participatie

Tags

ambtenaren burgerparticipatie collectieve intelligentie dialoog eigenaarschap gebiedsatelier gebiedsgericht werken gebiedsontwikkeling geluk gemeenteraadsverkiezingen ketenomkering knutselen koekoeksklokparticipatie leiderschap lichte sturing lichtheid lokale democratie lokale initiatieven maakbaarheid maatschappelijke gebiedsontwikkeling menselijke maat omgevingswet ontwerpers organische gebiedsontwikkeling organisch ontwikkelen participatie participatiesamenleving publiek domein regio Rotterdam samen stad maken schurende verhalen sociaal kapitaal stadmakers stadsontwikkeling systeemwereld tijdelijkheid Utrecht Utrechtse Ruimtemakers vastgoed verhalen waardecreatie wijkaanpak zelfsturing Zwolle
 

Geeltjes plakken op een rijdende trein

Deze maand was ik kort na elkaar bij drie politieke debatten over de ontwikkeling van de stad. In Utrecht ging het over wonen, in Amerfoort over de toekomst van de Eemoevers en in Amsterdam over de vraag ‘van wie is de stad’ naar aanleiding van dit boek. In het Utrechtse woondebat stond op een gegeven moment wethouder Paulus Jansen op en die vroeg wie er van de aanwezigen in Utrecht was geboren. Zo’n 15 tot 20 % stak de hand op en de wethouder ging tevreden weer zitten. Hij had zijn punt gemaakt: de stad ontwikkelt zich en is dus niet van ‘de bewoner’ of ‘de Utrechter’ maar ook van en voor de mensen die er ooit nog komen wonen. Op zich een interessant perspectief maar ik herken er vooral het bestuurlijke mantra in dat ‘de grote opgaven voor de stad’ niet mogen worden afgeremd door NIMBY-achtige behoudzucht van hen die hun plekje al hebben.
In Amersfoort kwam ik in gesprek met een van de mensen achter het burgerinitiatief Vrienden van de Eemhaven die het debat hadden georganiseerd. Hij beschreef de participatieaanpak van de gemeente als ‘geeltjes mogen plakken op een rijdende trein’. Bestuurders en ambtenaren zijn met grote plannen bezig en die trein is al in volle vaart als jou eens wat wordt gevraagd en wat je inbrengt waait er al weer  snel vanaf. In Amsterdam ging het vooral over de vraag of het aantrekkelijk maken van de stad voor toeristen, bedrijven en investeerders nog wel te verenigen valt met de leefbaarheid van de bewoners. Ik besefte dat alle drie de verhalen iets met elkaar te maken hebben en dat veel gedoe in de stad ontstaat vanuit de vraag voor wie de gemeente eigenlijk werkt. De bestuurder die werkt aan de (concurrerende!) toekomst van de stad wil zich niet laten afremmen door ‘de oude’ bewoners die vooral hun huidige omgeving koesteren. De desbetreffende bewoners ervaren op hun beurt dat de bestuurder niet echt voor hen openstaat want die is bezig met iets groters en blijkbaar belangrijkers.  Dat leidt tot chagrijn over elkaar en dan stellen onderzoekers vast dat de kloof tussen burger en bestuur ondanks alle participatie-inspanningen maar niet af wilt nemen. Waarom slaagt de politiek er zo slecht in om die blik op de toekomst en naar buiten (‘onze stad in van iedereen’) te verenigen met de verlangens en angsten van hun kiezers? En vooral, hoe kan dit anders? (meer…)

26 februari 2018
1 reacties
, , , , ,
 

de omgevingswet is geen feest voor lokale democratie

Begin volgend jaar kiezen we nieuwe gemeenteraden. In de campagnes zal het vaak gaan over maatschappelijke tweedeling, bewonersparticipatie en de kwaliteit van de lokale democratie. Heel weinig zal het gaan over de invoering van de omgevingswet in 2019 terwijl deze behoorlijke consequenties heeft voor deze thema’s. De reden is simpel: die invoering wordt vooral gepresenteerd als een complexe technische operatie waar eigenlijk weinig politiek vuurwerk aan vastzit. Het is vooral een goednieuwsshow want we gaan immers regels vereenvoudigen, de verkokering doorbreken, initiatieven meer ruimte geven en integraler sturen op de kwaliteit van de leefomgeving.

