een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap

De gemeente Utrecht kwam vorige week met het bericht naar buiten dat ze een groot pand op een van de beste plekken in de stad (het zogeheten “Staffhorstpand’) ter beschikking stelt aan een aantal commerciële bedrijven om er een landelijke hotspot voor sociaal ondernemen te vestigen, de BV ‘social impact factory’. De gemeente gaat het gebouw opknappen en geeft ook nog eens 350.000 euro mee als ‘eenmalige opstartsubsidie’. Vorig jaar had de gemeente al een eenmalige opstartsubsidie verstrekt aan de stichting social impact factory dat in dit nieuwe initiatief opgaat.

Die subsidiebereidheid heeft te maken met het feit dat het gemeentebestuur Utrecht wil profileren als DE stad op het gebied van sociaal ondernemen en (ik citeer de commissiebrief hierover) “door het netwerk en ecosysteem van sociaal ondernemers te versterken en te vergroten worden er meer banen, bedrijvigheid, projecten, stages, leerwerkplekken en dagbestedings- plekken gerealiseerd, in het bijzonder voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ook verwacht de gemeente dat er met de sociaal ondernemers meer kennis wordt ontwikkeld en uitgewisseld over sociaal ondernemerschap, schaalbaarheid en vergroten van maatschappelijke impact.”

Het leidde op sociale media tot enthousiasme voor dit initiatief maar ook tot  verontwaardigde reacties over zoveel publiek geld steken in iets dat schijnbaar niet in gewone mensentaal uit te leggen valt. En vooral tot kritiek op de voorkeursbehandeling van commerciële bedrijven ten opzichte van sociale ondernemers die zonder deze subsidies op veel minder aantrekkelijke plekken in de stad iets vergelijkbaars doen. Denk aan initiatieven als Vechtclub XL, het Hof van Cartesius, de Metaalkathedraal, de Alchemist, de Pionier en talloze initiatieven in buurten. Het risico is ook nog eens dat dit gesubsidieerde initiatief gaat parasiteren op deze initiatieven omdat ze sociaal ondernemers naar dit bijzondere pand gaan halen.

Ik ben er ook kritisch op omdat ik naast de terechte vragen over voorkeursbehandeling en het parasiteren op andere initiatieven er niet geloof dat dit de goede manier is om aan ‘een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap‘ te bouwen. Tijd om ons eens te verdiepen in de basisvragen: wat is sociaal ondernemerschap, wat is een ecosysteem en hoe ontwikkel je dat?

Sociaal ondernemerschap als containerbegrip

Een beetje googelen leert me dat sociaal ondernemerschap een verzamellabel is voor vier verschillende groepen:

  • Zelfstandigen en collectieven die willen werken aan sociale/maatschappelijke vraagstukken in buurt en stad en waarbij hun inkomen in de regel zeer bescheiden is. Ze voelen zich vaak meer onderdeel van een maatschappelijke beweging of van een buurtgemeenschap dan onderdeel van een netwerk van ondernemers. Ik noem dit zelf publiek ondernemerschap omdat hier de werelden van overheid, burger en markt worden kortgesloten en lekker door elkaar gaan lopen.
  • Bedrijven die in een opdrachtrelatie met de overheid nieuwe systemen bedenken en uitvoeren om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te krijgen Denk aan de ‘social impact bonds’, werk met behoud van uitkering en het regelen van ‘social return‘ bij aanbesteden;
  • Bedrijven die zich laten voorstaan op het maatschappelijke verantwoordelijkheid zoals duurzaamheid, verantwoord beleggen, kansen bieden aan mensen ‘met een vlekje’ en vrijwilligerswerk. Vroeger werd dit aangeduid als maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO);
  • Bedrijven die bovenstaande drie groepen willen helpen en met elkaar verbinden (‘connectors’) en zich vaak nog geroepen voelen om de wereld van sociaal ondernemers te laten groeien (‘opschalen’).

De quizvraag is : voor welke van deze groepen is dit pand en het bijbehorende concept van social impact factory nu bedoeld? De initiatiefnemers zitten denk ik in de laatste drie groepen en ze willen graag die eerste groep daarop aansluiten zo lijkt het. Want het idee is: dat zal elkaar versterken.
Daarmee komen we op het concept van een ecosysteem. Simpel gezegd is dat een fijne omgeving voor mensen en organisaties die elkaar iets te bieden hebben waarbij de sfeer en onderlinge wisselwerking (‘kruisbestuiving’) iets bijzonders teweeg brengt (‘synergie’) en het netwerk zonder veel moeite of sturing laat groeien. In ons geval is de vooronderstelling: zet alle soorten sociaal ondernemers en mensen die daar verstand van hebben bij elkaar en er groeit wat moois. Ik heb nog nooit enig bewijs voor dit idee gezien en ik geloof er ook niet in als je dat op deze manier doet. Ik zie vooral een gesubsidieerd bedrijfsverzamelgebouw annex vergaderoord annex ontmoetingsplek met horeca op een toplocatie.

