over burgertops en democratische vernieuwing

Gisteren mocht ik op de conferentie van de ministeries van BZK en BUZA en de G4 in Utrecht iets vertellen over hoe ervaringen met democratische vernieuwing in Nederlandse steden de Europese agenda van de stad (‘urban agenda’) kunnen voeden. Ik kon daarbij putten uit mijn advieswerk over democratische vernieuwing en mijn betrokkenheid bij netwerken van initiatiefnemers zoals de Utrechtse ruimtemakers en het netwerk nieuw Nederland. Gisteren gingen we op zoek naar de praktische instrumenten maar ook naar de diepere mechanismen waar je op bij moet sturen wil je kunnen spreken over democratische vernieuwing.

Met name de ambitie van een Europese burgertop (waaraan met steun van de overheid wordt gewerkt door Pakhuis de Zwijger) viel goed bij de aanwezigen. Er werd voor gepleit om tijdens het Nederlands voorzitterschap van de EU in 2016 de ‘echte top’ in dialoog te laten treden met de burgertop. Ter plekke werd door een vertegenwoordiger van Platform 31 nog een tweede burgertop (eind 2016) aangekondigd, vanuit een Europees netwerk van lokaal initiatief en Europees onderzoek naar stedelijke uitdagingen onder de noemer Seismic. Hoe meer zielen hoe meer vreugd zal ik maar zeggen.

Ik heb ook iets verteld over mijn ervaringen met een Europees burgerpanel als middel om grensoverschrijdend Europees burgerschap te bevorderen. Ook dat smaakte blijkbaar naar meer want er werd gelijk een idee geboren voor zo’n panel in de Euregio rond Limburg. Mooi dit alles maar de lezers van mijn blogs weten dat ik bij dit type instrumenten het risico van koekoeksklokparticipatie op de loer zie liggen. Hoe voorkom je dat we alle troeven zetten op participatiehappenings waarvan de resultaten al snel weer van verdampen?   Daarvoor moet je wat dieper de systemen in duiken. Mijn verhaal gisteren ging daar feitelijk over. Wat zijn de belangrijkste bewegingen die vanuit de overheid moeten worden gemaakt wil er sprake zijn van duurzame democratische vernieuwing? Ik heb er zeven gevonden die zowel betrekking hebben op lokaal, landelijk als Europees niveau.

1- Meebewegen met de onderstroom in plaats handhaven status quo
Onder de grote diversiteit aan maatschappelijk initiatief (buurtgroepen, coöperaties, sociaal ondernemers, belangengroepen, actiegroepen, verenigingen enzovoorts) zit een gedeeld waardenpatroon dat op gespannen voet staat met hoe stad en land nu worden bestuurd. De menselijke maat, soberheid, duurzaamheid, zelf greep hebben op je eigen omgeving, saamhorigheid en alledaags geluk tegenover grootschalig denken, anonieme machten en systemen, verspilling etcetera. Daarom moet je tot diep in de (zingevings)systemen doordringen om die onderstroom recht te doen. Want wanneer die mensen zich niet gesterkt en vertegenwoordigd voelen worden participatieprogramma’s ontmaskerd als doekjes voor het bloeden en pogingen van ‘de elite’ om zelf buitenspel te blijven.

2- Besluitvormingsmacht in de samenleving in plaats van vrijblijvende participatie-impulsen
Het huidige participatiedebat gaat niet of nauwelijks over de vraag hoe je besluiten neemt in de samenleving. Het is de oude taal van ‘binnen de door ons gestelde kaders geven we ruimte aan te samenleving.’  Democratische vernieuwing wordt niets als de overheid alle macht aan zich houdt en niet werkt aan collectieve besluitvorming binnen de samenleving. Zet dus in op het realiseren van buurtrechten,  nieuwe vormen van representatieve democratie, correctieve referenda en burgerfora met mandaat.

3- Samen sociaal kapitaal opbouwen in plaats van ‘wij vertegenwoordigen de burger’
Politici en ambtenaren kunnen haarfijn uitleggen waarom geen enkel maatschappelijk initiatief of platform de burger in zijn totaliteit vertegenwoordigd. Dus is de overheid nodig voor een inclusieve stad en democratische legitimatie. Vervolgens bouwt de overheid zelf participatiesystemen om ‘de ander’ of  ‘alle burgers’ te bereiken. Door zo om bestaande initiatieven heen te gaan bouw je geen duurzame netwerken. We moeten niet in de groef vervallen van ‘de overheid is de enige die iedereen vertegenwoordigd’. het gaat er om samen met actieven in de stad de kring van betrokkenen te vergroten en te zorgen dat de stille krachten worden gehoord. Want samen kennen we iedereen.

