Wordt het nog wat met eigen kracht en de zelfsturende samenleving?

Gisteren mocht ik een aftrap geven voor een bestuurlijk debat over de toekomst van de stad, georganiseerd door de raad voor de leefomgeving en infrastructuur (RLI). Dit essay dat ik voor de RLI schreef was de kapstok voor mijn verhaal.
Ik heb de aanwezigen even meegenomen in de fantasie dat het inmiddels 2016 is en alle goede voornemens die we nu hebben met de macht aan de burger/bewoner/eindgebruiker/cliënt op een grote teleurstelling zijn uitgelopen. Er zijn immers een aantal hardnekkige patronen in de Nederlandse bestuurscultuur waarop we moeten anticiperen om grote teleurstellingen te voorkomen.
Hieronder worden vijf risico’s benoemd die ons behoorlijk parten kunnen gaan spelen op weg naar een samenleving die meer is gebouwd op de kracht van mensen in steden, wijken en buurten. Ze worden geconcretiseerd  aan de hand van de ambities met sociale wijkteams. Die wijkteams dragen de belofte in zich om de instituties in de leefwereld van de burger te brengen maar daar kan het ook goed misgaan. Wat te doen om niet in die valkuilen te stappen?

1- Bouw voort op wat al goed gaat

Een van de meest hardnekkige fenomenen in onze bestuurlijke praktijk is de voortdurende vlucht vooruit in nieuwe aanpakken. De belofte is dat we ‘het nu eindelijk eens goed gaan organiseren . En dan wordt er al snel een kunstmatig nulpunt voor verandering gecreëerd: we gaan er (over)morgen mee beginnen en we gaan het implementeren en uitrollen. Bijna nooit hoor je iemand zeggen: we zijn al een behoorlijk stuk op de goede weg, die beweging gaat we met wat gerichte ingrepen versterken en waar nodig ombuigen. Wordt er in al die veranderdrift eigenlijk wel gekeken naar hoe het echt gaat ?
Die sfeer zie ik ook rond de sociale wijkteams ontstaan. Het zou zo maar kunnen dat die nieuwe aanpak tot stagnatie leidt in plaats van tot de gewenst dynamiek. Want hoe zou het voor succesvolle frontlijnwerkers als huismeester van de corporatie, wijkverpleegkundigen, straatcoaches,  schuldhulpverleners en gezinscoaches zijn als ze geperst worden in het stramien van het sociale wijkteam? Dat zou nog best wel eens kunnen gaan wringen en moeizaam opgebouwde relaties kunnen verstoren. Voor bestuurders en managers heb ik een simpele boodschap: wie niet kan meebewegen met wat er al is opgebouwd en al beweegt gaat stagnatie veroorzaken met weer een nieuwe aanpak.

2- Maak grenzen vloeibaar in plaats van ze opnieuw te trekken

We lijden collectief aan wat ik wel eens ‘polycentrisch maakbaarheidsoptimisme’ noem. Op heel veel plekken wordt tegelijkertijd gewerkt  aan structuren die meer integraliteit, nabijheid en resultaatgerichtheid moeten opleveren. Iedereen creëert zijn eigen middelpunt van de wereld. Welke vernieuwingsdrift ziet we bijvoorbeeld rond de sociale wijkteams gebeuren? De transitie jeugdzorg, de wijkgerichte basiszorgteams, de grote decentralisatieoperaties, de veiligheidshuizen, de integrale aanpak van criminele jongeren, wijkparticipatie enzovoorts. Al die vernieuwingen gaan echt niet allemaal keurig in de sociale wijkteams landen maar gaan er ook mee wringen en concurreren.
Voor je het weet zitten al die frontlijnwerkers te zwarte pieten, langs elkaar heen te werken of zich weer suf te coördineren. Of nog erger: we vluchten weer in nieuwe structuren die nu echt alles in de wijk in samenhang brengen. Herinnert u zich nog de belofte van de centra voor jeugd en gezin. Wat hebben we daarvan geleerd? Vooral dat we het nu eens echt goed willen gaan organiseren, en daar gaan we weer. Het enige medicijn dat hier helpt: ophouden met steeds  nieuwe structuren te bedenken. Ga anders werken en maak de bestaande structuren vloeibaar. Als dat de essentie van de sociale wijtkeams is dan kan het wat worden.

