Ruimtemakerblog

Ruimte maken en lichtheid brengen in de wereld van taaie systemen, drukdoenerij en ingewikkelde spelletjes is mijn specialiteit en drive. In dit blog vertel ik wat ik als adviseur meemaak en wat ik aan zwaarte en lichtheid in mijn omgeving en in de media tegenkom. Hopelijk prikkelt en inspireert het u. Graag reacties en adviezen. U kunt mij ook volgen op het twitteraccount ‘ruimtemaker’ waar blogberichten zullen worden aangekondigd: Twitter.
Frans Soeterbroek, Ruimtemaker

Tags

ambtenaren bewonersmacht burgerparticipatie collectieve intelligentie dansen door de schalen dialoog eigenaarschap gebiedsontwikkeling geluk knutselen koekoeksklokparticipatie kortsluiten leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maakbaarheid maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie participatiesamenleving publiek domein regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen slow urbanism sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld tijdelijkheid Utrecht vastgoed verhalen waardecreatie wijffels wijkaanpak zelfsturing Zwolle
 

Lessen uit Bologna

Vorige maand was ik in Italië en ik nam de kans te baat om me te verdiepen in de praktijk van samenwerken in en aan de stad Bologna. Ik ben vooral geïnteresseerd in steden waar lokaal initiatief niet in de marge plaatsvinden van de (sterk marktgestuurde) stadsontwikkeling en van de vernieuwing van de lokale democratie maar daar mee het fundament van zijn.
Ik had de indruk gekregen dat dat in Bologna het geval is. Christian Iaione en Sheila Foster die als onderzoekers bij de aanpak in Bologna betrokken zijn voeren in een wetenschappelijk artikel onder de titel ‘the city as a commons’ deze stad op als een laboratorium voor  ‘collaborative governance’ waar burgers de stad meemaken en meebesturen. Ze zetten het af tegen de neoliberale stadsontwikkeling die zwaar leunt op een hiërarchische overheid en marktwerking. Joachim Meerkerk en Iva Punyte bouwen daar in dit artikel met praktijkvoorbeelden uit Bologna op voort. En in dit boek van de European Cultural Foundation met hetzelfde thema staat een hoofdstuk over Bologna waar het lokale bestuur de cultuur van lokaal initiatief fundeert op 1000 jaar burgerinitiatief in stad en regio, zich onder meer uitend in een grote  coöperatieve sector. Mijn verwachtingen waren al met al hooggespannen. Ik heb drie initiatieven bezocht: Dynamo (fietshub in oude parkeergarage en schuilkelders), INstabile Portezza (revitalisatie van een 30 jaar leegstaand gemeenschapscentrum) en Le Serre die Gardini Margherita (co-werkplek , voedseltuin en restaurant).
En ik voerde gesprekken met mensen die het overzicht over de stad hebben: Michel d’Alena van het Urban Center en Francesca Spigarolo van de kennisorganisatie LabGov. Wat viel me daarbij op?

(meer…)

12 juni 2017
0 reacties
 

De smaak van de leefwereld te pakken

Afgelopen week mocht ik twee workshops leiden over de vraag hoe je dicht op wijken en buurten kunt en moet samenwerken vanuit verschillende delen van het gemeentelijke apparaat. In Zwolle ging het over de brug tussen wijkmanagement, stadsbeheer en ruimtelijk beleid bij gebiedsgericht werken. En in Zaanstad over wat je bij de invoering van de omgevingswet kunt leren van het actieplan Poelenburg gemaakt door mensen uit de sociale/maatschappelijke hoek in samenspraak met de buurt. Het waren twee heel verschillende gesprekken waar voor een deel vergelijkbare conclusies uitrolden en deels conclusies waarvan ik achteraf denk: daar zouden ze wat van elkaar kunnen leren en ook waard om met anderen te delen. Tijd voor een blogje. (meer…)

7 april 2017
1 reacties
, , , , , , , , , , , , ,
 

Is er iets mis met ‘ruimte bieden aan de initiatiefnemer’?

