15 augustus 2025

Door Frans Soeterbroek

Reacties

3 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

geen gemeenschapskracht zonder sterke sociale bewegingen

Een wereld waar ik me sterk mee verbonden voel is die van lokale initiatieven en gemeenschapskracht. Een ongelofelijk belangrijk en positief stemmend onderdeel van wat onze samenleving en democratie sterk maakt. Waar ik niet zo goed in ben is het delen van het onbekommerde optimisme van de grootsheid en kracht van ‘de beweging van onderop’ dat veel mensen die ik daar tref hebben. Daarbij wordt regelmatig gesuggereerd dat de beweging van burgerinitiatieven en de samenwerking op lokaal niveau een goed werkend alternatief is voor het falen van (de landelijke) overheid, politiek en ‘systeemwereld’. Lees dit recente bericht van Martijn van der Steen op LinkedIn en vooral de reacties daaronder als illustratie daarvan. 

Ik vind daar nogal wat op af te dingen. De lappendeken aan lokale initiatieven is eigenlijk behoorlijk kwetsbaar. Die lokale kracht steunt nog te veel op bevlogen individuen, subsidiepotjes en kortstondige acties. De versnippering en diversiteit is te groot om het echt een beweging te noemen. De afhankelijkheden van Den Haag zijn groot. Het werkt (nog) niet echt als buffer tegen de aantrekkingskracht van een populistische en xenofobe golf. En de media en politie partijen herkennen het niet als belangrijke steunpilaar van onze democratie.
Het simpele antwoord daarop zou natuurlijk kunnen luiden: laten we er vooral aan blijven werken dat het een beweging wordt die er nog veel meer toe doet en waar politiek en media niet omheen kunnen. Daar doen bijvoorbeeld initiatieven als het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve Bewoners (LSA) en het Huis van Actief Burgerschap belangrijk werk in. 

Wat ik echter mis in de verhalen die ik hoor en lees over de kracht van onderop is dat een krachtige samenleving en een sterke democratie nog iets anders vergt dat de inzet op lokale burgerinitiatieven. Namelijk het versterken en deels heruitvinden van wat je het maatschappelijke middenveld of de civil society kunt noemen. De beweging van onderop gaat ook over de vakbeweging, de milieu- en klimaatbeweging, de woonbeweging, de vrouwenbeweging, de antiracismebeweging, vluchtelingenwerk en de vele vele andere initiatieven, actiegroepen en NGO’s.

Recent zag ik de tweedelige documentaire ‘zonder ons, geen wij’ over de teloorgang van sociale verbanden en de gemeenschapszin in de VS. Het verhaal was opgehangen aan het werk van Robert Putnam en dan in het bijzonder zijn baanbrekende boek ‘Bowling Alone’ waarin de erosie van het verenigingsleven en alledaagse sociale verbanden wordt onderbouwd. De analyse en de gepresenteerde oplossingen in deze documentaire beperkten zich echter niet tot lokale verbanden maar gingen ook over de vakbeweging, vredesbeweging, burgerrechtenbeweging en vrouwenbeweging. Dat viel me op omdat ik in ons land die bewegingen zelden verbonden zie worden aan de analyse van gemeenschapszin en lokale kracht. Vraag hier een journalist of onderzoeker om een verhaal te maken over gemeenschapskracht en ik durf er vergif op in te nemen dat dat niet zal gaan over die bredere bewegingen. Sterker nog, er zal ergens onder de noemer ‘systeemwereld versus leefwereld’ betoogd worden dat ‘de beweging van onderop’ een alternatief biedt voor oude instituties zoals de vakbeweging en milieubeweging’. Een gruwelijk misverstand om aloude sociale bewegingen zo bij het grof vuil te zetten.  

Waar het debat over gemeenschapskracht in ons land vooral aan lijdt is dat het gedepolitiseerd is. We praten liever over de actieve burger in termen van buurtplatforms, vrijwilligerswerk, sociaal ondernemerschap, collectief beheer en participatie dan over burgerschap in termen van maatschappelijke organisatiekracht, strijdbare bewegingen en tegenkracht. En die blinde vlek helpt bepaald niet om het ideaal van ‘de kracht van onderaf’ er meer toe te laten doen. 
Ik besef dat het geen zin heeft om alles wat er borrelt en beweegt op een hoop te vegen. En er zijn genoeg lokale initiatieven die er niet bij gebaat zijn om hen in verband te brengen met die bredere bewegingen. Maar het zou wel helpen wanneer we in het spraakgebruik, onderzoeken en analyses wat ruimer omgaan met het concept van gemeenschapskracht waarbij het versterken van sociale bewegingen net zo belangrijk is als alle vormen van lokaal initiatief. En vooral dat ze waar mogelijk elkaar kunnen versterken.

