27 november 2025

Door Frans Soeterbroek

Reacties

1 reacties

Tags
, , , ,

Zeg het voort

Een mooie TV-serie over burgerinitiatief als gemeenschapsdemocratie

Met veel genoegen heb ik de zesdelige TV-serie  “Nederland van binnen’ bekeken. Er wordt daarin een mooi gevarieerd beeld geschetst van burgerinitiatieven en hun maatschappelijke betekenis. We gaan op bezoek in de multiculturele oude wijken in steden en de hechte gemeenschappen in dorpen.
Je leert mensen van vlees en bloed kennen die zich organiseren om verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar en voor de leefomgeving. We worden meegenomen in hun drijfveren, worstelingen, geluk, tragiek en trots en je kunt intens met hen meeleven en om hen geven.
We zien goed wat het betekent om samen een gemeenschap te vormen op de kracht van zorgzaamheid, eigenzinnigheid, rechtvaardigheidsgevoel en plezier. Verbondenheid wordt gesmeed door te overleggen, de handen uit de mouwen te steken, te strijden, samen te koken en te eten en successen en mijlpalen te vieren. Soms helemaal op eigen kracht, soms in innige samenwerking met de gemeente en soms strijdend tegen de macht van de overheid en dominante marktpartijen.  
De serie pretendeert ook dat we hier kijken naar een vernieuwing van de democratie (‘gemeenschapsdemocratie’) en daar heb ik vooral met belangstelling naar gekeken.

Het veelkoppige monster
De gemeentelijke overheid komt in vele gedaanten en als een veelkoppig monster in beeld. Opbouwwerkers en gebiedsmakelaars met als belangrijkste taak het sociale cement in buurten te verstevigen. Programmamanagers met een ruim mandaat bij wie het kwartje is gevallen en veel durven overlaten aan de buurt. Vakspecialisten die in meer of mindere mate met bewoners samenwerken. Bestuurders en plannenmakers die zijn blijven hangen in de wereld van inloopavonden, inspraak en verwachtingsmanagement (‘ze moeten wel weten waarover ze niets te zeggen hebben’). En goedwillende buurt-/dorpswerkers en gemeenteraadsleden die zich vaak samen met de bewoners machteloos voelen tegenover de hogere machten in hun eigen organisatie en daarbuiten. We zien voorbeelden van hoe die hogere machten botsen op lokale gemeenschappen bij de plannen voor bedrijventerreinen in de Lutkemeerpolder en op het Groningse Hoogeland. En in Rotterdam Delfshaven zien we hoe de vastgoedmensen en aanbesteders van de gemeente niet bepaald bezig zijn met het versterken van de buurt.
Al met al een rijk en herkenbaar beeld van wat er op dit moment in Nederland aan de hand is met burgerinitiatieven en hun dansje met de veelkoppige systeemwereld. Abstracties als ‘mensen en buurten in het kracht te zetten’, ‘vertrouwen geven’, ‘de gemeenschap versterken’ en ‘de botsing tussen systeem- en leefwereld’ krijgen hier kleur en worden goed invoelbaar.
Ga deze serie dus bekijken en dat geldt zeker voor al die ambtenaren en politici die deze slogans in de mond nemen maar er nog niet echt naar handelen.

Democratische vernieuwing
Waar de serie niet expliciet een antwoord op geeft is hoe dit alles bijdraagt aan de vernieuwing van de (buurt- en gemeentelijke) democratie. Er zit genoeg munitie in de serie  voor dat thema maar het gaat er vooral impliciet over. De aflevering over de vele initiatieven in Heeten (gemeente Raalte) is een voorbeeld van het neerleggen van beslissingsbevoegdheid bij mensen die in staat zijn een dorpsdemocratie te organiseren. De wijkcoöperatie in Delfshaven is een voorbeeld van maatschappelijk ondernemerschap die morrelt aan het een-tweetje tussen gemeente en de markt. En de strijd om de toekomst van de Lutkemeerpolder gaat over de vraag hoe gemeenteraden beter herkenbaar worden als spreekbuis en bondgenoot van  lokale en soms activistische gemeenschappen.

