18 juni 2015

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , ,

Zeg het voort

Valt geluk in de stad te sturen?

Vorige week mocht ik voor de University Campus Fryslan (UCF) een driedaagse zomerschool met als thema ‘happy city’ modereren. Een mooie kans om eens op een rij te krijgen waar het werkelijk om draait bij geluk in de stad in de ogen van onderzoekers.

Wethouder Henk Deinum van Leeuwarden opende het bal door te stellen dat het stadsbestuur vooral geïnteresseerd is in het bevorderen van gemeenschapszin (‘mienskip’) en mensen meer de regie over het eigen leven geven. Onderwijs, armoede en werkloosheid staat ook hoog op de agenda. En hij vertelde er bij dat Leeuwarden graag het bruto nationaal geluk als maatstaf wil zien voor het meten hoe het met de bewoners van de stad gaat. Een mooie kans voor onderzoekers om zich hiermee te verbinden zou je zeggen.

Geluk heb je en valt moeilijk te maken
Het verhaal van ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven gaf vervolgens aan waar aanknopingspunten zitten om geluk te vergroten. Het gaat in essentie om welvaartsniveau, een betrouwbare en open overheid, individuele keuzevrijheid en het niveau van de (geestelijke) gezondheidszorg. Dit zijn vooral de redenen waarom de inwoners van Zimbabwe het allerlaagst scoren (gemiddeld 3,0 op schaal van 10 voor geluksgevoel) en de Denen het hoogst (gemiddeld 8,3). Binnen afzonderlijke landen zijn vooral de vermogens van mensen om het leven aan te kunnen (‘life-ability’), het sociaal-emotionele netwerk en puur toeval bepalend voor verschillen in geluksbeleving.

Veenhoven had een ontnuchterend advies voor ambitieuze politici en stedenbouwers: het coachen van mensen in hun ‘life-ability’ is effectiever (of beter gezegd: heeft een meetbaarder effect op het geluksgevoel) dan grootse plannen met onderwijs, verminderen inkomensongelijkheid en stedenbouw. En aan een betrouwbare overheid en rechtvaardigheid in de systemen heb je ook meer dan grootse plannen met  betrokkenheid van bewoners bij het maken van de stad.

In de daaropvolgende colleges en workshops leek het gelijk van Veenhoven bevestigd te worden. Veel inspirerende voorbeelden van samen met de bewoners de stad maken maar weinig onderbouwde relaties met geluksbeleving. Verwarrend vind ik dat wel want in het boek Happy City van Charles Montgomery waar ik eerder dit blog over schreef wemelt het van de onderzoeksresultaten die verbanden aangeven tussen stadsleven, de inrichting van de stad en geluk.

Mapping your own life
Het idee dat mensen hun eigen geluk en hun leven in de stad zelf in kaart brengen vormde een onverwachte rode draad gedurende deze dagen. Zo kwamen geluksapps (tip: de ‘mappiness’-app), het in kaart brengen van je eigen tijdruimte patronen, luisteren naar het landschap, social networksmapping, verbondenheid met plekken en het maken van emotionele plattegronden van je eigen stad (boektip: ‘mapping Manhattan’ van Becky Cooper) in verschillende verhalen en workshops langs. Bij het in kaart brengen van je eigen leven komen thema’s als het vergroten van je life-abilty, betekenisgeving aan je leven in de stad, keuzevrijheid, verbondenheid en placemaking mooi samen. Ik besefte daardoor extra dat er een enorm verschil is tussen een ontwerpersbenadering van een gelukkige stad en een benadering waarin mensen zelf greep krijgen op hun omgeving. Dat laatste, daar zou het denk ik veel meer om moeten gaan.

De omgevallen Maslow-pyramide
Aan de TU Delft bestaat een heus innovatie-lab voor de gelukkige stad. Robert Jan van der Veen vertelde over de aanpak die nog voor een groot deel gebaseerd is op experimenten met de geluksbeleving van studenten. Wat uiteraard veel vragen uit de zaal opriep over hoe dat zich verhoudt tot de rest van de bevolking. Mooi vond ik wel dat ze daar al lerend tot de conclusie waren gekomen dat je de pyramide van Maslow op zijn kant moet leggen. Bij iedere interventie in de stad moeten alle lagen van de pyramide van basisbehoeften tot persoonlijke ontplooiing aan bod komen. Zo probeert met in experimenten altijd iets te doen met het trio voedsel, water en energie en dat te koppelen aan vraagstukken van sociale verbinding, bijzondere ervaringen en ontplooiing. Dat kunnen zowel complexe interventies zijn alsook de ervaring dat samen eten een belangrijke hefboom voor al die lagen is.

Smart cities en smart communities
De laatste dag ging het over smart cities en kwam de Maslowpyramide weer terug. Ironisch werden het internet en sociale media ingetekend aan de voet van pyramide als de nieuwe basisbehoefte van de digitale mens.
De spannendste discussie was hoe ‘the wisdom of crowds’ ook daadwerkelijk wijsheid is en we met elkaar zorgen voor rechtvaardigheid, toegankelijkheid, verbondenheid en zelfsturing. Geen commercialisering van data-mining, geen big brothers, geen virtuele volksgerichten en geen uitsluiting van groepen.
Hier viel me vooral op hoe weinig onderzoek er is gedaan naar de relatie en wisselwerking tussen fysieke en virtuele gemeenschappen. Er werd, onderzoekers eigen, gestrooid met verleidelijke indelingen (stadmaken als sim-city, platform of zelfsturende favela) maar de praktische vraag hoe dit uitwerkt in termen van krachtige gemeenschappen werd eigenlijk niet beantwoord.

Kortom, zoals iedere poging om wetenschappelijke kennis te ontsluiten kon wederom de conclusie worden getrokken dat er mooie inzichten zijn verkregen, de wetenschap maar een klein deel van de antwoorden heeft en er nog veel valt te onderzoeken. Daar kunnen we weer even mee vooruit, ook in de gelukkige stad Leeuwarden (nr 4 in de ranglijst van steden qua tevredenheid van inwoners met hun stad!).


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*