Scheiding expert- en bewonersproces als achilleshiel bij maatschappelijke gebiedsontwikkeling

Ik mocht me deze maand in Emmen bemoeien met de herontwikkeling van het terrein van de oude dierentuin. Ik heb ingebracht hoe je dat kunt aanpakken vanuit het principe van organische en maatschappelijke gebiedsontwikkeling. Dat viel redelijk op zijn plek omdat er al wordt ingezet op een geleidelijk ontwikkelproces gebruik makend van wat er al is en op het mobiliseren van lokale denkkracht en cultureel ondernemerschap. En er is geen pretentie om vooraf een ambitieus ontwikkelprogramma voor het gebied te maken. Mooi.
Waar mijn verhaal echter schuurde en tot mooie discussie leidde was mijn zorg over de scheiding tussen expertprocessen en de aanpak met bewoners en initiatiefnemers. Tamelijk klassiek wordt er gewerkt aan vergezichten, ruimtelijke concepten en kwaliteitskaders met ontwerpers en andere specialisten en worden er los daarvan oplopen met bewoners en initiatiefnemers georganiseerd. Waarom is dit in mijn ogen een probleem?

Lokaal initiatief in de wachtkamer van een expertproces
Door deze werkwijze worden  de initiatiefnemers in de wachtstand gezet. Een van hen met een geweldig plan voor een deel van het dierenpark sprak ik onder de lunch. Ze vertelde me dat zich tientallen initiatieven hebben gemeld en deze in ieder geval voor een jaar in de wachtstand zijn gezet is in afwachting van de uitkomst van het ontwikkelen van de kwaliteitskaders en vergezichten. De gemeente wil dan ook nog eens een scherp onderscheid maken tussen tijdelijke initiatieven en duurzame. En er wordt (nog) niets ondernomen om initiatiefnemers elkaar te laten ontmoeten zodat er nieuwe combinaties en concepten kunnen groeien en er steviger businesscases ontstaan. Allemaal niet bevorderlijk voor de betrokkenheid en het ondernemerschap dat zich nu al manifesteert.
Deze wachtstand kan een aantal nare gevolgen hebben. Initiatiefnemers gaan natuurlijk niet zitten wachten op hun beurt en gaan hun aandacht verleggen. Het momentum verdwijnt. En er is het risico van een selectieproces (we willen alleen initiatiefnemers die passen in het ontwikkelde totaalconcept) waarbij kansrijke initiatiefnemers afhaken en pas te laat wordt beseft dat het handiger is om de concepten mee te laten groeien met de initiatieven die zich aandienen. Ik betwijfel of een stad als Emmen zich de luxe kan veroorloven om een mooi concept te ontwikkelen en daarbij de initiatieven en ontwikkelaars uit te zoeken. Mijn ervaring leert dat zo’n wachtkamersituatie meestal langer duurt dan in de somberste scenario’s al wordt voorzien. werk aan de winkel dus. De gemeente Emmen kan en gaat daar vast nog wel op bijsturen omdat die wachtkamer niet past bij het organische model dat al is omarmd. Aangezien wat hier gebeurt eigenlijk vrij gangbaar is in de Nederlandse gebiedsontwikkelingspraktijk lijkt het me goed om even stil te staan bij de vraag: hoe kan en moet het dan anders?

Draai de ontwikkelketen om
Stel dat je de logica van bedenken en doen eens omdraait en vervlecht: eerst zonder kaders of vergezichten initiatieven mobiliseren en daarna zowel concreet iets gaan doen (hergebruik gebouwen, prototyping van nieuwe ideeën, gebied aanpakken samen met bewoners en ondernemers, nieuwe bondjes smeden) alsook parallel daaraan aan de kaders, vergezichten en waardecreatiemodellen blijven werken. Wat je dan doet is nog consequenter uitgaan van aanwezige energie en lokale betekenis van het gebied in plaats van abstracte gebiedspotenties. Dat kun je ketenomkering noemen: beginnen met de mensen die iets willen en daaruit gedeelde waarden, grote lijnen en strategieën halen. En het spraakmakende concept voor het gebied heb je pas aan het eind waarbij je maximaal gebruik maakt van alle veranderingen die zich nog voor gaan doen (‘de tijd als vriend’).  Hier past ook een model voor geleidelijke waardecreatie bij als tegenhanger van een systeem van grote investeringen aan de voorkant en grote exploitatietekorten en rentelasten aan de achterkant. Tel uit je winst.

