18 december 2017

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Wat maakt een plein tot een goed plein?

Afgelopen woensdag was ik bij een bijzondere uittreerede van een professor aan de TU Delft. Het ging om schrijver en multi-talent Abdelkader Benali. Hij mocht een jaar lang de eretitel ‘cultural professor’ dragen, in navolging van onder meer Spinvis, Youp van het Hek en fotograaf Vincent Mentzel. Hij had zich op het thema pleinen gestort en was met studenten van de TU aan het werk gegaan om nieuwe verhalen over pleinen te maken.
Ik was er nieuwsgierig heengegaan omdat ik in het kader van het stadsinitiatief van de Utrechtse Ruimtemakers in Overvecht help om verweesde openbare ruimte weer tot publieke domein te maken, onder andere op het plein voor sporthal de Dreef. Ik heb woensdag wel wat opgepikt dat daarvoor bruikbaar is en vast ook interessant is voor iedereen die aan een betere publieke ruimte werkt. Tijd voor een verslag waarbij ik de gelegenheid aangrijp om iets te vertellen over hoe we er aan werken om zo’n plein in Overvecht een betere functie voor de wijk te geven.

Pleinen volgende Benali
Benali ging vooral in op de vraag hoe een plein betekenis krijgt door het handelen en de verhalen van mensen. Dat begint bij de vraag waar mensen zich prettig voelen. Dat is, zo blijkt uit onderzoek op een asymmetrisch gevormd plein en uiteraard een plein waar de drempel laag is om anderen te ontmoeten. Place Royal/place de Vosges in Parijs,  aangelegd  begin 17e eeuw is volgens hem het eerste plein dat die functie van publieke ruimte waar men afspreekt en flirt vervulde.
Hij vertelde ook dat ons beeld van wat een plein hoort te zijn sterk gevormd wordt door de ervaringen op het schoolplein in onze jeugd. Daar hebben we al ervaring opgedaan met groepsvorming en hoe verschillende groepen leren om de publieke ruimte te delen. Voor hem werk een goed plein pacificerend in een stad waar groepen al snel botsen. ‘Op het plein smeden we onze sociale contracten’ stelde Benali.

Vervolgens presenteerden de studenten die bij hem een opdracht deden hun werk en lieten ze zien hoe ze door zijn manier van kijken waren beïnvloed. Het waren onderzoeken naar de dynamiek van groepsvorming op het schoolplein, hoe mensen pleinen gebruiken, hoe je in ontwerpen omgaat met intimiteit op het plein, hoe je kunst gebruikt om mensen op pleinen te verbinden. En een groep presenteerde een alternatieve verhalende manier om de geschiedenis van de haven te ervaren op het vermaledijde schouwburgplein in Rotterdam (ontworpen als referentie naar de haven maar als publieke ruimte nogal omstreden). Benali zelf had als prikkelend contrast met hoe het plein ontworpen is een fotomontage uit 1969  van kunstenaar Wim Gijzen opgeduikeld waarin het plein om was getoverd tot een weiland met koeien.  De verbeelding aan de macht zullen we maar zeggen.

Hij roemde de creativiteit van deze Bete-studenten maar ik zou hem en zijn studenten ook een pluim willen geven voor hun vermogen om als socioloog/antroploog of dramaturg naar pleinen te kijken. Iets dat nog veel te weinig gebeurt. Ik moest hierbij denken aan het werk van stadssocioloog Arnold Reijndorp die een groot gevoel heeft voor het publieke karakter van pleinen en de sociale dynamiek die er optreedt. Hier zien we hem naar aanleiding van het winnen van de Maaskantprijs aan de wandel met burgemeester Aboutaleb, waarbij zij ook het schouwburgplein aandoen. Arnold brengt daar  via een citaat uit een column van Martin Brill een ode aan de jongeren die s ‘avonds laat dit plein eindelijk tot leven brengen, met de muziek uit de rondrijdende auto’s als soundtrack. Aboutaleb meldt zuinigjes dat de gemeente dat laatste nou net heeft verboden vanwege de overlast.