Waar heb ik wel vertrouwen in? Nauw aansluiten op wat er is, de buurt zien als ecosysteem en de overheid die meedoet in plaats van faciliteert.  ik werk dat uit.

1- Gebruik de ecosystemen die er al zijn
Wat de aanpak met deze social impact factory kenmerkt is dat er een infrastructuur voor sociaal ondernemers wordt gebouwd in plaats van een infrastructuur met hen. En er wordt een nieuw ecosysteem gebouwd in plaats van aan te sluiten op de reeds bestaande en in ontwikkeling zijnde. Een ecosysteem groeit organisch maar de impact factory is een van bovenaf bedacht concept wat het gevaar heeft een schaduwsysteem te worden. Een ecosysteem voor het bevorderen en promoten van sociaal ondernemerschap in plaats van een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap. Met heel veel mensen en bedrijven die zich er op toeleggen om de droom van anderen te helpen verwezenlijken en daar een heel circus voor optuigen met bootcamps, incubators, challanges , powerboosts en inspirationdays (ja, hier is de voertaal Engels) waar ze al die leuke initiatiefnemers in de stad naartoe willen lokken.

En wat hebben ze hen dan te bieden? Ontmoeting en inspiratie onder gelijkgestemden en vaardigheden ontwikkelen om in dit innovatiecircus te kunnen optreden: hoe hou ik een prikkelende pitch, hoe maak ik een onderscheidende website, hoe kom ik bij de fondsen binnen, hoe deel ik mijn passie, hoe vertaal ik mijn sociale meerwaarde in modellen en businessplannen enzovoorts.

Door niet over de hoofden van-, maar met sociale ondernemers te werken breng je dit alles (inclusief de wens om op te schalen en onderscheidend te zijn) tot normale proporties terug. Innovatieve ecosystemen zijn gewoon knutselwerkplaatsen en fijne netwerken maar geen circussen, hotspots of wedstrijden.

2- De buurt is het ecosysteem voor sociaal ondernemerschap
De grote klacht die je altijd hoort over al die goed opgeleide types die sociale projecten doen is dat het toch weer een soort elite is die zich niet verbindt met de mensen waar ze het voor doen. In iedere bijeenkomst waar deze mensen zich verzamelen is er wel iemand die roept: ‘maar de mensen waar we het hier over hebben zijn hier zelf niet’.

Ik ben daar zelf wat optimistischer over omdat ik veel sociale/publieke ondernemers ken die zich wel verbinden en hun basis ook in buurten en wijken hebben. Zij zijn ook in staat om buurtbewoners op hun capaciteiten aan te spreken en als bondgenoot te zien en niet als probleemgeval. Des te treuriger om hen te verlokken om samen te kruipen in een groot prestigieus pand in plaats van hen te helpen om zich beter in de buurten te verankeren waar hun sociale gezicht thuishoort. Zelfs voor mensen die sociaal ondernemerschap tonen op hele anders schaalniveaus dan een buurt is het buitengewoon heilzaam om hun thuisbasis daar te hebben en niet in een veilig ecosysteem van professionals. De kunst is samen te bouwen aan een stevige buurt- en wijkeconomie en aan het sociaal kapitaal en dat is toch echt wat anders dan een commercieel dienstverleningssysteem van sociaal ondernemers voor de mensen met minder kansen. Sociaal ondernemers die samenwerken met buurtbewoners in buurtcoöperaties zijn daar een mooi voorbeeld van. Een ander mooi voorbeeld vind ik wat er in de wijk Voorstad Oost in Deventer gebeurt. Daar werken sociaal ondernemers, de gemeente en buurtbewoners samen aan zo’n nieuw ecosysteem. Hier een link naar het verhaal dat ik daarover schreef.

3- De overheid zit zelf in het ecosysteem
Het model van de BV social impact factory is een voorbeeld van de neo-liberale overheid naar Angelsaksisch model.  De stad moet concurreren met andere steden om bedrijven en initiatieven naar zich toe te trekken en leunt daarbij zwaar op de markt. Daarin kan de overheid zich terugtrekken in een faciliterende en aanbestedende rol en in citymarketing.

Kan dat ook anders? Ja, het bovenstaande voorbeeld van Deventer laat zien dat daar waar de overheid actief meeknutselt aan de systemen waarin sociaal ondernemerschap floreert en zich ook met betrokkenen verbindt er iets bijzonders ontstaat. Dat gaat onder meer om ruimhartig omgaan met grond en vastgoed, ritsel- en regelruimte organiseren, de gefragmenteerde systemen rond sociaal ondernemerschap kortsluiten en financiële regelingen maken die aansluiten op het feit dat sociaal/publiek ondernemers zich niet laten vangen in een strakke driedeling van overheid, burger of markt. Denk bij dat laatste aan maatschappelijk aanbesteden, zelfbeheer en substantiële buurtbudgetten.

