Participatie tussen democratisering en professionalisering

Ik begeef me als pleitbezorger van ‘samen stad maken’ in twee werelden die op het oog alles met elkaar te maken hebben maar in de praktijk meestal langs elkaar heen leven.  Dat is de wereld van lokale democratie waar het gaat over de kwaliteit en legitimiteit van bestuur en besluitvorming (‘zeggenschap’, ‘representatie’, ‘democratisch proces’ ) en de wereld van participatie in het ruimtelijke domein waar het vooral gaat om de legitimiteit en kwaliteit van beleids- en planvorming (‘draagvlak’, ‘initiatieven faciliteren’, ‘input ophalen’).
In die eerste wereld is de actieve participatie en zeggenschap van burgers een doel, in de tweede is het betrekken van ‘de omgeving’ of ‘de stakeholders’’ (verzamelbegrippen voor bewoners, bedrijven en belangengroepen)  een middel. In de eerste wereld gaat het om de zeggenschap van burgers over hun eigen leefomgeving en over hun overheid, in de tweede wereld gaat het om de rolverdeling tussen overheid en samenleving en het draagvlak voor het overheidsbeleid bij degenen die het rechtstreeks raakt. Voor het gemak noem ik eerste manier van kijken de democratiebril en de tweede manier van kijken de draagvlakbril.

Het is goed om door beide brillen te kijken wanneer er gesproken worden over het verbeteren van burger- of bewonersparticipatie. Wanneer je dat niet doet worden alle experimenteren met participatie al snel vluchtig of te instrumenteel.
Instrumenten als burgerjury’s en G1000 staan bijvoorbeeld meestal geheel los van experimenten met participatie in het kader van de omgevingswet.  Waar die twee manieren van kijken en werken meestal wel samenkomen is in de wijkaanpak. Daar zijn zeggenschapsvragen en de draagvlakverwering logischerwijze meer vervlochten. Met extra belangstelling las ik dan ook de conclusies van een onderzoek naar de wijkparticipatie in Utrecht waarin gepoogd werd antwoord te geven op de wens van de gemeenteraad om die te verbeteren.
Het verhaal lezend staan er de goede dingen in bezien door de draagvlakbril: vroegtijdiger betrokken burgers bij beleid en planvorming,(niet alleen dicht bij huis maar ook voor grote/bredere vraagstukken), meer aandacht voor doorwerking van die inbreng en de terugkoppeling erover, niet te rigide omgaan met kaders (die worden gaandeweg de dialoog wel scherper) , meer naar mensen toegaan, meer variëteit in vormen van participatie, als overheid en burger afwisselend het voortouw nemen enzovoorts. Een prettig pallet aan voorstellen die de de gemeente kan weghalen uit de cultuur van koekoeksklokparticipatie. Al met al zeer de moeite waard. Maar waar vinden we de democratiebril in deze?

De taal van werkvormen en verwachtingen managen
Door de democratiebril bekeken was vooral de wens van de gemeenteraad interessant om een nieuwe manier van ‘governance’ te ontwikkelen waarbij vooral de rol van wijkraden en de rolverdeling tussen wijkraden en gemeenteraad werd geproblematiseerd. Dit punt is naar voren geschoven door in overleg tussen gemeente, gemeenteraad en wijkraden pilots aan te wijzen waar met nieuwe manieren van participeren, sturen en samenwerken kan worden geëxperimenteerd. Maar ook daar blijft de vraag of die pilots (praktische dossiers over verkeer, parkbeheer, herinrichting straten, buurtvoorzieningen enzovoorts ) wel uitmonden in vragen over zeggenschap en democratie.  Want de toonzetting van het verhaal is niet het experimenteren met nieuwe vormen van zeggenschap  maar wel van het professionaliseren van participatie. Ik turfde in het stuk 24 maal het woord werkvorm(en) en 1 keer het woord zeggenschap. En dat laatste in de context dat geen valse verwachtingen moeten worden gewekt bij bewoners over de mate van zeggenschap. Bij klachten over het feit dat wel over inhoud maar niet over de besteding van geld mag worden meegesproken het antwoord is dat de gemeente geen valse verwachtingen over invloed moet wekken in plaats van de durf eens een stap verder te daarin te gaan. En daar waar bewoners zien dat elders in de stad  de invloed wel wordt opgerekt en ze dat bij henzelf ook willen is ook het antwoord dat je dit niet moet willen want iedereen situatie is anders. Nu ben ik inderdaad voor maatwerk maar ook voor precedentwerking: laat de wens om meer zeggenschap maar als een olievlek over de stad verspreid worden in plaats van dat in de dammen met dat defensieve concept van verwachtingsmanagement.

De taal van werkvormen, instrumenten en verwachtingsmanagement past bij het professionaliseren van participatie en daar spreekt niet de wens uit van het bouwen aan een nieuw democratisch klimaat in de stad.  Wat we moeten voorkomen is dat participatie vooral het jachtterrein wordt van ambtenaren, communicatieadviseurs en  procesbegeleiders die er hun nieuwe werkvormen kunnen uitproberen. Het is juist aan de politiek en bewoners om (hun eigen rol in) de lokale democratie te vernieuwen.

Mijn oproep aan de gemeenteraad en de wijkraden in Utrecht: maak de pilots niet tot een oefening in het professionaliseren van draagvlakverwerving maar tot een betekenisvolle stap in het vergroten van de zeggenschap van bewoners over de stad en de wijk. En daar hoeft de politiek overigens niet eens de pilots voor af te wachten. Partijen zijn al aan het nadenken over hun programma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Daar passen wel een paar pittige ambities in met het vergroten van de zeggenschap van bewoners over hun eigen stad en met het vernieuwen van de lokale democratie. Daar zijn we anno 2017 wel aan toe.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*