Nog 1 keer over koekoeksklokparticipatie

Vorige week mocht ik een zaal vol omgevingsmanagers van de overheid toespreken over het thema ‘kortsluiting organiseren’. Hoe bouw je smokkelpaden en bruggetjes tussen al die verkokerde werelden en hoe ga je om met de spanning die dat oproept? In een bijzin zei ik ook iets over een van mijn stokpaardjes, de plaag van koekoeksklokparticipatie. De overheid die te lang alles binnenskamers houdt en dan als een koekoeksvogel eventjes naar buiten komt om de burger te horen en dan gauw weer naar binnen. Dat begrip raakte wat en bleef de hele dag rondzingen.
Dat is ook niet gek, want we zien dagelijks het onvermogen van de overheid om een gelijkwaardige en volwassen relatie op te bouwen met de burgers, terwijl de druk toeneemt om het anders te doen. Zie bijvoorbeeld het recente advies van de commissie van den Donk over meervoudige democratie,  het zoveelste met deze boodschap.

Ik kom steeds vaker wanhopige ambtenaren tegen die zich klem voelen zitten tussen de dappere woorden van politici en deskundigen over burgerparticipatie (‘ga de burger maar vragen wat we moeten doen’, ‘en nu echt van buiten naar binnen werken’) en hun eigen niet zo florissante ervaringen met diezelfde burgers: ‘we zien alleen de usual suspects’, ‘het levert niet veel meer op dan we zelf al weten’, ‘ze kijken alleen naar hun eigen achtertuin’, ‘ze zijn onderling verdeeld’, ‘wat je ook doet, ze blijven ontevreden’ enzovoorts.
Een beetje doorvragen levert op dat die ervaringen een hoog ‘wat je er in stopt, krijg je er ook uit’ gehalte hebben. Mensen te laat en reactief betrekken, weinig inspanningen om buiten de usual suspect mensen te ontmoeten, niet weten hoe je inbreng van burgers echt honoreert, participatieprocessen en expertprocessen los van elkaar organiseren, burgers slecht informeren en ondersteunen, afstand houden (‘durven loslaten’) waar burgers een actieve overheid zoeken enzovoorts. Heel wat zaken gaan daar nog mis binnen die koekoeksklok.
Laat ik mijn beeld van hoe het ook kan daar eens tegenover zetten. Wie weet hebben de worstelende ambtenaren en politici daar baat bij.

Burgerkracht ipv burger als klankbordgroep of probleemgroep
Plaats burgerparticipatie in het kader van grotere verhalen over het uitbouwen van sociaal kapitaal, buurt- en wijkeconomie en nieuwe vormen van burgerschap en democratie. Participatie is geen instrument voor beleid maar een manier om de sociale veerkracht en het burgerschap in de stad te vergroten. Spreek burgers eens wat vaker aan op hun kracht, interesses en netwerk in plaats van ze te behandelen als problematische doelgroep. Bespreek gewoon met burgers wat het je waard is dat ze zelf meer voor elkaar, voor de stad en de buurt gaan zorgen. En laat hen dan zeggen wat ze daarvoor nodig hebben

De overheid als leverancier van halfproducten
Organiseer participatie zo vroeg mogelijk in processen, vooral als je nog zoekende bent. En ga dan niet net doen alsof alles open is. Laat zien wat je al uitgezocht en bedacht hebt en presenteer het als halfproduct onder het motto: ’we hebben elkaar nodig om hier wat volwaardigs van te maken’. En niet dat bange van ‘het heeft pas zin om naar buiten te gaan als zaken wat concreter worden’. Dan heb je al zoveel afslagen gemist.

De burger als specialist die op meerdere schaalniveaus mee kan denken
Erken en gebruik de rol van burgers als specialist van hun eigen omgeving. Zij hebben waardevolle ideeën en kennis die ambtenaren en politici missen en zijn goed in staat overheidsplannen in een bredere context te plaatsen en over grote vragen en buurtoverstijgende plannen mee te denken en die mee te sturen. Besteed ook eens wat minder geld aan advies- onderzoeks- en communicatiebureaus en laat bewoners meedenken over hoe je dat geld effectief besteedt (bespaart minstens de helft van de kosten kan ik verzekeren).

Gelijkwaardige dialoog
Stop met het paternalisme van participatieladders (‘u mag hierbij alleen meedenken en niet co-produceren’). Ruimhartigheid, gelijkwaardigheid en variatie in vormen van participatie zijn de norm. Laat het aan de gemeenteraad over om met burgers de dialoog aan te gaan over waar de raad eigen kaders en afwegingen overeind wil houden. Gelijkwaardigheid betekent dat burgers hun eigen kaders meebrengen en de overheid niet eenzijdig het speelveld bepaalt.

