer leven dan in ‘gewone’ wijken. Ook in ander projecten zie je ontwikkelaars die grote broek aantrekken met vaak een vette hipstersaus er overheen. Klik eens op  het filmpje op deze website over het nieuwbouwproject in de voormalige Bijlmerbajes. Tijd om even goed te duiden wat de impact is van deze trend, binnen welke kaders het een functie kan hebben en geen ongelukken veroorzaakt.

(meer…)
18 oktober 2021
0 reacties
, , , , ,
 

De wooncrisis, de onderliggende systemen en de gemeenteraadsverkiezingen

Zondag 12 september aanstaande is er het grote woonprotest in Amsterdam. Ik steun van harte de eisen die de organisatoren daarbij in beeld brengen: radicaal inzetten op betaalbaar wonen, stoppen met de discriminerende mengstrategie van wijken, meer armslag voor corporaties, afschaffen van de verhuurdersheffing en het weren van de opkopers van panden.
De vraag is wel hoe je voorkomt dat er een serie van ad hoc maatregelen wordt genomen zonder dat het onderliggende systeem van de neoliberale woon-, grond- en vastgoedmarkt wordt opengebroken. Ook ben ik bang dat het grote beroep dat op het Rijk wordt gedaan niet zal leiden tot wezenlijk andere afwegingen over onze ruimtelijke ordening. Minstens zo belangrijk is te werken aan  democratisering en vermaatschappelijking van de besluitvorming over geld, grond, vastgoed en gebiedsontwikkeling. En daarbij kan meer gerealiseerd worden op lokaal niveau dan het soms lijkt. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht kunnen en moeten we daarvan een groot issue maken. Ik heb vier adviezen om via deze lijn de agenda van het woonprotest te verdiepen en de programma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen te voeden. 

(meer…)
7 september 2021
4 reacties
, , , , , , ,
 

Het omgevingsplan als nieuw sociaal contract voor de leefomgeving

Eergisteren hebben de deelnemers aan de pilot omgevingsplan Groningen in en voor de wijken Selwerd, Paddepoel en Tuinwijk hun einddocument met aanbevelingen en voornemens aangeboden aan wethouder Roeland van der Schaaf. De pilot was bedoeld om te oefenen met het samen met de stad maken van het stedelijke omgevingsplan (de opvolger van bestemmingsplannen en meerdere andere regelingen) dat de wet verplicht en te onderzoeken hoe je daarbij maatwerk naar buurten en wijken kunt bieden.  Meer dan een jaar is hieraan gewerkt door een wisselende groep van mensen bestaande uit wijkbewoners, ambtenaren, gemeenteraadsleden en medewerkers van corporaties. Ik mocht dat proces begeleiden. 
Het was een taai proces: een onderwerp dat ver van bewoners af lijkt te staan, een ingewikkeld instrument met zijn eigen jargon en ook nog in coronatijd waardoor we elkaar in die periode maar 1 keer live hebben ontmoet en wat het aansluiten van een grotere groep belanghebbenden verhinderde. Tegen deze achtergrond mag het een grote prestatie van de deelnemers genoemd worden dat ze een gezaghebbend verhaal hebben gemaakt. De afzenders van het stuk zijn 9 bewoners, 3 raadsleden, 2 medewerkers van corporaties en 5 ambtenaren. Meer bewoners hebben eraan gewerkt maar die zijn we om verschillende redenen tussentijds weer kwijtgeraakt.
Er zijn ook een aantal interessante lessen te trekken voor andere steden die zo’n wettelijk verplicht omgevingsplan nog gaan maken. Over de belangrijke les, hoe je een agenda voor democratische vernieuwing kunt verbinden met de omgevingswet die dit bepaald niet stimuleert schreef ik eerder dit verhaal al. Ik wil me in dit blog richten op de vraag wat er gebeurt wanneer je niet het instrument omgevingsplan centraal stelt maar de leefwereld van de bewoners van stad wijk en buurt. En hoe je dat op een manier doet dat er geen bewonerswensenlijstje uitrolt onder het motto ‘dat nemen we mee’ maar iets wat lijkt op een sociaal contract over de leefomgeving als gezamenlijk product van  bewoners, ambtenaren, gemeenteraadsleden en corporatiemedewerkers.

