22 mei 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

De spelende mens is aan zet

Twee jaar geleden zag ik een filmpje op internet met een presentatie van spelontwerper Jane McGonigan die hardop droomde over het idee dat gamers  hun speelsheid aanwenden om de grote problemen van de wereld op te lossen. Ze schreef er ook een boek over: Reality Is Broken, Why Games Make Us Better and How They Can Change the World.
Vandaag publiceert de WRR het rapport ‘Vertrouwen in burgers’ waarin onder verwijzing naar Homo Ludens van onze eigen Johan Huizinga ook een lans wordt gebroken voor dit idee. Helaas berust het idee dat je gamers alleen kunt mobiliseren als betrokken burger door spannende spellen voor ze bouwen op een treurig misverstand.

De WRR zet in op het concept van ‘serious gaming’ als instrument om gamers te verleiden tot een vorm van verantwoord burgerschap. Een citaat uit het rapport:

‘Serious gaming’ biedt beleidsmakers goede kansen om mensen op een creatieve en speelse manier te laten meedenken over ingewikkelde uitdagingen. Veel mensen – jongeren én minder jongeren – beleven plezier aan de uitdagingen van zogenaamde strategy games, veelal in mythische virtuele werelden. Wie uitdagingen weet te vangen in aantrekkelijke spellen, kan gebruikmaken van de vrijwillige inzet van ‘de spelende mens’– de ‘homo ludens’ van Johan Huizinga (1952). De potentiële vrijwilligersinzet is fenomenaal en de kunst is weer die van het meebewegen: niet zelf doen, maar openstaan voor de bestaande activiteiten van bevlogen ‘amateurs’.

Het charmante aan deze benadering is dat er niet hoogdravend of tobberig wordt gesproken over burgerparticipatie maar de lol van spelen wordt aangeboord. En als homo ludens weet ik wel zo ongeveer waar die lol vandaan komt: het spel als vrijplaats om ongegeneerd competitief en prestatiegericht te zijn. En het plezier om even helemaal in een andere wereld op te gaan. Dat verhoudt zich echter slecht tot een begrip als ‘serious gaming’. Het is al vaak gepoogd om vanuit idealistische motieven spellen te maken waarin samenwerking en het verbeteren van de wereld centraal staan. En dat zijn dus niet de meest geslaagde spelen.

De denkfout die gemaakt wordt is dat je gamers kunt mobiliseren voor maatschappelijke vraagstukken door de spellen die ze op de computer spelen na te bootsen. Volgems mij is de collectieve intelligentie van mensen die veel gamen ook goed aan te boren door ze bij serieuze vragen op een serieuze manier te benaderen, dus zonder er een spel van te maken. Ieder mens is gevoelig voor de boodschap ‘we hebben jou nodig om iets op te lossen’ en voor de uitdaging dat samen met anderen te doen. Begrippen als cognitief surplus, crowdsourcing en ’the wisdom of crowds’ zijn hier beter op zijn plaats dan serious gaming.

Het is daartegenover de uitdaging om juist de mensen die niet gamen aan te spreken op hun speelsheid. ik heb ooit eens een analyse gemaakt van hoe de voor- en tegenstanders van nieuwe snelwegen met speels gemak de werkelijkheid plooien naar hun vooraf ingenomen standpunt. Dat noemen we niet voor niets strategisch spel. Het is  de kunst om dat vermogen tot spelen met de realiteit om te buigen naar iets constructiefs en gezamenlijks. Van spelletjes naar speelsheid zal ik maar zeggen. Wanneer we daar niet in slagen dan zal de wereld van ‘serieus gaming’ de kwalificatie ‘leuk’ niet ontstijgen omdat het te weinig interfereert met de wereld van de belangenstrijd.

Kortom: laat de virtuele gamers even uit hun spelwereld treden en duw de mensen die ‘het echte spel om de knikkers spelen’ in een meer speelse modus. Dan wordt het nog wat met de betrokken burger als homo ludens.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*