10 september 2013

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , , ,

Zeg het voort

Het Bruto Stedelijk Geluk

Vorige week bezocht ik een openlucht theatervoorstelling op het dak van de A2 bij Utrecht. Het was de voorstelling GELUK van het Nieuw Utrechts Toneel (NUT). In de voorstelling gingen de acteurs met het publiek, gezeten voor een groot bouwbord en een bouwkeet, op zoek naar de vraag hoe je een gelukkige samenleving bouwt. De poging om daar een gezamenlijk antwoord op te vinden leidde tot de formulering ‘samen met vrienden aan lange tafels eten’. De acteurs vertelden ook wat tijdens eerdere voorstellingen uit dit onderzoek was gekomen. Opvallend was dat helemaal niemand de behoefte had om iets te bouwen achter dat bouwbord.  De antwoorden waren allemaal varianten op RUIMTE, NIETS MOETEN, LIEFDE, VERBONDENHEID, NATUUR, MUZIEK, ETEN en (ander) KLEIN GELUK.
Afgelopen vrijdag mocht ik optreden voor 80 ruimteprofessionals van de gemeente Amsterdam die in het kader van de leergang ‘de nieuwe Wibaut’ in 10 groepen aan de slag gaan met concrete  vraagstukken in de stad. De vraag die ik bij hen hardop stelde was wat hun werk met dit type geluk te maken heeft.

De deelnemers aan De Nieuwe Wibaut gaan aan de slag met lastige vraagstukken en ambities waar actieve wijkbewoners, (culturele) ondernemers, corporaties en (deel)gemeentelijke diensten wel wat denk- en doekracht bij kunnen gebruiken. Een kleine greep: hoe plan je OV bij organische groei van buurten en de stad, hoe doorbreek je de barrièrewerking  van een weg, hoe creëer je meer gedeeld eigenaarschap en financiële draagkracht voor de exploitatie van culturele hotspots en kantoren, hoe zorg je dat samenwerking in buurten een langere adem krijgt,  hoe betrek je Marokkaanse Nederlanders meer bij de strategie van zelfbouwkavels?

Het zijn vragen die wel even een stap verder gaan dan een middagje in een theatervoorstelling vrijblijvend reflecteren op bouwen aan geluk. Maar toch krijg ik niet uit mijn hoofd dat beiden iets met elkaar te maken hebben. Want uiteindelijk gaan al die opgaven en uitdagingen in de stad toch ook over de vraag hoe het levensgeluk van de stadsbewoner te vergroten. Niet voor niets duikt er regelmatig het pleidooi op om het voorbeeld van ministaat Bhutan te volgen en niet de sturen op het Bruto Nationaal Product maar op het  Bruto Nationaal Geluk. Een boeiende vraag is hoe je hier op stedelijk niveau mee omgaat. Bestaat er zoiets als Bruto Stedelijk Geluk (BSG)  en hoe stuur je daar dan vanuit de gemeente op?

ik denk dat zo’n BSG-indicator in ieder geval meer recht zal doen aan wat er de afgelopen jaren in de wijkaanpak is gebeurd, dan uit al die klinische effectonderzoeken van onderzoeksbureaus komt. Zo’n manier van kijken naar stedelijk geluk zal er toe  leiden dat de interventies van gemeenten meer worden afgestemd op de menselijke maat, gericht zijn op het helpen organiseren van de zelfsturende stad, minder gerichtheid zijn op beton en asfalt  en ook tot meer terughoudendheid om in te grijpen zal leiden.
Bestuurskundige Paul Frissen hoorde ik recent  in zijn strijd tegen een almachtige staat en overdreven maakbaarheidsambities nog verkondigen dat het voor de overheid vele malen moeilijker is om bewust niets te doen dan om wel in te grijpen. Een wijze les. Ik heb de deelnemers aan De Nieuwe Wibaut dan ook toegewenst dat minstens een van de groepen uiteindelijk tot de conclusie komt dat de overheid even helemaal niets moet willen en doen. Ook dat hoort bij een stad die zich bewust is van het geluk van de bewoners.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*