Ruimtemakerblog

Ruimte maken en lichtheid brengen in de wereld van taaie systemen, drukdoenerij en ingewikkelde spelletjes is mijn specialiteit en drive. In dit blog vertel ik wat ik als adviseur meemaak en wat ik aan zwaarte en lichtheid in mijn omgeving en in de media tegenkom. Hopelijk prikkelt en inspireert het u. Graag reacties en adviezen. U kunt mij ook volgen op het twitteraccount ‘ruimtemaker’ waar blogberichten zullen worden aangekondigd: Twitter.
Frans Soeterbroek, Ruimtemaker

Tags

ambtenaren bewonersmacht burgerparticipatie collectieve intelligentie dialoog eigenaarschap gebiedsatelier gebiedsontwikkeling geluk gemeenteraadsverkiezingen ketenomkering knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maakbaarheid maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie participatiesamenleving publiek domein regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld tijdelijkheid Utrecht Utrechtse Ruimtemakers vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak zelfsturing Zwolle
 

Worden we met z’n allen gelukkiger van lokaal initiatief?

{Onderstaande tekst sprak ik gisteravond uit bij een bijeenkomst ‘waar begin je aan?’ over zelfbouw en mede-opdrachtgeverschap bij woningbouw  georganiseerd door Architectuur Lokaal.}

Ik hoor het initiatiefnemers die moeten ploeteren te midden van procedures, regels, geldzorgen en tegenvallers vaak zeggen: ‘als ik van tevoren geweten wat er allemaal bij komt kijken dan was ik er niet aan begonnen.’ Gelukkig volgt daar meestal de relativering achter: ‘maar ik ben blij dat ik dat niet wist want het was het uiteindelijk wel waard om te doen.” Het is een avontuur met een grote aanslag op je zielenrust en een onzekere beloning. Ik ben zelf (mede)opdrachtgever van zoiets simpels als de bouw van een klein vakantiehuisje en daar heb ik al slapeloze nachten van. Petje af voor jullie. Het heeft nog een beperkte omvang maar is wel groeiende.
Zo hoorde ik 2 maanden geleden dit op de Radio: ‘De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland meldde deze week dat meer dan 11 procent van de nieuw gebouwde huizen vorig jaar een zelfbouwhuis was. Zelfbouw is niet alleen lucratiever voor beleggers en bewoners, het schept ook de voorwaarden voor meer geluk en gezondheid voor de bewoners en gebruikers. ‘Dat betekent wel iets voor hoe je het in de bouw aanpakt met elkaar.”

De hamvraag is of steden meer ruimte willen maken voor dit geploeter dat uiteindelijk toch tot iets van geluk lijkt te leiden terwijl ontwikkelaars ons alles op een presenteerblaadjes aanreiken. (meer…)

13 juli 2018
0 reacties
 

Het leed dat conferentie, congres of symposium heet

Scene 1
“Goedemorgen allemaal, hebben we er een beetje zin in vandaag? …. Nou dat is nog wel wat lauwtjes, nog een keer, HEBBEN WE ER EEN BEETJE ZIN IN? Ik zie het al, u moet allemaal nog wat warmdraaien. Ga even allemaal staan, ja goed zo, armen omhoog, en even heen en weer zwaaien,.. ja dat gaat al beter. En nu allemaal even linksom draaien en met uw buurman of buurvrouw uitwisselen wat u vandaag komt halen en brengen…….”

