27 november 2015

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , , ,

Zeg het voort

Wat kenmerkt een succesvol stadslab?

Het is een fenomeen dat in vele steden in opkomst is: het stadslab. Dat neemt vele vormen aan zoals een platform van activistische bewoners, een stadsbreed kennisplatform, een locatiegebonden coalitie of een voertuig van de overheid om burgers te activeren. Vanaf dit voorjaar heb ik op verzoek van Architectuur Instituut Rotterdam (AIR) het stadslab luchtkwaliteit in die stad gevolgd en begeleid. Het stadslab luchtkwaliteit is eind vorig jaar begonnen als platform van mensen die elkaar hebben leren kennen omdat ze allemaal gereageerd hadden op een oproep van de gemeente voor ideeën om de luchtkwaliteit op de ‘s Gravendijkwal te verbeteren. Ze zijn in aanloop naar het stadmakerscongres van oktober jongstleden door AIR ‘geadopteerd’ en tot stadslab gepromoveerd als een van de veelbelovende initiatieven die een nieuwe manier van ‘samen stad maken’ laten zien. Dat ze die positie verdienen heb ik zelf kunnen waarnemen en er een klein steentje aan kunnen bijdragen. Wat maakt hen bijzonder en tot voorbeeld voor andere stadslabs?

Publiek ondernemerschap en politieke scholing
Uit de wijkaanpak ken ik het schrikbeeld van de projectencarrousel: een veelheid aan initiatieven die alleen voortbestaan zolang de geldpotjes er nog zijn. Ik keek dan ook kritisch of het stadslab meer was dan een serie initiatieven geplooid rond subsidievoorwaarden van de gemeente. Het werd me al snel duidelijk dat het lab echt meer inhield.
Allereerst bleek er al een  schifting te hebben plaatsgevonden toen de gemeente een gat in de tijd liet vallen. Ze wist niet goed wat ze aan moest met ideeën  voor herinrichting van de openbare ruimte en afvang van fijnstof terwijl ze op zoek was naar creatieve verkeersmaatregelen.
 Degenen die boos op de gemeente werden omdat een antwoord uitbleef haakten af, de onbevangen types die weten hoe je je niet afhankelijk maakt van de gemeente gingen door en lokten wel een positieve reactie uit. Dat had niet alleen met hun ondernemerschap te maken maak ook met betrokkenheid bij de publieke zaak. Het lab is een landingsplaats en nieuw netwerk voor maatschappelijk betrokkenheid die duurzamer is dan de diepte van de geldpot. Een typisch voorbeeld van het opkomend publiek ondernemerschap van mensen die kansen zoeken iets met en voor de stad te doen.
Ook gaven mensen uit het lab aan dat het samen maken van plannen voor subsidiegevers een vorm van politieke scholing blijkt te zijn. Je wordt gedwongen je te verhouden tot het grote vraagstuk van luchtkwaliteit, de rol van burger en overheid en tot aanpalende initiatieven die vaak meer het karakter hebben van een actiegroep en jouw initiatief al snel te naïef vinden. Wat de mensen in dit lab goed kunnen is de onbevangenheid van publiek ondernemerschap vasthouden terwijl ze zich steeds meer verdiepen in de ingewikkeldheden van ‘de systeemwereld’ en maatschappelijke krachtenvelden.

Het stadslab als Barbapapa 
Wat me opviel was het gebrek aan een heldere begrenzing en identiteit van het lab. Op mijn vraag of het feit dat er een contactpersoon van de gemeente meedoet aan het lab betekent dat dit lab ook gedragen wordt door de gemeente kwam het antwoord dat dit niet helemaal helder was. Dat antwoord kwam ook op de vraag of het een lab van voor initiatieven aan de s’Gravendijkwal of dat de pretentie was om een stadsbreed lab te zijn. En toen het lab in de media werd gelabeld als een bewonersinitiatief vonden sommigen dat wel best, anderen maakten zich zorgen over deze beeldvorming omdat het ondanks betrokkenheid van enkele bewoners en stadstuinwinkel STEK die in dit gebied gevestigd is, niet een zuiver bewonersinitiatief is.

In toenemende mate heb ik deze ambigue identiteit en vloeibare grenzen leren zien als een kracht van het lab. Flexibel reagerend op wat zich voordoet en welke mensen en kansen zich aandienen transformeert het lab steeds. Marije van den Berg van stadslab Leiden noemde dit In ons boek ‘het nieuwe stadmaken‘  de kwaliteit van Barbapapa en Marit Overbeek van de Utrechtse Ruimtemakers de kracht van de zwerm: steeds een nieuwe vorm aannemend en zich niet in een eenduidige rol of vorm laten vangen. Het stadslab luchtkwaliteit heeft het zowel in zich om katalysator te worden van bewonersinitiatief rond de s’Gravendijkwal als platform te worden voor de veelheid aan luchtkwaliteits-initiatieven in de stad.

