20 oktober 2014

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , , , ,

Zeg het voort

Regels verander je door samen te gaan knutselen

Vorige week kwam in het nieuws dat de gemeente Hollandse Kroon 80 % van de regels uit de APV gaat schrappen onder het motto ‘dat kunnen de mensen zelf wel onderling regelen’. De reacties op de sociale media waren grotendeels positief: ‘weg met de regelzucht’. Maar ik las ook verontruste reacties als’ dat gaat een hoop bomen de kop kosten’ en ‘de gemeente zegt: zak allemaal maar in de stront”. Die kritische reacties leggen een belangrijk probleem bloot: gemeenten die denken dat ze burgers een plezier doen door zonder overleg met diezelfde burgers regels af te schaffen of te verbeteren zullen bedrogen uitkomen. Zeker waar gesleuteld  wordt aan regels die betrekking hebben op de onderlinge relaties tussen inwoners is het oerstom om die vanachter het bureau te gaan veranderen. Dat doe je in dialoog met je inwoners.

Dat doet mijn gemeente Utrecht toch beter. Afgelopen donderdag  organiseerde ze een oploop om de stad mee te laten denken over  aanpassing van het aanbestedingsbeleid (via de principes ‘right to challenge’ en ‘social return’), over het werken met buurtbegrotingen  en over de opzet van een initiatievenfonds door 2 andere regelingen samen te voegen.  De gemeente nam daarmee het stokje over van het initiatief dat wij met ons netwerk van Utrechtse ruimtemakers juni jongstleden hadden genomen. Met de opbrengst van dit initiatief in de hand konden we een volgende stap zetten. Daar vallen al een paar mooie lessen uit te trekken die ook elders toepasbaar zijn.

Diep het systeem in
Wat de gemeente hier vooral goed doet is dat ze  dialoog en initiatief diep in de organisatie laat doordringen. Veel gemeenten treden burgerinitiatieven tegemoet door er de participatie- en wijkprofessionals op af te sturen. En samen gaan ze dan in de koplampen zitten staren van ‘het systeem dat niet in beweging te krijgen is’. In Utrecht wordt het vervolg op ons initiatief getrokken door de afdeling financiën en zitten aanbesteders, begrotingsspecialisten, wijkmanagers, buurtbewoners, instellingen, initiatiefnemers en raadsleden samen aan tafel.
Het is altijd een feest om te zien wat er gebeurt als je deze werelden kortsluit. Het delen van kennis die vaak alleen maar bij de overheid zit, het aftasten en begrijpen van elkaars perspectieven en elkaar helpen met de worstelingen van alledag. Zo heb ik rond aanbesteding zelf geleerd dat de gemeente Utrecht in provinciaal verband al een nieuwe regeling voor ‘social return’ heeft opgesteld, dat wooncoöperaties vanaf volgend jaar wettelijk geregeld een plek krijgen naast de machtige corporaties en dat de gemeente Utrecht in de zorgsector werkt met een systeem van wat ze ‘bestuurlijke aanbesteding’ noemt. Dat geeft ook gelijk het gevoel dat er al veel in beweging is waarop we kunnen voortbouwen zonder alles overhoop te gooien.

Het wringt en het schuurt
Wie denkt dat zo’n proces alleen maar mooi en harmonieus is komt bedrogen uit. Want er komt heel wat op tafel dat pijn doet en oplossingen die alleen maar geweldig zijn vind je zelden. Zo zie je dat er in zo’n dialoog op zoek wordt gegaan naar onderliggende mechanismen van ervaren problemen onder het motto  ‘je kunt regelingen wel aanpassen maar als je niet….. wordt het nooit wat”.  Zo kwam er in de gesprekken waar ik zelf bij zat indringend op tafel dat de gemeente voor initiatiefnemers vaak wordt ervaren als hindernisbaan in plaats van meedenkloket. En de manier waarop de gemeentelijke vastgoedorganisatie is georganiseerd lijkt geen stimulans voor zelfbeheer van buurthuizen.

Het is belangrijk samen een balans te vinden tussen ‘daar moeten we ook wat mee’ en ‘we kunnen niet alles er bij halen’. Dat lukt alleen als de gemeente zich kwetsbaar opstelt en dingen die intern gevoelig kunnen liggen niet afschermt.  Je hebt juist een dialoog waarin het mag wringen en schuren tussen ambtenaren, burgers en politici nodig om oude gewoontes los te weken.

