26 mei 2014

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Regionaal samenwerken vanuit de samenleving

Een van de lastigste vragen in de vernieuwing van het lokale bestuur is hoe de wereld van lokale kracht met veel ruimte voor maatschappelijk initiatief zich verhoudt tot die van regionale samenwerking met zijn cultuur van bestuurlijke afstemming.  Ik schreef daar recent dit blog over.  Afgelopen donderdag stond dat thema centraal in een bijeenkomst van de zogeheten Brabantse Wal-gemeenten Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht. Met ambtenaren uit die gemeenten ben ik opzoek gegaan naar hoe je regionale samenwerking een impuls kunt geven, juist  door burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties een grotere rol te geven in beleid en uitvoering. En daarbij kwam ook aan de orde welke eisen je aan de werkwijze van gemeenten moet stellen om de brug met ‘buiten’ te kunnen slaan. Dat leverde mooie inzichten en acties op. De inzichten in 4 bewegingen.


1- Van bestuurlijk afstemmen naar nieuwe perspectieven
Gemeenten die meer gaan samenwerken komen al snel tot voor de hand liggende conclusies over waar nog veel valt te winnen met samenwerken: gebiedsvisies en bestemmingsplannen voor het buitengebied, gezamenlijke strategie voor bedrijventerreinen, woningbouw, recreatie, evenementen  en toerisme . Maar in het gesprek hierover werd betwijfeld of  de keuzes die dan worden gemaakt wel aansluiten op de behoeften van burgers en bedrijven. Lokaal  ligt die relatie vaak al lastig, en door het spel van geven en nemen in de regio wordt die afstand nog vergroot. Zo is bij een gezamenlijke woningbouwstrategie nu vaak pas in de realisatiefase duidelijk of er een goede fit is tussen aanbod en vraag. ‘We zetten allemaal in op wonen aan het water zonder te weten of dit wel zo breed wordt gedragen‘, was een verzuchting. Het loont dan om burgers ook op regionale schaal mee te laten denken de invulling van een regionale woonstrategie. Dat geldt feitelijk voor alle beleidsgebieden waarop samenwerking loont.
Het begint er mee dat er iemand moet zijn die op tijd roept: laten we het eens aan de burgers zelf vragen voor we doorpakken op een gezamenlijke visie. In dit verband was interessant dat meerdere van de aanwezige ambtenaren in de gemeenten van hun collega’s bleken te wonen. Wanneer zij hun burgerpet opzetten klonk er een heel andere taal (‘ik heb er best wel iets voor over om ons zwembad open te houden’) dan wanneer men praat vanuit de rol van ambtenaar (‘je kunt nu eenmaal niet in alle kernen de voorzieningen blijven garanderen’).  Het loont om bij regionale samenwerking even met die petten en perspectieven te spelen.

2- Van voorzichtige egeltjes naar onbevangen aanpak Een tweede reden waarom de deelnemers enthousiast waren over deze meer interactieve benadering was dat er vaak gevoeligheden zijn in de samenwerking tussen gemeenten. Iemand noemde dat de neiging vanuit de gemeenten om als  egeltjes met elkaar om te gaan. Dan levert regionale samenwerking maar een beperkte meerwaarde op in plaats van een mooie schaalsprong in denken en handelen. Burgers hebben hier veel minder last van. Die vinden elkaar wellicht makkelijker omdat ze niet in beleidsdomeinen, bestuurlijke grenzen en institutionele belangen denken.  Je hebt de inbreng vanuit de samenleving dan ook nodig om het omzichtige bestuurlijke spel open te breken.

Dat kun je dan dus niet beperken tot participatieprocessen binnen de afzonderlijke gemeenten. Zoals een van de mensen het uitdrukte: ‘je hebt nieuwe impulsen nodig om samen verder te kunnen‘.

3- Van beleidsproza naar verhalen delen Mijn uitnodiging aan de deelnemers was na te denken over een aantal methodieken om de afstand tussen ambtelijke en bestuurlijke processen enerzijds en wat in de samenleving leeft anderzijds niet te groot te laten worden. De taal van regionale ambities is vaak hoogdravend en vol van jargon. Wil je  niet te ver weg groeien van de leefwereld van bewoners en ondernemers dan kun je maar beter verhalend te werk gaan. Verhalen van vlees en bloed doen het immers beter dan zielloos beleidsproza. Die oefening leverde niet alleen mooie ideeën op (zoals  verhalen delen volgens de methode van het programma ‘andere tijden’) maar ook het inzicht dat je zeer terughoudend moet zijn om levende verhalen te gaan abstraheren. Zeker op het schaalniveau van de regio zijn er prachtige verhalen te maken over de markante geschiedenis, strijd, drama’s, klein geluk, bijzondere mensen die het verschil maken en de trots op wat er samen gerealiseerd is. Die verhalen maken regionale samenwerking tot meer dan noodzakelijke afstemming en geconstrueerde regionale identiteiten. Koester en deel ze is de boodschap.

4- Van grote papieren ambities naar speldenprikken
D
e regionale schaal nodigt uit tot het maken van grote visies en plannen. Mijn advies aan de deelnemers was hierin groot te denken en klein te handelen. Een grote verandering is vaak gebaseerd op een serie van kleine ingrepen in plaats van het uitrollen van een samenhangende strategie.

Bedenk dus eens een speldenprik waardoor regionale samenwerking een impuls krijgt. Dat dwingt je ook na te denken over interventies met een menselijke maat en weg te blijven van programma’s die het risico van geduldig papier in zich dragen. Dat maakte veel energie en concrete ideeën los. Wethouders uit de gemeenten een week van positie laten wisselen, samen een stickeractie  uitvoeren om zo regionaal samenwerken tastbaarder en speelser  te maken, organiseren van pitches zodat er een mooie vorm van matchmaking tussen bedrijven ontstaat enzovoorts.  Het zijn mooie voorbeelden die helpen om sneller tot actie te komen en dichter bij de belevingswereld van je inwoners en bedrijven te blijven.

Deze mooie middag sterkte me in het idee dat je ook op  het regionale schaalniveau met en vanuit burgers en lokale bedrijven kunt werken. Juist daar heb je ze hard nodig om uit het spoor van bestuurlijke afstemming te komen en geen patstellingen te laten ontstaan tussen rivaliserende gemeenten. En twee simpele methoden (denken in speldenprikken en storytelling) kunnen voorkomen dat de gevreesde afstand tussen regionale wereld en dagelijkse leefwereld met veel kunst- en vliegwerk moet worden overbrugd. Aan de slag met interactieve regionale sturing zou ik zeggen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*