Deze week mocht ik bij het netwerk van directeuren stedelijke ontwikkeling iets vertellen over participatie en de omgevingswet. De trouwe lezer van mijn blogs weet dat ik het dan niet heb over wat de omgevingswet aan participatie vereist (niet veel). Maar wel hoe je de invoering van de omgevingswet gebruikt om het beleid beter te verankeren in de samenleving, hoe je de collectieve kracht en intelligentie van de stad kunt mobiliseren en hoe je een gelijker speelveld en nieuwe democratische verhoudingen rond omgevingsvraagstukken bouwt.
Dat nodigde uit tot mooie gesprekken over deze thema’s. En zoals ik zo vaak meemaak kwamen er nuchtere tegenwerpingen over een overheid die zich juist bescheidener en faciliterend op moet stellen. Het motto is ‘ruimte maken voor initiatiefnemers’ waartoe ook hoort dat deze zelf de communicatie met de omwonenden/belanghebbenden moet regelen en vaak ook de stedenbouwkundige uitwerking mag of moet leveren.
Op het eerste oog lijkt dit niet eens zo onredelijk. Het voorbeeld dat ik dezer dagen steeds te horen krijg: een eigenaar van een gebouw(-encomplex) dat zijn functie heeft verloren wil het verbouwen tot woningen. De gemeente werkt daar graag aan mee op grond van haar eigen herbestemmings- en woonbeleid en dan mag je anno 2017 van de initiatiefnemer verwachten dat deze zelf de stedenbouwkundige kaders opstelt en de communicatie met de buurt goed doet. En ik kom ontwikkelaars tegen die (vaak niet ten onrechte) stellen dat ze dit beter kunnen dan de gemeente en dit ook graag op zich nemen. Tel uit je winst zou je zeggen. Ik heb er om een aantal redenen toch moeite mee dat de overheid zich zo uit dit speelveld terugtrekt.

(meer…)

1 april 2017
0 reacties
, , , , , , , , , , , , , ,
 

Als ontwikkelaars het niet kunnen dan doen we het wel zelf

Lokale overheden (in dit geval de G32 en de gemeente Utrecht) hebben onlangs weer een nieuw samenlevingscontract gesloten met bouwers, beleggers en ontwikkelaars: het manifest binnenstedelijke gebiedstransformaties. Daarin wordt er in de aanloop naar een nieuw kabinet een claim gelegd op medefinanciering door het rijk van een geraamde kostenpost van 3,6 miljard euro om het bouwen in transformatiegebieden voor ontwikkelaars rendabel te maken. Letterlijk staat er in het manifest:
“De meeste marktpartijen kunnen alleen in deze locaties investeren als er voldoende en tijdig zicht is op te behalen rendementen en als de aan binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen inherente risico’s door de overheid voldoende gemitigeerd worden.”
Dit bedrag is gebaseerd op een onderzoek in opdracht van projectontwikkelaars (BPD en Neprom) waarin staat dat er binnenstedelijk 25.000 euro per huis moet worden gesubsidieerd anders bouwt de markt 129.000 huizen minder in transformatiegebieden. De betrokken gemeenten sluiten zich bij deze claim aan. De vraag die zich opdringt: is er geen alternatief voor je zo afhankelijk te maken van de rendementen, aanpak en wensen van de ontwikkelaars?

(meer…)

12 maart 2017
0 reacties
, , , , , , , , ,
 

Participatie tussen democratisering en professionalisering

Ik begeef me als pleitbezorger van ‘samen stad maken’ in twee werelden die op het oog alles met elkaar te maken hebben maar in de praktijk meestal langs elkaar heen leven.  Dat is de wereld van lokale democratie waar het gaat over de kwaliteit en legitimiteit van bestuur en besluitvorming (‘zeggenschap’, ‘representatie’, ‘democratisch proces’ ) en de wereld van participatie in het ruimtelijke domein waar het vooral gaat om de legitimiteit en kwaliteit van beleids- en planvorming (‘draagvlak’, ‘initiatieven faciliteren’, ‘input ophalen’).
In die eerste wereld is de actieve participatie en zeggenschap van burgers een doel, in de tweede is het betrekken van ‘de omgeving’ of ‘de stakeholders’’ (verzamelbegrippen voor bewoners, bedrijven en belangengroepen)  een middel. In de eerste wereld gaat het om de zeggenschap van burgers over hun eigen leefomgeving en over hun overheid, in de tweede wereld gaat het om de rolverdeling tussen overheid en samenleving en het draagvlak voor het overheidsbeleid bij degenen die het rechtstreeks raakt. Voor het gemak noem ik eerste manier van kijken de democratiebril en de tweede manier van kijken de draagvlakbril. (meer…)