Wat ook wringt  is dat gemeente uit zichzelf al een koers heeft ingezet die weer ter discussie komt te staan in de dialoog. Zo heeft de gemeente een regeling uitgewerkt voor social return bij aanbesteden, die er op neerkomt dat wat opdrachtnemers in ruil voor een opdracht voor de stad terugdoen heel ruim kan worden ingevuld.  Maar in de dialoog wordt juist sterk gepleit voor een bijdrage aan de stad die nauw verbonden is met de aard van de opdracht, zeker bij opdrachten die zich in buurten afspelen. Ander voorbeeld: de gemeente wil een initiatievenfonds dat werkt volgens het principe dat initiatiefnemers zelf ook geld inbrengen. Maar dat kan wringen met de wens om de kracht te behouden van een van de voorlopers van dit fonds, het leefbaarheidsbudget. Die werkt laagdrempelig en een bijdrage kan heel snel kan worden geregeld, en dat blijkt ook wat waard.

Niet in rondjes gaan draaien maar knutselen
Het onoplosbare probleem met een dialoog over regelgeving is dat je nooit iedereen daarbij kunt betrekken. De neiging is wel de kring steeds groter te maken met twee risico’s: het schiet niet op want het begint steeds weer van vooraf aan en het aantal invalshoeken en meningen neemt alleen maar toe. Dat zag ik afgelopen donderdag ook gebeuren. Mijn ervaring is dat je dat op twee manieren oplost. Allereerst door het vormen van een groep mensen uit de samenleving die relevant is voor het betreffende regelsysteem en daarbinnen een goede afspiegeling van belangen vormt. Je zult zien dat zo’n groep elkaar razendsnel vindt en het juist niet alle kanten opschiet. Daarnaast is het de kunst om niet te proberen in 1 keer alles goed te doen. Je moet samen gaan knutselen aan de regels: schaven, schuren, uitproberen en dan weer een volgende stap. Dat voorkomt veel vertraging en teleurstelling en vergroot de wendbaarheid.

Bij dat knutselen helpt het denken in prototypen. Wat hebben we eigenlijk samen vanavond gebouwd en  wat is er nog nodig om het eens in de praktijk uit te proberen?  Zo komt er rond het thema ‘right to challenge’ dat burgers de kans moet geven zelf publieke taken naar zich toe te halen (met de bijbehorende  gelden!) al een aardig programma van eisen op tafel: opdelen van publieke aanbesteding in kleine porties, geen dikke boeken vol met eisen,  inclusiviteit en continuïteit als normen voor opdrachtnemers. Met die vier ontwerpprincipes kun je vast nu al wat bouwen om uit te testen.

Bij experimenteren hoort ook dat je voor een bepaald gebied in de stad regels even ‘uitzet’ en ze dan weer een voor een (al of niet aangepast) aanzet als dat toch niet goed uitpakt. Dat hebben ze bijvoorbeeld voor de APV (let op Hollandse Kroon!) in Deventer gedaan voor het havengebied. Daar is naar ik begreep in 1 keer de hele APV in de wacht gezet en zijn er bepaalde regels weer aangezet waar zaken toch uit de hand liepen. Zo zijn er dus vele vormen om te knutselen met het regelsysteem en kun je wegblijven uit zwart-wit discussies over afschaffen van regels.

De koekoeksklok bij het grof vuil zetten
Aan het einde van de bijeenkomst werden er vervolgafspraken gemaakt. Drie van de vier vervolgactiviteiten worden getrokken door een ambtenaar en een door iemand uit de stad. ik zag bij ambtenaren dat ze behoefte hadden (of het gewoon logisch vonden) om de oogst van deze bijeenkomst mee te nemen, er zelf er mee door te gaan en over enige tijd weer wat terug te leggen aan een grotere groep mensen. Dat valt ten zeerste af te raden want de ervaring leert dat er dan buiten het zicht van de deelnemers aan deze sessies allerlei krachten gaan spelen waardoor alles veel langer gaat duren dan bedacht. En wat er dan naar buiten komt wordt onvoldoende herkend als iets wat men samen heeft bedacht. Ik heb dat eerder koekoeksklokparticipatie genoemd: het overheidsvogeltje komt naar buiten om meningen uit de stad op te halen en dan gaat het deurtje weer heel lang dicht. Die koekoeksklok moet echt bij het grof vuil wil het wat worden met dat samen knutselen of (wat duurder geformuleerd) met co-creatie.

ik ben een groot fan van dit samenspel tussen overheid en samenleving. Want voor mij is de overheid gewoon onderdeel van die samenleving. Maar wellicht helpt het om af een toe ook op regelgeving de ‘right to challenge’ uit te proberen. Een gemêleerde groep burgers die zegt: laat ons maar eens een nieuwe regelsysteem in elkaar knutselen. In ieder geval waard om eens ergens uit te proberen waar het de gemeente niet lukt de koekoeksklok weg te doen. In Utrecht gaan we in ieder geval samen verder, want dat smaakt naar meer.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*