8 mei 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

Afrekenen met de tekentafelplanologie

Gisteravond presenteerde het programma  de Slag om Nederland een (zoveelste) top tien van lelijke plekken in Nederland. Het leukste aan de uitzending waren de gedeelten waarin de bestuurders, projectleiders en ontwerpers die voor de inrichting van die plekken verantwoordelijk zijn konden toelichten hoe het zo is gekomen. Allemaal fraaie inkijkjes in de treurige wereld van de tekentafelplanologie. Het wordt tijd dat we daar eens hardhandig mee afrekenen.

Vanuit mijn eigen werk vond ik het telefoongesprek met de projectleider van Rijkswaterstaat over de gele geluidsschermen langs de A2 het herkenbaarst. Met de goede bedoeling om de eenvormigheid van het geluidsschermenlandschap te doorbreken is een spuuglelijk geel scherm bedacht en ook nog neergezet. Want, zo werd er toegelicht: dan weet de automobilisten als ze die gele schermen zien, dan ben ik bij den Bosch! En op de vraag waarom die kleur geel is gebruikt zei de man letterlijk: ‘dat staat bij ontwerpers bekend als een frisse en vitale kleur’. Ga het resultaat op de A2 aanschouwen en zie hoe averechts zo’n concept in de praktijk kan uitpakken.

Iets vergelijkbaars speelde bij het voorbeeld van het Bos- en Lommerplein in Amsterdam. Een beteuterde stadsdeelwethouder moest toch toegeven dat achter de tekentafel bedachte concepten als ‘verbinden van twee voorheen gescheiden delen’, ‘groene aankleding’  en ‘levendig plein’ treurig hadden uitgepakt.
Voor mij blijft het onbegrijpelijk hoe bestuurders op basis van abstracte metaforen,  gladde maquettes en strakke tekeningen zich laten overtuigen iets te doen waar mensen die op zo’n plek komen eigenlijk zo van kunnen zien hoe fout dat uit zal pakken. Net zo treurig is het dat nog zoveel ontwerpers meer waarde hechten aan hun maquettes en tekeningen dan aan wat er op de betrokken plek valt te zien en te beleven.  Ze gaan er wel kijken maar echt iets beleven, zien en voelen doen de meesten niet.

Deze treurigheid kan met een aantal simpele spelregels worden aangepakt.

1- Ontwerpers verplichten hun werk te doen op de plek waar dat ontwerp over gaat, gewoon op straat of in een geïmproviseerd ontwerpatelier waar iedereen in en uit kan lopen.

2- Bewoners, ondernemers en bezoekers van een bepaalde plek zelf de regie op ontwerp en beheer van die plek geven;

3- Een groot ruimtelijk concept eerst in het klein uitproberen alvorens een groter concept ‘uit te rollen’.

4- In ontwerpopleidingen naast de kunst van ontwerpen veel aandacht besteden aan thema’s als organisch ontwikkelen, de sociale kant van de openbare ruimte, toeval benutten, ontwerpen met bewoners en beheersvraagstukken.
Om te beginnen stel ik voor om alle ontwerpers en planologen in opleiding de ‘zachte atlas’ van Jan Rothuizen (zie hiernaast zijn impressie van de zuidas) cadeau doen en ze  uit te dagen anders naar plekken en vooral naar de mensen die daar vertoeven te kijken.

 ik ben er van overtuigd dat wanneer we aan deze vier knoppen draaien de treurige tekentafelplanologie op zijn retour zal gaan. En dat is hard nodig.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*