1 september 2021

Door Frans Soeterbroek

Reacties

1 reacties

Tags
, , , , , ,

Zeg het voort

Waarom Utrecht een referendum over de groei van de stad nodig heeft

Ergens in mijn achterhoofd zat een datum verstopt waarop een politieke en maatschappelijke discussie over de groei van de stad in de kiem werd gesmoord. Ik heb het nog even nagezocht. Het was op 4 november 2015 dat de gemeente Utrecht welgeteld 1 avondje voor bewoners en andere belanghebbenden (veel projectontwikkelaars en adviseurs waren er) organiseerde over een nieuwe Ruimtelijke Strategie. Dit onder de noemer ‘stadsgesprek Utrecht groeit’. Ik wist dat er al een jaar gewerkt was aan een beleidsstuk hierover, maar toen ik vooraf vroeg of de deelnemers dat als voorbereiding konden krijgen was het antwoord ‘ nee, anders is het geen open gesprek’. Dat open gesprek viel wel tegen. De bijeenkomst werd afgetrapt met een presentatie door een ambtenaar die de groei van de stad behandelde als een natuurfenomeen waar je natuurlijk als gemeente in mee moet gaan. Toen ik de vraag stelde of de gemeente er zelf voor kiest om te groeien kreeg ik een ontwijkend antwoord. Het beeld dat Utrecht daarin een keuze had en het daarmee een politiek en maatschappelijk onderwerp zou worden moest kost wat kost vermeden worden, zo bleek mij.
Om te zien dat het ook anders kan hoef je de stad niet eens uit, maar moeten we even verder terug in de tijd. In 1998 vond er een half jaar lang een maatschappelijk debat over de toekomst van de stad plaats waarin 4 verschillende scenario’s besproken werden en er dus wat te kiezen viel. Wel even iets anders dan die ene armzalige avond waarin de grote vraag over de noodzaak van groei onbesproken bleef. 

Groei als blijde boodschap
We zijn nu bijna 6 jaar verder en het is sinds die avond in 2015 goed gelukt om “Utrecht groeit’ neer te zetten als iets wat ons overkomt. Er worden zonder degelijke onderbouwing en zonder maatschappelijke discussie steeds hogere streefcijfers geformuleerd vermomd als iets wat ons nu eenmaal overkomt. In de meest verse Ruimtelijke strategie groeit Utrecht ‘zomaar’ tot 455.000 inwoners in 2040.
Dat het zo lang geaccepteerd is dat het gesprek over de groei niet is gevoerd heeft alles te maken met hoe we naar steden als motoren van groei zijn gaan kijken, met de gemeentelijke overheid als hulpmotor voor die groei. ‘Utrecht groeit’ is een blije slogan en past goed bij een neoliberale ideologie van wat een stad moet zijn. Steden concurreren met elkaar om bedrijven, koopkrachtige burgers, kenniswerkers en de culturele elite en die logica stel je natuurlijk niet ter discussie. De bijbel voor deze  ideologie is het boek ‘the Rise of the Creative Class’ van de Amerikaan Richard Florida uit 2002. Zeker in Utrecht met de eeuwige angst afgeschilderd te worden als provinciestad en nog erger, het risico ooit kleiner te worden als Almere is de groei van de stad een geweldige opsteker en politiek geen punt van discussie. 
Die groei is dus een bewuste keuze en niet iets dat je gewoon overkomt. Ja, steden als Amsterdam en Utrecht trekken als een magneet de dynamiek in andere delen van het land weg. Die trekkracht is uit zichzelf al groot genoeg en levert bezien van nationale welvaart ook veel problemen op. Het is dom en kortzichtig om daar als lokale overheid nog eens groot op in te zetten. Des te tragischer dat daarover geen discussie mogelijk leek. 

Tot deze zomer dan, toen toch Utrechters een initiatief namen voor een referendum over de groei van de stad. Ik had die discussie graag eerder gezien maar zeker door wat er de afgelopen jaren is gebeurd (denk aan de crisis rond betaalbaar wonen) lijkt de tijd er nu rijp voor. En aangezien de politiek dat gesprek de afgelopen jaren heeft ontweken verwacht ik ook niet dat het een item zal worden in de gemeenteraadsverkiezingen volgend voorjaar. Daarom is het aan ons als stadbewoners om dat gesprek wel af te dwingen. Ik wil een paar redenen er uit lichten waarom dat gesprek nodig moet worden gevoerd.

De Utrechtse burger wordt behandeld als sta in de weg voor groei
Bij een stad die wil groeien horen torenhoge ambities en het beleidsjargon van ‘grote opgaven’. We moeten ‘bouwen, bouwen, bouwen’ aan 60.000 extra woningen, 70.000 extra banen een voorzieningen op 10 minuten afstand van iedere bewoner. En we leggen ook nog de lat hoog voor verduurzamen, vergroenen en gezondheid.  En daar worden politici, ambtenaren en ontwikkelaars heel blij van: weg met behoudzucht, we gaan de stad transformeren. Bijeffect van dit enthousiasme is dat de afstand tussen de gemeente en de huidige bewoners groeit. Het bestuur lijkt er vooral te zijn voor de bewoner van de toekomst en veel minder voor de mensen die er nu wonen. Er tekent zich een nieuwe bestuurlijke arrogantie af waarbij de stadsbewoner vanachter de beleidsnota’s, maquettes en projectplannen wordt gezien als sta in de weg bij het verdichten van de stad. Ik schreef daar eerder dit verhaal over. 