(meer…)
8 juli 2021
6 reacties
, , , , ,
 

Zo verbind je de omgevingswet met een democratische agenda

Deze week was er via een videoplatform een mooie uitwisseling tussen bewoners en ambtenaren uit Amsterdam en Groningen om van elkaar te leren hoe je de invloed van bewoners goed regelt bij invoering van de omgevingswet. In Amsterdam ben ik betrokken bij de gemeentelijke omgevingsvisie en het maken van een wijkomgevingsvisie door bewoners in de Sierpleinbuurt. In Groningen begeleid ik heb maken van een omgevingsplan door bewoners uit 3 wijken (Selwerd, Paddepoel en Tuinwijk) samen met de gemeente. Omdat we in beide steden met dezelfde instrumenten stoeien (dialoog ver naar voren trekken, buurtvoordeelovereenkomst, sterke buurtplatforms, veel betere informatievoorziening, kansen voor buurten zelf plannen te maken etc.) was het idee geboren om eens met elkaar in gesprek te gaan. 

In beide steden wordt gekozen voor de vergroting van de invloed van bewoners op de ruimtelijke ontwikkeling en zich niet te laten gijzelen door een omgevingswet die dat ontmoedigt en vooral stuurt op speelruimte voor de markt en procedureversnelling. In dit blog wil ik gesterkt door de uitwisseling tissen beide steden schetsen waar je dan tegen oploopt en hoe je hier je weg in vindt. Met aan het einde nog een oproep aan de landelijke politiek de omgevingswet alsnog aan te passen om het beter op deze tijd te laten aansluiten.

(meer…)
12 maart 2021
9 reacties
, , , , , , ,
 

Technocratische systemen verander je niet door op te roepen tot beter gedrag

Donderdag verscheen het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie uitvoeringsorganisaties ‘klem tussen balie en beleid’. De aanbevelingen zijn samen te vatten in 1 zin: gooi als politiek/beleidsmakers plannen niet over de schutting, werk met de uitvoering samen en toets beleid beter op uitvoerbaarheid en beperkingen in het ‘doenvermogen’ van de burger. Dat doenvermogen (trefwoorden: zelfredzaamheid, in staat zijn regelingen te doorgronden en om te zetten in adequaat handelen) is wellicht het meest vernieuwende in een advies dat in de lijn ligt van vele eerdere rapporten over uitvoerbaarheid van beleid. Dat komt ook door de grote aandacht voor het begrip menselijke maat in het onderzoek.  Meer dan 100 keer gaat het daar in het rapport over en het is eigenlijk het centrale begrip in het verhaal. Dat wordt vertaald in termen van luisteren naar burgers, maatwerk bieden en rekening houden met groepen met weinig doenvermogen. Er wordt in het verlengde daarvan gepleit voor een heuse doenvermogenstoets. Daar zit ‘m eigenlijk ook het probleem met de aanbevelingen. Die zijn gericht op het verbeteren van gedrag (luisteren, niet blind zijn, terughoudend zijn, oog hebben voor de mens) en van proces- en procedure-instrumenten als afstemming, terugkoppeling, toetsen, evaluaties en directe dialoog. Maar er is weinig aandacht voor het aanpassen van de grootste fouten in de systemen zelf. Dat gaat wanneer je het rapport goed leest over 3 terreinen:  de anonieme systemen en werkprocessen, de technocratisch tussenlaag tussen beleid en uitvoering en het ontbreken van de goede checks en balances in de systemen. Een gemiste kans waar ik hieronder wat uitgebreider op inga.

(meer…)
28 februari 2021
2 reacties
 

Het experiment en de participatie als placebo voor een vastzittend systeem

Recent schreef ik naar aanleiding van een kritisch rapport van de Rotterdamse Rekenkamer over de samenwerking tussen de gemeente en burgerinitiatieven dat gemeenten in reactie op kritiek altijd vluchten in nog betere procesinstrumenten (dialoog, klantvriendelijkheid, communicatie) maar weigeren om de systemen waar burgers hard op botsen aan te passen. En waar de wil er wel is om het eens anders te doen stranden de goede intenties in te vrijblijvende experimenten. 
Die experimenten en procesaanpak zijn niet meer dan placebo’s voor een hardnekkige kwaal. De muren rond de traditionele manier van werken van gemeenten in innige samenwerking met de markt worden niet geslecht en vaak nog hoger opgetrokken. Het leidt steeds zichtbaarder tot een gespleten bestuurscultuur waarin er aan de ene kant ambtenaren, bestuurders en raadsleden zijn die de actieve burger omarmen en voor hen op zoek gaat naar regel- en ritselruimte. En aan de andere kant ambtenaren, bestuurders en politici die er voor zorgen dat de burger buiten de arena wordt gehouden waar het echte spel wordt gespeeld. Gemeenteraden accepteren dit en weerspiegelen ook zelf die gespleten cultuur. In dit verhaal wil ik eens dieper ingaan op welke systemen dat zijn, wat de dramatische consequenties van deze hoge muren zijn en hoe het anders kan en moet.

(meer…)
27 november 2020
12 reacties
, , , , , , ,