Scene 2
“We hebben helaas nog maar vijf minuten voor de lunch voor vragen uit de zaal. Dus wie snel is krijgt het woord. Ja daar zie ik een vinger, ik kom even naar u toe….. Nee, ik hou de microfoon vast want anders neemt u alle tijd. Vertelt u eens, voor wie heeft u een vraag?”
“Nou ik heb niet zozeer een vraag maar ik wil wel even kwijt dat we hier weer met een zaal vol met hoogopgeleide witte mensen zitten terwijl het steeds over diversiteit en inclusiviteit gaat. Dat geldt ook voor de sprekers. Ja okee, die ene mijnheer had… hoe zeg ik dat nou netjes… wel een kleurtje maar is voor mij toch de uitzondering die de regel bevestigt.”
“Het is niet echt een vraag aan het panel, iemand die er toch op wil reageren….. nee? En de zaal? Ja zegt u het maar.”
“Ik mis hier vooral de doelgroep waar we het allemaal voor doen. Het is toch meer voor hen dan met hen.”
“Wat zou er volgens u moeten gebeuren om die doelgroep hier wel meer bij te betrekken?”
“Nou, niet van die moeilijke woorden gebruiken zoals inclusiviteit, en meer de straat op gaan dan hier in conferentiezaaltjes te gaan zitten en niet van die hogen prijzen vragen voor zo’n dag ….”
Fijn dat u zo meedenkt, oh nu zie ik ineens heel veel vingers maar we moeten echt gaan lunchen. Praat u er samen onder de lunch even over door hoe we meer inclu….. hoe we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen.”

Scene 3
“U bent allemaal in werksessies de praktijk ingedoken om de inspirerende woorden van vanochtend handen en voeten te geven. En nu gaat Kim die als razende reporter bij alle werksessies langs is gegaan ons vertellen wat haar daarbij opviel. Brand maar los Kim.”
“Ja het was heel inspirerend, je merkte dat iedereen het jammer vond dat we maar 3 kwartier hadden want er was zoveel te bespreken. Ik hoorde vaak de woorden vertrouwen en loslaten. En belangrijk is ook dat we echt open gaan samenwerken en uit onze hokjes en comfort zones komen hoorde ik veel mensen zeggen. Blijkbaar is dat toch waar het voor iedereen omdraait om goede resultaten te bereiken.”
“Loslaten in vertrouwen, ontschotten en echt samen dus”
“Inderdaad”
“En ook hoorde ik in meerdere zaaltjes dat we minder moeten praten en vooral moeten doen! Daar gaat het uiteindelijk om, dat we in beweging komen en ook echt wat we afspreken gaan waarmaken”
“En wat inspireerde jou vooral Kim?”
“Nou in 1 van de groepen vertelde iemand dat hij in zijn vrije tijd wat vaker een praatje aanknoopt met mensen die niet in zijn eigen bubbel zitten en dat vond hij heel inspirerend en helpt ‘m ook in zijn werk. Dat zouden we allemaal vaker moeten doen.”

Scene 4
“Ik vond het zelf een heel inspirerende dag met veel frisse gezichtspunten. Dat was het vast voor u ook. Steek uw hand eens op als u vandaag iets gehoord heeft waardoor u denkt “ik ga dat morgen echt eens toepassen in mijn eigen werk?…….….niemand?? Kom op mensen laat me niet in de steek, ah daar komt het eerste schaap over de dam. Vertelt u eens, wat gaat u morgen anders doen?”
“Nou eigenlijk niets. Van wat ik vandaag heb gehoord, zo werken we eigenlijk al jaren. Zo vernieuwend is het allemaal niet hoor. Ik zou al die inleiders eens aanraden om gewoon een dagje met ons mee te lopen. Maar ik zal maar even positief blijven: ik heb vandaag bevestigd gezien dat we al op de goede weg zijn en dat is ook wat waard.”
“Nou dat is een mooie bemoedigende afsluiter, praat u straks onder borrel nog even hierover door en dan zult u zien dat er toch een hoop bruikbaars vandaag langs is gekomen.”
“Oh ik hoor net dat er geen borrel is want de zalen moeten voor een volgende bijeenkomst in orde worden gemaakt. Maar als u achter Henk aanloopt dan neemt hij u mee naar een brasserie waar u nog volop kunt netwerken met elkaar. Het was een mooie inspirerende dag en ik hoop u allemaal volgend jaar weer te zien!”