In de serie staat centraal hoe gemeenten reageren op bewonersinitiatieven. Dat is vaak ad hoc en afhankelijk van de goodwill van individuele ambtenaren en politici zo kunnen we zien. Willen we een goed beeld krijgen van democratische vernieuwing op lokaal niveau moeten we echter ook kijken naar welke institutionele arrangementen er zijn om bewoners de wind in de rug te geven en de samenwerking tussen overheid en burger formeel te regelen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de positie van de aloude wijk- en dorpsraden, de experimenten met burgerraden, het regelen van buurtrechten (uitdaagrecht, planrecht, eerste biedingsrecht) en het lokale participatie- en inspraakbeleid. Dan wordt het allemaal wat taaier. We hebben zowel het maatwerk rond concrete initiatieven nodig zoals in de TV-serie te zien is alsook structuren en regels die wat uniformer zijn en waar de burgercollectieven op terug kunnen vallen als de relatie met de gemeente gaat schuren. Want als je dat laatste niet doet blijft de speelruimte die bewonersinitiatieven verwerven afhankelijk van de inzet en goodwill van de toegewijde en dappere mensen waar de serie om draait. En andersom heb je de dynamiek en het maatwerk rond wat er spontaan uit de samenleving opborrelt nodig om te voorkomen dat al die democratische instrumenten papieren tijgers worden. Ik schreef daar in 2022 dit essay over waarin ik een lange opsomming maakte van alle instrumenten die in de gemeente Amsterdam in een aantal jaren waren geïntroduceerd. Mijn analyse was dat gemeente moet stoppen om in een vlucht vooruit steeds weer nieuwe democratiseringsinstrumenten te lanceren. Ze kan zich beter richten op het versterken van buurtplatforms omdat daar de energie zit in de stad en omdat die platforms als landingsplaats fungeren voor alle andere initiatieven en instrumenten.

Buurtplatforms in positie brengen
Deze week was ik ook te gast op een avond waarin de Amsterdamse buurtplatforms samen met gemeenteraadsleden een tussenbalans opmaakten van iets wat 4 jaar geleden als experiment begon. Een groep actieve Amsterdammers had geijverd voor het regelen van het zogeheten buurtplatformrecht en de gemeenteraad had dat destijds opgepikt. Een gemengd beeld van successen, tegenslagen en in sommige gevallen ook tegenwerking passeerde de revue. We zagen inderdaad de gemeente als veelkoppig monster van bondgenoten, tegenwerkers en mensen die op afstand in de Stopera hun eigen ding doen. Het grote pijnpunt was dat het maar niet lukt om met de gemeente een set heldere afspraken te maken over geld, ondersteuning, een eigen plek en zeggenschap over wat in de eigen buurt gebeurt. Alles moet steeds opnieuw bevochten en eindeloos overlegd worden waarbij het onderliggende probleem is dat binnen de gemeente veel mensen zitten die niet echt bereid lijken de beheersing los te laten en macht te delen. Of beter gezegd: die door opdrachten en werkprocessen worden gestuurd waar buurtplatforms geen rol in spelen.
Aan de gemeenteraad werd gevraagd om zich als bondgenoot op te stellen om dit open te breken. Wat overigens ook goed bleek te helpen was de instelling van een zogeheten ambtelijk tussenteam dat daadwerkelijk probeert om waar de grootste blokkades in de eigen organisatie zitten te masseren en te bemiddelen. Gevraagd werd om meer doorzettingsmacht voor dat tussenteam.

Deze taaiheid kwam zoals hierboven al gezegd in een aantal afleveringen van de serie ‘Nederland van binnen’ bovendrijven maar werd niet op scherp gezet. Dat maakt de serie aan de ene kant prettig onbevangen en optimistisch maar kan ook leiden tot een vertekend beeld van hoe het er echt aan toe gaat als het spannend wordt in de relatie bewoners, gemeente en niet te vergeten machtige marktpartijen. Het is heel fijn om te kijken naar de mensen die zulke mooie dingen doen maar wat blijft er straks van over als er geen stevige structuren zijn waarbinnen samen competenties worden geleerd, het stokje kan worden doorgegeven en het veelkoppige monster kan worden getemd? Misschien iets voor een vervolgserie!  


Reacties

  • Cees Anton Vries schreef:

    fijne observaties toch weer Frans. Je geeft taal en structuur aan kwesties die velen bezig houden.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*