Een organisatie die daar in de praktijk vorm aan weet te geven en die ik van harte steun is ‘De Goede Zaak’ (what’s in a name?!). Zij proberen door middel van het ondersteunen en organiseren van campagnes die dwarsverbanden tussen lokaal initiatief en landelijke bewegingen te leggen. En ja, daarbij bekennen ze kleur als ‘bondgenoot van progressief Nederland’, maar dat brengt ons wel dichter bij de essentie van gemeenschapskracht dan een apolitieke benadering van ‘de kracht van onderaf’ waar alle scherpe kantjes vanaf zijn. Ik denk dat ik me de komende tijd wat meer voor die brede insteek van de goede zaak ga inzetten. Geen gemeenschapskracht zonder sterke sociale bewegingen.  

{de meeste reacties op dit stuk kwamen binnen via een post die ik plaatste op Linkedin. Ik heb de meest inhoudelijke daarvan hieronder geplaatst als aanvulling op de reacties die via de site binnenkwamen}

Teun Gautier
Dank waarde Frans voor dit geweldige stuk. Ik worstel ook met de dosering van ideologie, en mss daarmee, ook activisme, in de bewonersbeweging. Voor mij is die zeer activistisch, een antwoord op of mss zelfs aanval op het kapitalisme, zelfzucht, hebzucht. Soms zit er zelfs mss nog een spirituele kant aan, die durf ik al helemaal niet expliciet te maken. Mss gaat het namelijk wel over de liefde..

Jeroen den Uyl
Collectieve zelforganisatie (de gemeenschap) is en was er altijd al. De natuurlijke maatschappelijke zelfordening. Dat noem ik geen sociale beweging of emancipatie beweging. Het is een bestaand gegeven.
Ik zie de verdrukking van gemeenschappen, de extractie die er op wordt uitgeoefend of de ontkenning ervan, icl. individualisering. Deze verdrukking vindt al eeuwen plaats.
Ik zie de acties om tegen deze verdrukking in het geweer te komen. Dan denk ik aan de Magna Carta en de Charter of the Forrests in 1215/1217 en de vele protesten erna. De Diggers, De Levellers, Robin Hood en in zekere zin ook de arbeidersbeweging en de beweging die Abram Kuyper leidde (soevereiniteit in eigen kring voor de kleine luyden).
Ik zie anno nu een rijk pallet van partijen die ook bepleiten in het geweer te komen. Dat is een proces van emancipatie (de sociale bewegingen zoals Frans Soeterbroek noemt).
Om die maatschappelijke beweging te dragen hebben we cultuur nodig. Vanuit de Constitutie voor de Commons werken we aan deze cultuur. Daarbij is o.m. de sociale beweging van de arbeiders een inspirerend voorbeeld.

Jurgen van der Heijden
In mijn waarneming zie ik een groeiende coöperatieve burgerbeweging die met onder meer zorgcoöperaties en energiecoöperaties gemeenschapskracht aan de dag legt. Ook zie ik steeds meer gemeenschapskracht binnen en tussen overheden en bedrijven, waaronder hun samenwerking met de coöperatieve burgerbeweging. Tegelijk zie ik de vakbeweging, de milieu- en klimaatbeweging, de woonbeweging, de vrouwenbeweging, de antiracismebeweging, vluchtelingenwerk en de vele vele andere initiatieven, actiegroepen en NGO’s. Het is terecht dat Frans in zijn stuk zoekt naar de connectie tussen beide bewegingen. Er ontgaat mij vast veel, maar feitelijk zie ik de connectie niet, behalve met de woonbeweging voor zover die werkt aan wooncoöperaties. Ik ben nieuwsgierig naar mensen die daarvan meer voorbeelden hebben. Als mijn waarneming klopt, is belangrijk om je af te vragen waarom de connectie er niet is, zoals Frans doet.

Marije van den Berg
Jurgen van der Heijden, ik vind dat een fijne precisering. Steeds kijken waar wat materialiseert en wie daarbij zeggenschap heeft. Overheidssturing, marktwerking en samenwerking zijn dan alle drie legitieme manieren om met elkaar maatschappelijke vraagstukken aan te pakken.
En ik wil dan wel dat we benadrukken dat samenwerking in de gemeenschap een breder en complexer/gevarieerder aanpak is dan overheid en markt kunnen, en dus altijd beter in staat is om om te gaan met de meervoudigheid van maatschappelijke opgaven. Conflicten en paradoxen en dilemma’s incluis. Een van de motto’s in het nieuwe boek is niet voor niets: MOEDIG ZIJWAARTS!
Overheid en markt zijn  beperktere sociale subsystemen van onze samenleving. En dus is het het bevechten waard om zeggenschap (terug) te veroveren als samenleving.
Van de ouderwetse sociale bewegingen van weleer kunnen we een boel opsteken. Het onderlinge werk is daar beter.

