20 juni 2011

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , ,

Zeg het voort

Niets is permanenter dan het tijdelijke

Donderdag 23 juni aanstaande zijn er twee bijeenkomsten  die gaan over het tijdelijk gebruik van ruimte.  In Almere is er de manifestatie tijdelijk anders bestemmen (klik hier voor info) en in Rotterdam organiseert het NAI een avond  over ‘space in the interim’ (hier de link). Beide bijeenkomsten staan in het teken van de vraag hoe in de periode van het ontbreken van (geld voor) grote plannen toch ruimtelijke dynamiek te stimuleren. Deze aandacht voor tijdelijkheid  is mijns inziens veel wezenlijker dan als overgangsfase of noodmaatregel in tijden van crisis. Hier zien we de geboorte van de nieuwe ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling.

Want onder de noemer  tijdelijkheid wordt vooral nagedacht over de vraag hoe je met kleine ingrepen grote bewegingen in gang kunt zetten, hoe je beter kunt aansluiten op bestaande initiatieven/gebouwen, hoe je  flexibiliteit in gebiedsprogrammering brengt en hoe je ondernemerschap, creativiteit en en communitybuilding provoceert. Vier ambities die voor mij de pijlers zijn onder  de nieuwe planologie die we ook tegenkomen in begrippen als slow urbanism. planologische acupunctuur,  freezoning, gebiedskatalysatoren  en organische gebiedsontwikkeling.

Op de site van Ruimtevolk vinden interessante debatten over deze beweging plaats waarbij zich een scheidslijn aftekent tussen de aanhangers van organische planning (waar ik mijzelf toe reken) en de mensen die vasthouden aan de grote blauwdrukplannen die dit maar geneuzel in de marge vinden of hooguit noodzakelijk kwaad nu er geen geld is voor de grote plannen. Ik verzet me tegen die laatste visie omdat de oude planngingsdoctrine van integrale gebiedsgerichte planning een menselijke maat ontbeert en gebaseerd is op een verknipt beeld van maakbaarheid. Dat uitte zich het afgelopen decennium in twee ziektebeelden: tekentafelplanologie (miskenning van de gebiedsdynamiek, technocratische top-downplanning) en topzware gebiedsprogramma’s (de traagheid van de zwakste schakel, vastlopen in de bestuurlijke verkokering, misplaatst maakbaarheidsdenken).

Ik kan donderdag niet naar die twee bijeenkomsten gaan omdat ik andere verplichtingen heb (zoals met mijn dilemmashow optreden op de slotmanifesatie van Mooi Nederland) maar ik hoop dat degenen die er wel heen gaan zich niet in de hoek laten drukken van reservespelers die even het veld op mogen omdat de grijze pakken van de grote plannen even in de wachtkamer zitten. Wat verkocht wordt onder de noemer van tijdelijkheid verdient het om uit te groeien tot de nieuwe planningsdoctrine. Daar ben ik best optimistisch over. Zie bijvoorbeeld de motie die de Tweede Kamer in december aannam om organische ontwikkeling als uitgangspunt te nemen voor de stedenbouw en zie ook hoe de gemeenten Amsterdam en Zaanstad  die aanpak omarmen.   Indachtig het gezegde ‘niets is permanenter dan het tijdelijke’  ga ik er van uit dat wat nu de strategie van tijdelijkheid heet zich ontwikkelt tot de nieuwe norm van ontwikkelen.

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*