11 december 2015

Door Frans Soeterbroek

Reacties

2 reacties

Tags
, , , , , ,

Zeg het voort

Stadmaken door te ritselen en te knutselen

Vorige week was ik op een mooie bijeenkomst in de wijk Voorstad Oost in Deventer. Het thema was ritselmanagement, een geuzennaam voor bewonersinitiatieven in deze wijk en voor de wijze waarop de gemeente daarop inspeelt. Zie dit filmpje. Het begrip is gemunt door gebiedsmanager Gerlinda Tijhuis. Ze heeft er zelfs een handboekje over geschreven: ritselmanagement voor dummies. Na twee bezoeken aan de wijk, de conferentie van vorige week en het lezen van het boekje heb ik een aardig beeld van de werkzame  bestanddelen van dit ritselen.
De essentie is de bijzondere wisselwerking tussen het enthousiasme van buurtbewoners om samen dingen te ondernemen en het feit dat wijkambtenaren zich daarin mengen en het vuurtje opstoken. Ze laten allerlei instrumenten en methodieken voor de wijkaanpak maar even in de la liggen en gaan op zoek naar wat er in de wijk beweegt en helpen dat te laten uitgroeien. De methode ‘do, love reflect, thank’ noemt Tijhuis dat in haar boekje als contrast met het projectmatige manier van ‘plan, do, check, act’, Woorden als liefde en dankbaarheid geven al aan dat de wijze waarop gemeenteambtenaren zich in de wijk nestelen en bewoners benaderen van cruciaal belang is. De nabijheid (‘ze horen gewoon bij ons’) en behulpzaamheid van Gerlinda en haar collega Marijn Roze worden door bewoners geroemd.

Ook wordt iedereen consequent aangesproken op wat hij of zij zelf kan bijdragen aan de gemeenschap en aangespoord het eigen netwerk aan te boren. Wanneer je zelf de handen uit de mouwen steekt valt er ook heel wat te ritselen binnen de gemeentelijke organisatie om het mogelijk te maken. Bewoners en ambtenaren organiseren met die houding van wederkerigheid (samen aanpakken, zorg voor elkaar en dankbaarheid) ook een proces van besmettelijk optimisme in de wijk. Daar hoort ook een behoorlijk portie dramaturgie bij. Mannen die buurtbewoners helpen met het aanleggen van geveltuintjes worden van het trotsmakende label ‘geveltuintjesacademie’ voorzien, huisstijl en merchandising zijn voor de wijk ontwikkeld, successen worden gevierd en ook een schurend label als ritselmanagement introduceren hoort daarbij.  Op deze golf van mensen die elkaar besmetten en het succesverhaal laten rondzingen zijn de afgelopen jaren opvallend veel mensen in de wijk actief worden. Heel mooi, lees het boekje er even op na ter inspiratie.

Ik mocht in Deventer een verhaal houden over hoe je dat ritselen in een breder kader kunt plaatsen van wat er in steden gaande is. Zo refereert het begrip ritselen aan een bredere discussie over  elastischer omgaan met onze regelsystemen. Dit mooie recent uitgekomen boekje ‘de regels en de rek’ geeft goed aan dat er heel wat interpretatieruimte zit in vaak tegenstrijdige regels en dat je dat ten voordele van de lokale context van bewoners kunt toepassen.  In Voorstad Oost bedrijven de ambtenaren de kunst om kaders voor de bewoners tot simpele A4tjes terug te brengen en op zijn tijd handhavers te vragen zich even koest te houden. Een mooie vorm van wat ik altijd het zacht en vloeibaar maken van de systeemwereld noem.

