De kracht van besmettelijke verhalen

Vorige week vond ik een dik boek in mijn brievenbus: “sterke verhalen; hoe Nederland de planologie opnieuw uitvindt”. Het is het derde boek in de reeks Design and Politics, een initiatief van het voormalige ministerie van VROM. Maarten Hajer, Jantine Grijzen en Susan van ’t Klooster tekenen voor de redactie van dit derde boek. In deze bundel wordt een lans gebroken voor de kracht van het verhaal als motor achter de ruimtelijke planning.  In diverse casusbeschrijvingen en essays wordt ingegaan op het mechanisme van het verbinden, verweven en verankeren van inspirerende verhalen over hoe we ons land (zouden moeten) inrichten.
Dat trio verbinden, verweven en verankeren geeft al aan dat we hier (gelukkig!) niet te maken hebben met een marketinggerichte benadering van het verkopen van dromen en plannen. Het boek breekt een lans voor een interactieve benadering: hoe mensen en coalities samen tot een nieuw verhaal komen.

Een mooie voorbeeld daarvan is het essay van Zef Hemel in het boek onder de titel “soft planning; medeplichtig aan een metropolitaan verhaal”.Daarin wordt beschreven hoe de dienst Ruimtelijke ontwikkeling van de stad (waar Zef als adjunct directeur een behoorlijk aandeel in had)  in 2005 besloot om een nieuwe verhaal te maken over de toekomst van de stad, dit in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. En dat pakte goed uit. Vanuit politieke partijen, andere gemeentelijke diensten en  de samenleving begon het verzoeken te regenen om het verhaal te komen vertellen. En zonder dat er ooit een letter op papier werd gezet, laat staan een nota werd geschreven werd dit verhaal leidend voor het denken over de toekomst van de stad. Via dit ‘softe’ mechanisme werd bijvoorbeeld het concept van de Noordvleugel ingeruild voor dat van de Metropoolregio Amsterdam.
Het mooiste aan zijn essay vind ik hoe hij beschrijft dat kritische commentaren op de presentatie werden verwerkt in een volgende versie van het verhaal waardoor een steeds grotere groep ‘spontaan medeplichtig’ werd, zoals Zef dat noemt. Fraai is ook hoe via dit verhaal bruggen worden gebouwd tussen de gemeentelijke beleidskokers. Iets wat via de taaie nota- en planprocedures vaak niet lukt. Het belang van dit spontane mechanisme is heel groot en verdient meer aandacht. Beleidsambtenaren zijn veel te weinig bezig met het proces van het delen van verhalen en te veel met coördinatie .

In de bundel wordt het onthutsende getal genoemd dat 77% van (provinciale) projectleiders gebiedsontwikkeling zich primair richt op vraagstukken van coördinatie en regie. Ik kom het vaak tegen. Professionals die met veel gefragmenteerde belangen te maken hebben raken volkomen gefixeerd op het proces van het doorbreken van verkokering, integrale planning en het ‘verbinden van actoren’. En dat leidt dan weer vooral tot taaie afstemming en veel verwijten naar anderen die niet integraal genoeg denken en handelen. Daar waar wel de inhoud aan bod komt worden het zielloze structuurvisies en planprocedures. De kracht en de lol van het samen bouwen aan gedeelde en inspirerende verhalen raakt geheel uit zicht. Het is een van de belangrijkste peilers onder wat ik bestuurlijke lichtheid ben gaan noemen: hou op met coördineren en richt je energie op inspireren, uitproberen en meebewegen met wat er al vanzelf gebeurt.

Met die bril op zie ik ook steeds meer voorbeelden van de kracht van deze lichtheid. Kijk even naar de foto hiernaast. Het is de burgemeester van Tirana, Edi Rama die eind 2009 op een conferentie over de toekomst van de stad  in Amsterdam vertelt  hoe hij door grauwe gebouwen in felle kleuren te laten schilderen een spontane kettingreactie van revitalisering in Tirana teweeg bracht. Het initiatief zelf is mooi, het over de wereld verspreiden van dit verhaal ook.
Ander voorbeeld:  recent  heb ik aan Jan Jans, projectleider wijkaanpak in Arnhem gevraagd om in een bijeenkomst een voorwerp mee te nemen dat voor hem symbool staat voor de kracht van de wijkaanpak. Tot mijn verrassing was zijn voorwerp een USB-stick waarop zijn presentaties staan. Hij was overtuigd van het belang van het verspreiden van het verhaal over de Arnhemse wijkaanpak en over de bijzondere mensen en initiatieven die je daarin tegenkomt.  Deze voorbeelden roepen wellicht de vraag op of je niet een geboren verhalenverteller moet zijn om anderen te inspireren en aan soft planning te doen. Mensen als Zef Hemel, Edi Rama en Jan Jans etaleren een vorm van besmettelijk optimisme die alles te maken heeft met wie ze zijn. Dat moet je maar in je hebben. Maar volgens mij is iedereen in staat anderen te besmetten met de dingen waar hij of zij in gelooft en leren we helaas in de beleidswereld af die kracht  te gebruiken. Maar dat is niet eens het belangrijkste. De grote kunst is niet je eigen verhaal krachtig neer te zetten, maar jouw verhaal te verweven met dat van anderen tot een breed gedragen en besmettelijk verhaal, dat nooit af is. Dat is voor mij ook de belangrijkste les uit het boek ”sterke verhalen’. Dank daarvoor.


Reacties

  • hans hillebrand schreef:

    Inspirerend…. verhaal. Het is precies wat we in Toerisme en Recreatie met Regionale Beeldverhalen beogen: dat mensen samen een verhaal ontwikkelen over de kracht van hun regio en hoe ze daar business van kunnen maken.
    Wat ik wel merk is dat het vaak nog lastig is om van mooi en inspirerend verhaal naar gezamenlijke actie te komen. Daarom is dat voorbeeld van Tirana zo mooi: het laat zien dat actie niet altijd ingewikkeld hoeft te zijn. Dat relatief kleine ingrepen grote impact kunenn hebben.
    Zie ook http://www.recreatieenruimte.nl


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*