Oefening baart kunst en lichtheid

Regelmatig stuit ik op pleidooien voor meer erkenning van gedegen vakmanschap. Niet verbazend in een tijd waarin (terecht!) de kritiek aanzwelt op al die managers die toegewijde professionals in de weg lopen, op de omloopsnelheid van hypes in bestuur en organisaties en op ‘factfree politics’ waarin meningen belangrijker zijn geworden dan zorgvuldig opgebouwde en onderbouwde kennis. Maar opvallend weinig gaat het over de vraag wat dat vakmanschap in essentie is. Meestal wordt gesproken over betrokkenheid en passie voor je vak en voor de mensen voor wie je werkt. Het lijkt er echter op dat er weer aandacht komt voor een klassieke opvatting over vakmanschap als resultaat van jarenlange oefening.  Met zijn boek ‘outliers’ (uitblinkers) heeft Malcolm Gladwell al in 2009  een ode aan de oefening geschreven. Hij formuleert daarin de 10.000 uren-regel.

Die regel houdt in dat  succesvolle mensen (sporters, ondernemers als Bill Gates, politici) dat talent niet hebben geërfd of gewoon geluk hadden maar ruwweg 10.000 uur oefening achter de rug hadden voor ze echt doorbraken. Mensen die niet in de gelukkige omstandigheid zijn om te kunnen oefenen breken dus niet door. Een onverholen aanklacht tegen maatschappelijke uitsluiting en tegen gemakzuchtige opvattingen over talent, passie en wilskracht. Bill Gates heeft de toepassing van de 10.000 uren-regel op zijn leven recent in een interview bevestigd met een belangrijke toevoeging. In zijn beeld was 10.000 uur oefenen als computerpionier opgebouwd uit blokken van 50 uur waarin steeds weer 90 procent van de mensen met dezelfde fascinatie afhaakte omdat ze het fanatisme misten om door te zetten en/of omdat anderen hen daar niet toe aan hebben gezet. Interessante oefening: kun je de 10.000 uren regel op jezelf toepassen en daar de filosofie van Bill Gates bij gebruiken? Ik vind het zelf makkelijker om dat bijvoorbeeld toe te passen op mijn hobby als fotograaf dan op mijn werk.

Recenter kwam ook filosoof Peter Sloterdijk met een pleidooi voor oefening. Zijn boek Du musst dein Leben ändern (2011) is een aanklacht tegen mensen die genoegen nemen met het leven zoals dat is. Zeker de maatschappelijke avantgarde moet zichzelf oefenen (via training, technieken en rituelen) om door te dringen tot de essentie van het leven op aarde en onze opdracht daarin. Alleen door op deze wijze afstand te nemen van consumentisme en gemakzucht valt de wereld nog te redden. Een heel andere boodschap dan die van Gladwell maar de overeenkomst is dat ook Sloterdijk benadrukt dat het niet gaat om ‘de knop omzetten’ of een plotseling inzicht maar om langdurig oefenen in een andere levenshouding,  Sloterdijk speelt in dit verband met begrippen als lichtheid en verlichting en dat raakt me wel. Voor mij is de lichtheid die ik voel en die ik sinds 2004 in mijn werk propageer het resultaat van een lange ontwikkeling in mijn werk en leven.
Ik heb mijzelf altijd vastgeklampt aan de trits kunstje ==> kunde ==> kunst die ik in het adviesvak leerde. Je kunt snel een kunstje aanleren maar het kost je heel wat tijd voor je een kunde onder de knie hebt en pas daarna mag je dingen los gaan laten en als een echt kunstenaar vertrouwen op je intuïtie, op je vermogen zaken tot hun essentie terug te brengen en spelen met alle aannames onder je vak. Het mooie aan ons  gezegde ‘oefening baart kunst’ is ook dat daar de ontwikkeling van kunstje via kunde naar kunst al in besloten ligt. En voor mij is die laatste fase in meerdere betekenissen van het woord de fase van lichtheid: de taaiheid voorbij, vertrouwen op je intuïtie en innerlijke stem, durven spelen met je aannames en  gevoel hebben voor de essentie. Dat is ook wat ik de laatste jaren heb geprobeerd in mijn werk te laten zien, met mijn pleidooien voor eenvoud, loslaten, onbevangenheid, speelsheid en lichtvoetigheid.

Die stap van kunde naar (levens)kunst en de daarbij behorende lichtheid mis ik zowel bij Gladwell als Sloterdijk. Gladwell blijft toch hangen is de Amerikaanse fixatie op maatschappelijk succes en Sloterdijk in het doemdenken van de Duitse filosofen. Het is dan ook vast geen toeval dat ons gezegde ‘oefening baart kunst’  zo slecht in het Engels en het Duits te vertalen valt.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*