4 maart 2017
0 reacties
, , , , , , , ,
 

De stad bouwen op maatschappelijk waarden, hoe doe je dat?

Najaar 2015 organiseerden de Utrechtse Ruimtemakers en de gemeenteraad van deze stad een bijeenkomst over maatschappelijke gebiedsontwikkeling. Daar is het idee geboren om bij gebiedsontwikkeling te gaan werken met een maatschappelijk programma van eisen (MPvE). Dat werd gezien als een hefboom om minder vanuit gebiedsexploitaties en fysieke ingrepen te werken en meer vanuit een rijk beeld van maatschappelijke waarden, kosten en baten. Juni 2016 heeft de gemeenteraad in een bijna raadsbreed gesteunde motie dat idee van zo’n MPvE vastgelegd.
Het enthousiasme om daarmee aan de gang te gaan binnen de gemeentelijke organisatie is begrijpelijkerwijze niet gelijk groot. Er wordt al gewerkt met het instrument  stedenbouwkundig programma van eisen (SPvE) waar uiteraard maatschappelijke doelen ook een plek hebben en de gemeente probeert daarin/daarnaast meer te gaan sturen vanuit het concept van gezonde verstedelijking (‘Healthy Urban Living’) . Er rust dan ook een hoge bewijslast op het idee van het MpvE: maak het maar eens concreet en laat zien wat dat aan de huidige praktijk nog kan toevoegen en of dat ook tot andere keuzes zou leiden.

Inmiddels is er op verschillende plekken daarover nagedacht. De Utrechtse Ruimtemakers deden een eerste vingeroefening ermee voor het Westplein in het stationsgebied en de gemeente organiseerde een gesprek over wat zo’n idee zou betekenen voor de zogeheten NPD-strook in Overvecht. Daar zijn hoopgevende conclusies uit te trekken die ook voor andere steden interessant zijn.

(meer…)

17 februari 2017
3 reacties
, , , , , , ,
 

Een gezonde stad maak je samen

Twee weken geleden nam ik deel aan een conferentie over omgevingsbeleid en gezondheid van de regio Zwolle. Daar werd een brug geslagen tussen de professionals die bezig zijn met  de omgevingswet en zij die vooral bezig zijn met gezondheidsvraagstukken. Nuttig en nodig. Ik organiseerde er een een werksessie over de relatie tussen maatschappelijke gebiedsontwikkeling en de gezonde stad. In die sessie werd onderzocht in hoeverre het idee van de gezonde stad een andere manier van stads- en gebiedsontwikkeling vergt waarbij maatschappelijke waarden meer dan nu centraal staan en de stadsbewoners zelf greep krijgen op hun omgeving. Ik bouwde daarbij voort op het populaire concept van positieve gezondheid van gezondheidswetenschapper Machteld Huber. Zij definieert gezondheid als het vermogen je aan te passen aan, en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. In deze actieve definitie van gezondheid gaat het onder meer om zelfbeschikking, sociale relaties, mentale gezondheid en zingeving. Een gezonde leefstijl wordt hier dus gekoppeld aan het vermogen van mensen om (samen) regie over hun eigen leven en hun omgeving te voeren. En dan kom je al snel uit op de vraag wat dit betekent voor een benadering als gezonde verstedelijking die, voor zover ik kan zien, nog sterk wordt benaderd als  plannings- en ontwerpvraagstuk. (meer…)