27 juni 2018
0 reacties
 

Een fijne stad maken vergt strijd en gemeenschapsvorming

Ik merk dat mijn pleidooien voor het aan elkaar koppelen van het bouwen van de stad en het bouwen aan gemeenschappen en sociaal kapitaal voor veel mensen in de wereld van stadsontwikkeling een nieuw perspectief oplevert. Zo kijken ze er meestal niet naar. Wanneer je dat wel consequent doet kantelt ook je beeld over hoe je een leefbare en inclusieve stad ontwikkelt. Daarom blijf ik de goede voorbeelden daarvan zoeken en deel ik die graag met iedereen. De afgelopen weken vond ik weer een paar mooie.

(meer…)

1 juni 2018
2 reacties
, , , ,
 

Wat gaat er schuil achter het containerbegrip participatie?

onderstaande column schreef ik voor het blad Architectuur Lokaal nr 91, voorjaar 2018 

Weg met het P-woord

Vaak word ik gevraagd om iets te vertellen of te adviseren over participatie. Even zo vaak fantaseer ik er over hoe fijn het zou zijn als dit P-woord nooit zou zijn bedacht of in de strijd tegen leeg jargon niet meer zou worden gebruiken. Dan zouden we veel preciezer moeten praten over de zaken die onder dit containerbegrip schuilgaan en er echt toe doen.
Om te beginnen het mobiliseren van collectieve intelligentie waarbij de kennis die wij als betrokken burgers en experts samen hebben bij elkaar wordt gebracht en om wordt gezet in beleid en plannen. Denk aan fenomenen als stadslabs, burgerjury’s, buurttafels en stadsgesprekken. (meer…)

29 mei 2018
0 reacties
, , ,
 

Zet eens een schaftkeet neer in plaats van een plan te maken

Het is op dit moment een van lastigste vragen in de wereld van stads- en gebiedsontwikkeling: welke ruimte blijft er voor een meer organische (dingen laten ontstaan, ruimte voor experiment, geleidelijke groei) en maatschappelijke (bottom up, democratisch proces, maatschappelijk waarden centraal, baten ten gunste van de gemeenschap) aanpak nu de druk zo groot is om snel en grootschalig te bouwen. De planningsmachine draait op een hechte band tussen overheid en ontwikkelaars/bouwers en drukt die alternatieve benaderingen naar de marge.
Tijd om te onderzoeken of het echt niet anders kan en hoe dan. Vorige week kreeg ik die kans op twee plekken. Ik mocht meedenken over de gebiedsstrategie voor de Tippe, de volgende bouwfase van VINEX-wijk Stadshage in Zwolle en ging twee dagen later met 25 Utrechtse ambtenaren op bezoek in de nieuwbouwwijk Oostwold in Almere.

Voor de Tippe gingen we op zoek naar een nieuwe mix van programmatisch en organisch  ontwikkelen en in Oosterwold zagen we wat het betekent om de ontwikkelketen radicaal om te draaien. Pionierende zelfbouwers ontwikkelen zelf (uiteindelijk 15000) woningen en een nieuwe gemeenschap inclusief aanleg van wegen, stadslandbouw, energievoorziening, waterbeheer, een afvalstoffensysteem en gemeenschapsvoorzieningen. Wat valt uit beide praktijken te leren? (meer…)