4- De vertwijfeling delen in plaats van doelgerichtheid voorwenden
De overheid weet vaak ook niet meer waar ze het moet zoeken en helaas vinden de meeste bestuurders en politici het lastig om daarbij gelijk de hulp van de burger in te roepen. Dat is meer dan jammer want de krachtigste boodschap die de overheid naar de burger kan geven is ‘ we hebben maar een deel van het antwoord en hebben u nodig om er echt wat van te maken’. De collectieve intelligentie en betrokkenheid in de samenleving is groot genoeg om samen alles aan te kunnen. Je kunt dan ook beter een pittig dilemma aan je burgers voorleggen dan ze te confronteren met quasi-open ‘roept u maar’ processen.

5- Samen knutselen aan regels in plaats van top down (de)reguleren
Overheden besteden veel tijd aan het bedenken, afschaffen en herformuleren van regels. Allemaal vanuit vooronderstellingen over wat wij willen en aankunnen en meestal ook nog stiekem gestuurd door lobbygroepen. Werkbare regels die voelen als van onszelf ontstaan alleen door ze samen te ontwikkelen of samen af te schaffen.  En als er veel tegengestelde belangen spelen kan de overheid helpen door een  maatschappelijke arena te bouwen waar het mag vlammen met de overheid al bemiddelaar. Dat samen knutselen dankbaar werk is laten ervaringen in Utrecht zien.  

6- Schurende verhalen in plaats van doods beleidsproza
Iedereen binnen de overheid is getraind in het produceren van bloedeloos beleidsproza waar niemand zich ongemakkelijk bij mag voelen. Maar iedereen weet ook dat er een hoop gedoe, pikante anekdotes, bluf en belangenstrijd onder dat proza schuilgaan. Echte transparantie is dat je dat ook laat zien en samen nieuwe verhalen maakt over omgaan met gedoe, dilemma’s en menselijk geluk. Begin dus bij levende verhalen over waar het wringt, schuurt en borrelt in de stad en niet bij steriele verhalen over vitale steden, opgaven en kansen. Zo blijf je als overheid dichter bij de leefwereld van mensen en hoef je niet steeds van die verschrikkelijke ‘vertaalslagen naar de burger’ te maken.

7- Buitenspelen in plaats van boodschappen de wereld in sturen
In overheidskantoren wordt beleid gemaakt en worden plannen gesmeed. En als het goed is wordt tussendoor naar buiten gegaan om te luisteren en te kijken en dat mee te nemen naar dat kantoor. Dat moet en kan radicaal anders. Democratische vernieuwing vergt dat plannen daar worden gemaakt waar ze betrekking op hebben, dus in de stad en in de buurt en met de daar aanwezige mensen. Een overheid die werkt vanuit het principe ‘het stadhuis is op straat en bij de mensen thuis’ gaat op een andere manier denken en handelen dan een overheid die alleen maar ophaalt en dingen de wereld in stuurt. Zo bouw je ook wat doe-democratie in de dialoog-democratie en bereik je een andere groepen burgers.

Aan de hand van bovenstaande 7 schalen kunnen we de stand van zaken met democratische vernieuwing denk ik goed in kaart brengen. Er is in mijn ogen nog een behoorlijk lange weg te gaan, zeker op landelijk en Europees niveau maar ook in de steden. Sturen op deze thema’s levert duurzamer resultaten op dan een serie van nieuwe participatieprocessen en -instrumenten.
Er zou al een hoop gewonnen zijn wanneer we de komende jaren op meerdere van deze 7 fronten de balans veranderen ten gunste van de burger. Het hoeft allemaal niet in 1 keer goed maar het is wel belangrijk dat de vrijblijvendheid er af gaat en het echt als een spannende verandering voelt.  En dat moet toch lukken want eigenlijk is het heel interessant en dankbaar om daaraan te werken  of het nu in Utrecht, Den Haag of Brussel is. En die burgertop volgend jaar wordt ongetwijfeld een mooie manifestatie van de onderstroom die het bestuurlijke debat met schurende verhalen weer terug op straat weet te brengen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*