Leven in het plan van een ander

Afgelopen dinsdag was ik bij de afsluiting van het jaar van de ruimte. Afgezien van vele terechte lofuitingen was er weer de bekende verzuchting dat het teveel een vakgenotenfeestje was en de ‘man in de straat’ niet was bereikt. Scheidend voorzitter van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI) Henry Meijdam had het over ‘de vloer’ die onvoldoende wordt bereikt.
Ik ben er zelf ook niet vies van om de afstand tussen de professionele wereld en de samenleving te benadrukken maar dit was me te kort door de bocht. Dat kwam onder meer doordat vlak voor hem Marieke Dubbeldam alias @vinexvrouwtje een column had uitgesproken over haar leven in Leidsche Rijn. Een mooi verhaal over wat het betekent om in een ‘plan van een ander’ te leven. Zij twittert ook regelmatig met lichte ironie over dit fenomeen zoals deze: Vanochtend keek ik heel eventjes rond in óns toekomstige centrum dat eigendom wordt van een Frans bedrijf.’
Marieke was overigens een van de organisatoren van een van de bijzondere onderdelen van het jaar van de ruimte: camping onbestemd. Meer vrouw in de straat of vloer dan dit kan je je toch niet wensen zou ik zeggen. Wat haar inbreng vooral laat zien is dat een actieve samenleving iets anders is dan een steeds grote groep die zich schaart rond grootse vergezichten en opgaven. Zij belichaamt een schurend verhaal over waar je tegen oploopt en hoe je een eigen weg kunt vinden wanneer je je opstelt als eigenaar van je wijk.

Dat vind ik ook de interessantere laag onder de wereld waarin we met elkaar nieuwe urgenties en ambities gaan formuleren: waar zitten de schurende verhalen en waar zijn de mensen met liefde voor hun omgeving? Schurende verhalen heb je nodig om de abstracte wereld van ‘ruimte’ en ‘opgaven’ van vlees en bloed te voorzien en te zorgen dat pijnlijke praktijken waar we mee hebben te dealen niet worden weggemoffeld. En het criterium ‘mensen met liefde voor hun omgeving’ vind ik vele malen interessanter dan de rare tweedeling professional – man/vrouw in de straat.

Het schuurt en wringt in Almelo
Een andere professional/man in de straat met een mooie rol is het jaar van de ruimte is fotograaf en Vinex-bewoner Theo Baart. Op de site van het jaar van de ruimte introduceert hij zichzelf vergelijkbaar met Vinexvrouwtje: ‘ik heb altijd in een plan gewoond… wij groeien op en leven in een bedachte en ontworpen omgeving. Het ongeordende en ongerijmde in de stad, dorp en platteland ontstaat door de botsing der plannen.’
Theo vertelde me dinsdag over de schoonheid van de gebouwde omgeving die we zelf al niet meer zien, over de perverse werking van zijn foto’s ophangen in musea (mensen kijken naar kunst i.p.v. naar hun eigen leven) en over de schurende gesprekken die hij in Twente had toen hij foto’s van Almelo, Hengelo en Enschede hing naast die van het zieltogende Rochester in de VS. De tukkers waren zwaar beledigd. Theo kwam er achter dat het samen bladeren in het krantje dat hij er over had gemaakt pas het gesprek op gang bracht. Hij heeft ook een mooie theorie over hoe je met beelden meer impact kan hebben: buiten een museale omgeving de belezen voorhoede anders leren kijken naar hun omgeving en die geven dat wel weer door.   Ook een mooie manier van vergroten van het eigenaarschap van mensen voor hun omgeving.

Almelo komt ook veelvuldig terug in het boekje dat de jonge ruimteverkenners onder de naam ‘couleur locale’ hebben gemaakt als resultaat van hun reis door Nederland. Het is een mooi verslag van nieuwsgierige mensen die zich graag laten verwarren en verrassen. Maar wanneer Almelo ter sprake komt druipt de pijn van de pagina’s af. Ze schrikken van het top down gelanceerde en veel te zware revitaliseringsprogramma voor de binnenstad, dat losgezongen lijkt van wat de stad al heeft en beweegt. Ook hier gaan we weer zien dat mensen in het plan van een ander mogen rondlopen. Een van de ruimteverkenners, Kris Oosting verzucht over Almelo ‘durf in kleinschaligheid stad te zijn’.

Schurende verhalen in het manifest
Ik was niet betrokken bij het opstellen van het manifest maar ben, met al mijn scepsis over het stapelen van urgenties en opgaven, prettig verrast over de toonzetting waarbij wat er schuurt niet uit de weg wordt gegaan: ‘te veel bedrijventerreinen, agrarische complexen en woonwijken stralen liefdeloosheid uit’, ‘een wall of finance op zoek naar een investeringsdoel. Dat is nog vaak nieuw vastgoed. De concurrentie met hergebruik neemt daardoor toe’, ‘er is fundamenteel iets mis met de bouwcultuur in Nederland…. met een fixatie op uitbreiding en functiescheiding’. Het manifest wijst een paar wegen hieruit: een moratorium voor bouwen in het buitengebied  en  dat vraagt om een een nieuwe legenda op de plankaart die niet draait rond functies (zoals ‘wonen’ of ‘natuur’) maar waarin factoren als gezondheid, geluk en identiteit centraal staan.’

In meer producten van het jaar van de ruimte vind je deze nieuwe geest terug. De 10 actiepunten voor de toekomst van de VINEX-wijken stralen de inzet op eigenaarschap van mensen voor hun eigen omgeving uit met teksten als ‘bewoners verantwoordelijkheid geven, niet met trage inspraakprocedures maar door eigen initiatieven te stimuleren’ ‘de tijd van grote projectontwikkelaars is voorbij, particuliere initiatieven zijn in opkomst’,‘laat ruimte aan ondernemers en bouwers om zelf plekken in te vullen.’  Mooi.

De sleutel tot breed eigenaarschap
De sleutel tot het verbreden van eigenaarschap voor ruimtelijke opgaven vind je al met al niet wanneer je je blindstaart op het verbreden van de steun voor de door een relatief kleine club geformuleerde urgenties en opgaven. Het gestaag werken aan het eigenaarschap van mensen voor hun eigen leven en omgeving (niet meer het gevoel te leven in ‘het plan van een ander’) en het opzoeken van de verhalen van vlees en bloed waar het schuurt en wringt met dat eigenaarschap, dat is de sleutel. In de opbrengst van het jaar van de ruimte zitten voldoende aanwijzingen waar je die sleutel kunt vinden, dank daarvoor.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*