25 januari 2012

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , , ,

Zeg het voort

Tegenkracht organiseren vergt een sterk moreel kompas

Gisteren presenteerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) het rapport ‘Tegenkracht organiseren’. Het gaat over de lessen die in de publieke sector kunnen worden getrokken uit de financiële  crisis. In het rapport wordt de inmiddels welbekende bestuurskundige kritiek op de perverse prikkels van prestatiesturing gereproduceerd. Hoewel  ik me  goed in die analyse en de oplossing (tegenkracht organiseren!!) kan vinden stelt het rapport me toch teleur. Het mist de scherpte en blijft hangen in abstracties over ‘meervoudige sturing’.

In het spelen met het begrip meervoudigheid is goed de inbreng van de voorzitter van de werkgroep die het rapport maakte te herkennen; de postmodernist Paul Frissen.  Als ik het heel simpel stel zegt het rapport: breng de vele waarden en doelen die in de publieke sector spelen niet terug naar 1 simpel (kwantitatief) sturingsmodel want dan  geef je de verkeerde prikkels. Iedereen gaat dan handelen volgens de normen van dit simpele model. Wat scherper had mogen worden aangezet is het feit dat de voorbeelden allemaal gaan over een bepaalde vorm van eenzijdigheid: fixatie op geld, prestige en korte termijndoelen. En die eenzijdigheid bestrijdt je niet met abstracties over meervoudige sturing.

In essentie gaat het om een moreel vraagstuk. Door welk moreel kompas laten al die managers en toezichthouders in de publieke sector zich leiden en waar spreken ze elkaar op aan? De commissie verzuimt opzichtig om de bouwstenen voor een nieuwe moraliteit te benoemen. Laat ik eens een poging wagen:

1- liefde en compassie voor de mensen waar die publieke organisaties voor werken;
2- soberheid en dienstbaarheid als norm voor de interne cultuur;
3- de menselijke maat als norm voor het ontwikkelen van systemen;
4-een brede (‘holistische’) definitie van maatschappelijk verantwoord handelen;
5- ontmoedigen en afstraffen van een cultuur van goedkoop en zielloos scoren en geld binnen halen;
6- burgers en klanten herkenbaar en dominant aanwezig in het toezicht.

Meerdere van deze normen en waarden zitten verstopt het het rapport. Jammer dat ze er niet explicieter uit worden gehaald als basis om tegenkracht voor de perverse prikkels op de organiseren.
Tot slot nog een advies van de raad waar ik graag nog even de aandacht op vestig. Toezichthouders in de publieke sector moeten niet proberen zelf het tegenwicht te zijn voor managers die zich door perverse prikkels laten leiden, maar moeten er op toezien dat de tegenkrachten in de organisatie en de systemen zijn ingebakken. Simpel gezegd: beperk de macht van de managers die zich door goedkoop scoren en geld binnenhalen laten leiden en bouw mechanismen in dat mensen die daar vooral vatbaar voor zijn niet automatisch boven komen drijven.  Bovenstaande zes punten vormen in mijn ogen een mooi kompas om die cultuur te doorbreken. Aan de slag er mee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*