In plaats van op de markt te leunen zou de overheid er trots op moeten zijn zelf deel uit te maken van het ecosysteem van de publieke zaak waar het sociaal/publiek ondernemerschap onderdeel van uitmaakt. In termen van gebouwen: het stadskantoor en de wijkcentra horen wat mij betreft gewoon tot het ecosysteem van sociaal ondernemerschap, daar hoef je geen prestigieus pand voor tot hotspot te bombarderen.

Al met al draait het in een ecosysteem voor sociaal ondernemerschap om organisch groeien en nabijheid: rechtstreeks werken met de mensen die het al zijn en al op verschillende plekken ecosystemen bouwen, dicht op de huid van-, en samen met ‘de doelgroepen’ in buurten evenals een benaderbare en actieve overheid. Alles onder 1 dak en vlag brengen dat in een ruimte definitie van sociaal ondernemerschap past is een heel andere vorm van nabijheid organiseren die daarmee op gespannen voet staat. Namelijk een professionele en commercieel ingestelde community bouwen rond een maatschappelijke opgave. Ik hou mijn twijfels of je dit wel een gezonde bijdrage aan het ecosysteem kan noemen.


Reacties

  • Nathan schrijft op 9 juni 2016

    Eens met de kritiek want geheel tegen aantoonare succesfactoren van sociaal ondernemerschap in, een degelijk fonds zou hier niet aan meewerken maar de gemeente blijkbaar wel…..

    • Frans Soeterbroek schrijft op 12 juni 2016

      Eens Nathan, ja ben eigenlijk wel benieuwd of fondsen hier ver weg van blijven. weet je daar meer over?

  • Dirk schrijft op 10 juni 2016

    Sociaal ondernemen begint met een droom om iets anders te willen, waarbij geld verdienen niet op de eetste laats staat. Eerder is de wereld verbeteren doel (veelal na irritatie/verontwaardiging over hoe zaken op dit moment gaan). Leestip: Een leuk en toegankelijk boek doorspect van voorbeelden over wat sociale ondernemingen zijn en welke typen er te onderscheiden (zouden) zijn, is het boek Verbeter de wereld, begin een bedrijf; hoe social enterprises winst voor iedereen creëren van W. Verloop en M. Hillen (2013).

    • Frans Soeterbroek schrijft op 12 juni 2016

      eens met het idee dat sociaal ondernemen in essentie gaat om drijfveren vanuit een maatschappelijk doel. Dank voor de boekentip Dirk. Ken het boek al en ga er nog eens induiken.

  • Ronald van den Hoff schrijft op 11 juni 2016

    Interessant artikel, echter wellicht wat kort door de bocht. Dat ik daar zo in sta zal de lezer niet verbazen want ik ben een van de initiatiefnemers van dit project. Waarom kort door de bocht? Dat heeft te maken met het benoemen van initiatieven die het zonder subsidie moeten doen, als de Alchemist etc. waarbij men er maar gemakshalve aan voorbijgaat dat die bijna gratis huisvesting hebben gekregen… Of dat er een cohesie zou moeten zijn met de buurt en mijn vraag is dan wederkerig: wie zegt dat dat niet gaat gebeuren? Ook de opmerking ‘maak gebruik van bestaande ecosystemen’ is zelfs overbodig en onterecht: juist doordat Seats2meet meedoet wordt er gebruik gemaakt van het grootste ZP netwerk-ecosysteem van de stad Utrecht (zelfs van Nederland), waarmee een vliegende start gegarandeerd wordt. Seats2meet deelt bijna 100.000 co-werkplekken per jaar aan tegen sociaal kapitaal (in oude termen ‘gratis’) en zoekt daarmee een nieuwe balans tussen sociaal en monetair kapitaal, zodat er een nieuwe manier van economische waardecreatie gerealiseerd kan worden, waarmee op termijn iedere sociaal initiatief gestart kan worden zonder dat er überhaupt enige vorm van subsidie nodig is. Deze filosofie staat overigens beschreven in mijn boek Society30, dus dat is geen geheim.
    Ik (en dat is even een opmerking a-titre-personel) ben tegen de sturende rol van de overheid zoals deze zich momenteel (vooral landelijk) manifesteert en feitelijk visieloos bezig is waarmee er meer kapot wordt gemaakt dan gecreëerd wordt en dat die overheid een veel betere rol zou kunnen spelen. Maar ik realiseer me ook dat de gevestigde orde, onze bestuurlijk en politieke elite, niet zomaar verdwenen is en dat we door middel van een samenwerking op een nieuwspeelveld een nieuwe balans zullen moeten vinden voor sociaal maatschappelijke verantwoordde economische waarde creatie, met alle partijen, zowel de oude als de nieuwe.

    Over Seats2meet.com kan ik verder heel kort zijn. Wij zijn een geaccrediteerde B-corp en onze werkwijze genereert al jaren lang meer nieuwe bedrijvigheid, banen, sociale netwerken en betere professionals dan welke instantie dan ook. Dit roep ik niet zomaar, dat is officieel vastgesteld door wetenschappelijk onderzoek van de Erasmus Universiteit. Ook onze partners in het project hangen dezelfde filosofie aan en laten dat dagelijks in hun bedrijfsvoering gewoon zien: wij willen er gewoon echt een betere wereld van maken en laten zien dat er op duurzame wijze degelijke projecten kunnen worden neergezet.

