16 augustus 2011

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Sereniteit als antwoord op rellen

De publicitaire nasleep van de rellen van vorige week in Londen voltrekt zich volgens een voorspelbaar patroon. Politici, journalisten en zelfbenoemde experts proberen de rellen te passen in discoursen over sociale ongelijkheid en/of moreel verval. Nu zijn die analyses natuurlijk niet te bewijzen noch te falsificeren. Er bestaat immers geen eenduidige oorzaak-gevolg of probleem-oplossing relatie. Zo werkt dat nooit in een sociale en politieke context en dus zeker niet in het geval van onverwacht heftige  rellen. Het is op zich toe te juichen dat er in de Britse media door politici en journalisten op zoek wordt gegaan naar dieperliggende mechanismen onder de rellen. Dat is een verademing in vergelijking met het Nederlandse debat over straatcultuur en verloedering.

Zo was ik verrast dat Premier Cameron naast zijn law and orderpreek ook een lans breekt voor gemeenschapszin en zich daarbij afzet tegen een fixatie op veiligheid. Citaat uit de Volkskrant van vandaag:

“Cameron zei voorts dat obsessie van plaatselijke overheden, scholen en andere instellingen voor ‘zorg en veiligheid’ een verstikkend effect heeft op het gemeenschapsleven. Het komt geregeld voor dat burgers te horen krijgen dat ze vanwege de openbare veiligheid geen bloembakken mogen ophangen of plantsoentjes onderhouden. Uit angst voor ongelukjes en daarop volgende letselschadezaken krijgen jongeren steeds minder de gelegenheid te spelen op schoolpleinen of openbare veldjes.”

Ook opiniemaker Dave Hill probeert vandaag in de Guardian een ander type analyse op de rellen toe te passen. Hij hekelt de neiging van politici en planners om de lat steeds hoger te leggen voor de stad:  ‘London must stop planning simply for growth, for efficiency or for aspiration. It must start planning for serenity too.” 
In stedenbouwkundig jargon: Hill pleit voor ‘slow urbanism’.  Hij bouwt zijn verhaal rond een analyse van de Londense rellen van de hand van de Nederlandse architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout (hier het bewuste artikel). Van Stiphout zet zich af tegen de neiging van politici en planners om  achter ‘impulsen voor de stad’ aan te jagen die losgeweekt zijn van wat er in lokale gemeenschappen aan de hand is:
“The city has become a tool to achieve goals, political, cultural, economic or even environmental. Treating the city in this way means that we are constantly passing judgment on what the city should be, and who should be there, and what they should be doing, instead of trying to understand what the city actually is, who really lives there and what they are doing. This produces a dangerous process of idealisation, denying whole areas, whole groups their place in the urban community, because they do not fit the picture.”

Wat deze citaten gemeen hebben is dat ze pogen mechanismen van vervreemding en de blokkades voor gemeenschapsvorming in de stad bloot te leggen. Ze raken aan een pijnlijke paradox in de stadsplanning. Vanuit goede bedoelingen (sociale stijging, leefbaarheid , welvaart, betrouwbare overheid)  worden grote ambities met veiligheid, economie, stedenbouw en cultuur geformuleerd en wordt gepoogd de stad beheersbaar te maken. In dit maakbaarheidsoptimisme raken de bestuurders en stadsplanners echter het contact kwijt met de mensen die stad vormen. In  hun vlucht vooruit naar de stad die beheersbaar, ordelijk, welvarend en bruisend is zenden ze als boodschap naar grote delen van de bevolking uit: jouw manier van leven past niet in onze ideale stad en je bent een loser als je niet profiteert van de vooruitgang en kansen die we zien.

In dit verband raakt Hill’s pleidooi voor sereniteit wel een snaar. Het begrip is bruikbaar als beroep op politici en planners om rust te nemen, kritisch te kijken naar de bijeffecten van hun eigen handelen en samen met de bewoners van de stad op zoek te gaan naar wat hen verder helpt. Die sereniteit zouden stadsbestuurders ook wel wat meer mogen uitstralen. De grote stad is al hectisch en opgefokt genoeg van zichzelf, daar hoeven zij niet nog een schepje bovenop te doen.  Kortom: rust en bezinning zijn goede medicijnen tegen (de angst voor) nieuwe rellen maar ik vrees dat dit een illusie is in een politiek en publiek klimaat waar daadkracht en heldere antwoorden de norm zijn.  Maar het kan geen kwaad om bij de verhitte debatten die ons ook in Nederland nog te wachten staan af en toe een beroep te doen op deze kwaliteiten.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*