25 februari 2013

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , , , ,

Zeg het voort

Een optimistische kijk op de maatschappelijke onderstroom

Gisteren stuitte ik op een mooie analyse van maatschappelijke onderstromen door Herman Wijffels (Utrecht Sustainable Institute) en Martijn Lampert  (Motivaction). Ze hebben in hun verkenning ‘netwerksamenleving biedt route uit crisis‘ de rijkdom aan onderzoeksgegevens van Motivaction geherinterpreteerd. Ze identificeren vier onderstromen die wel eens snel bovenstroom kunnen worden: toegang wordt belangrijker dan bezit, het immateriële wordt belangrijker, we willen meer zelf gaan doen en we vertrouwen meer  op de eigen netwerken dan op overheid en  instituties. Laten we eens kijken naar de consequenties daarvan.

Wat me vooral opvalt is de omvang van deze onderstromen. Ik haal even wat klinkende cijfers uit de verkenning:

-59% van de Nederlanders zegt spullen niet te hoeven hebben als ze deze op een andere manier toch zouden kunnen gebruiken. Slechts 9% is het oneens met deze stelling;
– de persoonlijke top 3 van waarden die men van belang vindt: gezondheid (87%), sociale contacten (gezin, vrienden) (77%) en plezier (56%) komen als meest cruciaal naar voren, gevolgd door persoonlijke ontwikkeling (24%). Een minderheid van 20% kiest bij deze vraag voor financieel succes;
mensen stellen zich in op (de noodzaak tot) een soberder leven en dit sluit aan bij een sterkere focus op immateriële waarden en de menselijke maat.
– slechts 8% denkt dat de crisis voorbijgaat zonder aanpassingen in de huidige manier van leven en besturen. 62% is het hiermee oneens en denkt dat er wel degelijk aanpassingen nodig zijn;
– bijna de helft (47%) van de Nederlanders heeft door de economische ontwikkelingen minder vertrouwen gekregen in het kapitalisme (de markteconomie) als systeem. Slechts een minderheid van 15% heeft nog steeds vertrouwen in de markteconomie als systeem.
– 67% van de Nederlanders spreekt een voorkeur uit voor een bank die in handen is van kredietnemers en spaarders zelf, versus 12% die de voorkeur heeft voor een bank die in handen is van aandeelhouders. Ook op het gebied van energie, thuiszorg en zorg voor  ouderen is dit patroon zichtbaar.   

Ik citeer deze onderzoeksgegevens zo uitvoerig omdat ze in schril contrast staan met  het beeld dat slechts een maatschappelijke voorhoede/elite bezig is met denken over een ander type samenleving. Het verlangen naar een samenleving met meer soberheid, een menselijke maat, greep op het eigen leven en een coöperatief  (kleinschalig) economisch systeem leeft breed. Ik ben zelf ook wel verrast om zo scherp te zien hoe breed dit idee van een andere samenleving wordt gedeeld.

Recent heb ik een kleine enquête uitgezet  naar instrumenten om als samenleving meer greep te krijgen op de banken. Daar kwam  uit dat er wel vertrouwen is in het zelf ontwikkelen van een ander type (duurzame) economie en weinig in het bevechten van  de oude instituties. Voor dat laatste is de overheid hard nodig. Het is aan de overheid om genationaliseerde banken niet  zomaar terug te zetten in het oude economische systeem maar er actief voor te zorgen dat spaarders meer greep krijgen op de instituties die hun geld beheren.

Het is onthutsend om te zien hoe weinig de politiek met deze onderstroom doet terwijl politici en media zo gefixeerd zijn op het maatschappelijk onbehagen. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) heeft hier net een behartigenswaardig advies over  uitgebracht: ‘het onbehagen voorbij’. In essentie komt die analyse er op neer dat de politiek alleen maar reageert op de de onderbuikgevoelens en grote gemene delers van ‘opinieplein’ Nederland en niet in staat is iets met de diversiteit aan onderliggende waarden te doen. De simpele vraag ‘hoe zou u willen dat het anders gaat?’ wordt verontrustend weinig gesteld.  Het in een groot probleem dat politici zo slecht in staat zijn positieve onderstromen te articuleren. Nog even een citaat uit het rapport van Wijffels en Lampert:

“mensen verwachten dat een omslag naar meer positiviteit vooral moet komen van burgers zelf (84%); politici scoren met 69% ook hoog, maar lager dan burgers. 43% van degenen die willen dat de sfeer positiever wordt zien daarin een rol voor zichzelf weggelegd, 30% ziet hierbij geen rol voor zichzelf en 27% weet het niet of heeft geen mening.”

U leest het goed: er is een grote bereidheid bij de inwoners van dit land zelf de handen uit de mouwen te steken en 70 % van de mensen heeft ook nog verwachtingen naar de politiek als het gaat om een positiever maatschappelijk klimaat. In godsnaam, laten de politici dat laatste restje goodwill niet verprutsen en nu echt aansluiting zoeken met die positieve  onderstromen.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*