    Maakt ons dat sociale ondernemers? Dat weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik de grootste tegenstander ben van, zoals de schrijver dat noemt, “een neo-liberale overheid naar Angelsaksisch model” en iedereen die mij ook maar een beetje kent, mij volgt op Facebook of andere publicaties ziet, dat ik me dagelijks aan het verzetten ben daartegen. En ik weet ook dat er bij Seats2meet al 10 jaar lang door het hele ecosysteem ontzettend veel wordt bijgedragen aan een nieuwe duurzame wijze van waarde creatie en dat er overvloed wordt gedeeld. En dat er een gezonde balans is tussen de sociale kant en de economische kant, welke vervolgens de sociale kant in staat stelt te groeien zonder subsidie van buitenaf. En dat toegang belangrijker is dan bezit. En dat ‘sociaal en duurzaam zijn’ niet per definitie alleen in een ‘uitgewoonde’ omgeving kan of mag plaatsvinden. En dat de Gemeente Utrecht probeert al experimenterend een onderdeel te zijn en te blijven van de sociale economische vernieuwing, waarbij ze om maar eens te citeren uit het oorspronkelijke verhaal “er trots op mag zijn zelf deel uit te maken van het ecosysteem van de publieke zaak waar dit sociaal/publiek ondernemerschap onderdeel van uitmaakt”. Daar mogen we best kritisch op zijn en een rol van criticaster in dit project zal ik met alle plezier voor mijn rekening (blijven) nemen.

  • Robert Visser schrijft op 11 juni 2016

    Het klopt denk ik wel dat initiatieven die een manier gevonden hebben om maatschappelijke waarde te creëren krijgen zelf vaak te horen krijgen dat de subsidiepotjes op zijn en dat de overheid zich terug trekt, maar in die context is het wel wat wrang dat er tegelijkertijd rijkelijk gespendeerd wordt aan initiatievenaanjagers, ideëenmakelaars, verbinders, labs, hackatons, initiatievencafés, etc. Daarmee is inderdaad een soort tussenhandel ontstaan in het stimuleren van maatschappelijke waardecreatie en blijft er niets over voor de initiatieven zelf. En met opzet niet want, zo heb ik laatst een verzameling aanjagers horen zeggen: “als je maatschappelijke initiatieven zelf geld gaat geven dan haal je de energie eruit”. Nu snap ik ook wel dat arbeid tegen beloning al snel een andere lading krijgt. Maar als initiatiefnemer neig ik in dat soort situaties en naar om het bijltje er direct bij neer te gooien of bezwaar te gaan maken tegen gemeentebelasting uit protest tegen de vreemde arbeidsethos waarin alles wat door inwoners in het maatschappelijk belang gedaan wordt onbezoldigd hoort te zijn. Hoe dit op te lossen weet ik nog niet maar het is wel een puntje.

    • Frans Soeterbroek schrijft op 12 juni 2016

      Dag Robert,

      helemaal met je eens. Ik ben in Utrecht onderdeel van een netwerk van initiatiefnemers (de Utrechtse Ruimtemakers) en ken er ook veel uit andere steden en zie dat dit echt een groot issue is. In plaats van hands-on en op basis van gelijkwaardigheid met die mensen samen te werken wordt een schaduwsysteem gebouwd van mensen die dit gaan faciliteiten, onderzoeken en ‘opschalen’, en daar gaat het meeste geld ook heengaat. Met altijd de vooronderstelling dat die initiatiefnemers moeten worden geholpen om echt ondernemer te worden, op te kunnen schalen en hun draagvlak te vergroten. Aangeleerde hulpeloosheid noem ik dat. en de overheid gelooft blijkbaar meer in een model van verzakelijking (bedrijven die sociale diensten leveren) dan vermaatschappelijking (zelfsturende wijken, gemeenschapsvorming).

  • Martin van der Maas schrijft op 11 juni 2016

    Zo’n verzamelgebouw doet me denken aan het oprukkende idee van campussen. De meerwaarde van zo’n concentratie van functies is naar mijn weten echter nooit aangetoond. Een ‘ecosysteem’ moet juist zo divers mogelijk zijn, zoals een jungle. De stad als geheel moet de incubator zijn!

    Verder interpreteer ik uit ‘Systems of Survival’ van Jane Jacobs dat ‘sociaal ondernemerschap’, ‘maatschappelijk ondernemen’ of ‘public-private partnerships’ monstrueuze hybriden zijn. Zij brengen overheids- en marktwaarden samen die niet zelden een giftige cocktail opleveren. Het is volgens Jacobs stabieler om marktpartijen simpelweg te laten ondernemen en de overheid er via regels en handhaving voor te laten zorgen dat de samenleving netjes blijft.

