Het Europa van verbonden burgers

Een van de mooiste dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan was het begeleiden en voorzitten van bijeenkomsten van het ‘european citizen panel’ over de toekomst van het landelijk gebied. Uit 10 regio’s kwamen in 2007 burgers naar Brussel om in drie dagen een gezamenlijke visie te ontwikkelen op het landelijk gebied. In die opzet slaagden de deelnemers met vlag en wimpel. Op dag 4 werd een gezamenlijk advies aangeboden aan de Eurocommissaris voor landbouw en leden van het Europees parlement.
Ik moet hier regelmatig aan terugdenken wanneer er discussies oplaaien over het geringe draagvlak voor Europa bij de burgers, over het democratische gat in Brussel en over wel of geen nieuw referendum.  Afgelopen zaterdag was het interview met Diederik Samsom in de NRC een goed voorbeeld van de wanhoop bij politici over de legitimiteitscrisis. Samsom wil best een raadgevend referendum maar dan pas over jaren als (naar hij hoopt) de rust is weergekeerd. Verontruste wetenschappers hebben het voortouw genomen nu een referendum af te dwingen. Die spanning zie je in heel veel landen. Zo blijft elke lidstaat met de eigen burgers worstelen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat het de Europese instituties aan verbeelding en lef ontbreekt om  Europese burgers bij elkaar te roepen en hen uit de dagen een uitweg uit deze impasse in de legitimiteit te vinden.

Wat een onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt van dat panel over het landelijk gebied  is dat de deelnemers van hun stoel vielen toen ze ontdekten dat de inwoners van andere landen dezelfde waarden en zorgen bleken te hebben. En de trots toen het daadwerkelijk lukte om in een paar dagen tot een gezamenlijk advies te komen was ook indrukwekkend. De kwaliteit van het advies mocht er zijn: een mooie mix van inhoud (sterk gericht op jeugd, onderwijs en duurzame ontwikkeling) en oog voor de machtsverdeling (pleidooi voor invloed burgers op het verdelen van Europese gelden op regionaal niveau, verschuiving geld van landbouwbeleid naar regionaal beleid etcetera).

Voor veel deelnemers was dit een ‘lifechanging experience’ die voor het eerst het gevoel gaf er als Europees burger toe te doen. Helaas wisten de Europese instituties dat onvoldoende op waarde te schatten. Het was een experiment en bleef een experiment en over de follow up was natuurlijk weer te weinig nagedacht. Hoe het advies heeft doorgewerkt weet eigenlijk niemand. Een deel van de deelnemers heeft nog gepoogd een vervolgbijeenkomst uit te lokken maar dat is uiteindelijk niet gelukt.

Op internet stuitte ik op een document waaruit blijkt dat er in 2009 weer panels zijn georganiseerd maar nu met de vraag hoe Europese burgers rechtstreeks bij de besluitvorming konden worden betrokken. Hier de link naar de conclusies van die panels. Hoewel er geen enkele aandacht wordt besteed aan de ervaringen met het eerdere panel (leve de verkokering) zijn er een aantal opvallende overeenkomsten. De gebleken bereidheid van nagenoeg alle bij loting aangewezen burgers om hieraan me te doen, de enorme impact die het bij betrokken heeft op hun besef van Europees burgerschap en de hoge kwaliteit van de adviezen. En weer de druk op de instituties om te zorgen voor doorwerking van de adviezen evenals de behoefte van burgers aan blijvende betrokkenheid bij uitvoering van het beleid.

Het probleem is dat de Europese instituties door de bankencrisis nog meer naar binnen zijn gericht en er geen enkele urgentie wordt gevoeld om  te investeren in verbondenheid van en macht aan Europese burgers. Het zou toch een slimme en dappere zet zijn wanneer regeringsleiders,  Europese commissie of het Europees parlement het initiatief zou nemen om juist over een complexe en hypergevoelig thema als de bankencrisis een Europees burgerpanel bijeen te roepen. Met als doel een zwaarwegend advies te maken over de aanpak van die crisis en de rol van burgers daarin. Dat zou overigens volledig in de geest zijn met het in het verdrag van Lissabon (artikel 11) opgenomen principe dat burgers actief bij de besluitvorming worden betrokken.

De paradox is dat het over landsgrenzen heen bundelen van de woede over Europa onder burgers  wel eens de belangrijkste katalysator voor Europees burgerschap zou kunnen zijn.Het is wellicht de laatste kans om een andere dynamiek op gang te brengen want het percentage mensen dat gewoon niets meer met de Europese instituties te maken wil hebben groeit. Als er de komende jaren geen enkele impuls wordt gegeven aan Europees burgerschap in de betekenis van over grenzen heen verbonden burgers die invloed krijgen op de instituties dan bouw je het draagvlak nooit meer op. Het zou overigens ook een goed idee zijn als al die gesubsidieerde instituten die geld krijgen om het Europees burgerschap en de ontmoeting tussen culturen te bevorderen het voortouw hierin nemen. Want ook zij moeten beseffen dat die ambities onder hun ogen verdampen.

Er is nog 1 troost voor wie niet gelooft in deze veerkracht van het Europese circus. Er is ondertussen een grote spontane uitwisseling tussen Europese jongeren ontstaan door reizen, couchsurfing, internet, popfestivals, uitwisselingsprogramma’s en  werk/studie in het buitenland.  Misschien is het Hongaarse Szigetfestival met ieder jaar 400.000 bezoekers uit werkelijk alle Europese landen wel de belangrijkste aanjager van Europees burgerschap. Dat biedt hoop voor grensoverschrijdende verbondenheid, ook als de instituties bezwijken.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*