Thijs van Mierlo
Mooie steen in de vijver Frans. Dat kun jij als geen ander. Ik ben het op hoofdlijnen eens. We zijn allemaal een beetje in slaap gesust. Tegelijkertijd heb ik een ander beeld bij initiatieven van onderop. Die zijn niet zo apolitiek als jij stelt. Ze stellen onrechtvaardigheid, klimaatontkenning, sociale tweedeling of onverdraagzaamheid aan de kaak. Met een eigen boodschap, toon en soms misschien een beetje impliciet. Dat is vaak ook nodig om iedereen in de buurt aan te spreken en onderling geen energie te verliezen aan discussie en krachten die polariseren. Tegelijkertijd zie ik ook dat vraagstukken rondom macht, tegenspraak en rechtvaardigheid steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Inclusief scherpe randjes.
Idealiter versterken ze elkaar en worden ze onderdeel van elkaars wereld, zoals jij je voorneemt en ikzelf ook.
Net als mensen die lid zijn van een energiecoöperatie en grootouders voor het klimaat, die het woonprotest organiseren en zich inzetten voor nieuwe coöperatieve woonvormen, die een rode lijn trekken voor Palestina en een ontmoetingsplek runnen waar iedereen een thuis vindt. Een persoon kan op meerdere speelvelden tegelijkertijd actief zijn en proberen maatschappelijke verandering voor elkaar te krijgen.

Birgit Oelkers
Zonder de sociale bewegingen uit de jaren 80 was ik niet geworden wie ik nu ben. Mijn thuisbasis waren de vrouwen-, vredes- en kraakbeweging. Vooral in de kraakbeweging gingen actievoeren, maatschappelijke initiatieven ontwikkelen, strijden voor je idealen, opstaan tegen onrecht, solidair zijn met anderen buiten je eigen bubbel hand in hand. Als initiatiefnemers creëerden we bijvoorbeeld belangrijke nieuwe sociaal-culturele plekken in de stad, van vrouwenhuis tot disco, van meidenwegloophuis tot groentecollectief. Werken aan de wereld van morgen, vaak beginnend op de stoep met een handen uit de mouwen-mentaliteit.
 
Juist die geest van zelf samen de buurt en de stad maken, het pionieren, het gewoon doen en aan de slag gaan met je idealen, het organiseren van nieuwe collectieve samenlevingsvormen zie ik terug in de golf van initiatieven van de afgelopen 10, 15 jaar. Door hen wordt de samenleving rijker, de stad bruisender, de buurten warmer en de lokale democratie sterker. Dit lokale weefsel van een caleidoscopische beweging is ook een voedingsbodem voor de thematische sociale bewegingen die je noemt, Frans. Want de beweging van lokale collectieven is volgens mij al in veel opzichten gelinkt aan de sociale bewegingen die jij schetst, zoals ook uit de voorbeelden van Thijs van Mierlo blijkt, die je in allerlei initiatieven in wijken en stadsdelen terugvindt.
 
De sociale bewegingen en die van de lokale initiatieven/gemeenschappen zijn voor mij twee kanten van één medaille. Maar ik ben het met je eens dat er veel te winnen valt bij meer zichtbare verbanden tussen beide. Daarvoor is het ook nodig dat community organizing als vanzelfsprekend onderdeel van community building gezien wordt, wat nu nog niet het geval is. Te vaak is de framing van gemeenschappen die van een Happy Camper verhaal of als een belangrijk deel van institutioneel beleid voor buurt- en stadsontwikkeling.
 
En eerlijk gezegd mis ik ook vaak de strijdbaarheid, het activisme en het kleur bekennen van lokale initiatieven en gemeenschappen. Bijvoorbeeld dat je als straat of buurthuis meedoet met acties voor een asielzoekerscentrum. Of dat je je als pesticidevrije moestuin publiekelijk uitspreekt tegen de bedreiging van de vlinderstichting. Of als buurtcoöperatie meeloopt met de Rode Lijn demonstraties. Ook onderling, tussen de sociale bewegingen zijn er meer crossovers denkbaar. Bijv. vanuit een solidariteit zoals die zo mooi in beeld komt in de film Pride, waar homoseksuele activisten in Londen in 1984 geld inzamelen om de stakende mijnwerkers en hun families te steunen, ondanks de weerstand van de mijnwerkersbond.
Jouw oproep en pleidooi zijn een belangrijke blikopener. Ook om te voorkomen dat lokale collectieven stikken in een samenwerkingskorset met instituties, hun politieke kracht vergeten en belangrijke bondgenoten over het hoofd zien (en vice versa, wat de sociale bewegingen betreft).