Ik sprak de afgelopen jaren meerdere ambtenaren die last hebben van deze afstand bij het realiseren van projecten in de stad en die het betreuren dat er nooit een fatsoenlijke nut- en noodzaakdiscussie over de groei (en vooral over welk soort groei) heeft plaatsgevonden. Ze hebben gewoon geen goed verhaal als ze bewoners mee willen krijgen in het volbouwen van hun achtertuin. 

De groei als luilekkerland voor projectontwikkelaars
Die afstand tussen de stadsbewoners en degenen die de groei najagen is al reden genoeg om die discussie alsnog te voeren. Maar er is voor mij een nog belangrijker reden om op die trein te springen: de groei van Utrecht wordt vooral uitbesteed aan projectontwikkelaars. Daarbij gaan het verdienmodel van grond en vastgoed de publieke doelen overvleugelen. Het motto ‘bouwen, bouwen, bouwen’ dat de gemeente heeft omarmd is vooral een feestje voor ontwikkelaars geworden, publieke doelen als betaalbaar wonen en leefbare stad hobbelen daar achteraan. Ik schreef daar twee jaar geleden dit uitgebreide verhaal over. En in deze recente uitzending van het programma Hollandse Zaken wordt het prestigeproject Merwedekaalzone ontleed aan de hand van de effecten van grondspeculatie. En dit recente voorbeeld van een cadeautje van een miljoen voor een ontwikkelaar is niet bepaald een incident. Er zijn veel meer voorbeelden waar de gemeente in een-tweetjes met ontwikkelaars zaken doet alvorens de bewoners eens een vraag te stellen. En de stadsontwikkeling wordt her en der gewoon aan de markt uitbesteed zoals in het geval van de zogeheten werkplaats Overvecht. 

Mij is volstrekt helder dat als de groei van de stad als een marktconform ontwikkelmodel wordt opgepakt er grote ongelukken gebeuren. De kloof tussen degenen die door deze markt worden bediend en de mensen die dat niet kunnen betalen zal behoorlijk worden vergroot en grote groepen worden de stad uitgeduwd. Als de gemeente er voor had gekozen om bij de groei van de stad betaalbaar wonen voorop te zetten en dat ook als publieke zaak had aangepakt (samen met bewoners, corporaties, bouwcollectieven, maatschappelijk middenveld en semipublieke instituties) dan zou het beeld er veel minder verontrustend uitzien.   

Van wie is de stad?
De bestuurlijke obsessie met de stad van de toekomst en groei, het behandelen van de huidige bewoners als hinderpaal op weg daar naartoe en het leunen op marktwerking zijn symptomen van iets groters. Namelijk dat bij het beantwoorden van vragen als ‘van wie is deze stad?’ en ‘wie bepaalt wat goed is voor deze stad?’ de huidige stadsbewoner uit beeld raakt. Bij veel Utrechters bestaat het beeld dat de lokale  bestuurders en ambtenaren niet voor hen werken maar hun eigen doelen en die van ontwikkelaars najagen. Ambtenaren en politici moeten weer leren dat ze in opdracht van de stadsbewoners werken en niet in opdracht van de stad van de toekomst of van ‘Utrecht groeit’. 
Uitgerekend Richard Florida heeft drie jaar geleden in zijn boek ‘the new urban crisis’ afscheid genomen van zijn eerdere werk omdat hij zag hoe zijn verhaal gebruikt en misbruikt werd om steden om te toveren tot reservaten voor welgestelden en de kloof tussen bevoorrechten en achterblijvers sterk groeit. Zijn ommezwaai dringt helaas sterk vertraagd door in steden waar men lang op de ingeslagen weg voort blijft gaan, zoals in Utrecht. 

Twijfels over de manier waarop er nu  groei wordt nagejaagd moeten eindelijk serieus worden genomen. Het referendum is een poging om daar ruimte voor te scheppen. Onderteken de oproep daarvoor, ook wanneer je niet veel moeite hebt met de  groeiambities an sich. Want we moeten dat gesprek met elkaar voeren en de echte vragen gaan beantwoorden: wat hebben we over voor die groei, wat is een verantwoord tempo, hoe doen we het op een manier dat we betaalbaar wonen dichterbij brengen, de stad er rechtvaardiger en leefbaarder van wordt en het gemeenschapsgevoel wordt versterkt?  Voor eind september zijn er 10.000 handtekeningen nodig om zo’n referendum en het bijbehorende gesprek af te dwingen, dus teken snel en stuur de oproep door! Hier kun je de petitie vinden.


Reacties

  • Leendert van Bree schreef:

    Eerst een dialoog over welke stad je wilt. Dan verbeelding van de ontwerpprincipes. Dan in samenspraak ontwerpen en uitvragen. De stad is van en voor mensen!


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*