    • Frans Soeterbroek schrijft op 12 juni 2016

      Dag Martin
      Wat betreft je eerste punt, zie mijn reactie op Ronald van den Hoff.
      Je weet dat ik een fan van Jane ben en van Systems of Survival ben. Maar dat boek focust exclusief op de tweedeling overheid en markt en wat ik interessant vindt is dat er een driehoek is ontstaan tussen overheid, burger en markt en er in die driehoek ook mensen zitten die wel van het publiek belang zijn maar geen overheid, wel ondernemer zijn maar die dat primair doen vanuit maatschappelijke drijfveren en actief burger zijn maar zichzelf niet zijn als vrijwilliger. Dat is dus de opkomende categorie van wat ik publiek ondernemerschap noem. Ik zou dat niet gelijk bij het vuil zetten van de monstrueuze hybriden. Marktwerking in de publieke sector is toch wat anders dan vermaatschappelijking van de publieke sector. Ik strijd er tegen dat het eerste gebeurt onder de vlag van het tweede.

  • Ronald van den Hoff schrijft op 12 juni 2016

    @Martin: ben je wel eens bij S2m op Hoog Catharijne geweest? Daar komen dagelijks mensen uit alle lagen van de bevolking en uit de gehele regio samen om te werken. (op beide locaties daar ca 100.000 mensen per jaar) Wij verbinden zelfs die mensen aan elkaar, die elkaar niet kennen, maar die wel relevant voor elkaar zijn. Daartoe gebruiken we kunstmatige intelligentie en stimuleren de ‘serendipiteit’. Klinkt futuristisch maar het werkt echt heel goed. Zo onstaan er werkelijk enorm veel nieuwe sociaal maatschappelijk economische initiatieven, van boeken schrijven, nieuwe banen vinden, kennis opdoen, bedrijven starten en meer.

    Verder werken we met een , wat wij noemen, Hub & Spoke model (term geleend uit de luchtvaart) waarbij we diverse plekken uit een stad of regio virtueel aan elkaar verbinden zodat de kruisbestuiving breed kan plaatsvinden, precies zoals je zegt: de stad als incubator.

    @Robert: wij zien onszelf helemaal niet als ‘tussenhandel’, dat zijn wij ook helemaal niet. Wij creëren een podium, onvoorwaardelijk, voor iedereen die daar op wil acteren. Wij participeren niet in de startups en zijn daarmee geen accelerator of incubator of hoe je dat ook noemen mag. Dat er niets voor de initiatieven zelf overblijft, hetgeen ik niet onderschrijf trouwens, zou je aan het denken moeten zetten.
    Ik krijg dagelijks vele verzoeken voor geldelijke ondersteuning en als ik dan zie waar men dat geld voor nodig heeft: kantoor huur (kom dan bij S2m voor sociaal kapitaal werken), website en systeem software ( gaat men zelf een mini Facebook oid na bouwen) , auto kosten, stevige management fees en andere ondersteunende kosten. Van al deze kosten kun je zo 75% wegstrepen als men bereid is om samen te werken en zaken te delen met elkaar. Dat gebeurt zelden. Kortom er is vaak veel minder geld nodig dan men denkt….
    Laten we gewoon de zaken regelen met elkaar, dan hebben we de overheid steeds minder nodig in de rol die ze vaak nu spelen. De overheid kan wel faciliterend werken, daar ligt wat mij betreft de toekomst. En ja, als ik af en toe zie hoe er geld verdeeld wordt en waaraan dat besteed wordt of waaraan dat geld vooral niet aan wordt besteed, krommen mijn tenen zich ook…

    • Frans Soeterbroek schrijft op 12 juni 2016

      Dag Ronald,
      dannk voor je uitgebreide reacties waarin je ook je eigen worsteling laat zien. Ik wil helemaal niets afdoen aan het succesvolle model van Seats2Meet en heb even dat onderzoek van de Erasmusuniversiteit er bij gezocht. Dat heeft me bevestigd in het idee dat het hier gaat om een community van zelfstandige professionals waar mensen hun kennis en sociale kapitaal delen. En daar zitten vast mensen onder die daarbij sociale doelen centraal stellen maar dat is niet de kern van het concept. Mijn kritiek is juist dat met zo’n brede definitie van sociaal ondernemerschap de mensen die hard nodig zijn in de buurten en wijken worden verlokt om als community van professionals naar het Staffhorstpand te gaan. En helaas wordt dit door de overheid ook met geld en status gefaciliteerd. Het is me een gruwel dat overheden mensen die zich als ondernemer verdienstelijk maken en verbinden in wijken en buurten (over sociaal kapitaal gesproken) als veredelde vrijwilligers behandelen en tegelijkertijd makkelijk tonnen en miljoenen schuiven naar adviesbureaus en kennisinstellingen die op veel te grote afstand van die praktijk beloften doen die ze niet waar kunnen maken en een soort schaduwsysteem met elkaar ontwikkelen. Zie ook mijn reactie op Robert Visser. ik hoop dat je als onderdeel van het nieuwe concept daar kritisch op blijft.