5 februari 2017
1 reacties
, , , , , , , ,
 

een gebiedsatelier, meer dan een nuttige plek

Vorige week behandelde de gemeenteraad van Utrecht de ruimtelijke strategie voor de stad. Een van de opmerkelijke moties die daar werden aangenomen was de opdracht om in de zogeheten prioritaire gebieden (zeg maar waar grote plannen met bouwen zijn)  gebiedsateliers in te richten. Dat lijkt misschien een klein procesding in de wereld van de grote opgaven, maar dat is het niet. In mijn ervaring krijg je wezenlijk andere gebiedsprocessen en andere keuzes als je in gebieden laagdrempelige gebiedsateliers inricht en die optimaal  gebruikt. De context waarin je mensen brengt is sterk bepalend voor wat ze bedenken, doen en hoe ze zich verbinden. Dus het maakt echt uit of je in gebieden en met de daar aanwezige mensen werkt of daarbuiten voor die gebieden en mensen plannen maakt.  Hoe doe je dat dan werken met zo’n gebiedsatelier? Een paar aanbevelingen voor mijn eigen stad en voor steden, dorpen en regio’s die zo’n aanpak ook overwegen. (meer…)

15 december 2016
0 reacties
, , ,
 

De omgevingswet, de tijdgeest en de burger

Gisteravond mocht ik tijdens een diner georganiseerd door atelier ZZ, waarbij vooral ontwerpers aanwezig waren, iets vertellen over het belang van participatie bij de invoering van de omgevingswet. Daar sprak ik onderstaande tekst uit waarbij ik het niet kon laten om een link te leggen tussen de verkiezing van Donald Trump en de aanpak van de omgevingswet.  Zoals ik in de wereld van ontwerpers wel vaker merk viel dat bij sommigen goed en bij velen veroorzaakte het ongemak. Een aantal beelden over burgerparticipatie die volgens mij niet kloppen leven breed onder ontwerpers. Het beeld dat je ‘gewone’ mensen geen grote strategische vragen op hoger schaaalniveau kunt toevertrouwen, het idee dat burgers er vooral voor hun eigen beperkte belang zitten en ontwerpers en het bestuur daar bovenuit stijgen en het idee dat de expertise van ontwerpers niet meer aan bod komt als burgers zelf dingen oplossen. Mijn ervaring is juist dat burgerfora en burgeinitiatieven heel veel aankunnen, mensen samen spannende belangentegenstellingen aankunnen die de politiek niet aankan en burgers zelf op tijd experts inschakelen om iets te doen dat ze zelf niet aankunnen of overzien. En vooral dat er een interessante kruisbestuiving tussen vele soorten kennis ontstaat als je iedereen serieus neemt. Gelukkig waren er ook mensen die geprikkeld door het verhaal met voorbeelden kwamen over hoeveel dankbaarder het mobiliseren van onze collectieve kracht is ten opzichte van beperkte en reactieve participatie. Dat heeft me weer gesterkt in het idee dat dit echt de weg is om op te gaan bij invoering van de omgevingswet en het in de huidige tijdgeest ook meer dan urgent is. Hier mijn tekst.    (meer…)

8 december 2016
0 reacties
, , , , , , , ,
 

Het activistisch burgerschap van Jane Jacobs

Deze week zag ik de documentaire ‘Citizen Jane’ over de strijd in het New York van 50 jaar geleden tussen activiste en publiciste Jane Jacobs en het machtige hoofd stadsontwikkeling  Robert Moses. Met haar medestanders slaagde Jacobs er in het platgooien van levendige wijken ten gunste van snelwegen, kantoren en woonkazernes tegen te houden. Jane was een goed waarnemer en schreef mooie boeken en artikelen over de kracht van rommelige en diverse steden, buurten en straten. In de film zien we ook het dedain van de grote stedenbouwer voor ‘die huisvrouwen’ die het hem lastig maken. Mooi voorbeeld hiervan uit de film: wanneer  Moses het baanbrekende boek van jacobs ‘the death and life of great american cities’ door de uitgever krijgt opgestuurd, stuurt hij dit terug  met de boodschap geen prijs te stellen op dit soort lekenproza. (meer…)

26 november 2016
0 reacties
, , , , ,