14 december 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

dansen door de schalen in overijssel

Gisteren mocht ik voor politici, bestuurders, ambtenaren en maatschappelijk actieven in de provincie Overijssel een presentatie houden over mijn benadering van dansen door de schalen. Dit in het kader van  een door het trendbureau Overijssel georganiseerde bijeenkomst over de parallelle trend van opschaling en kleinschaligheid in bestuur en  samenleving. Hoe zorg je dat deze tegengestelde beweging niet in een spagaat eindigt en hoe benader je de complexiteit van sturen op al die niveaus met enige lichtheid? Dat is waar het mijns inziens om draait en waar de meeste aanwezigen ook zoekende in bleken.

Mijn verhaal had ik opgehangen aan drie ziektebeelden van grootschalig bestuur in het algemeen en regionale sturing in het bijzonder: van de lokale praktijk losgezongen ambities, ingewikkelde bestuurlijke spelen en de plaag van afstemming, coördinatie en regie.
Dansen door de schalen staat voor mij voor het vermogen om steeds soepel heen en weer te bewegen tussen strategische vergezichten op het hoger schaalniveau en wat er lokaal gebeurt.De goede strateeg ziet de grote verbanden maar is ook antropoloog en acupuncturist. Hij of zijn heeft dus een goed oog voor het strategische detail en voor de menselijke maat. De goede onderhandelaar weet de bestuurlijke spelen op de verschillende schaalniveaus te verbinden en vooral open op tafel te krijgen. En de goede manager weet hoe je professionals samen heen en weer laat bewegen tussen de verschillende niveaus en zet daar niet weer coördinatoren tussen en boven. Drie lessen om te voorkomen dat we met z’n allen in de technocratische valkuil stappen.

Na de presentatie hebben we doorgepraat over de toepasbaarheid van deze benadering in de diverse bestuurlijke circuits. Aan de hand van de casus decentralisatie  jeugdzorg hebben we gesproken over de noodzaak om daar weer niet allerlei regionale structuren voor te bouwen maar te zorgen dat in bestaande communtielijnen gedealt wordt met wat er op verschillende niveaus gebeurt. Vooral ging het over de vraag hoe je er geen ingewikkeld belangenspel van maakt met braaftaal aan tafel en wantrouwen op de gang. De conclusie was simpel maar voor velen nog lastig in de praktijk te brengen: je  kwetsbaarheid laten zien (ik weet het niet en ik heb jou nodig om daar helderheid in te brengen),  actief bijdragen aan de oplossing van de problemen van de ander en de ander verleiden dat ook te doen. En vooral ook het open op tafel durven leggen als je vermoedt dat de ander er een dubbele agenda op na houdt.

Het thema regionale sturing versus lokale belangen zorgde ook voor spannende gesprekken. We hadden mooie  voorbeelden waarin die spanning tastbaar was: het samengang van gemeenten, een fusie van waterschappen en een ruimte voor de rivier-project. Het bleek vooral te gaan om het onderkennen van de pijn van verlies van autonomie, om het inzicht dat  je de mensen die het betreft zo vroeg mogelijk als serieuze gesprekspartner benadert en dat je heel lokaal kijkt wat daar de puzzel is.  Wie daarmee te lang wacht komt in de treurige situatie waarin de taal domineert van het managen van weerstanden. Angst voor de NIMBY is een slechte raadgever. Dan zijn er op het einde alleen maar verliezers.
We stuitten ook op de principiële vraag van wie de overheid is. De kern van het probleem van grootschalig besturen is dat er onmerkbaar iets in groeit van: wij zijn met een hogere taak bezig en die mag niet verstoord raken door sentimenten van mensen die dat inzicht missen. Au, wat gaat het dan zeer doen in een samenleving waarin veel mensen het zat zijn om zo benaderd te worden.

Het waren mooie inzichten en zeg nu zelf: zo moeilijk kan het toch niet zijn om die wat consequenter met elkaar toe te passen, toch?

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*