15 december 2016

Door Frans Soeterbroek

Reacties

0 reacties

Tags
, , ,

Zeg het voort

een gebiedsatelier, meer dan een nuttige plek

Vorige week behandelde de gemeenteraad van Utrecht de ruimtelijke strategie voor de stad. Een van de opmerkelijke moties die daar werden aangenomen was de opdracht om in de zogeheten prioritaire gebieden (zeg maar waar grote plannen met bouwen zijn)  gebiedsateliers in te richten. Dat lijkt misschien een klein procesding in de wereld van de grote opgaven, maar dat is het niet. In mijn ervaring krijg je wezenlijk andere gebiedsprocessen en andere keuzes als je in gebieden laagdrempelige gebiedsateliers inricht en die optimaal  gebruikt. De context waarin je mensen brengt is sterk bepalend voor wat ze bedenken, doen en hoe ze zich verbinden. Dus het maakt echt uit of je in gebieden en met de daar aanwezige mensen werkt of daarbuiten voor die gebieden en mensen plannen maakt.  Hoe doe je dat dan werken met zo’n gebiedsatelier? Een paar aanbevelingen voor mijn eigen stad en voor steden, dorpen en regio’s die zo’n aanpak ook overwegen.

Hier gebeurt het!
Een gebiedsatelier is een voor iedereen toegankelijke plek in het gebied waar dingen bedacht worden voor de gebiedsontwikkeling, waar de dialoog daarover plaatsvindt, en alle relevante informatie is te vinden. Het is ontwerpatelier, onderhandelingsarena,  informatiecentrum en huiskamer ineen. Het is dus geen bijkantoor van de gemeente waar een paar mensen een sleutel van hebben als het handig is om iets in het gebied te doen maar juist dé plek waar alle spannende dingen gebeuren. Alles wat de gemeente doet voor het gebied (ontwerpen, overleggen, onderzoeken) gebeurt hier, bewoners en initiatiefnemers kunnen zich hier melden met vragen en eigen ideeën en ook de ontwikkelaars melden zich hier en zijn hier aanspreekbaar.
Zelf heb ik twee jaar lang in het oude leegstaande station van Kampen dat ingericht was als gebiedsatelier gewerkt aan het gebied daaromheen met de afspraak dat ik nooit naar het stadskantoor kwam maar iedereen altijd naar deze plek. En met heldere afspraken over het sluiten van de achterkamertjes zodat er geen schaduwprocessen plaatsvinden. Dit verhaal schreef ik over dat proces.

De neutrale gebiedskamer
Belangrijk is dat je iedereen die belang voelt bij de gebiedsontwikkeling het gevoel geeft dat het ook hun plek is. Dat stelt eisen aan het beheer van de plek. Het mooiste is dat  professionals, ontwikkelaars en burgerinitiatieven het atelier zien als hun eigen plek, de plek om anderen te leren kennen en met hen iets  te gaan ontwikkelen.
Als fysieke plek kun je denken aan een ruimte schaftkeet, een oud schoolgebouw, een leegstaand winkelpand of een veel bezocht publiek gebouw (wijkbureau, bibliotheek, buurthuis etc).  Criterium is vooral dat het goed zichtbaar in het gebied zelf is, laagdrempelig is en het een prettige verblijfs- en werkruimte is. Voor een sfeer van gedeeld eigenaarschap en laagdrempeligheid kan het soms beter zijn voor de gemeente om het juist buiten de eigen gebouwen te doen. Zo is het stadslab voor het stationsgebied in Utrecht op de 2e verdieping van het stadskantoor gevestigd. Het is niet zichtbaar van buiten en daar kun je alleen op afspraak terecht.  Een vrij hoge drempel voor veel mensen. Een informele plek als het burgerinitiatief Paviljoen Pop (zie de foto hiernaast) een paar honderd meter verderop zou zich daar wellicht beter voor lenen.
Het is in dit verband nuttig om ook even kritisch naar de naamgeving te kijken. Ik heb gemerkt dat de naam ‘atelier’ bij veel mensen associaties oproept met een plek voor ontwerpers of kunstenaars. In zwang zijnde begrippen als huiskamer en buurtkamer hebben weer een geheel andere meer vrijblijvende associatie . Misschien is het begrip gebiedskamer wel een woord dat kan helpen om het gewenste beeld neer te zetten. Kies vooral een naam die een relatie laat zien met het gebied en de mensen waar het om gaat.

Tijdigheid en Transparantie
De toegevoegde waarde van het atelier staat of valt bij het principe dat het er is vanaf een zo vroeg mogelijk stadium. Hoe later in beleids- en planningsprocessen je het doet hoe meer het een informatie- en verkoopkantoortje wordt voor de reeds gemaakte plannen. En dat is uiteraard niet de bedoeling. Zo’n atelier inrichten is een van de eerste dingen die je doet.
Andere cruciale voorwaarde is de transparantie. Geen achterkamertjes en parallelle processen die het idee geven dat het atelier een zoethoudertjes is. En natuurlijk is het ook de plek waar alle relevante informatie voor de gebiedsontwikkeling kan worden gevonden en specialisten van gemeenten en ontwikkelende partijen aanspreekbaar zijn op kennis die niet (helder) in stukken en tekeningen terug te vinden is.  Er dient ook iemand van de gemeente te zijn die in staat is om relevante informatie te ontsluiten voor eenieder die dat wil. Het dwingt de overheid scherp te zijn op het risico dat gebiedsprocessen te complex en technocratisch worden gemaakt en alleen maar voor een incrowd zijn te begrijpen.