3- Wees bescheiden in je professionalisering en het maakbaarheidsdenken

Ieder beleidsvernieuwing, dus ook die van het stimuleren van zelfsturing en eigen kracht verleidt de professionals binnen de overheid tot verbreding van hun eigen repertoire en het uitwerken van nieuwe aanpakken. Je zult zien dat de lijstjes functie-eisen eerder gaan groeien dan afnemen bij een beroep op meer eigen kracht. Zeker omdat de context waarbinnen dat beroep op zelfsturing plaatsvindt die van opgevoerde maakbaarheidsambities is.  We beleven op dit moment de hoogtijdagen van social engineering met de achter-de-voordeuraanpak, gesloten aanpak jeugd, sturen op de sociale samenstelling van wijken, organiseren van ontmoeting en de nadruk op activering en participatie. Eigen kracht gedijt juist goed bij een meer ontspannen houding van de overheid, met respect voor autonomie en enige bescheidenheid in wat maakbaar is.
Die spagaat zit ook in het model van de sociale wijkteams. Die zullen ongetwijfeld gaan stuiten op complexe samenhangende vraagstukken die alle hens aan dek van de professionals vragen en dan is het exit eigen kracht. Een  experiment in de stad Groningen met de sociale wijkteam leverde op dat die teams succesvol werden bevonden maar dat weinig vraagstukken in aanmerking kwamen voor de eigen krachtbenadering omdat de problematiek te complex zou zijn. Dat wordt dus al snel een self fulfilling prophecy. Wie voor de zelfsturende samenleving gaat zonder het collectieve ambitieniveau wat bescheidener te maken creëert een onmogelijke spagaat.

4- Doe wat aan de handelingsverlegenheid 

Bij discussies over nieuwe organisatievormen is er gelukkig altijd wel iemand die roept: het zit  niet in structuren maar het gaat om  houding, cultuur en de kwaliteit van relaties. Er wordt in de wereld van de eigen kracht van burgers dan al snel geroepen dat het probleem is dat overheden en professionals onvoldoende in staat zijn om los te laten. De adviesrapporten staan ook vol met het jargon van ‘loslaten in vertrouwen’.
Wat ik waarneem is dat het probleem wel eens meer in een ander houdings- en cultuuraspect zou kunnen zitten: de handelingsverlegenheid. Het is best eng ergens in te duiken wat je niet kan overzien, heftige reacties kan oproepen, politiek gevoelig ligt en waarmee je je op het terrein van andere professionals en instituties begeeft. Goed indekken is dan het devies. Dat bijvoorbeeld ketensamenwerking en teamwerk zo vaak uitmondt in een vlucht in papier, afstemming en overleg in plaats van actiegerichtheid heeft met dit fenomeen te maken.
Zeker in de wereld waarin sociale wijkteams (gaan) opereren speelt dit vraagstuk. Wie gaat er bij een gezin met heftige problemen (inclusief agressie) interveniëren zonder zich eerst eens goed in te dekken? Dan kom je al weer snel in de wereld van te laat ingrijpen,  escalatie van problemen, doorverwijzen en breekbare vertrouwensrelaties tussen professionals en burgers.

Het goede aan de intenties met de sociale wijkteam is dat men die teams zaken zelf wil laten oplossen en dat ze dus niet gaan zitten doorverwijzen en coördineren. Maar dat zal een illusie blijken als die handelingsverlegenheid niet als thema aan bod komt en in de praktijk wordt doorbroken.