De publieke functie van pleinen versterken
De avond sterkte me in het idee dat goede pleinen worden gemaakt door mensen die er komen, er zo betekenis aan geven en er publieke plekken van maken. Het gaat om publiek in de dubbele betekenis van het woord: de openbare ruimte waar we allen gebruik van kunnen maken en de democratische ruimte (‘agora’) waar het informele sociale contract van de stad wordt gesloten. Dat betekent dat je bij het maken en verbeteren van pleinen die betekenisgeving, die democratische functie, het alledaagse gebruik en de verlangens van mensen leidend laat zijn voor het (her)ontwerp. En vooral ruimte laat in een pleinontwerp zodat mensen zich het plein kunnen eigen maken en er nog functies aan kunnen toevoegen. In mijn vak heet dat organische of maatschappelijke gebiedsontwikkeling. Zorgen dat je de betekenis van een plek voor mensen, de geschiedenis van die plek en de maatschappelijk waarden die het vervult/kan vervullen tot uitgangspunt van je aanpak neemt.
Dat is ook precies wat we proberen bij het plein voor de Dreef in Overvecht*. Om van dit slecht gebruikte en verwaarloosde plein, omzoomd met hekken een publiek plein te maken is een behoorlijke uitdaging. We doen dat in de eerste plaats door op zoek te gaan naar de betekenis die mensen er aan geven (inclusief de dromen over het plein) en door de mensen die zich om de toekomst van het plein en de buurt bekommeren aan elkaar te koppelen. We hebben inmiddels een mooie focus gevonden voor waar de functie van het  plein versterkt kan worden  (‘het beweegplein’) en een laagdrempelige aanpak ontwikkeld om steeds meer mensen zich te laten aansluiten en het plein tot leven te wekken: de Dreefwandelingen.
Daarbij telt vooral om goed uit je doppen te blijven kijken en dingen uit te proberen. Zien hoe het plein wordt gebruikt of juist wordt gemeden. En meeliften op alles wat er in de omgeving gebeurt: de komst van een tijdelijk centrum voor jongeren en asielzoekerscentrum vlakbij het plein, de ambities en betrokkenheid van de huurders van de Dreef, het gemeentelijke programma gezonde stad, de festivalprogrammering in de wijk, de leer- werkprojecten van ROC en HKU, de sociale buurtmarkt die jaarlijks op het plein plaatsvindt, de ambities van de buren (voetbalvereniging, herontwikkeling gebouw tot woonbestemming), de verkeers- en parkeersituatie in de wijk, de plannen met verdiepte aanleg van de autoweg die er langs loopt enzovoorts.
We nemen ook de tijd om de goede balans te vinden tussen de roep om alle hekken rond het plein weg de halen en de waarschuwing dat het ook een vorm van veiligheid biedt tegen wat minder fijne krachten in de wijk. Eerst dus maar eens een paar hekken openen om te zien wat er gebeurt.  En we gaan met prototypen werken van bewegingsapparaten op het plein om te zien hoe die worden gebruikt en de gebruikers te betrekken bij de verdere ontwikkeling.
Dit proces van het steeds groter maken van de kring, meebewegen op alles wat er in de omgeving gebeurt en dingen uitproberen vergt aanwezigheid en alertheid, kost tijd  en is weinig spectaculair. Maar dit werk ‘onder de radar’ is eigenlijk het belangrijkste onderdeel van het werken aan goede publieke ruimte en gaat mijn inziens vooraf aan het maken van ontwerpen.  en daarbij helpt het om af en toe buitenstaanders uit te nodigen om onze blik te verbreden. Ik heb ‘pleinenprofessor’ Benali daarom woensdag gevraagd of hij eens wil langskomen op het plein en dat  komt hij graag doen. Wordt vervolgd.

 

*Die ‘we’ is het stadsinitiatief van de Utrechtse Ruimtemakers (waarvoor ik samen met Taco Jansonius in Overvecht bezig ben) en de samenwerkingspartners die in dit gebied al langer actief zijn: de social collective en de beheerder van de Dreef Arjen van Ree. Met hen maken we de kring steeds groter: ondernemers, verenigingen, bewoners, gemeente, studenten en ontwerpers en werken we aan verandering van de functies van het plein en van het bredere gebied eromheen.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*