10 december 2013

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, ,

Zeg het voort

Mandela en de straatnamencommissies

Wie een goed beeld wil krijgen van hoe Nederland de afgelopen decennia om is gegaan met de herwaardering van Mandela van terrorist (tot in de 80-er jaren nog het stempel in conservatieve kringen) tot held zou de notulen van gemeenteraden en straatnamencommissies eens moeten uitspitten. Want daar werd de strijd om erkenning op straatniveau gestreden. Dat uitzoekwerk heeft Jan Dirk van der Broek al voor ons gedaan. Samen met  fotografe Stafanie Gratz heeft hij in het recent verschenen boek ‘after Mandela’ vastgelegd hoe Nederland om is gegaan met vernoemingen naar Mandela toen hij nog leefde. Niet alleen straten, paden, rotondes, plantsoenen en bruggen passeren de revue maar ook scholen, kinderen, een rondvaartboot, een boom, een dekkat, een vergaderzaal, een chrysant en een zitbank!

De combinatie van onderzoek en fotografie werkt hier goed. Het is afwisselend hilarisch, treurig en ontroerend om te lezen hoe dorpspolitiek met Mandela aan de haal ging. Je leest over de principiële discussies over het vernoemen van straten naar nog levende personen, de rol die de affaire rond Winnie Mandele daarbij speelde en de huiver om in wijken met straatnamen vernoemd naar (helden uit) de boerenoorlog ineens een Mandelastraat te introduceren.  Door al dit gedoe is uitgerekend Amsterdam nog verstoken van een Mandelastraat. De grote voorvechter van dat idee, Bouwe Olij kreeg bij zijn afscheid wel een straatbord met de naam van Mandela erop en dat siert nu zijn werkkamer.
Daar waar de naam Mandela wel door de ballotage kwam zien we in de foto’s goed hoe hij wordt ‘geëerd’  met rotondes, lugubere paadjes, een toegangsweg tot Kwikfit en de nummer 3 in de wedstrijd ‘lelijkste plek van Nederland’: de brug over de A12 bij Zoetermeer. Mandela had de pech dat hij een icoon werd  in de hoogtijdagen van foeilelijke uitbreidingen aan de rand van dorpen en steden. Daar was nog ruimte voor nieuwe namen.

Het mooiste in het boek zijn de persoonlijke verhalen. De reder die zelf Mandela door de Amsterdamse grachten mocht varen en die nu de enige Mandelaboot ter wereld heeft. De bedrijfsleidster in het hotel die haar jeugdervaring met de vrijlating van Mandela vertaalde in een eerbetoon met de Nelson Mandelazaal. De chrysantenkweker wiens ‘Madiba Tanga Pink’ door Mandela zelf ten doop zou worden gehouden, maar die lijdzaam moest toezien dat deze om gezondheidsredenen afzegde. En het bijzondere verhaal van Louis van der Watering uit Bergen op Zoom die al in 1988 een bord in zijn tuin zette met daarop de tekst ‘free Nelson Mandela’ en 25 jaar later, februari 2013  demonstratief zijn koninklijke onderscheiding kwam inleveren omdat de gemeente het door hem bevochten standbeeld van Mandela (dat inmiddels al door een kunstenares was gemaakt) niet wilde plaatsen op advies van de vakjury kunst in de openbare ruimte.

Dat laatste voorbeeld brengt ons weer terug bij de wondere wereld van de lokale politiek met zijn vele commissies en voorliefde voor naamgevingen aan rotondes, paden en plantsoenen. Dat maakt ‘after Mandela’ niet alleen tot een mooi eerbetoon aan Mandela en de mensen die voor zijn erkenning vochten maar ook tot een bijzonder antropologisch onderzoek naar Nederlandse dorpspolitiek en ruimtelijke ordening op de vierkante meter.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*