Mooi voorbeeld van het omdraaien van de ontwikkelketen is de nieuwe wijk  Oosterwold in Almere waar gebouwd wordt aan een nieuwe gemeenschap op basis van zelfsturing. In een tussentijdse evaluatie van die ontwikkeling die ook deze maand verscheen wordt dan ook niet alleen gekeken naar het gebiedsontwikkelingsproces maar ook naar het ontstaan van een nieuwe gemeenschap en en nieuw democratisch model van besluitvorming. Daar zou Emmen ook een voorbeeld aan kunnen nemen. De werktitel voor de herontwikkeling van het dierenpark is het bouwen van een mensenpark.  Daar zit al in verscholen dat een ontwikkeling van deze omvang iets betekent in termen van gemeenschapsvorming in twee betekenissen: het gebied betekent veel voor de lokale gemeenschap van Emmen en het gebied zelf kan worden gezien als een ecosysteem voor gemeenschapsvorming en het bouwen aan cultureel en sociaal kapitaal.
De ontwikkelketen omdraaien gaat dan ook niet simpelweg om een organische gebiedsontwikkelingsstrategie maar ook om een ander model voor gemeenschapsvorming. Daarom spreek ik in dit verband ook liever over maatschappelijke gebiedsontwikkeling en over een principiële keuze i.p.v. een pragmatische gebiedsaanpak. Ik schreef daar naar aanleiding van een gebiedsproces in Kampen dat ik 2 jaar begeleidde dit verhaal over. Daarin zet ik die andere manier van gebiedsontwikkeling af tegen zowel het tijdelijkheidsdenken als het programmatische denken.

Organiseer collectieve intelligentie
Door zoals in Emmen gescheiden processen te organiseren met experts en met de stad (en wat ik meestal meemaak ook weer apart met bestuurlijke partijen en met de markt)  ontbreekt de kruisbestuiving die collectieve intelligentie losmaakt. Wat bedoel ik daarmee? Wanneer je die verschillende werelden kortsluit en de betrokkenen een serieus en ingewikkeld vraagstuk voorlegt levert dat fraaie resultaten en mooie doorbraken op. Dat komt omdat iedereen meerdere identiteiten en achtergronden meebrengt (niemand kun je vangen op enkelvoudig belang), de gebundelde kennis tot iets fraais kan leiden (samen weten we alles), mensen goed in staat zijn hun verschillen te overbruggen (de overeenkomsten zoeken, elkaar wat gunnen) en mensen elkaar al snel aansteken tot gezamenlijke actie (samen kunnen we alles aan,  samen kennen we iedereen).
Bij gebiedsontwikkeling gaat dat bijvoorbeeld over het actief verbinden van de werelden van lokale gebiedskennis , maatschappelijke opgaven,  ondernemerschap, ontwerpkracht, regionale vergezichten. kennis over gebiedsexploitaties en creatieve energie. Het is de kunst om uit deze variëteit en complexiteit iets moois te laten ontstaan (daar draait collectieve intelligentie om) en dus niet taaie  en vaak gefragmenteerde visie- beleids- en planprocessen bouwen waar alles een plek in moet krijgen.
Je doorbreekt in ieder geval de gegroeide hiërarchie tussen experts en ‘leken’ en tussen ontwikkelende partijen en de gebruiker/bewoner/klant. Ik heb de afgelopen tijd veel gesprekken gevoerd met corporaties, gemeenten, provincies en participatieprofessionals over de vraag hoe je de stap maakt van reactieve participatie naar het mobiliseren van collectieve intelligentie. Voor velen die willen bouwen aan een brug tussen systeem- en leefwereld en aan een volwassen gelijkwaardige relatie met de burger/bewoner blijkt dat concept van collectieve intelligentie een eye-opener. Stap uit het denkraam van participatie en van ophalen van ideeën en werk aan het kortsluiten van verschillende werelden.

Ketenomkering, nieuwe waardecreatiemodellen, gemeenschapsvorming en het mobiliseren van collectieve intelligentie dat zijn volgens mij de grote uitdagingen voor gebiedsontwikkeling anno 2016. Meer, veel meer maatschappelijke gebiedsontwikkeling is wat we nodig hebben.

 

,

 


Reacties

  • Harm Rozie schrijft op 19 november 2016

    Een goede visie. Collectieve intelligentie wordt als ontwikkelbenadering hier en daar al genoemd. Wij hebben binnen Collin (inderdaad, de samentrekking) de denk- en werkwijze en tools om de complexiteit van grote werken de baas te kunnen. Gebiedsontwikkeling is een kansrijk toepassingsgebied. We zijn inmiddels begonnen hiervoor partners te benaderen met het netwerk DE LEVENDE STAD.
    Om Collin te ontdekken zijn er workshops en een masterclass. Voor de toepassing is er een ontdekkende leerstrategie in de vorm van een minor werkplekinnovatie.

  • Rezone schrijft op 20 november 2016

    Een goede visie inderdaad. We hebben hier een tool/ game voor ontwikkelt die kan helpen in dergelijke processen:
    http://heijmans.nl/nl/nieuws/redesire-doet-zijn-naam-eer-aan/
    Er dient ook een omgeving gecreeerd te worden waarin deze verschillende partijen kunnen samenkomen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*