Dat er onder deze wet grote vragen schuilgaan over tweedeling, over het eigenaarschap van de stad en over de kwaliteit van democratie en rechtsstaat wordt niet echt zichtbaar.  Er zijn twee zaken waar de politiek zich wel eens wat drukker zou mogen maken. Allereerst dat in de huidige cultuur van stadsontwikkeling de omgevingswet de burger nog machtelozer zal maken ten opzichte van de een-tweetjes tussen lokaal bestuur en de vastgoed-, grond en bouwmarkt. Eerder schreef ik daar dit verhaal al over, met adviezen om daar lokaal in bij te sturen. Daarnaast zal de omgevingswet het nog lastiger voor gemeenteraden maken om daarop bij te sturen. Deze stelling verdient wel enige toelichting omdat je daar nauwelijks iets over hoort in het debat over invoering van die wet. (meer…)

16 september 2017
2 reacties
, , , , , , , ,
 

Participatie tussen democratisering en professionalisering

Ik begeef me als pleitbezorger van ‘samen stad maken’ in twee werelden die op het oog alles met elkaar te maken hebben maar in de praktijk meestal langs elkaar heen leven.  Dat is de wereld van lokale democratie waar het gaat over de kwaliteit en legitimiteit van bestuur en besluitvorming (‘zeggenschap’, ‘representatie’, ‘democratisch proces’ ) en de wereld van participatie in het ruimtelijke domein waar het vooral gaat om de legitimiteit en kwaliteit van beleids- en planvorming (‘draagvlak’, ‘initiatieven faciliteren’, ‘input ophalen’).
In die eerste wereld is de actieve participatie en zeggenschap van burgers een doel, in de tweede is het betrekken van ‘de omgeving’ of ‘de stakeholders’’ (verzamelbegrippen voor bewoners, bedrijven en belangengroepen)  een middel. In de eerste wereld gaat het om de zeggenschap van burgers over hun eigen leefomgeving en over hun overheid, in de tweede wereld gaat het om de rolverdeling tussen overheid en samenleving en het draagvlak voor het overheidsbeleid bij degenen die het rechtstreeks raakt. Voor het gemak noem ik eerste manier van kijken de democratiebril en de tweede manier van kijken de draagvlakbril. (meer…)

4 maart 2017
0 reacties
, , , , , , , ,
 

De omgevingswet, de tijdgeest en de burger

Gisteravond mocht ik tijdens een diner georganiseerd door atelier ZZ, waarbij vooral ontwerpers aanwezig waren, iets vertellen over het belang van participatie bij de invoering van de omgevingswet. Daar sprak ik onderstaande tekst uit waarbij ik het niet kon laten om een link te leggen tussen de verkiezing van Donald Trump en de aanpak van de omgevingswet.  Zoals ik in de wereld van ontwerpers wel vaker merk viel dat bij sommigen goed en bij velen veroorzaakte het ongemak. Een aantal beelden over burgerparticipatie die volgens mij niet kloppen leven breed onder ontwerpers. Het beeld dat je ‘gewone’ mensen geen grote strategische vragen op hoger schaaalniveau kunt toevertrouwen, het idee dat burgers er vooral voor hun eigen beperkte belang zitten en ontwerpers en het bestuur daar bovenuit stijgen en het idee dat de expertise van ontwerpers niet meer aan bod komt als burgers zelf dingen oplossen. Mijn ervaring is juist dat burgerfora en burgeinitiatieven heel veel aankunnen, mensen samen spannende belangentegenstellingen aankunnen die de politiek niet aankan en burgers zelf op tijd experts inschakelen om iets te doen dat ze zelf niet aankunnen of overzien. En vooral dat er een interessante kruisbestuiving tussen vele soorten kennis ontstaat als je iedereen serieus neemt. Gelukkig waren er ook mensen die geprikkeld door het verhaal met voorbeelden kwamen over hoeveel dankbaarder het mobiliseren van onze collectieve kracht is ten opzichte van beperkte en reactieve participatie. Dat heeft me weer gesterkt in het idee dat dit echt de weg is om op te gaan bij invoering van de omgevingswet en het in de huidige tijdgeest ook meer dan urgent is. Hier mijn tekst.    (meer…)