Betrokkenheid door de schalen heen organiseren
Ik merk dat veel mensen bij een gebiedsatelier het idee hebben dat die vooral bedoeld is voor de planners en de omwonenden. Dat is echt te beperkt. Het is juist de kunst om ook ontmoeting, dialoog en confrontatie te organiseren tussen mensen met andere vormen van betrokkenheid dus bijvoorbeeld (mogelijk) toekomstige bewoners, initiatiefnemers, mensen die meer stedelijk en regionaal denken, gezondheids- en mobiliteitsspecialisten, mensen uit omliggende wijken, mensen die er dagelijks doorheen komen, mensen die er werken enz. Het is in die zin ook een fijne plek om op een niet-institutionele manier integraliteit te laten ontstaan. Mensen uit verschillende werelden komen hier spontaan en op uitnodiging samen en dat is zeker ook voor de verkokerde overheid geen overbodige luxe. Met deze ruime blik op betrokkenheid en ontmoeting kun je een rijk proces organiseren en voorkom je dat de atelierformule ontaard in een ongemakkelijke rituele dans van de stedelijke planners met argwanende omwonenden.

Het atelier als plek voor gedeelde betekenisgeving
Een gebiedsproces is niet alleen een hulpmiddel voor de fysieke inrichting maar is ook een proces van betekenisgeving. Wat betekent het gebied voor mensen, welke geschiedenis maken we zichtbaar en welke ambities op verschillende schaalniveaus komen hier samen? Met zo’n atelier zit je in de geleefde stad in plaats van de bedachte stad. Het is een ideale plek om die betekenissen op te halen, te verbinden en er weer nieuwe van te maken. De mensen die zich spontaan melden en die je uitnodigt brengen bijzondere verhalen over de betekenis van het gebied mee en dat legt een mooie basis onder het benoemen van de centrale waarden voor de gebiedsontwikkeling. Dar kun je een spannend verhaal omheen  maken dat ook mag schuren. Wel zo nuttig als tegengif voor de vaak te gladde verhalen over gebiedspotenties die losgezongen zijn van wat het gebied voor mensen betekent.

Vindplaats van het toeval en motor voor initiatief
Als je in het gebied zit zie je hoe het wordt gebruikt en wat zich dagelijks afspeelt. Er gebeuren dingen die je niet kunt voorspellen maar waar je wel wat mee kunt en moet doen.  Mensen die een kaal gebied al maken tot hun ontmoetings- of speelplek, parkeerterrein of illegale woonruimte. Je ziet dingen die heel goed uitkomen in de ontwikkelambities en ook dingen die werken als reality-check. Als je in een gebied zit dat op tekentafels bedacht is voor starters- en studentenwoningen moet er wel iets gaan knagen als er zich steeds jonge gezinnen melden en mensen die woon-werkcombinaties zoeken. En zeker als die mensen dan ook nog zelf willen gaan bouwen. Dan wordt het tijd je aannames en het proces aan te passen.
En zo’n atelier helpt het toeval ook een handje, mensen worden aan het denken gezet als ze er bij toeval binnenlopen en merken dat er een ander proces plaatsvindt dan ze gewend zijn. In Kampen meldden zich vijf bewoners met een eigen ontwerp voor het gebied die we weer de kans boden dat aan hun medeburgers te presenteren en daar steun voor te zoeken. En er liepen mensen bij toeval binnen die op het idee kwamen zelf wel een deel van het stationsgebouw te willen exploiteren. Die konden we met anderen die ook zoiets wilden in contact brengen. Feitelijk werkt zo’n atelier ook als motor voor het mobiliseren en koppelen van initiatieven. Zeer nuttig en belangrijk.

Een wezenlijk andere manier van stad maken
Kortom, er zit meer vast aan de formule van een gebiedsatelier dan een praktisch hulpmiddel bij een gebiedsaanpak. Het levert een ander proces en andere gedrag op als je dit op een geloofwaardige manier doet. Besef wel dat het zich slecht verdraagt met een cultuur van een centraal geplande en geprogrammeerde stad. Je moet bereid zijn om dingen te laten ontstaan en (zoals ik het vaak noem) de ontwikkelketen om te draaien. En dat gaan we natuurlijk in Utrecht doen. In de genoemde raadsmotie wordt ook verwezen naar eerdere raadsmoties over ‘samen stad maken’ waarin de basis daarvoor wordt gelegd. Dus zo’n atelier staat niet bepaald op zichzelf, dat helpt enorm. Nu de praktijk nog! Daar gaat het netwerk van Utrechtse Ruimtemakers waar ik deel van uitmaak een bijdrage aan leveren. Maar daarover een volgende keer meer.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*