Nabijheid en een duurzame band
Investeer in relaties met bewoners/buurten en kom niet alleen langs voor problemen of nieuwe  plannen. Zorg dat je veel op straat en in de buurt te vinden bent en zorg voor continuïteit in die contacten (geen carrousel van ambtenaren).  Dan bouw je een band op en vind je ook andere mensen dan de usual suspects. Als je deze aansluiting vindt kun je ook beter meebewegen met alles wat al in de stad gebeurt en handel je minder top down en meer organisch.

Samen de kring vergroten
Vraag die usual suspects eens of ze er ook last van hebben dat er altijd dezelfde mensen opduiken. En ga samen strategieën bedenken om de kring te vergroten. Zo bouw je gestaag aan een brede groep van ambassadeurs voor de publieke zaak. Leg je dilemma’s over kwaliteit en representativiteit van de inbreng van burgers en over je eigen rol en regels gewoon aan hen voor. Zo maak je ze eigenaar van het vinden van een antwoord daarop.

Werelden kortsluiten en het mag schuren
Sluit participatieprocessen kort met samenwerking met experts, markt en instituties. Het wordt pas interessant als je die werelden met elkaar in gesprek brengt en niet overal als gemeente tussen zit. Dan gaan ze elkaar versterken en komt potentiele conflictstof op het goede moment en de goede plek aan bod. Verstop controverses niet onder brave beleids- en procestaal. Het wordt pas interessant als je met burgers praat over wat er schuurt en wringt en het niet probeert weg te poetsen.

Rijk proces met ruimte voor tegenspraak
Vergeet het idee dat je iedereen kunt bereiken en alle weerstand kunt neutraliseren. Organiseer een diversiteit aan participatie die vertrouwen geeft dat de samenleving hier echt aan bod komt en geen geluiden buiten worden gesloten. Accepteer de rol van burgers als kritische tegenkracht. Dat is een kwestie van democratische controle (omstreden plannen van de overheid verdienen tegenspel) en inclusiviteit (alle geluiden doen er toe). Niets is treuriger dan een overheid die alleen om wenst te gaan met burgers die altijd positief blijven en critici veroordeelt tot een gang naar de pers en de rechter.

Uitnodigend en honorerend communiceren
Stel actieve vragen aan burgers (‘waar loopt u warm voor?’, ‘hoe zou u dat aanpakken?’) zodat ze plannen van de overheid verrijken en uitgedaagd worden waar mogelijk zelf het voortouw te nemen. En zorg dat je die inbreng zichtbaar terug laat komen in het vervolg van beleids- en planprocessen, dan blijft ‘dat nemen we mee’ geen vrijblijvend gebaar. Pas je ambities, taal en aanpak aan op die inbreng. En natuurlijk: zeg het ook eerlijk als je moeite hebt met die inbreng als basis voor een vervolggesprek.

Het gaat om de kwaliteit van de dialoog en de kracht van de stad
Wat deze punten gemeen hebben is dat ze helemaal niet gaan over de rolverdeling tussen overheid en burger maar juist over de kwaliteit van de relatie: nabijheid, gelijkwaardigheid, inclusiviteit, open dialoog, inbreng honoreren en de spanning durven opzoeken.
Dat is waar het om draait. Het gaat daarbij zowel om grote thema’s als de sociale veerkracht van de stad en de vernieuwing van de democratie als om hele praktische zaken als timing van dialoog, wie je met elkaar aan tafel zet, het buiten aanwezig zijn, het taalgebruik en de continuïteit in de relatie. En je hoeft heus niet keurig het hele lijstje af te werken. Zie het als knoppen waar je vanuit de overheid aan kunt draaien. Zo bouw je een andere participatiecultuur die veel moois teweeg kan brengen en er voor zorgt dat de koekoeksklok eindelijk de deur uit gaat.


Reacties

  • ReindeR Rustema schrijft op 3 juli 2016

    Als ik denk aan de initiatieven in mijn gemeente waar ik graag aan mee zou willen helpen als burger dan loop ik keihard aan tegen wetten die het onmogelijk maken. Nationale wetten bijvoorbeeld. Dus op welke terreinen is het wel mogelijk?

