Samen bouwen aan de sociale veerkracht van de stad

Vandaag was het weer zover. Ik lees de kop van een artikel op de site van het tijdschrift voor sociale vraagstukken met als tekst  ‘radicale stadsontwikkeling van onderop.’ Je zou verwachten dat het over zelfstandige initiatieven van stadsbewoners gaat die het heft in eigen handen nemen. Maar het verhaal waar deze kop boven staat gaat over de mooie rol die de lokale overheid vervult bij het organiseren, ondersteunen en uitlokken van de aanpak van klushuizen. Die koppenmaker verstaat de tijdgeest goed want ik zag de kop die de lading dus niet dekt vele malen in mijn tijdlijn op twitter langs komen. Het valt me steeds weer op: wanneer er iets moois in de stad gebeurt wordt de rol van de lokale overheid in de verhalen uitgegumd en als dingen mis gaan wordt deze dik aangezet. Waar komt deze behoefte toch vandaan?

Allereerst natuurlijk omdat het denken over bottom-up initiatieven in het discours over de stad doorgaans neer wordt gezet als contramal van de bureaucratische overheid. De overheid zit in de verdachtenbank en we willen alleen een overheid zien die ruimte maakt en loslaat.
Daarnaast stel ik vast dat de meeste verhalen en analyses blijven hangen in statische  tegenstellingen en theoretische indelingen. In een eerder blog heb ik dit de ziekte ‘indeleritis’ genoemd.  Alles wordt teruggebracht tot vragen als : is hier de samenleving of de overheid aan zet, is dit burgerinitiatief wel van ‘echte’ burgers of van een elite, is dit een hiërarchische overheid of een netwerkoverheid, is dit idee achterhaald of vernieuwend, bepalen bewoners hier de kwaliteit of de ontwerper? Dit soort vragen zijn het zand in de machine van de dynamische stad.

Gemeentebestuur en lokale initiatieven spelen haasje-over
Wat zie je als je wel een dynamische analyse maakt van de praktijk van stadsontwikkeling? Vooral dat, zoals in het verhaal over de klushuizen ook al staat, de intelligentie van de lokale overheid  toeneemt om haasje-over te spelen met lokale initiatieven. De continue wisselwerking tussen bewoners, overheid, ontwerpers en instituties als corporaties geeft de stad veerkracht en levert nieuw sociaal kapitaal op. Sociaal kapitaal ontstaat immers waar werelden zich vermengen, er intensieve wisselwerking is, er wonderlijke verbindingen ontstaan en mensen niet meer keurig in hokjes zijn te vatten. Een paar andere voorbeelden kunnen deze dynamiek goed illustreren.

Het stadsinitiatief Singelpark Leiden (18 kilometer aaneengesloten park realiseren) is begonnen als de droom van een individu, de betrokken stadsbewoner en communicatieadviseur Jeroen Maters met een goed netwerk in de stad. Burgemeester Henri Lenferink heeft het idee gelijk zonder reserves omarmd. Stap voor stap is dit idee uitgegroeid tot een stadsinitiatief waar de gemeenteraad zich ten volle achter stelt. In samenspraak tussen stadsbestuur en initiatiefnemers werd een ontwerpwedstrijd onder 6 bureaus uitgeschreven en  de bevolking werd gemobiliseerd om die plannen te beoordelen. De gemeente huurde vervolgens de 2 winnende bureaus in. En toen de financiering rond moest worden gemaakt nam het stadsbestuur wat gas terug vanwege de kosten van het beheer. De initiatiefnemers rekenen fijntjes voor dat de gemeente 375.000 euro per jaar bespaart op de inzet van ambtenaren door hun vrijwilligerswerk en crowdfunding. De gemeenteraad kregen ze mee. Dit zoeken naar ieders rol en de dans rond de financiering  zal de komende jaren ongetwijfeld tot wrijvingen en teleurstellingen leiden  maar daar wordt iedereen alleen maar wijzer van omdat er al iets stevigs is opgebouwd.

Een kleiner  voorbeeld dat ik gisteren tegenkwam. In een brainstromsessie georganiseerd door het  private initiatief Hanzenlab Zwolle (inzet: expertise beschikbaar stellen om maatschappelijke initiatieven te helpen) kwam wethouder Rene de Heer met het volgende aanbod. De gemeente Zwolle organiseert 10 Hanzelab-etentjes door ze tegen gereduceerd tarief bij horeca-ondernemers in te kopen. Vijf zet de gemeente in de markt en 5 het Hanzelab.  Bij de 10 sessies gaan ook ambtenaren meedoen: om mee te denken, om vraagstukken en initiatieven als ‘mogelijkmakers’ te adopteren en om van betekenis te zijn voor een vervolgtraject.Na afloop organiseert Hanzelab voor alle horecaondernemers die hebben meegewerkt een sessie waar ideeën verzameld worden over hoe ze meer klandizie en bestedingen binnen kunnen krijgen. De wethouder adviseert  Hanzelab om  enkele van de sessies in de hoek van wijkgericht werken te zoeken om via deze weg het Hanzelab-netwerk te verbreden.

Ook dit is een mooi voorbeeld van een spannende wisselwerking tussen overheid en particulier initiatief en ook hier zie je de motor voor nieuwe sociaal kapitaal op volle toerem draaien. Nieuwe combinaties van mensen worden gecreëerd en er is sprake van mooie ruilrelaties. Ambtenaren brengen hun competenties en contacten in en krijgen er weer nieuwe voor terug, de meewerkende horecagelegenheden krijgen nieuwe klandizie en gratis advies, Hanzelab zet zich in en krijgt een rijker netwerk ervoor terug.

De kwaliteit van de wisselwerking is waar het om draait
Ik erken dat de aangehaalde voorbeelden mooie pareltjes zijn en nog geen gemeengoed, maar het heeft absoluut zin om deze spannende rol van lokale overheden uit te vergroten als de kiem van de nieuwe bestuurscultuur. Onder het vergrootglas zien we dan hoe dit de veerkracht van de stad vergroot.In mijn ogen is het vooral de kwaliteit van de wisselwerking tussen lokale initiatieven en stadsbestuur die het ‘m doet. Die wordt gevormd door drie mechanismen: intensiteit van de relaties (men zoekt elkaar op, er ontstaat vertrouwdheid met elkaar, er wordt continu haasje-over gespeeld), wederkerigheid (men gunt de ander ruimte en men heeft elkaar wat te bieden) en waarachtigheid (er worden geen spelletjes gespeeld en de confrontatie wordt niet geschuwd). Deze kwaliteiten zijn relevant voor alle partijen in de stad. Voor de lokale overheid geldt in het bijzonder dat ze op alle niveaus  (verbinden op wijk en buurtniveau,  stadsinitiatieven, bouwen van nieuwe combinaties van mensen en groepen) soepel heen en weer beweegt  tussen ruimte geven en grenzen trekken, meedoen en op de achtergrond blijven, honoreren van initiatief en zelf de regie pakken.

Wie met deze blik kijkt naar wat er in steden gebeurt moet toch optimistischer worden over wat er vanuit de overheid op dit moment loskomt. Laten we in ieder geval eens stoppen met die domme tweedeling tussen bottom-up en topdown stadsontwikkeling en zelf  haasje-over mee gaan spelen.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*