8 december 2016
0 reacties
, , , , , , , ,
 

Scheiding expert- en bewonersproces als achilleshiel bij maatschappelijke gebiedsontwikkeling

Ik mocht me deze maand in Emmen bemoeien met de herontwikkeling van het terrein van de oude dierentuin. Ik heb ingebracht hoe je dat kunt aanpakken vanuit het principe van organische en maatschappelijke gebiedsontwikkeling. Dat viel redelijk op zijn plek omdat er al wordt ingezet op een geleidelijk ontwikkelproces gebruik makend van wat er al is en op het mobiliseren van lokale denkkracht en cultureel ondernemerschap. En er is geen pretentie om vooraf een ambitieus ontwikkelprogramma voor het gebied te maken. Mooi.
Waar mijn verhaal echter schuurde en tot mooie discussie leidde was mijn zorg over de scheiding tussen expertprocessen en de aanpak met bewoners en initiatiefnemers. Tamelijk klassiek wordt er gewerkt aan vergezichten, ruimtelijke concepten en kwaliteitskaders met ontwerpers en andere specialisten en worden er los daarvan oplopen met bewoners en initiatiefnemers georganiseerd. Waarom is dit in mijn ogen een probleem?

(meer…)

18 november 2016
2 reacties
, , , , , , ,
 

Nog 1 keer over koekoeksklokparticipatie

Vorige week mocht ik een zaal vol omgevingsmanagers van de overheid toespreken over het thema ‘kortsluiting organiseren’. Hoe bouw je smokkelpaden en bruggetjes tussen al die verkokerde werelden en hoe ga je om met de spanning die dat oproept? In een bijzin zei ik ook iets over een van mijn stokpaardjes, de plaag van koekoeksklokparticipatie. De overheid die te lang alles binnenskamers houdt en dan als een koekoeksvogel eventjes naar buiten komt om de burger te horen en dan gauw weer naar binnen. Dat begrip raakte wat en bleef de hele dag rondzingen.
Dat is ook niet gek, want we zien dagelijks het onvermogen van de overheid om een gelijkwaardige en volwassen relatie op te bouwen met de burgers, terwijl de druk toeneemt om het anders te doen. Zie bijvoorbeeld het recente advies van de commissie van den Donk over meervoudige democratie,  het zoveelste met deze boodschap.

Ik kom steeds vaker wanhopige ambtenaren tegen die zich klem voelen zitten tussen de dappere woorden van politici en deskundigen over burgerparticipatie (‘ga de burger maar vragen wat we moeten doen’, ‘en nu echt van buiten naar binnen werken’) en hun eigen niet zo florissante ervaringen met diezelfde burgers: ‘we zien alleen de usual suspects’, ‘het levert niet veel meer op dan we zelf al weten’, ‘ze kijken alleen naar hun eigen achtertuin’, ‘ze zijn onderling verdeeld’, ‘wat je ook doet, ze blijven ontevreden’ enzovoorts.
Een beetje doorvragen levert op dat die ervaringen een hoog ‘wat je er in stopt, krijg je er ook uit’ gehalte hebben. Mensen te laat en reactief betrekken, weinig inspanningen om buiten de usual suspect mensen te ontmoeten, niet weten hoe je inbreng van burgers echt honoreert, participatieprocessen en expertprocessen los van elkaar organiseren, burgers slecht informeren en ondersteunen, afstand houden (‘durven loslaten’) waar burgers een actieve overheid zoeken enzovoorts. Heel wat zaken gaan daar nog mis binnen die koekoeksklok.
Laat ik mijn beeld van hoe het ook kan daar eens tegenover zetten. Wie weet hebben de worstelende ambtenaren en politici daar baat bij. (meer…)