    • Frans Soeterbroek schrijft op 5 juli 2016

      Dag Reinder,
      Dat is interessant, Ik ken juist veel initiatieven die helemaal niet tegen rijksregels oplopen maar vooral tegen de lokale interpretatie van regels. Maar meestal zit er voldoende rek en ruimte in regels om dingen voor elkaar te krijgen als iedereen dat echt wil. Maar blijkbaar heb je andere ervaring.
      dan nog gelden de meeste van bovenstaande punten.

  • Jan Korff de Gidts schrijft op 9 juli 2016

    Frans,

    Herkenbaar verhaal schets je:
    je oproepen geven een creatieve invulling aan wat “de overheid” anders zou kunnen doen.

    Mogelijk heb je al in het zicht hoe je oproepen (9x) verder kunt concretiseren voor bestuurders, ambtenaren van een overheidsorganisatie en de daarbij behorende gekozen organen?

    De vage taal uit het van den Donk-rapport (“naar meervoudige democratie) zou ik dan terzijde schuiven (de link naar zijn rapport vind ik echt te veel eer)

    Dan is Kim Putters (directeur SCP) in de NRC vandaag (9 juli 16) “Naar een Sociaal Contract” veel concreter, door bijvoorbeeld te komen met de suggestie voor een agenderingsrecht van de samenleving of een maatschappelijk rapporteurschap ten aanzien van democratische opgaven die spelen. Ik vermoed richting bijvoorbeeld een gemeenteraad of Tweede Kamer.

    Wat zijn jouw ervaringen in jouw workshops met raadsleden? Worden het dan andere oproepen?

    Ik praat gaarne met je door over de innovatieve rol die een gemeenteraad, bijvoorbeeld die in Utrecht, hierin zou kunnen spelen.

    Jan

    • Frans Soeterbroek schrijft op 11 juli 2016

      Dag Jan,

      dank voor je reactie.
      eens met je analyse, Mijn ervaring met gemeenteraden zijn wisselend. Beeld van koekoeksklokparticipatie spreekt tot de verbeelding en besef dat je het daar niet mee redt is er. Maar veel raden vinden het lastig om boven het niveau uit te stijgen van in algemeen termen bestuur en organisatie opdragen ‘de burger beter te betrekken’ en ‘van buiten naar binnen te werken’ of ‘initiatieven te faciliteiten’. Raad Utrecht doet op dit moment wel aardig wat om hierin stap verder te gaan onder de noemer ‘samen stad maken’. Deze recente raadsmotie waar we vanuit de Utrechtse Ruimtemakers de raad nog in hebben gevoed getuigt daarvan: http://ibabsonline.eu/LijstDetails.aspx?site=Utrecht&ListId=b7a0b884-f31f-4487-84d7-f304e826f58d&ReportId=ea859acf-265e-47be-a484-d89b0ef5718c&EntryId=1a3d4747-0c04-49c7-930e-655dd10d4291&searchtext=. Daar praat ik graag eens over door met je na mijn vakantie die er aan komt.

  • Felix Luitwieler schrijft op 12 juli 2016

    Beste Frans,
    Een degelijke notitie, waaruit blijkt dat je veel ervaring hebt met dit soort processen. Het staat allemaal weer eens helder op een rij.
    Sinds 1 juli jl ben ik lid van de Samenspraakgroep (SSG) in Zoetermeer, ingesteld door de Raad om te adviseren over samenspraakprocessen in het algemeen en de lopende in het bijzonder. De groep bestaat uit zeven burgers, die allen ervaring hebben met dergelijke processen in Zoetermeer. Ik denk dat ik je blog goed kan gebruiken bij de advisering al was het alleen maar als een checklist.
    Jij en ik (vanuit mijn ervaring bij VROM) weten echter dat dit soort lijsten nuttig zijn voor diegenen, die ‘het al in zich hebben’, maar voor ambtenaren en politici en burgers is het nodig dat ze voortdurend gewezen wordt en ‘voorgedaan’ en ‘meegenomen’ door de eerstgenoemden.
    Ik heb als actieve burger (pensionado) deelgenomen aan twee processen in Zoetermeer, waar de intenties van de gemeente goed waren, maar toch regelmatig men in de fout ging. Slechts omdat ee enkele deelnemers waren (waaronderik) die weten hoe de hazen lopen in een gemeentelijk apparaat zijn we eruit gekomen.
    Nu mag ik de Raad (en B&W en ambtenaren en samenspraakgroepen) adviseren. Weet jij of er in andere gemeenten ook dergelijke adviesgroepen zijn. Valt er iets van elkaar te leren?
    Groet,
    Felix Luitwieler


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*