31 mei 2016

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , , , ,

Zeg het voort

Over de spontane stad en het wilde wonen

Twee maanden geleden mocht ik in discussie met architect Carel Weeber. Het thema was participatie. Carel was hiervoor gevraagd omdat hij met zijn pleidooi voor het wilde wonen een  pleitbezorger is voor mensen die hun eigen woning, straat en stad maken. Hij was al een tijd uit Nederland weg en reageerde spontaan op wat hij hoorde over de sloopplannen van de gemeente Rotterdam en de vluchtentelingencrisis. Schandalig vond hij het idee van die sloop, maar als dat toch niet was te stoppen geef die grond dan aan de vluchtelingen om hun eigen stad te maken.
Ik moest daar weer aan denken toen ik zaterdag op de fototentoonstelling van Henk Wildschut ‘Calais, from jungle to city’ in museum FOAM was. De fotograaf kwam zelf iets over zijn project vertellen. Hij had ruim een jaar met tussenpozen gefotografeerd hoe er in de duinen een nieuwe stad ontstond en wilde nu eens niet de ellende laten zien maar de veerkracht van mensen en de kunst van het stadmaken.

Een stad op de plek waar niemand wil zijn
Henk vertelde over het ontstane stratenplan, over handel in stukken grond op strategische plekken, de bouwlust toen de gemeente een paar lantarenpalen neerzette en de tuintjes met hekken en tuinstoelen die mensen voor hun krot maakten (zie de foto van Henk hiernaast). Over de Afghanen, Irakezen, Syriers en Egyptenaren die allemaal hun eigen dorp in het kamp hadden. En hoe de overheid er rijen containers neerzette om mensen uit de erbarmelijk situatie te halen (maar ook om mensen te kunnen registreren) en bijna niemand er ging wonen omdat men het als een soort gevangenis zag.
En vooral ging het over ondernemerschap en handel. Een heel systeem van winkels en groothandel bloeide op. Zelfs voormalige vluchtelingen die al een verblijfsvergunning hadden kwamen naar het kamp om winkeltjes te beginnen met Franse belastinginspecteurs in hun kielzog die daar weer hun deel van opeisten.
Toen de politie het kamp kwam afbreken werd er verderop weer een nieuwe geïmproviseerde stad gemaakt maar de sociale structuren en subtiele scheidslijnen tussen de culturen waren wel weg wat er volgens Henk toe leidt dat er gevechten uitbreken tussen groepen.

Die verzuchting van Carel Weeber was dus zo gek nog niet. Als er op zo’n plek als Calais, waar mensen vooral wegwillen, al zo’n stad kan ontstaan denk je eens in wat dat kan betekenen als je mensen echt de ruimte geeft die niet per se weer weg willen. Helaas zitten we nu zo gevangen tussen de angst voor aanzuigende werking, de angst voor chaos en het gereguleerde systeem van het COA dat het ondenkbaar lijkt om vluchtelingen die ruimte bieden.

De blindheid voor de spontane stad
Dit vraagstuk raakt dieper aan ons onvermogen om ruimte te bieden aan mensen om hun eigen stad en gemeenschap te maken en te leren van spontane stedenbouw. Vorig jaar deed ik een onderzoekje op festival Lowlands naar wat je van zo’n tijdelijke stad kunt leren over gemeenschapsvorming  Dit essay schreef ik daar over. Ook in deze tijdelijk stad zie je hoe enclaves en lichte gemeenschappen ontstaan.
Ik zag er ook dat verstopt onder het zorgeloze feestvieren de hang naar saamhorigheid schuilgaat. En dat mensen die saamhorigheid en gedeelde ervaringen creëren door bijzondere gezamenlijk acties die je niet kunt programmeren op plannen. Steeds meer mensen willen als bijzondere gedeelde ervaring meebouwen aan het festival en daar spelen festivalorganisatoren ook op in. Daar valt nog veel van de leren voor onze stedenbouwers. Het besef dat je gebruik kunt maken van het mechanisme dat mensen hun eigen gemeenschappen creëren is in de stadsontwikkeling nog ver te zoeken. Ik snap echt niet waarom nog steeds zo hoog over de mensen die samen die stedelijkheid en gemeenschappen maken wordt gevlogen.

De nieuwe zelfbouwers
Ik was vrijdag op bezoek bij weer zo’n tijdelijke stad, de ‘Fabcity’ , in Amsterdam gebouwd in het kader van het Europees voorzitterschap van Nederland. Waar ik veel innovatieve technologie had verwacht trof me vooral de kracht van de knutselende zelfbouwers die daar stonden en ook tijdelijk woonden. Genietend van de vrijheid en aandacht maar wel een beetje ontheemd zo leek het.
Jelte Glas die ik nog uit Utrecht ken van het tijdelijke woonproject en lokale gemeenschap Buurland was een van hen. Het grote issue voor hem en zijn lotgenoten is hoe lastig het is een plek voor de mobiele en compacte zelfbouwwoning te vinden. Hij had een rondgang langs wethouders in meerdere steden gemaakt en kon melden dat het er beroerd voorstaat met de ruimte die steden aan dit type wonen willen bieden. En hij had ook een goed oog voor dat andere treurige fenomeen: grootschalige sloop van nog goed te gebruiken panden. Onze bouwcultuur is gefixeerd op grondexploitatie, programmeren, plannen en bouwen en dan blijft er heel weinig ruimte over voor deze nieuwe nomaden die ‘of the grid’ kunnen leven. Overheden bekijken deze initiatieven absoluut niet als nieuwe vormen van stadmaken en gemeenschapvorming maar als individuele wensen die niet goed passen in het beleid. Heel treurig.

Als ik door laat dringen wat Carel, Henk en Jelte ons vertellen krijg ik steeds meer een hekel aan die zielloze bouw van gestapelde starters- en studentenwoningen, de puur commerciële grondpolitiek, de door ‘voorraadbeheer’ gestuurde sloopplannen, de blindheid voor de bijzonder effecten van tijdelijke initiatieven en het verengen van zelfbouw tot een wedstrijdje om de beste kavels. Beetje scherp geformuleerd misschien maar we missen  wezenlijke aandacht voor de kracht van de spontane, niet van bovenaf gemaakte stad. De troost is dat als de overheid, de corporaties en de ontwikkelaars de steven niet wenden we afstevenen op een een nieuwe kraakgolf. Want ergens is er een grens aan het programmeren van de stad en het negeren van deze beweging.

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*