  • Robert Visser schrijft op 13 juni 2016

    Dag Ronald en Frans. Laat ik beginnen om aan te geven dat mijn opmerking niet bedoeld is om de waarde van een cityhub ter discussie te stellen. Wat Seats2Meat betreft: daar maak ik zelf ook regelmatig gebruik van en ik vind het een prachtige formule. Wat mij bezig houdt is dat ik voor het versterken van een gemeenschapszin en het stimuleren van zef-organiserend vermogen graag onderdeel uit maak van een gemeenschap en hier ook zo dicht mogelijk bij probeer te staan. Maar als je je vanuit de institutionele wereld verplaatst naar de gemeenschap en daar echt dicht bij komt dan wordt formele hulp op een een gegeven moment gezien als informele hulp. Professionele hulp wordt op een gegeven moment gezien als nabuurschap. En op een zeker moment is het dan plots niet meer gepast om inspanningen die onmiskenbaar van maatschappelijke waarde zijn ook financieel te waarderen. Waar ligt daarbij dan de grens? Is de grens niet arbitrair? Welke grens is fair? Een interessant probleem en zoals gezegd: ik ben er zelf nog niet uit. Waar ik in ieder geval wel zeker van ben is dat we meer in moeten zetten op het zelforganiserend vermogen van gemeenschappen en dat daar meer voor nodig is dan ambtenaren die op hun handen gaan zitten en dat tegelijkertijd een blind vertrouwen op ondernemerschap en marktwerking in de welzijnsector het gevaar met zich mee brengt dat instituties sociale problemen en tekortkomingen alleen maar zullen transformeren in groeiende consumptie van professionele hulpverlening. Kijk ter illustratie van mijn standpunt ook eens naar Cormac Russell’s TED talk: Sustainable community development https://youtu.be/a5xR4QB1ADw

  • Stefan Panhuijsen schrijft op 14 juni 2016

    Hallo Frans,

    Interessant stuk!

    Vanuit Social Enterprise NL definiëren we – net als de SER en de EU – een sociale onderneming als een bedrijf met een primair een maatschappelijke missie oplost. Zie: https://www.social-enterprise.nl/sociaal-ondernemen/definitie/ Ik kan me dus niet helemaal vinden in de categorisering die jij toepast.

    Interessanter is hoe je (als gemeente) de ontwikkeling van sociale ondernemingen stimuleert. Zoals in de reacties wordt geconstateerd is dat momenteel bij veel gemeenten een thema. Dat is ook logisch, sociale ondernemingen werken aan maatschappelijke vraagstukken (werk voor mensen met een arbeidsbeperking, co2 reductie, betere zorg, meer sociale cohesie etc) dus het niet zo gek dat beleidsmakers meer van dit ondernemerschap willen. Wat de beste manier (als er al een ‘beste’ manier is) hangt denk ik weer erg af van de situatie. In de grotere gemeenten zijn vaak al sociale ondernemingen actief, maar spelen er problemen met de toeleiding van mensen met een arbeidsbeperking of gebrek aan beleidscoherentie. Andere gemeenten zijn weer zoekende naar de rol die ze kunnen spelen als opdrachtgever / financier. Het maatschappelijk aanbesteden verhaal zit voor mij in goede richting, maar ook de inkoop van ‘reguliere’ diensten zoals de catering of IT diensten kan veel vaker bij sociale ondernemingen plaats vinden.

    Is een fysieke locatie een antwoord op al deze vragen? Niet automatisch, maar het gevaar van parasitering zie ik niet direct, de koek (kantoorruimte voor sociaal ondernemers) wordt groter, dit heeft ook een aantrekkende kracht op mensen die erover nadenken om een sociale onderneming te starten. Het lijkt erop dat de SIF wel heeft afgestemd met andere spelers (seats2meet idd) en ze zullen weer een andere groep ondernemers aantrekken dan de locaties meer geworteld in de buurt. Ik zie dit meer als en en ipv of of.

    Zolang de gemeente niet denkt dat het ecosysteem nu ‘af’ is, maar kritisch kijkt naar haar oa eigen rol als inkoper, de coherentie van eigen beleid etc, dan komt het denk ik helemaal goed.

    Nog een paar interessante bronnen (al dan niet uit eigen koker):
    http://www.nsob.nl/opleiding/leeratelier-sociaal-ondernemerschap-in-een-vitale-economie/
    http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=738&langId=en&pubId=7552
    https://www.social-enterprise.nl/files/6914/5735/5318/Op_Weg_Naar_Het_Burgerlijk_Wetboek.pdf
    https://www.social-enterprise.nl/wp-content/uploads/2014/03/De-social-enterprise-als-businesspartner-van-de-gemeente-digitaal.pdf

