16 mei 2011

Door Frans Soeterbroek

Reacties

1 reacties

Zeg het voort

Spelen met de wetten van de fotojournalistiek

Vorige week was ik in Foam om de tentoonstelling ‘antiphotojournalism’ te bezoeken. Die titel is ontleend aan een uitspraak van fotograaf Allan Sekula. Zijn fotoreportage uit 1999 van de protesten tegen de wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle bestond uit beelden van rondhangende, feestende en contemplatieve mensen die in afwachting waren van de strijd met de politie. De naam van zijn serie; ‘waiting for the teargas’. Sekula zette deze manier van fotograferen scherp af tegen de op rellen en effectbejag gerichte houding van de persfotografen die de frontlinie opzoeken en heeft dat zelf anti-photojournalism genoemd: weg met de zoomlens, de perskaart en het gasmasker. Wat het alternatief  van Sekula dan inhoudt is een kwestie van interpretatie. 

De een ziet er een pleidooi in voor een meer oprechte en humane vorm van fotojournalistiek, de ander een poging om de fotojournalistiek te esthetiseren door mooie tableaus te maken van het schemergebied tussen rust en rellen. Dat dubbelkarakter van ‘anti’-fotojournalistiek zie je ook terug in deze tentoonstelling. Ze bevat een waaier aan mini-tentoonstellingen die bekeken kunnen worden als kritiek op de verwording van de fotojournalistiek maar ook als speelse pogingen om  in de marge van deze ‘bedrijfstak’ nieuwe benaderingen te ontwikkelen. Drie voorbeelden kunnen dit illusteren. In ‘how to make a refugee’ filmt Phil Collins hoe journalisten een  op de vlucht geslagen gezin uit Kosovo zelf zo neerzetten dat het gewenste beeld van het leed van vluchtigen ontstaat. Robbie Wright, Shane McDonald en Jonathan Cavender maakten van het niet voor kranten en televisie bruikbare foto-en filmmateriaal van oorlogen in Sarajevo en Mogadishu MTV-achtige videoclips.  En Renzo Martens draait in zijn film ‘enjoy poverty’ de rollen tussen journalist en ‘slachtoffer’ om door arme Afrikanen te vragen advies te geven aan hem over hoe hij zelf verder met zijn leven aanmoet.
In alle drie deze voorbeelden is de vraag op zijn plaats: is dit een aanval op de (foto)journalistiek in conflictgebieden of is het een speelse poging de wetten van de fotojournalistiek op te rekken? De filmpjes werkten vooral op mijn lachspieren en ik wist niet goed of de makers dat ongepast zouden vinden. Eigenlijk is die ambiguïteit van dit werk (aanklagend en speels) ook de kracht van deze tentoonstelling.

De tentoonstelling is bovenal een onderzoek naar de vraag of en hoe de fotojournalistiek kan overleven in tijden van de opkomst van de burgerjournalist (die met zijn mobieltje  de nieuwswaardige foto’s en filmpjes maakt), van beeldinflatie (we hebben alles al eens gezien), van embedded journalism (in het keurslijf van de machthebbers), van de hyperigheid van de massamedia (geen ruimte voor mooie reportages) en van kunstzinnige fotografen en filmers (die zich gebieden toe-eigenen die eerst voorbehouden waren aan de fotojournalisten). Goran Galic en Gian-Reto Gredig hebben tweeëndertig fotojournalisten die in conflictgebieden werken hierover bevraagd en van de filmpjes die ik op de tentoonstelling heb bekeken bleef vooral het beeld hangen van ontkenning en frustratie. Geen dankbaar vak lijkt me zo.  Een jaar geleden heb ik een vergelijkbaar project in het Caixa-forum in Madrid gezien: video-interviews met Spaanse fotojournalisten (zie foto hiernaast voor still uit een van de interviews) . Daar hield ik vooral het beeld over van ongebroken maatschappelijk engagement. Kortom: de geëngageerde fotojournalist is nog springlevend maar moet wel voor zijn bestaan knokken.

De onbeantwoorde vraag die boven de tentoonstelling hangt: hoe vindt deze tak van fotografie zichzelf opnieuw uit.  De tentoonstelling geeft daar geen pasklare maar wel impliciete antwoorden op. Laat ik eens een poging wagen dat er uit te halen: de fotojournalist van de toekomst is fotograaf en filmer, onderzoekt steeds zijn eigen rol en hoe zijn beelden worden ge- en misbruikt, richt de camera steeds vaker op ‘het randgebeuren’ van conflicten, maakt beelden die interpretatieruimte laten en durft zich (langjarig)  te verbinden met het onderwerp van keuze ‘slow journalism’, engagement). Van dat laatste zijn twee mooie voorbeelden op de tentoonstelling te zien: Susan Meiselas die de levens van het Koerdische volk systematisch documenteert en reconstrueert en Kadir van Lohuizen die de keten van de winning van diamant tot de eindgebruiker in kaart brengt.

Hoe krachtig dat wegdraaien van de camera van het dramatische onderwerp kan uitpakken zien we bij de meer dan 40 (!) jaar oude fotoreportage van Paul Fusco die hier in een slideshow wordt vertoond. De serie ‘RFK Funeral train’ laat louter beelden zien van de mensen die dwars door de States langs het spoor staan om afscheid te nemen van de vermoorde Robert Kennedy die per trein door het land wordt vervoerd. Fusco heeft hen vanaf die trein gefotografeerd en een ontroerender  beeld van wat Kennedy voor jong en oud , arm en rijk, blank en zwart betekende kun je niet maken. Het boek met deze serie is helaas al jaren niet meer verkrijgbaar, alleen al voor die beelden is een bezoek aan Foam daarom een must. En sowieso is de hele tentoonstelling is een aanrader voor eenieder die geïnteresseerd is in de rol van fotografie bij grote conflicten en in de pogingen fotojournalistiek opnieuw uit te vinden. Tot 8 juni 2011 kunt u er nog terecht. Hier nog een filmpje over de tentoonstelling.


Reacties

  • Mascha Jansen schrijft op 7 september 2011

    Fusco’s boek heb ik vorig jaar/zomer 2010 kunnen kopen in het uitvaart museum in Amsterdam waar zijn foto’s tentoongesteld werden. Misschien hebben zij het nog, of een adres waar het te koop is.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*