29 maart 2018
0 reacties
, , , , ,
 

Geeltjes plakken op een rijdende trein

Deze maand was ik kort na elkaar bij drie politieke debatten over de ontwikkeling van de stad. In Utrecht ging het over wonen, in Amerfoort over de toekomst van de Eemoevers en in Amsterdam over de vraag ‘van wie is de stad’ naar aanleiding van dit boek. In het Utrechtse woondebat stond op een gegeven moment wethouder Paulus Jansen op en die vroeg wie er van de aanwezigen in Utrecht was geboren. Zo’n 15 tot 20 % stak de hand op en de wethouder ging tevreden weer zitten. Hij had zijn punt gemaakt: de stad ontwikkelt zich en is dus niet van ‘de bewoner’ of ‘de Utrechter’ maar ook van en voor de mensen die er ooit nog komen wonen. Op zich een interessant perspectief maar ik herken er vooral het bestuurlijke mantra in dat ‘de grote opgaven voor de stad’ niet mogen worden afgeremd door NIMBY-achtige behoudzucht van hen die hun plekje al hebben.
In Amersfoort kwam ik in gesprek met een van de mensen achter het burgerinitiatief Vrienden van de Eemhaven die het debat hadden georganiseerd. Hij beschreef de participatieaanpak van de gemeente als ‘geeltjes mogen plakken op een rijdende trein’. Bestuurders en ambtenaren zijn met grote plannen bezig en die trein is al in volle vaart als jou eens wat wordt gevraagd en wat je inbrengt waait er al weer  snel vanaf. In Amsterdam ging het vooral over de vraag of het aantrekkelijk maken van de stad voor toeristen, bedrijven en investeerders nog wel te verenigen valt met de leefbaarheid van de bewoners. Ik besefte dat alle drie de verhalen iets met elkaar te maken hebben en dat veel gedoe in de stad ontstaat vanuit de vraag voor wie de gemeente eigenlijk werkt. De bestuurder die werkt aan de (concurrerende!) toekomst van de stad wil zich niet laten afremmen door ‘de oude’ bewoners die vooral hun huidige omgeving koesteren. De desbetreffende bewoners ervaren op hun beurt dat de bestuurder niet echt voor hen openstaat want die is bezig met iets groters en blijkbaar belangrijkers.  Dat leidt tot chagrijn over elkaar en dan stellen onderzoekers vast dat de kloof tussen burger en bestuur ondanks alle participatie-inspanningen maar niet af wilt nemen. Waarom slaagt de politiek er zo slecht in om die blik op de toekomst en naar buiten (‘onze stad in van iedereen’) te verenigen met de verlangens en angsten van hun kiezers? En vooral, hoe kan dit anders? (meer…)

26 februari 2018
1 reacties
, , , , ,
 

Nu doorpakken op samen stad en gemeenschap maken

De gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 zijn een mooie aanleiding om vanuit het gemeentebestuur een grote stap te zetten met de ambitie om samen met de bewoners de stad en de gemeenschap te maken.
Om dat goed te doen is er helaas niet een alles bepalende maatregel of knop om aan te draaien. Het lukt alleen als er op verschillende fronten nieuwe spelregels in de stad worden geïntroduceerd. Spelregels die een ding gemeen hebben: Ze zijn niet gebaseerd op de treurige cultuur van koekoeksklokparticipatie waarbij het ophalen van wensen en meningen de norm is. Die veranderingen zijn gelukkig al gaande. Vaak dwingen bewoners deze regels af of handelen ze er gewoon naar. En gemeenteraden en colleges experimenteren er in den lande zelf mee. Het wordt tijd om dat wat substantiëler aan te pakken.

Ik heb eens op een rij gezet wat de maatregelen zijn die er echt toe doen en in hun samenloop die stap naar een hoger niveau kunnen opleveren. Er staan voorbeelden bij om zichtbaar te maken dat het her en der al gebeurt en de lat echt niet zo hoog ligt om de stap te zetten naar een cultuur van samen stad maken. Je moet het alleen wat consequenter en op meerdere fronten tegelijk doen. Gebruik  onderstaand lijstje als grabbelton maar werk wel via meerdere van deze lijnen om het echt impact te laten hebben op stad en gemeenschap. (meer…)

19 januari 2018
5 reacties
, , , , , , , ,
 

Wat maakt een plein tot een goed plein?