Waardecreatie, wijkeconomie en publiek ondernemerschap
Dat ritselen is de praktijk van wat we vaak duur aanduid wordt als meervoudige waardecreatie. In 1 soepele beweging wordt er in Voorstad Oost gewerkt aan een fraaiere openbare ruimte, gemeenschapsvorming, activering en zelfvertrouwen van mensen, waardestijging van vastgoed, nieuw ondernemerschap en een wijkeconomie. Tel uit je winst. Er wordt op ingezet om de bewoners van die waardecreatie te laten profiteren. Een voorbeeld: een groep die een oude gemeentepand in beheer heeft krijgt het recht op koop ervan over een aantal jaren voor de (relatief lage) taxatie van het pand bij de start. De meerwaarde kunnen ze zelf verzilveren. Ander voorbeeld: de uit Utrecht ingevlogen winkelstraatmanager is voor zijn diensten bedankt en zijn rol is overgenomen door een ondernemer uit de wijk zelf, Paola. Die (niet toevallig) de winkel runt die zich tot een soort huiskamer voor de actieven in de wijk ontwikkelt. En die winkel is ook exemplarisch voor de informele ruileconomie die zich in de wijk ontwikkelt: iedereen kan een plank huren om zijn spulletjes te verkopen.
Ritselen in de wijk betekent ook  rondvragen wie er nog spullen heeft om weer een stuk van de openbare ruimte op te knappen en zo wordt een nieuwe balans gevonden  tussen zelf dingen in elkaar knutselen en professionals inhuren. Bij dat laatste wordt nu ook sterker gekeken naar bedrijven uit de wijk zelf. Er is een kluscollectief van ZZP’ers  uit de wijk opgezet die hun werk nu vooral uit de wijk zelf halen en hun aanpak en tarief goed aan de mogelijkheden van hun klanten/medebewoners kunnen aanpassen. Mooi bijeffect is dat er op straat discussie ontstaat of het niet raar is dat de corporatie bij het renoveren van woningen met aannemers uit de andere kant van het land werkt. Ook de adviseur die met gemeente en wijk meedenkt, Joop Hofman van Rode Wouw  is in Deventer en de wijk geworteld en voegt met zijn benadering van ‘zandbakmanagement’ (ook weer zo’n verleidelijk concept) iets moois toe aan het netwerk in de wijk. Kortom: dat wordt  wel wat met de wijkeconomie in Voorstad.

Daarmee komen we op het verschijnsel publiek ondernemerschap. Ondernemende types in de wijk eigenen zich klassieke taken van de overheid toe, ze zijn actieve vrijwilliger en meerderen van hen verdienen er ook nog (een deel van) hun brood mee. In zo’n ritselcultuur gaan de werelden van overheid, burger en markt lekker door elkaar heen lopen. Het is een laboratorium voor  ondernemerschap dat verbonden is met de eigen leefwereld en veelal gericht is op het beter maken van de wereld.  En het is een laboratorium om soberder en effectiever om te gaan met publieke middelen. Dat betekent dat in een volgende stap de wijk ook meer het stuur voor de inzet van publieke middelen in handen geeft. Dit voorjaar stond er een mooi verhaal in Vrij Nederland over de eerste dorpscoöperatie in ons land in Nieuw Dordrecht dat valt onder de gemeente Emmen. Het gaat hier om ritselen op een wat grotere schaal waarbij de wethouder er fijntjes op wijst dat de dorpscoöperatie dezelfde kwaliteit kan leveren voor een kwart van de prijs van klassieke aanbesteding. Dat doen ze door maatwerk te leveren, materialen zelf bij elkaar te ritselen en her te gebruiken, eigen tijd er in te steken en alleen als dat moet professionals in te huren. Dat vereist wel dat de overheid ver durft te gaan met middelen door bewoners zelf te laten beheren en daarbij de rek in de aanbestedingsregels  zoekt.

