De omgevingswet, de tijdgeest en de burger

Gisteravond mocht ik tijdens een diner georganiseerd door atelier ZZ, waarbij vooral ontwerpers aanwezig waren, iets vertellen over het belang van participatie bij de invoering van de omgevingswet. Daar sprak ik onderstaande tekst uit waarbij ik het niet kon laten om een link te leggen tussen de verkiezing van Donald Trump en de aanpak van de omgevingswet.  Zoals ik in de wereld van ontwerpers wel vaker merk viel dat bij sommigen goed en bij velen veroorzaakte het ongemak. Een aantal beelden over burgerparticipatie die volgens mij niet kloppen leven breed onder ontwerpers. Het beeld dat je ‘gewone’ mensen geen grote strategische vragen op hoger schaaalniveau kunt toevertrouwen, het idee dat burgers er vooral voor hun eigen beperkte belang zitten en ontwerpers en het bestuur daar bovenuit stijgen en het idee dat de expertise van ontwerpers niet meer aan bod komt als burgers zelf dingen oplossen. Mijn ervaring is juist dat burgerfora en burgeinitiatieven heel veel aankunnen, mensen samen spannende belangentegenstellingen aankunnen die de politiek niet aankan en burgers zelf op tijd experts inschakelen om iets te doen dat ze zelf niet aankunnen of overzien. En vooral dat er een interessante kruisbestuiving tussen vele soorten kennis ontstaat als je iedereen serieus neemt. Gelukkig waren er ook mensen die geprikkeld door het verhaal met voorbeelden kwamen over hoeveel dankbaarder het mobiliseren van onze collectieve kracht is ten opzichte van beperkte en reactieve participatie. Dat heeft me weer gesterkt in het idee dat dit echt de weg is om op te gaan bij invoering van de omgevingswet en het in de huidige tijdgeest ook meer dan urgent is. Hier mijn tekst.   

Trump en de omgevingswet
Toen ik mijn praatje voorbereidde dacht ik net als zoveel mensen die de verkiezing van Donald Trump er met de haren bij slepen: zijn daar ook lessen uit te halen voor burgerparticipatie bij de omgevingswet? En ik dacht gelijk ja, nou en of! Zijn verkiezing kun je deels terugvoeren op maatschappelijke fenomenen waar wij ons ook wat van moeten aantrekken. Het gevoel van veel mensen weinig over hun eigen leven en leefomgeving te zeggen te hebben en het gevoel dat  professionals hen geen grote vragen over ons land toevertrouwen. En minstens zo belangrijk: het feit dat onze democratie tekort schiet in het met elkaar in contact brengen van mensen uit verschillende werelden of zoals dat tegenwoordig heet: iedereen blijft in zijn eigen bubbel.
Werken aan gedeeld eigenaarschap van mensen voor de leefomgeving over grenzen van hun eigen wereldje heen is dus iets groots en belangrijks in deze tijden. En dat gaat ook over onszelf. Wie van u heeft er eigenlijk onvoorwaardelijk vertrouwen in dat de bewoners van dit land samen tot verantwoorde keuzes komen voor ons aller leefomgeving? Of beter gesteld: vertrouwt u uzelf toe om dat met uw meer en minder goed geïnformeerde medeburgers samen op te lossen? Dat is eigenlijk de vraag waar alles om draait.

Democratisch ideaal
Hoogdravend geformuleerd gaat het me hierbij om een democratisch ideaal. In de wereld van vernieuwing van de lokale democratie wordt gespeeld met concepten als meervoudige democratie en doe-democratie zich uitend in experimenten met de G1000, loting, buurtrechten, initiatievenfondsen en zelfbeheer.  

In de ruimtelijke wereld dringt dit maar beperkt door. Daar is beleid, en dat zie ik ook bij de omgevingswet terug, nog te veel een zaak van overheid, specialisten en grote instituties. De balans mag wel weer eens verlegd worden naar de burger. Een nieuw speelveld moeten we bouwen want wat er nu onder de noemer van participatie gebeurt is veel te reactief en marginaal. De standaard is nog steeds wat ik koekoeksklokparticipatie noem. Het overheidsvogeltje komt af en toe naar b uiten om geluiden op te halen en gaat in verwarring gauw weer naar binnen en wet dan niet goed wat met die input te doen.

Sociaal kapitaal
Door deze bril van democratie en burgerschap bekeken is participatie geen middel maar een hoger doel. Als socioloog zeg ik altijd dat het gaat om het vergroten van het belangrijkste kapitaal dat de stad herbergt: het sociaal kapitaal. Werken aan de relaties, onderling vertrouwen, collectieve intelligentie en sociale veerkracht. Door mensen meer dan incidenteel met mensen die in andere bubbels zitten in contact te brengen, en uit te dagen samen tot visies en keuzes te komen geef je aan het sociaal kapitaal een enorme impuls. Geen overbodige luxe in steden waar overheden de burger vooral ontmoeten als klant en als NIMBY. En in een wereld waar groepen tegenover elkaar staan omdat ze elkaar niet kennen of willen kennen.

