28 april 2013

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Het echte debat over het bestaansrecht van provincies

Vandaag zag ik in het discussieprogramma Buitenhof 3 commissarissen van de koningin die blij waren dat de plannen van de minister om provincies te fuseren werden uitgesteld. Want dat geeft tijd om het over de inhoud te hebben in plaats van wat er nu gebeurt: nieuwe grenzen trekken vanachter de tekentafel. Aan de voorbeelden die ze noemden bij die inhoud valt te vrezen dat ze het vooral willen hebben over de verschillen in geschiedenis en cultuur tussen regio’s. Volgens mij moet die inhoudelijke discussie toch echt gaan over het bestaansrecht en de  meerwaarde van provincies. Hoe kunnen die de komende jaren hun waarde meer dan nu laten zien waardoor dit geen defensieve discussie wordt?

De Drentse Commissaris van de Koningin Jacques Tichelaar  had in Buitenhof vier provocaties voor zijn collega’s die een mooie opstap voor die inhoudelijke discussie kunnen bieden: provincies zitten op miljarden aan reserves terwijl rijk en gemeenten ernstig moeten bezuinigen, de meerwaarde van provincies tussen rijk en gemeenten is te klein,  provincies laten zich te weinig aan burgers gelegen liggen en provinciale bestuurders moeten gewoon de provincie ingaan in plaats van bijbanen stapelen. Met deze punten raakt hij aan grote vragen over de meerwaarde van provincies. Laat ik eens proberen ze om te zetten in acties die de meerwaarde substantieel groter kunnen maken.

Geld uit de verkoop van energiebedrijven gebruiken voor verduurzaming
De honderden miljoenen die door provincies verdiend zijn met het verkopen van die bedrijven worden deels opgepot en deels ingezet om de agenda van gisteren overeind te houden: investeren in asfalt, bedrijventerreinen, vastgoed, peperdure gebiedsprojecten, de oude economie. Ze versterken nu alleen maar regionale agenda’s die al te veel leunen op infrastructuurfondsen en aardgasbaten.
Het wordt tijd hier radicaal mee te breken en de aandacht te verleggen naar  de agenda van morgen: duurzame energie en in bredere zin verduurzaming van samenleving, landschap, economie en mobiliteit. Van provincies mag worden gevraagd te sturen op het realiseren van breed gedragen omslagen in economie en samenleving die er niet vanzelf komen. Provincies zijn ooit in het gat van energievoorziening gesprongen door zelf bedrijven op te richten. Waar is het lef om dat nu rond verduurzaming te doen, en waar is het lef van politieke partijen om daar echt werk van te maken in de provincies waar het geld er gewoon voor is?

Het publieke domein in de regio organiseren
Provincies zijn zoekende naar hun rol tussen het rijk en de gemeenten. Hun theoretische meerwaarde is dat ze op een hoger schaalniveau dan gemeenten belangen rond ruimte, wonen, economie, mobiliteit en natuur afwegen. Daarnaast zijn ze doorgeefluik en verdeelcentrum voor rijksuitgaven naar gemeenten en regionale instellingen. Die rollen eroderen door rechtstreekse decentralisaties naar gemeenten, opschalen van gemeenten, regionale samenwerking tussen gemeenten en het vervallen van de provinciale toetsing op lokale bestemmingsplannen.

Provincies ontlenen hun gezag vooral aan het feit dat ze geld meebrengen voor regionale ambities maar daar bewijs je je meerwaarde op termijn niet mee. Provincies participeren met behulp van dat geld in bestuurlijke onderonsjes en in publiek-private gebiedsprogramma’s. Ze vergeten daarbij doorgaans hun meest dankbare rol:   het organiseren van het publieke domein op bovenlokaal en regionaal niveau. Daarmee doel ik op het bouwen van arena’s waarin bovenlokale belangen elkaar ontmoeten, het inrichten van regionale gebiedsateliers, het  organiseren van externe druk en bemiddeling voor buurgemeenten die elkaar tegenwerken, het ombouwen van bestuurlijke onderonsjes tot maatschappelijke processen en het organiseren van nieuwe combinaties voor doorbraken in innovatie.  Die rol is nu mager en onzichtbaar. Provincies die zich hier met de nodige lef en zichtbaarheid op gaan profileren hebben nog meerwaarde.

De door burgers bestuurde provincie
Recent schreef ik een blog over de ware kracht van regionaal bestuur: het sociaal kapitaal. Daar wordt maar heel weinig vanuit provincies mee gedaan. Provincies zitten qua levendige democratie en sociale strategieën in de bestuurlijke achterhoede. Er wordt top-down gestuurd inclusief ouderwetse inspraakavonden waar alleen goed georganiseerde belangengroepen en boze burgers op afkomen. Daarnaast wordt  veel geld uitgegeven aan weinig effectieve campagnes om ‘de burger te bereiken’.
Provincies die experimenteren met gebiedsprocessen waar burgers de regie hebben, die ambtenaren beschikbaar stellen aan burgers die eigen plannen hebben of die  het middel burgerpanels en burgerjury’s inzetten ken ik niet. Onbegrijpelijk in deze tijd, zeker omdat iedereen erkent dat de legitimering van de representatieve democratie op dit schaalniveau heel magertjes werkt. Als je hier niet in investeert wordt het beeld dat minister Plasterk van provincies schetst bewaarheid: een technocratische bestuurslaag, zo ver van de burger dat het niet uitmaakt hoe groot je ze maakt of zelfs afschaft.

Het reizende provinciehuis
Dat meerdere provincies zoveel geld steken in de eigen huisvesting is tegen de achtergrond van bezuinigingen  pijnlijk. Het laat zien dat er veel geld is wat nodig ‘weg moet worden gezet.’ Het laat ook zien dat de afstand tot de samenleving heel groot is. Ik begrijp echt niet waarom al die provinciale bestuurders, politici en ambtenaren zich in het digitale en mobiele tijdperk in spiegelende provinciekastelen verschansen. Ze zouden  gewoon permanent de provincie moeten rondreizen om daar te zijn waar ‘het’ gebeurt en waar de mensen zijn waar ze hun werk voor doen.
Vergader over gebiedsprojecten in de gebieden waar je over praat, over het opheffen van onrendabele lijnen door zelf die routes te volgen, over samenwerking tussen gemeenten op de gemeentegrenzen. ik zou zeggen; stel je  investeringen in vastgoed even uit en huur wat oude SRV-wagen, campers en streekbussen om hiermee te experimenteren. Hopelijk helpt dit ook om bestuurders die grossieren in bijbanen hun kostbare tijd aan de stemmers en belastingbetalers in de provincie te  laten besteden.

Als van deze elkaar versterkende ambities de komende jaren niets terecht komt mogen de provincies van mij wel opgeheven worden. Ze voegen dan te weinig toe aan de samenleving, zijn als dure technocratische tussenlaag slecht voor het aanzien van politiek en bestuur en blijken dan ook niet te werken als platform voor politieke partijen om een vernieuwende ruimtelijke en economische agenda te maken. Ik zou tegen provinciale bestuurders die blij zijn met het uitstel van de fusieplannen willen zeggen: kom maar op met dat inhoudelijke debat en laat vooral zien dat provincies nu al investeren in hun echte bestaansrecht.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*