Ritselen en knutselen als stadsontwikkeling
Nog een schaalniveau hoger komen we op de vraag hoe dat ritselen zich verhoudt tot de wereld van stadsontwikkeling. Die afstand lijkt groot (als we even afzien van ritselen in de vorm van bouwfraudes en dubieuze grond- en vastgoeddeals) maar dat hoeft niet zo te zijn. Ritselen als vorm van wijkontwikkeling kun je makkelijk vertalen naar de filosofie van organische stadsontwikkeling: bescheiden ambities, voortbouwen op wat er is, de stad met de bewoners maken, sturen via kleine ingrepen met grote doorwerking en de tijd zijn werk laten doen.  Dat ritselen en (zoals ik het zelf altijd noem) knutselen aan de stad kun je echt op elk schaalniveau doen onder het motto ‘een leefbare stad is opgebouwd uit duizenden kleine acties, honderden fijne plekken en een kluwen van onderling verbonden netwerkjes’. Waar in Voorstad af wordt gezien van planningsinstrumenten, programmering en topdown gelanceerde methodieken kun je ook op stedelijk niveau veel beter meebewegen met de stad en met de stadsbewoners en dat helpen uitzaaien. In dit essay heb ik eerder  betoogd dat je die lijn moeiteloos door kunt trekken naar sturing op regionaal en provinciaal niveau.

Kortom, ritselen staat voor heel wat meer dan bewoners creatief bijstaan om de wijk leefbaarder maken. Het is ook een laboratorium voor het zacht maken van de regelsystemen, voor een nieuw economisch model gebouwd op publiek ondernemerschap en wijkeconomie, voor slimmer omgaan met publieke middelen en voor een organische manier van stadsontwikkeling. Dat smaakt naar  meer en daarom hebben we veel meer van deze praktijken nodig.  Fijn dat de mensen van Voorstad Oost hun best doen om ons met dit virus te besmetten. Dank daarvoor.


Reacties

  • Paul de Bruijn schrijft op 12 december 2015

    Mooi en herkenbaar artikel Frans. Het is volgens mij nog wel een lange weg om gemeenten, gepokt en gemazeld in een netwerk van bestaande belangen, stakeholders en veel gebruikte visitekaartjes, om dit gedachtegoed te omarmen. De huidige positieve verhouding van sommige gemeenten komt toch echt voort uit de huidige lauwe economie. Veel gemeenten kunnen niet wachten tot zij weer een plek eens grondig onder handen kunnen nemen.
    Ik verwacht dat onze economie eerst een grondige shocktherapie nodig heeft, om weer gezond te worden. Dus voorlopige is stadsplanning gedoemd tot dagdromerij.

    Toch zie ik genoeg ambtenaren die oprecht overtuigd zijn van een andere omgang, met de stad, de buurt en haar bewoners. Die groep die alle steun verdient, heeft het in veel gemeenten nog lang niet makkelijk.
    Burgerinitiatieven moeten het missiewerk voorlopig nog even tot hun kernactiviteiten rekenen. Blijf communiceren over wat je doet, waarom en wat je ermee bereikt.

    De tijd voor sociale ondernemers om samen met buurtbewoners tot nieuwe aanpassingen in de stad te komen, en steeds meer als serieuze alternatieve stadsontwikkelaar door de overheid gezien te worden.

  • chris schrijft op 14 december 2015

    Het buurt- en wijkwerk heeft gefloreerd in Nederland doordat de landelijke overheid geld en positie beschikbaar stelde aan de lokale overheid. Eerst de stadsvernieuwing toen GSB beleid en geld en als laatste het Vogelaarbudget. Daarnaast waren corporaties verplicht om het vierde aandachtsveld, de leefbaarheid inhoud te geven. Dat heeft tot een breed palet van aanpak geleid die eigenlijk een beetje los stond van de gemeentelijke overheid en haar budget. Maar inmiddels heeft het rijk alle verbinding afgebroken en voelt geen andere verantwoordelijkheid dan te spreken over de participatiemaatschappij en tegelijkertijd is de corporatie verboden om nog aandacht te besteden aan leefbaarheid en het geld is afgeroomd richting het rijk. Dat laat de verantwoordelijkheid voor het wijkgericht werken nu bij de gemeente, maar die is druk met de decentralisatie en de bezuinigingen. Het is dus eigenlijk helemaal terug bij bewoners zelf. Dat gaat grote verschillen geven en ik ben benieuwd naar de kwaliteit van de leefbaarheid in de wijken en buurten die eigenlijk aandacht nodig hebben.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*