Het stadslab als onderzoekscentrum
Misschien is wel de grootste kwaliteit van dit lab het vermogen om zowel Willie Wortel te spelen als gedegen kennis te verzamelen. Er wordt geëxperimenteerd met vernevelingsinstallaties, mosmatten, beplanting en ionisering. Er worden ‘do-it youself’-pakketten voor bewoners gemaakt, zelf metingen verricht, methodieken uitgeprobeerd om fijnstof zichtbaar te maken en onderzoek gedaan naar de beleving van het fijnstofprobleem.
De laboranten weten dit geknutsel te combineren met een rijk onderzoek naar fundamentele inzichten van anderen.  RIVM, DCMR, wetenschappers, de specialist in de uitstoot van houtkachels, een longarts uit het Erasmus Medisch Centrum, groen- en verkeersspecialisten van de gemeente en niet te vergeten de bewoners in de buurt worden bezocht en naar eigen activiteiten gehaald.
Die combinatie van het klein houden, uitproberen en tastbaar maken met het grote verhaal proberen te begrijpen is van vitaal belang. Doe je alleen het eerste dan ben je al gauw naïef en marginaal bezig, doe je alleen het tweede dan verdwaal je in een wereld waar uiteindelijk een grote transitie van het verkeers- en economisch systeem de enige echte oplossing kan brengen.

Die onderzoekende houding werd ook op een bijzondere manier beloond. Het experimenteren met groen in de bak van de s‘Gravendijkwal mocht eigenlijk niet omdat dit verkeersriool tot veler verrassing een rijksmonument blijkt te zijn. Eigen onderzoek vanuit het lab naar de geschiedenis van dit gebied leverde op dat de definitie van rijksmonument zowel de bak als (het inmiddels verdwenen) groen in de bak omvat. Daardoor draaide het frame van ‘afblijven van het rijksmonument’ naar ‘herstel van het rijksmonument’.

De dramaturgie van het stadslab
De samenstelling van het stadslab (met een harde kern van zo’n 10 mensen) voldoet redelijk goed aan het ideaalbeeld van diversiteit in achtergrond, kennis, drijfveren en leeftijd. Maar daarmee heb je nog geen bijzondere club waar iets van synergie ontstaat. Dan telt vooral de dramaturgie van het lab: doen we betekenisvolle, verbindende en spraakmakende dingen die gedeelde energie opleveren?

Met die dramaturgie zit het ook wel goed. Dat heeft allereerst betrekking op die onderzoekende houding die het mechanisme van samen leren aanjaagt en bijzondere verhalen en ervaringen oplevert. Daarnaast heeft het lab het vermogen zichzelf in de etalage of beter gezegd letterlijk op straat te zetten. Het stadslab organiseerde een lunch met mondkapjes op de s’Gravendijkwal, een symposium over ‘meten is weten’ , een excursie, een tentoonstelling met mogelijke maatregelen, een workshop fijnstof voor scholieren en een debat op het stadmakerscongres. Ook wordt alles vastgelegd op beeld en worden er speciale filmpjes gemaakt. Daarmee ontstaat zichtbaarheid, reuring en ontmoeting en organiseer je iets van besmettelijk optimisme. De eerste bewonersgroep elders is de stad die het experimenteren op de ‘s Gravendijkwal wil kopiëren heeft zich al gemeld. En een journalist van RTV Rijnmond die toevallig bij een van die acties voorbij fietste tipte een collega om een item er aan te wijden.

Dit gevoel van samen iets betekenisvol te doen en de trots om concreet iets voor elkaar te boksen is een belangrijke bindende factor. Dat is voor elke groep van belang, maar vooral voor een stadslab dat kwetsbaar is als het gaat om continuïteit en uithoudingsvermogen. Want tegenslagen gaan er ook komen, geldstromen drogen op, het nieuwe gaat er af en voortrekkers zullen op een gegeven moment afhaken. Dan is het belangrijk dat er iets is opgebouwd dat zichzelf in stand houdt en vooral blijft vernieuwen. Dit stadslab is hard op weg om dat waar te maken.

Verzoenen van complementaire krachten
Wat andere stadslabs er vooral van kunnen leren is de kunst om steeds twee op het oog tegenstrijdige kwaliteiten te verzoenen: onbevangen publiek ondernemerschap en politieke bewustwording, klein houden en knutselen maar ook de grotere verbanden proberen te snappen, een club met ‘bendegevoel’ maken maar je steeds blijven transformeren en openstaan voor nieuwkomers, pragmatisch kansen pakken en ook werken aan een lange adem. Helaas of gelukkig is er geen recept hoe je dat precies doet maar stadslab luchtkwaliteit Rotterdam biedt in ieder geval inspiratie daartoe. Doe er je voordeel mee.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*