    groet,
    Stefan Panhuijsen

    • Frans Soeterbroek schrijft op 16 juni 2016

      Dag Stefan,

      fijne reactie en interessant leesvoer. Mooi netwerk van bedrijven hebben jullie trouwens. En ik denk dat Utrecht als hotspot van sociaal ondernemerschap dit type bedrijven graag naar dit gebouw wil halen. Denk je dat dat voor die bedrijven iets toevoegt?
      Ik besef door je reactie dat ik steeds duidelijker in mijn hoofd een tweedeling begin te maken tussen a- initiatieven die zich in lokale gemeenschappen nestelen en waarin het ondernemerschap dienstbaar is aan een breder proces van waardecreatie en gemeenschapsvorming in buurten en wijken.
      b- bedrijven met een sociaal oogmerk die zich in taal een oriëntatie tot ‘de businesscommunity’ rekenen en de overheid vragen om in zijn aanbesteding, sociale taken en economisch beleid meer met dit deel van de markt te werken.
      Beiden zijn waardevol maar die eerste groep is het meest kwetsbaar in termen van verdienmodel en ik zou het treurig vinden als de oriëntatie op die tweede groep hen wegdrukt. En ik vind dat de overheid zich minder eenzijdig met richten op het aanbesteden en vermarkten van publiek taken (denk aan de social impact bonds) maar zich meer met richten op het anders organiseren van het publiek domein waardoor de ‘doelgroep; zich meer eigenaar voelt van hun eigen toekomst. ik noem dat vermaatschappelijking in plaats van vermarkten. Vergt natuurlijk een groter verhaal maar ik neem aan dat je wel een beeld daarbij hebt. succes met jullie mooie werk.

  • Stefan Panhuijsen schrijft op 17 juni 2016

    Hallo Frans,

    Helemaal eens. Het allerslechtste wat kan kan gebeuren is dat sociale ondernemingen en maatschappelijke initiatieven (om het zo maar even te noemen) met elkaar gaan ‘concurreren’. Dat dragen wij ook altijd uit, beide hebben hun waarde en moeten worden gestimuleerd.

    Ik denk zeker dat er bedrijven in ons netwerk geïnteresseerd zijn in het pand, op een mooie plek met ‘like minded’ mensen in een gebouw, wie wil dat nu niet ;-)? Op zich snap ik de kritische reacties, maar het is toch ook te prijzen dat de gemeente kiest voor een dergelijk initiatief ipv het pand gunt aan een winkelketen.

    Wellicht is dit een leuk thema voor een kleine bijeenkomst? Of wordt er al genoeg gepraat :-)?

    groet

  • Robert Visser schrijft op 20 juni 2016

    Hallo Frans & Stefan,

    Volgens mij voelen we elkaar wel aan met betrekking tot een mogelijke tweedeling die we denk ik geen van allen graag verder zouden zien ontwikkelen. Mij lijkt het wel interessant om eens in een bijeenkomst helderder in beeld proberen te krijgen wat hier zeg maar de splijtende kracht is en of er ook een strategie te bedenken valt (en al of niet nodig zal zijn) om er voor zorgen dat tussen de twee hierboven door Frans benoemde ontwikkelingen een meer symbiotisch verband kan gaan ontstaan.

    Groet,
    Robert

    • Frans Soeterbroek schrijft op 29 juni 2016

      Dag Robert,
      zie mijn antwoord aan Rutger van Weeren.

  • Rutger van Weeren schrijft op 22 juni 2016

    Beste Frans, dank voor je interessante uiteenzetting! En voor de reacties.

    Ikzelf sta heel dubbel tegenover dit initiatief. Bij een eerste lezing kwam de gedachte “Dit lijkt op een ‘top-down’ initiatief wat een ‘bottom-up’ beweging probeert te faciliteren” in me op. Dat gaat in ieder geval niet werken. Maar er verder over nadenkend, zie ik zowel kansen als bedreigingen.

    Allereerst de positieve aspecten. Aan alle kanten is merkbaar dat sociaal ondernemerschap langzaam uit de hobbysfeer komt en steeds volwassener wordt. De groep sociaal ondernemers (zowel de bedrijven als de sociaal ondernemende (buurt)initiatieven groeit. Daar hoort een grotere zichtbaarheid bij, en een mooi pand op een a-locatie kan die beweging een hele mooie boost geven. Ook is het handig dat je straks op één plek een grote groep sociaal ondernemers kunt bereiken. Vanuit mijn rol bij Starters4Communities is dit een ideale manier om gemakkelijk partnerschappen aan te gaan en afnemers van onze diensten te vinden.

    Maar de vraag blijft knagen: als we het over ‘volwassen’ ondernemerschap hebben, waarom moet dit dan worden gesubsidieerd? Zou het niet juist van ondernemerschap getuigen als een aantal (grotere) sociaal ondernemers dit zónder overheidssubsidie opzetten en de kleinere initiatieven hierbij meenemen? Ik noem als voorbeeld de Werkfabriek in Den Haag.