5- Wees eerlijk over eigen kracht in de context van bezuinigen

De komende jaren zal de discussie over  bouwen op eigen kracht van mensen onvermijdelijk in het publieke debat worden geframed als poging van de overheid om bezuinigingen af te wentelen en verantwoordelijkheden over de schutting te gooien. Wat bestuurders en professionals dan al snel doen is in de ontkenning en de overtuigingsstrategie schieten:  ‘we hebben oprecht het goede met u voor en dat wordt echt niet gedreven door  bezuinigingen.’  Het probleem is dat mensen er in getraind zijn dat type beweringen van politici en ‘de overheid’ te ontmaskeren. Voor je het weet roept eigen kracht eerder verzet dan energie op.

Het is de heilige plicht van bestuurders om daarover geen verstoppertje te spelen en de dialoog aan te gaan hoe je in de context van schaarste aan middelen verantwoordelijkheden anders verdeelt. De bestuurder die straks vaststelt dat de sociale wijkteams het ook niet allemaal gaan oplossen en mensen vraagt dat zelf op te pakken redt het alleen als hij de boodschappen  ‘we geloven heilig in de eigen kracht van mensen’ en ‘we gaan de pijn verdelen’ op een geloofwaardige manier kan verenigen en er de dialoog over opzoekt.

Ik wens de bestuurders en professionals die enthousiast met eigen kracht en zelfsturing aan de gang gaan toe dat ze deze vijf waarschuwingen ter harte nemen. Ik ben er namelijk van overtuigd dat hier belangrijke aanknopingspunten zitten voor succes of falen. Meegaan met wat er al beweegt, vloeibaar maken van structuren, het temperen van professionalisering en maakbaarheidspretenties, handelingsverlegenheid aanpakken en oprechte dialoog over bezuinigingen, dat zijn de knoppen om aan te draaien. Ik hoop oprecht dat ik dit stukje niet over 3 of 4 jaar nog eens rondstuur onder het motto ‘zie je wel, ik zei het al in 2013 dat het hierop mis zou gaan’. Daar is dit vraagstuk te belangrijk voor.

 


Reacties

  • Joop Hofman schrijft op 10 april 2013

    Sommige teksten hebben geen aanvulling, toevoeging, nuances of wat dan ook meer nodig.
    Heel erg goed verhaal.
    Heel, heel, heel erg goed.

  • Guido Roelofs schrijft op 10 april 2013

    Duidelijk, helder en zeer goed verhaal.

  • janswagerman schrijft op 10 april 2013

    prima artikel, herkenbaar.
    Maar eh…hoe breng je deze boodschap over bij de -hoe zal ik ze noemen?- blinde rechtlijnigen die gelovigen in eigen utopie. Kun je die/moet je die dan eerst’bekeren’. En hoe dan wel? Dat heeft niet alleen te maken met gelijk hebben maar ook met macht.

    Zie overigens parallellen met wat Hans Achterhuis over Utopieën schreef in zijn nieuwste boek”: de utopie van de vrije markt’. Utopisten – dus ook (!) neoliberalen willen vaak eerst de boel vernietigen om dat ‘de betere wereld'(vaak nadat heel, heel veel bloed is gevloeid) bij nul beginnen aan de ideale wereld.

    Gewoon elkaars verhaal verstaan en dat durven delen, daar gaat het om. Zo wel op micro, meso als marco niveau! Maar wat heeft ‘de’ samenleving ‘de’ burger nog te vertellen. Soms niet meer als de show must go on, de motor moet draaien, de begroting moet rond enzovoorts. Maar waar zijn ‘we’ met z’n allen mee bezig is de vraag en vraag twee is hoe kunnen we dat het beste doen? Niet andersom!
    Jan Swagerman

  • Inge Korsten schrijft op 11 april 2013

    Wat een helder artikel! Bedankt dat je het wilde delen zodat ik het kon lezen.

  • Frans Soeterbroek schrijft op 12 april 2013

    Joop, Guido Jan, en Inge, dank voor jullie mooie reacties. Is een aansporing om de vlucht vooruit in de systemen kritisch te blijven volgen en waar ik dat kan bij te sturen. En natuurlijk om blogs voor jullie te blijven schrijven.