Afgelopen woensdag was ik bij een bijzondere uittreerede van een professor aan de TU Delft. Het ging om schrijver en multi-talent Abdelkader Benali. Hij mocht een jaar lang de eretitel ‘cultural professor’ dragen, in navolging van onder meer Spinvis, Youp van het Hek en fotograaf Vincent Mentzel. Hij had zich op het thema pleinen gestort en was met studenten van de TU aan het werk gegaan om nieuwe verhalen over pleinen te maken.
Ik was er nieuwsgierig heengegaan omdat ik in het kader van het stadsinitiatief van de Utrechtse Ruimtemakers in Overvecht help om verweesde openbare ruimte weer tot publieke domein te maken, onder andere op het plein voor sporthal de Dreef. Ik heb woensdag wel wat opgepikt dat daarvoor bruikbaar is en vast ook interessant is voor iedereen die aan een betere publieke ruimte werkt. Tijd voor een verslag waarbij ik de gelegenheid aangrijp om iets te vertellen over hoe we er aan werken om zo’n plein in Overvecht een betere functie voor de wijk te geven. (meer…)

18 december 2017
0 reacties
, , , , ,
 

“Van buiten naar binnen werken, allemaal leuk en aardig, maar waar blijft dan ons beleid?”

Afgelopen voorjaar schreef ik een verhaal over hoe je als gemeente via een gebiedsgerichte aanpak dichter op de samenleving je werk organiseert. Dat was op basis van ervaringen in Zaanstad en Zwolle. Ik ben in beide steden met dit thema verder gegaan en heb daarbij meegedacht over de vraag hoe je de wereld van stedelijke opgaven beter verbindt met de wereld van samen optrekken met de buurt. Of zoals we dat als titel aan een werksessie in Zaanstad meegaven: ’van buiten naar binnen werken, allemaal leuk en aardig,  maar waar blijft dan ons beleid?’ Die vraag komt voort uit de dagelijkse schuring tussen wensen van de buurt met verdichtingsopgaven, evenementenbeleid, parkeerbeleid, verkeersafwikkeling, binnenstadbeleid, vastgoedbeleid enzovoorts.
Een belangrijk issue, niet alleen omdat dat een ingewikkelde puzzel is maar ook omdat het een van de grote blokkades is voor een goede verstandhouding tussen burger en lokaal bestuur: vele pogingen van de gemeente om participatie te verbeteren maar de burger ervaart dat als het echt spannend wordt onder noemers als ’stedelijke opgave’, ‘strategisch beleid’ of ‘programmatische aanpak’ er ineens andere spelregels gelden en je inbreng er even minder toe doet. Ik heb in Zwolle, Zaanstad en andere steden vier sleutels gevonden om daar verstandig mee om te gaan en ik wil ze hier graag delen. (meer…)

7 december 2017
1 reacties
, , , , , ,
 

gemeenschappen bouwen

Recent was ik op een grote beurs waar de door de beurs ingestelde prijs werd gewonnen door de klusflat Kleiburg in de Bijlmermeer met als motivering dat ‘communitybuilding’ de toekomst heeft. Er werden op de beurs ook de winnaars bekend gemaakt van een landelijke prijsvraag van de rijksbouwmeester over zorg en wonen. In de prijzen vielen het wijkbedrijf Carnisselande, buurtcoöperatie de Smederij in Almere Haven en de ‘meesterlijke community’ in Sittard- Geleen.
Ik was er ook bij de zogeheten innovatiedialoog van het woningbouwatelier Almere die vooral ging over de kracht van zelforganisatie en zelfbouw, waar wethouder Tjeerd Herrema een wettelijke regeling voor het recht van burgers om hun eigen woning te bouwen bepleitte.  En ik was bij een grote tentoonstelling van de Eindhovense corporatie Woonbedrijf geheel gewijd aan co-design met veel voorbeelden van het samen met  de (toekomstige) bewoners ontwerpen van woningen en buurten.

De quizvraag is : wat voor beurs was dit? Het antwoord dat voor de hand ligt: een beurs over communitybuilding.  Nee, mis. Het was de internationaal vermaarde Dutch Design Week in Eindhoven. Waarom vind je juist op zo’n beurs zoveel aandacht voor dit thema?

(meer…)

1 november 2017
0 reacties
, , , , ,