    Ik zie ook bedreigingen. Het ‘parasiteren’ van andere initiatieven die zonder subsidie sociaal ondernemers huisvesten is volgens mij meer dan reëel. Ik heb al van meerdere Utrechtse collega’s gehoord dat ze gaan verhuizen naar dit pand, wat zeker leegstand op de bestaande plekken gaat veroorzaken. Natuurlijk kan die worden opgevuld, maar we moeten voorkomen dat het Staffhorstpand bij wijze van spreken alleen ‘het neusje van de zalm’ huisvest. Een ecosysteem floreert juist bij diversiteit en grotere ondernemingen kunnen een belangrijke rol spelen door kleinere te inspireren, mits zij elkaar kunnen ontmoeten uiteraard.

    De hamvraag in deze, die mij een aantal keer is gesteld is: ‘gaat Starters4Communities zich vestigen in het Staffhorstpand?’ Ik ben er nog niet uit. Ik zie de kansen en bedreigingen. Vooral vraag ik me af: is er wel een keuze? In hoeverre kun je besluiten er niet te gaan zitten, als al je collega’s en belangrijke partners daar wel huisvesting hebben en de gemeente het bovendien aanmoedigt?

    De suggestie om hierover een bijeenkomst te organiseren vind ik een hele aardige. Juist omdat ik denk dat ik niet de enige ben die zowel kansen als bedreigingen ziet. Een uitwisseling van gedachten (daarom ook dank voor deze reactiemogelijkheid) kan erg helpen om een goede beslissing te kunnen maken.

    • Frans Soeterbroek schrijft op 29 juni 2016

      Dag Stefan,
      dank voor je uitgebreide reactie.
      Je dilemma over wel of niet naar dat pand gaan raakt precies waarom ik dit verhaal heb geschreven. Want zou een organisatie als starters4communies eigenlijk niet middenin lokale communities moeten zitten ipv in een verzamelplaats van vergelijkbare bedrijven? Het lijkt me een goed idee om eens een bijeenkomst over die verschillende benaderingen van ecosystemen te beleggen en hoe we het parasiteren kunnen voorkomen. Ik zie dat robert visser en stefan panhuijsen daar graag aan meedoen. Lijkt me handig om ook wat initiatiefnemers van social impact factory daarbij te betrekken. Als jij of een van de anderen initiatief wil nemen graag, zelf ben ik nu even te druk in aanloop naar de vakantie. Vaan half augustus kan ik meer actieve rol spelen.

    • Frans Soeterbroek schrijft op 29 juni 2016

      Dag Rutger,
      je dilemma over wel of niet in dat pand gaan zitten is precies waarom ik dit verhaal schreef. Een club als starters4communities zie ik toch eerder ergens tussen die communities in wijken zitten als partner dan op afstand in een community van bedrijven. Idee van bijeenkomst spreekt me aan en daar willen zo te zien Robbert Visser en Stefan Panhuijsen aan wel iets mee. lijkt me ook goed om mensen van Social Impact Factory daarbij te betrekken. Als iemand voortouw neemt haak ik aan, echt zelf daarin rol spelen lukt me pas na 1/2 augustus.

  • Robert Visser schrijft op 28 juni 2016

    Kan onderstaand “FRAMEWORK FOR INCLUSIVE MARKET SYSTEM DEVELOPMENT” misschien dienst doen als model waarin de mogelijkheden voor een constructieve relatie tussen Asset Based Community Development en Social Enterprises zichtbaar worden?

    https://www.microlinks.org/sites/default/files/resource/files/Market_Systems_Framework.pdf

  • Manon Becher schrijft op 1 juli 2016

    Interessante discussie. Mocht het tot een bijeenkomst komen dan zou ik graag aanschuiven. Lijkt me ook goed om de gemeente Utrecht daar dan bij te betrekken. Zodat ook zij de discussie rond de voor en nadelen (de kansen en bedreigingen) ervaren door sociaal ondernemers en buurtgerichte initiatieven meekrijgen. Maar dan lijkt het me wel nuttig dat we dan ook met elkaar kijken naar mogelijke oplossingen om ervaren bedreigingen te beperken – en mogelijkheden om de kansen te optimaliseren zodat iedereen profiteert, en niet een selecte groep.

  • Robert Visser schrijft op 5 juli 2016

    Graag wil ik het hanteren van de principes van Massive Small als voorbeeld van een mogelijke oplossingsgerichte strategie inbrengen. Het eerste principe hiervan luidt als volgt:

    A NEW COLLABORATION – PUTTING DEMOCRACY BACK INTO URBANISM

    Governments alone cannot effectively tackle the increasingly complex problems of rapid urbanisation. We must mobilise people’s latent creativity, harnessing the collective power of many small ideas and actions to make a big difference. To release this potential, we must trust people to do the right thing. By adapting their environments to their needs, people form the building blocks of urban society – our neighbourhoods, districts and quarters. Using simple rules, essential conditions and enabling leadership, governments can show the way. We need to renegotiate the social contract between government and its citizens – between top-down and bottom-up systems, developing more democratic processes that will foster an open and collaborative relationship.

    In totaal zijn er im de massive small declaratie 10 principes opgenomen en ik ben het met alle genoemde punten eens. Zie hieronder een link naar de declaratie:
    http://www.massivesmall.com/main-pages/declaration/


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*