14 februari 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Pas op voor de apostelen van de systeemwereld

Soms kom ik een nieuw woord tegen dat ik zelf wel had willen bedenken. Zaterdag werd in de Volkskrant een anonieme NS-medewerker opgevoerd die spreekt over de macht van de ‘systeemautisten’ bij NS en Prorail. Een woord dat de verbeelding prikkelt. Sheila Sitalsing ging er maandag in haar column in dezelfde krant  op door en zag ineens overal systeemautisten. Een leuk en nuttig spel maar ik wil toch even stilstaan bij de vraag wat deze mensensoort kenmerkt en of autisme altijd wel zo’n goed label is voor de mensen die opgaan in  de systeemwereld. Wat dacht u van de systeemapostel en de systeemfetisjist?

In het Vk-artikel wordt het begrip systeemautisme een verzamelnaam voor al die mensen die de menselijke maat uit het oog verliezen en zich in hun systeemwereld opsluiten. Het zijn vooral managers, vakspecialisten, adviseurs en onderzoekers die alle heil verwachten van het bedenken en bouwen van systemen of het nu technische, organisatorische of bestuurlijke zijn. Het is echter niet redelijk om ze allemaal als autist weg te zetten. Laten we eens een poging tot nuance wagen.

De systeemautist
Net als echte autuisten leiden systeemautisten aan iets waar we allemaal wel last van hebben maar slaan ze er in door.  Ze raken in paniek van rommeligheid, onvoorspelbaarheid en chaos en klampen zich vast aan orde, regelmaat en voorspelbaarheid. De systeemautist herken je als iemand die het altijd heeft over ‘processen stroomlijnen’, ‘in control zijn’ en elke probleem wil herleiden tot het ontbreken van sturing en regie. Hij richt schade aan als door de fixatie op systemen elk  improvisatievermogen uit organisaties en mensen wordt gehaald.

Dat  risico is groot want hij is altijd bezig processen, systemen, ruimtelijke en bestuurlijke schalen beter af te bakenen en elk probleem wordt in zijn ogen veroorzaakt door het ontbreken van die orde. Hij  kan niet leven met motto’s als ‘wat je ook bedenkt, verrassingen voorkom je toch niet’, ‘elk voordeel heeft z’n nadeel’  of ‘80%  is goed genoeg’.

De systeemapostel
De systeemapostel heeft een heilig geloof in  integraliteit, samenhang en schaalvergroting als antwoord op al onze problemen. Hij is altijd bezig nog grotere systemen te bedenken waar je  ‘integraal kunt sturen’, ‘de verbanden kunt managen’  en kunt profiteren van ‘economies of scale’. Elk probleem dat zich voordoet wordt in zijn ogen veroorzaakt door verkokering en versplintering van bestuurskracht en dan zijn opschaling en integratie  uiteraard het  medicijn.
Hij is immuun voor alle onderzoeken die aantonen dat schaalvergroting juist niet tot betere en efficiëntere resultaten leiden. De menselijke maat wordt door hem al snel uit het oog verloren. In dezelfde krant waar de spoorproblemen werden genalyseerd stond als voorbeeld hiervan een schrijnend portret van de teloorgang van de Zonnehuizen waar na een fusie een heel koninkrijk aan staffuncties en adviseurs werd opgetuigd.

De systeemfetsjist
We gebruiken allemaal metaforen en  denkmodellen (‘de samenleving’,  ‘de markt’, ‘het financieel systeem’, ‘de regio’) om de complexe en vloeibare wereld te vereenvoudigen. De fetisjist slaagt er echter niet in om dat onderscheid tussen denkmodel en werkelijkheid  scherp te houden.  Abstracties worden aangezien voor iets wat werkelijk bestaat en zelf als een subject dan leeft en kan handelen. De systeemfetisjist vindt niets merkwaardigs aan zinnen als: ‘het spoorsysteem laat het afweten’,  ‘de overheid stuurt’, ‘de regio concurreert’, ‘de gezondheidszorg vernieuwt zich’.
Inzichten als  ‘alleen mensen zijn in staat tot handelen’, ”alles hangt met alles samen’ en ‘grenzen tussen systemen zijn vloeibaar en arbitrair’ zijn dan ook aan hem niet besteed. Hij richt schade aan wanneer hij het zicht ontneemt op handelende mensen die niet keurig in systemen zijn te vatten en op de chaotische patronen die zich niet in abstracties laten persen.

Verderop in dezelfde krant waar het verhaal over de spoorwegen stond  vond ik op de opiniepagina een aardig voorbeeld waar de apostel en fetisjist hun vingers bij kunnen aflikken.  De hoogleraren Voerman en de Vries breken een lans voor de ‘metropoolregio Rotterdam- Den Haag’ . Een concept dat vooral is bedacht als tegenhanger voor wat de metropoolregio Amsterdam is gaan heten maar waarvan de samenhang hoogst arbitrair is. De heren doen echter net alsof je blind bent als je zo’n regio niet gelijk herkent als realiteit. Ze spreken er schande van dat er wel 25 autonome gemeenten binnen dit gebied liggen en willen hun bevoegdheden overdragen aan een ‘metropoolbestuur’, want dan heb je regie!!

Kortom:  iedere dag vind je voorbeelden van deze systeembouwers in de krant. Onze bestuurs- en organisatiecultuur is een heerlijke speelplaats voor deze mensensoort, die we wat mij betreft ook technocraten mogen noemen.  Ze zijn zeker niet gek want het kan heel verstandig zijn om systemen te bedenken en te bouwen, maar het risico zit in de fixatie erop. Dan raakt de menselijke maat volkomen zoek en wordt Kafka voelbaar.

Gun de autist zijn structuur maar geef hem niet de macht anderen daarin te persen. Wijs de fetisjist erop dat hij modellen verwart met de werkelijkheid en peper de apostel van de schaalvergroting in dat hij een grote denkfout maakt. En laten we ons toch ook een beetje vrolijk maken om de eeuwige illusie dat ‘we het nu eindelijk eens goed gaan organiseren.’

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*