Rinie Biemans
Ha Frans, Ben het met je eens dat er wel erg veel gewicht wordt gelegd op burgerinitiatieven en dat er een waanzinnige idealistische beweging aan het groeien is die hier nogal wat van verwacht… wat het probleem ook is; de gemeenschap is de oplossing. Ik loop al 25 jaar in de meest problematische wijken rond en alles hangt van houtjes en touwtjes subsidies, sociale ondernemers aan elkaar.

In de stad heb je hybride gemeenschappen. Je buren zijn niet perse je vrienden maar je moet het er mee doen. Bewonersinitiatieven suggereren eenvormigheid en commons als je beter kijkt zie dat het een kakafonie van belangen is. Als de subsidie stopt stopt ook vaak het initiatief. Initiatieven zonder subsidie zijn vaak reactionair (buurtwachten) op bewonersbijeenkomsten wordt meestentijds om hekken, camera’s en meer politie gevraagd. Helaas…
ik geloof ook in de commons; een veilige groene publieke ruimte maar ik denk dat dit niet lukt zonder de gemeente en inderdaad een brede beweging die dit nastreeft en op de politieke agenda zet. Als je af en toe koffie gaat drinken bij initiatieven zie je idd de positieve enthousiaste kant. Niet het geruzie en gekonkel. Ben wellicht wat cynisch maar valse hoop werkt averechts…

Fred Dekkers
Burgerinititiatieven en grasroot initiatieven, sociale bewegingen en politieke bewegingen kunnen elkaar en gemeenschapskracht versterken. Maar dat gaat niet zomaar automatisch. Ze zijn geen alternatief voor elkaar, maar ze kunnen ook niet zonder elkaar.

Martijn van der Steen
Ik lees jouw teksten altijd gretig Frans en ook deze weer! Dank! Maar/en, ik denk dat mijn boodschap op twee punten net anders is dan blijkbaar over is gekomen. 1. Het is geen blind pleidooi voor alle goeds van burgerkracht, en of het allemaal goed gaat en genoeg is/wordt weet ik niet. Wat ik heb bedoeld is dat we simpelweg, omdat de landelijke politiek niet levert, de komende jaren weinig alternatief zullen hebben dan wat er van onderop komt – en daarin is heel veel goeds en beloftevols te vinden. Het is een kwestie van overleven, niet van “kiezen”.
2. Het gaat niet alleen over gemeenschappen van burgers, maar nadrukkelijk ook over de decentrale overheden en de regionale verbanden die ze samen kunnen vormen. Allianties van overheden en samenleving dus, in wisselden combinaties, naar gelang de kwestie en de lokale energie vraagt/brengt. Het hoeft dus niet “allemaal” van burgers te komen. Integendeel, de kracht zit hem in de combinatie.
En helemaal eens met de politieke aard van burgerinitiatieven en coöperatieve verbanden. Dat is een heel vreemde Nederlandse gril, om dat zo te zien en te verlangen. Daarom dus variëteit en verschil, met de opgave voor landelijke (en lokale) politiek om die verschillen te verdragen!


Reacties

  • Marcel Kolder schreef:

    Gemeenschapskracht kan alleen bloeien als bestuur transparant, aanspreekbaar en dichtbij is. In Nederland is er een sterke traditie van democratie en rechtsstaat, maar de zorgen over integriteit groeien. Waar macht, geld en invloed samenkomen, dreigt belangenverstrengeling. Het versterken van vertrouwen vraagt om bestuurlijke structuren die kleinschalig, helder en verbonden met de gemeenschap zijn, meer dan om extra regels of toezicht.

    Sinds de jaren negentig heeft marktwerking in zorg, onderwijs en infrastructuur geleid tot efficiëntie en keuzevrijheid, maar ook tot complexere besluitvorming en grotere kans op ondoorzichtige belangen. Zonder sterke waarborgen daalt het vertrouwen in instituties en verzwakt de basis voor gemeenschapskracht.

    Herstel vraagt een fundamentele heroverweging van schaal en structuur. Kleinschalige besluitvorming brengt bestuur dichter bij burgers, bevordert directe interactie en wederzijdse aanspreekbaarheid. In zo’n model is verantwoordelijkheid een gedeelde waarde, niet slechts een formele verplichting.

