6 september 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

Probeer de zelfsturende stad niet in sjablonen te vangen

Dit voorjaar schreef ik op verzoek van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI)  een essay over hoe je in de stad van de toekomst een vorm van lichte sturing kunt gebruiken (hier de link). Anderen schreven essays over thema’s als veiligheid, economie, duurzaamheid, tijdelijk ruimtegebruik en regionale samenwerking. De RLI heeft nu alle essays gepubliceerd (zie hier)  en zo kon ik mijn eigen bijdrage vergelijken met die van anderen.  RLI was vooral nieuwsgierig naar de perspectieven van maatschappelijke zelfsturing en daarover gaan veel van de bijdragen. Het optimisme druipt er helaas niet vanaf.

In essentie komt mijn  eigen essay neer op een oproep aan het lokaal bestuur om de economische crisis te zien als een ‘blessing in disguise’. Onder noemers als zelfsturing en organische ontwikkeling wordt her en der al zichtbaar afscheid genomen van een technocratische bestuursstijl waarin ‘strategische allianties’ hijgerig achter de grote opgaven en de bijbehorende geldpotten aanjagen.

Mijn optimisme over deze ontwikkeling wordt niet bepaald door iedereen gedeeld. Justus Uitermark is  bang dat zelfsturing de kloof zal vergroten tussen de mensen die het goed voor zichzelf kunnen regelen en zij die dat niet kunnen. Willem Schinkel ziet onder de ambitie van zelfsturing een vorm van ‘neo-liberaal communitarisme’ waarbij zelforganisatie feitelijk ingekapseld is in het bestuurlijke systemen en marktgerichte doelen. Martijn de Waal plaatst de effecten van digitalisering op het gebruik van de openbare ruimte in de stad ook in het teken van neoliberale ongelijkheid en sterke segregatie tussen groepen. Bert Mulder constateert dat de digitale revolutie tot nu toe niet heeft bijgedragen aan de invloed van burgers op het stedelijk beleid en overheden niet in staat zijn dat goed te organiseren.
Ewald Engelen poneert dat het gemeentelijk beleid losgezongen is van de burger. Zijn essay is een woedende polemiek tegen gemeentebesturen en adviseurs die zich hebben mee laten slepen in een vastgoedroes en onzinnige groeiambities.

Het sombere beeld dat hieruit opdoemt : hoe je de relatie tussen bestuur en burger ook organiseert , alles zal besmet worden door het virus van maatschappelijke ongelijkheid, de dominantie van de neoliberale ideologie en bestuurlijk onvermogen.  Ben ik dan te naïef in mijn optimisme? Het zet me wel aan het denken over hoe je kunt voorkomen dat de inzet op zelfsturing ontaardt in het recht van de sterkste.

Maar eerlijk gezegd bespeur ik in al die somberheid ook iets wat me tegenstaat. Het is het ziektebeeld van wat ik ‘indeleritis’ noem: de dwangmatige neiging om de stedelijke dynamiek te vangen in statische tweedelingen en harde tegenstellingen: de geprivilegieerde  versus de onmachtige burger, de overheid versus de samenleving, de neoliberale ideologie versus ‘echte’ gemeenschapszin. Het gegoochel met deze tegenstellingen heeft de charme van scherpe analyse en polemiek maar komt feitelijk niet verder dan het spelen met etiketten en abstracties.

Ik heb daar twee problemen mee. Allereerst wordt de boeiende dynamiek en hybride werkelijkheid van de stad en het besturen van de stad platgeslagen tot een sjabloon. Volgens mij wordt maatschappelijke zelfsturing pas interessant als het niet meer te vangen is in die tegenstellingen maar je heel precies moet kijken wat zich hier afspeelt. Zelfsturing vindt in vele gedaanten plaats en niet alleen in de vorm van door de overheid georganiseerde experimenten. ik vind uiteenlopende initiatieven als het opzetten van bewonersbedrijven, actiegroepen tegen buurtafbraak  en creatief hergebruik van braakliggende terreinen inspirerend. En het helpt me niet om die sjablonen daar overheen te leggen.

Daarnaast ontmoedigen dit type analyses nieuwe initiatieven en experimenten. Want eigenlijk is alles wat bestuurders of burgers  zouden willen met principes van maatschappelijke zelfsturing naif of verdacht. Zelfsturing heeft in dit wereldbeeld van tegenstellingen de geur van het vergroten van ongelijkheid en van een vermomde beheersingsstrategie van de staatsmacht.  De meeste bestuurders en ambtenaren zijn noch zo dom noch zo doortrapt. Maar velen zijn wel risicomijdend en storten zich niet in avonturen die omgeven zijn door achterdocht.

Ik zou zeggen: geniet van het veelkoppige monster van maatschappelijke zelfsturing en stel je oordeel even uit tot je echt doorgrondt wat zich daar afspeelt. ik hoop dat RLI deze boodschap in haar advies over de toekomst van de stad laat doorkllnken.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*