    Frans Soeterbroek

  • Ingrid Mazurel schrijft op 17 april 2013

    EENS!!

  • H. van Zanden schrijft op 22 april 2013

    Een zeer goed verhaal!

    Het is te hopen dat door de nieuwe bezuinigingen de plannen in de jeugdzorg zoals die nu bijna rond zijn (Om het Kind) aangepast worden.

    Nu al zijn er vreselijke wantoestanden in wijken waarin burgers kindermishandeling melden, vaak na jaren en jarenlange betrokkenheid en zelf praten met ouders, en politie die dan op instigatie van BJAA die burgers gaat vervolgen wegens laster.

    En waarom? Omdat het kind bv al onder OTS staat en BJAA niet wil toegeven dat de mishandeling is doorgegaan. Burgers komen in wespennesten terecht en de gemeente Amsterdam geeft niet thuis op ernstige klachten hierover.

    Want iedereen bedoelt het zo goed en Erik Gerritsen zegt dat het niet waar is. Maar Erik Gerritsen zegt zoveel als dat in zijn straatje past, dat is al jaren en jaren bekend in Amsterdam.

    Ook staat Bureau Jeugdzorg Amsterdam al weer bijna onder verscherpte curatele wegens informatie die niet klopt. Maar daar baseren ze wel drang en dwanghulp op, zelfs UHP’s. Maar ook dat mag niet gezegd worden en ook op klachten daarover gaat de DMO niet in, men vraagt het aan Gerritsen en die bagatelliseert of ontkent het en klaar is Kees.

    En dan nu dit totalitaire plan want dat is het. Scholen, politie en jeugdzorg aan elkaar verknoopt en constant toezicht op burgers of ze hun kinderen niet mishandelen maar ook of ze niet lasteren over de jeugdzorg want dan is het ook niet goed. (mishandeling melden over een OTS-kind wordt gezien als laster tegen jeugdzorg)

    Amsterdam wordt een politiestaat, het tegengestelde aan Eigen Kracht. Het lijkt er eerder op dat Eigen Kracht het propagandaverhaal is dat moet maskeren hoeveel macht instanties en de politie krijgen over burgers en hoe rechteloos die zijn. (immers voor klachten houdt de gemeente zich Oostinidisch doof)

    Hier kan niet hard genoeg tegen worden geprotesteerd. Ook omdat het veel goedkoper kan. Weg met de 500 ouder kind adviseurs, want doorverwijzing kan via de huisarts en al dat geregisseer werkt al niet sinds de invoering van de CJG’s zoals terecht opgemerkt in dit stuk. Men moet leren van fouten.

    Die ouder kind adviseurs worden omgeschoold tot leraren en leraressen voor zover ze daar het niveau voor hebben. Dat is besparing 1. Besparing 2 is niet langer de politie inzetten voor jeugdzorgzaken. Besparing 3 is EKC’s afschaffen want die kosten zo’n vierduizend euro per EKC en er is geen enkel resultaat bekend. Besparing 4 is alle interimmers bij BAA eruit en die organisatie ontmantelen (en niet de werknemers nieuwe banen in de jegudzorg geven) Besparing 5 is projecten met scholen en jeugdzorg stoppen, want docenten balen net zo van jeugdzorg als ouders en pleegouders in Amsterdam tenminsten. En besparing 5 is Erik Gerritsen detacheren op een plek waar hij geen kwaad kan, dus niet met emotionele zaken en menselijke zaken. Maar bijvoorbeeld op een plek bij de ANWB of iets technisch of in het Havengebied.

    Dan kan de ergste schade van dit jeugdzorgplan nog voorkomen worden.

  • Allet Dopmeijer schrijft op 17 mei 2013

    Prima tekst, prima tips. Ook in Almere worden wij soms heen en weer geslingerd tussen “het goede goed houden” en doorontwikkelen van wat er al is en vol enthousiasme nieuwe structuren uitdenken en neerzetten. Dit artikel geeft in de rug om op ons pad door te gaan.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*