    Mogelijke maatregelen:
    1. Openbare toegang tot besluitvorming, aanbestedingen en subsidies via toegankelijke platforms.
    2. Lokale fora voor burgerparticipatie, met focus op inclusie.
    3. Verplichte belangenregistratie en duidelijke gedragsregels voor functionarissen.
    4. Versterking van lokale netwerken tussen overheid en burgerinitiatieven.
    5. Onafhankelijk toezicht met publieke rapportages.
    6. Educatie over integriteit voor burgers en ambtenaren.
    7. Beleidsprojecten met lokale focus en korte lijnen tussen beslisser en burger.

    Dit is een uitnodiging tot dialoog over vertrouwen, niet uit wantrouwen, maar vanuit de ambitie om gemeenschapskracht te laten groeien. Marktwerking kan werken, mits ingebed in moreel kompas en verbondenheid.

  • Asset Based Community Development (de ABCD-methode) kijkt naar wat er is op een plek, waar een gemeenschap actief is. Die gemeenschap kijkt naar wat er is aan materialen en wat mensen kunnen. Je gaat dit nog beter begrijpen door het om te keren: Community Based Asset Development (CBAD): de gemeenschap is in staat om veel meer te halen uit wat er is. Mensen gaan anders kijken naar hun huizen, keukens, tuinen, auto’s, spullen en naar wat ze zelf kunnen. Zo wordt een huis ook een plek om energie op te wekken, of zorg te leveren.
    Gemeenschapsvormin begint op de plek (place based) en leert om daar alle aanwezige assets te integreren, een plantsoen wordt een buurttuin en na verloop van tijd wordt die tuin een plek voor dagopvang. Integratie komt door de gemeenschap en andersom groeien gemeenschappen door integratie, bijvoorbeeld omdat mensen elkaar treffen in de ontwikkeling van die buurttuin. Dit hoeft zich niet te beperken tot mensen in buurten.
    Medewerkers van Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en waterschappen treffen elkaar al eeuwen en vinden oplossingen voor onder meer waterveiligheid. Als je kijkt naar wat zij doen, dan past dit met regelmaat binnen ABCD (of CBAD): zij kijken naar de plek en wat zij daarmee kunnen om deze plek tegen het water en tegen droogte te beschermen. In dit proces vormen zij een gemeenschap die langjarig deze plek beheert. Ook kunnen overheden en bedrijven hun rol als overheid en marktpartij blijven spelen en in die rol samen werken met gemeenschappen.
    Sterke voorbeelden van moderne gemeenschappen zijn energiecoöperaties en zorgcoöperaties. Beide kopen diensten in op de markt en nemen taken over van overheden. Zo ontstaan productieve relaties tussen gemeenschap, markt en overheid. Elk speelt daarin zijn eigen rol en maakt de ander duidelijk wat zijn rol is. Sommige activiteiten horen bij de gemeenschap, andere niet, en dat geldt ook voor overheid en markt. Er ontstaat een situatie van ‘checks and balances’.
    De gemeenschap is een maatschappelijk verschijnsel zoals markt en overheid. De gemeenschap zelf is geen beweging. Er is wel een beweging van mensen die steeds vaker de weg van de gemeenschap kiezen in plaats van de weg van de markt of de overheid.

  • Marcel Kolder schreef:

    Een #gemeenschap is een maatschappelijk verschijnsel, net als markt en overheid. Het is het weefsel van gedeelde waarden, onderlinge zorg en verbondenheid. Een gemeenschap kan eeuwen bestaan zonder zichzelf ooit een beweging te noemen. Dat klopt Jurgen van der Heijden echter:
    #Gemeenschapskracht is iets anders. Dat is wat er gebeurt als mensen die verbondenheid omzetten in actie. Wanneer bewoners kennis, tijd, netwerken en middelen delen om samen problemen op te lossen of nieuwe kansen te creëren. Het is #zelforganisatie, gedeeld eigenaarschap en collectieve intelligentie in praktijk.
    In academische termen is gemeenschapskracht zoals Frans Soeterbroek stelt geen statisch gegeven, maar een beweging van onderop. Ze ontstaat zonder centraal gezag, beweegt zich door buurten, organisaties en netwerken, en vult markten en overheden aan of daagt ze uit wanneer dat nodig is.
    Daarom is het belangrijk om het onderscheid te zien: gemeenschap is de basis; gemeenschapskracht is de motor. En die motor draait al, vaak stiller dan we denken, maar met meer vermogen dan we durven geloven.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*