19 december 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , ,

Zeg het voort

De steden als redder van de wereld

Gisteravond was ik in het academiegebouw in Utrecht bij een lezing van Benjamin Barber georganiseerd door het nieuwe debatplatform House of Commons. Barber had het over zijn volgend jaar te verschijnen boek ‘how mayors rule the world’. Naast de lezing heb ik ook het voorwoord van het boek al tot me kunnen nemen en dat geeft een aardig beeld van zijn boodschap.
Het is een liefdesverklaring aan de stad, aan bijzondere burgemeester en (opmerkelijk) aan stedennetwerken als alternatief voor falende natiestaten en falende internationale instituties. De ondertitel van het boek is veelzeggend: ‘why cities can and should govern globally and how they already do’. Een toch verrassende stelling van de man die we vooral kennen van zijn bittere aanklacht tegen het westers consumentisme beleden in zijn boeken ‘Jihad vs. Mcworld’ en ‘de infantiele consument’.

Barber is in zijn leven een aantal markante burgemeesters tegen het lijf gelopen die bij hem de vraag opriepen waarom regeringsleiders zo ontzettend bleek en conservatief tegen hen afsteken. Waarom lukt het Teddy Kollek in Jerusalem,  Wolfgang Schuster in Stuttgart, Michael Bloomberg in New York en Ken Livingstone en Boris Johnson in Londen wel om  bijzonder te zijn voor hun gemeenschap terwijl landelijke politici   gewantrouwd worden? Volgens hem heeft het niets met systemen te maken. Het geldt zowel voor burgemeesters in communistische als in kapitalistische landen en zowel voor gekozen burgemeesters als benoemde.

Steden en metropolen blijken een voedingsbodem voor een bestuursstijl gekenmerkt door nabijheid, pragmatisme, problemen op lossen en verbinden. De burgemeester plooit zich naar zijn of haar stad en wordt ook als deze van buiten komt volgens Barber een van de ‘homeboys’. In zijn afkeer van de nationale politiek stelt hij dat deze bijzondere bestuurders, hoewel zeer geliefd, nooit geschikt worden bevonden voor de landelijke politiek.  Hij vindt het triest dat in zijn thuisland, de VS noch presidenten  noch congresleden ooit burgemeester zijn geweest.

Hij roemt vooral politici die de internationale en landelijke politiek verlaten om burgemeester te worden, zoals de voormalige burgemeester van Kopenhagen Ritt Bjerregaard. Deze heeft op de klimaattop in 2009 200 burgemeesters uit alle deelnemende landen uitgenodigd die volgens Barber achter de schermen belangrijker waren dat de aanwezige regeringsleiders. Voor mij een heel nieuw verhaal. Barber, die ik hierop na afloop aanspraak vertelde me dat dit uitgebreid in zijn boek zal terugkomen.

Daarmee zijn we op het opmerkelijkste deel van zijn verhaal: hoe netwerken van steden de rol van natiestaten en internationale organisaties als de VN kunnen overnemen of op zijn minst kunnen overvleugelen. ik heb daar nog niet echt een gevoel bij. In het voorwoord van zijn boek somt hij voorbeelden van de huidige  netwerken op zoals  ‘de nieuwe hanzesteden’, ’the megacities foundation’ en de  ‘US mayors for climate protection’. Hoewel hij zelf aangeeft dat die allemaal de geur hebben van saaie bureaucratische constructen zijn ze voor hem de kraamkamer van de nieuwe wereldorde van verbonden steden en van ‘citizens without borders’. ik zie het nog niet zo voor me maar laat ik zijn boek even afwachten. Ik  laaf me voor nu aan dit optimisme over de rol van de steden, gepredikt door iemand die toch bekend staat als cultuurpessimist. Wordt vervolgd.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*