Collectieve intelligentie
Mijn optimisme hierover is ook gestoeld op de werking van het principe van collectieve intelligentie. Een willekeurige groep mensen stijgt tot grote hoogte als je ze het vertrouwen geeft om samen een complexe vraag op te lossen. Kijk naar het burgerforum dat de nieuwe grondwet van IJsland maakte of mijn eigen ervaring van het begeleiden van een Europees burgerpanel dat in 3 dagen het gezamenlijke europese plattelandsbeleid wist te formuleren. Of de vele stadslabs en burgerinitiatieven die al lang het niveau van de moestuin zijn ontstegen. Het niveau aan kennis over omgevingsvraagstukken is erg hoog in onze steden en dorpen, vooral wanneer je zowel alledaagse kennis als vakmatige kennis weet aan te boren en te combineren. 

Kortsluiting en kruisbestuiving
Waar ik zelf nog mee worstel is hoe zuiver je dat eigenaarschap van burgers voor het omgevingsbeleid moet nemen. Ik heb veel liever dat we de werelden van burgers, experts, markt en overheid kortsluiten dan dat de burger zijn eigen participatieveldje heeft en we ons blindstaren op iedere eigen rol. Want collectieve intelligentie  en sociaal kapitaal organiseer je over grenzen van werelden heen. Ik merk dat het label participatie niet helpt om daar vol voor te gaan. Dus vanuit een democratisch ideaal praat ik graag over versterken van de rol van de burger, vanuit het organiseren van collectieve intelligentie over kortsluiting, kruisbestuiving en verrassende coalities. Een mooi voorbeeld van dat laatste is  aan de orde bij de omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant waarover ik mag adviseren. Daar is nu gekozen voor het hybride model van de ‘Brabant Pioniers’ waar mensen uit die verschillende werelden samen de omgevingsvisie gaan maken.  

Ontwerpers zullen in zo’n wereld steeds moeten switchen tussen de rol van mede-burger, expert die samen met anderen nieuwe kennis maakt, bemiddelaar tussen werelden, initiatiefnemer en opdrachtnemer. Laten we in ieder geval niet de fout maken het vak van ontwerper af te schermen van de rol van ‘de gewone man/vrouw’.

Ketenomkering
Volgens mij moeten we de beleids- en ontwikkelketens radicaal omdraaien: beginnen met hoe wij het samen zouden willen hebben en van daaruit een nieuw transparant gebouw van omgevingsregels optrekken. Voordeel van deze werkwijze is dat wij burgers van dit land  integraler of beter gezegd holistischer kijken dan de overheid. Wij dragen de filosofie van integrale afwegingen al in ons, zeker als we de koppen bij elkaar steken gebeurt dit. Daardoor komt een integrale afweging veel soepeler tot stand dan via een institutioneel proces. Ik heb inmiddels geleerd dat de vermaledijde verkokering en institutionele belangenspellen alleen opengebroken kunnen worden via de band van de samenleving. De samenleving kan de eigen complexiteit goed aan maar zal druk zetten op onnodige complexiteit die rond de invoering van de omgevingswet wordt georganiseerd.

Waar we door de keten om te draaien de overheid ook van kunnen van verlossen zijn de bloedeloze beleidsverhalen die niemand wil lezen, tekentafelplannen die een menselijke maat ontberen en procedures die alleen ingewijden snappen. Visies en plannen die in de samenleving ontstaan behouden hun menselijke maat, zijn vaker realistisch en zijn eerlijk over waar het wringt en schuurt.

Urgentiegevoel
Het verhaal dat ik net uitsprak is gebaseerd op een veel gelezen en gedeelde column die ik dit voorjaar voor Architectuur Lokaal schreef over de omgevingsvisie als verhaal van de stad. Zelfs de minister heeft een link ernaar geretweet. Toch heb ik niet de indruk dat de urgentie die ik er in probeer te leggen breed wordt gedeeld. Afgelopen weekend reageerde iemand nog op twitter op het verhaal met de woorden: ‘deze cultuurverandering is zo groot dat gaat nog wel even duren’. Daar zit ’m voor mij echt de pijn: de vlucht vooruit die ik velen zie nemen waarbij dit soort ideeën worden gezien als interessant voor een volgende fase van invoering van de omgevingswet. We maken van de invoering van de omgevingswet toch vooral een complex proces voor specialisten met uitstapjes naar de burger. Omdat ‘we’ er nog niet aan toe zijn om het wezenlijk anders te doen. We hebben mijns inziens niet de tijd om ons dat te veroorloven. U en ik moeten ook iets bijzonders en gedurfds doen in deze spannende tijden.

Ik hoop dat u in concepten als meervoudige democratie, collectieve intelligentie, sociaal kapitaal en ketenomkering voldoende munitie vindt om participatie uit dat treurige hoekje te halen waar het nu nog inzit.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*