30 juni 2016
5 reacties
, , , , , ,
 

‘Goedendag, ik kom uw verwachtingen managen’

Ik kom het woord de laatste tijd opvallend vaak tegen in rapporten, adviezen en gesprekken: verwachtingsmanagement. En eerlijk gezegd krijg ik daar verschrikkelijke jeuk van.
Ergens is er iemand die vindt dat hij of zij de verwachtingen van anderen zou moeten managen. Meestal is die iemand een bestuurder, communicatie-adviseur, dienstverlener, projectleider of procesmanager werkend voor de overheid en is die ander de burger. Het is bij uitstek een paternalistisch en beheersmatig begrip: ik bepaal welke rol en welke boodschap jij aankan en in welke fase van mijn eigen werkwijze en voortgang jij in beeld zou moeten komen. Het is de wereld van mensen die stoeien met participatieladders: je moet mensen niet de suggestie geven dat ze mee kunnen beslissen terwijl ze alleen mee mogen denken. Het is ook een bestuursstijl die past bij de tweedehands autoverkoper: als ik hoog inzet kan ik je ergens tegemoet komen en jou de verwachting geven dat je wat gewonnen hebt terwijl ik precies krijg wat ik wil. Dat zie ik veel mensen binnen de overheid doen als ze verwachtingen gaan managen. Dit staat haaks op de idealen van de participatiesamenleving en doe-democratie. Maar dat is niet het enige treurige. (meer…)

3 maart 2016
0 reacties
, , , , , ,
 

de omgevingsvisie als verhaal van de stad

De komst van de Omgevingswet wordt in Nederland als een feestje gevierd. Straks zijn we eindelijk verlost van al die sectorale plannen, is er meer ruimte voor maatwerk en flexibiliteit en kunnen ‘we’ samen tot keuzes komen waarin we waarden en belangen tegen elkaar kunnen afwegen en uitruilen. De interessante vraag is dan wie die ‘we’ dan zijn: is dat de overheid, zijn dat de beleidsnetwerken waarin grote organisaties zaken met elkaar doen of zijn dat uiteindelijk toch de burgers?
De inzet op de participerende burgers is gelukkig op dit moment de wens in de meeste gemeenten. Er is wel een wezenlijk verschil tussen participatie als het ophalen van input uit de stad (‘dat nemen we mee’) en participatie met als inzet de regie op het omgevingsbeleid meer bij de burger te leggen.
Ik zie vier redenen om bij de invoering van de omgevingswet vol voor dat laatste te gaan, te beginnen met een omgevingsvisie als verhaal van de stad.

(meer…)

29 januari 2016
0 reacties
, , , , , ,
 

over het gunnen en het opeisen in het publieke domein

Afgelopen maandag mocht in twee bijeenkomsten leiden die niets maar ook weer alles met elkaar te maken hadden. Met het landelijke netwerk doe-democratie ging het over de vraag hoe je mensen verleidt in het publieke domein te participeren zonder in een discussie over afbraak van de verzorgingsstaat te belanden. Daarna was er een bijeenkomst over het invoeren van de ‘right to challenge’ in Utrecht. Dat gaat over het recht van de bewoners van de stad om de gemeente uit te dagen bij het uitvoeren van publieke taken. In die eerste bijeenkomst ging het vooral over de zachte kant van hoe we elkaar aanspreken en ons verbinden, in de tweede bijeenkomst de harde kant van het terugveroveren van de leefwereld op de systeemwereld. Het lijkt me nuttig om te bekijken wat er gebeurt als je de lessen uit beide werelden met elkaar in verband brengt.   (meer…)

5 december 2014
1 reacties
, , , , , ,